Het juiste moment

Het juiste moment  (Lc. 1, 1-4; 4, 14-21)

Een veelbelovend oerjoods tafereel, daar in die synagoge in Nazaret, op sabbatdag.

Door Lucas, patroon van de schilders, met verve getekend.

Jezus, een mannelijke Jood van boven de 30, mag de Tora ter hand nemen, – ja, vrouwen ook daarvan uitgesloten – hij mag eruit voorlezen en hij mag uitleg geven. Hij krijgt een boekrol van de profeet Jesaja aangereikt, opent de rol en ‘vond de plaats waar geschreven staat…’

Dat woordje ‘vond’. Zoekt en vindt Jezus bewust die passage of rolt hij de rol gewoon open en vindt hij die eerder toevallig? Absurde vraag natuurlijk maar het belang van die Jesajatekst werd me wel meteen duidelijk.

Dat glorierijke visioen van Jesaja over de heilsprofeet, de langverwachte Messias die eindelijk ten uitvoer zal brengen wat Jahwe sinds mensenheugenis aan zijn volk heeft beloofd. De gezalfde, de gezondene die het Joodse volk redding brengt, die het heil van de Heer zelf laat ontkiemen.

Lucas weet het maar al te goed: Jezus’ leven is een exacte kopie geweest van wat in die beloftevolle tekst staat neergeschreven.

En daarom laat hij Jezus die tekst van Jesaja vinden en zich ermee vereenzelvigen. De woorden zijn hem immers, als een programmaverklaring, op het lijf geschreven.

Zijn hele leven heeft Jezus zich eraan overgegeven, dat ideaalbeeld van Jesaja concreet gemaakt. Hij weet zich voortdurend, in alles wat hij zegt en doet, be-geest-erd door de Heer, vertrouwt zich ten volle aan Hem toe. Hij komt op voor armen en misdeelden, bevrijdt mensen uit de gevangenis van hun eigen angst. Hij laat blinden terug licht zien, laat lammen lopen, doven horen, stommen spreken en vergeeft, zeven maal zeventig maal, altijd opnieuw, zodat mensen, gebukt onder schuld, hun ruggen mogen rechten en weer toekomst vinden.

Dichter bij Jesaja kan een mens al niet komen. Dat heeft Lucas goed gezien.

Of heeft Jezus die Jesajawoorden toch toevallig gevonden? En beseft hij, daar op dat moment, opeens, en voor de volle 100%: diegene waarover Jesaja het hier heeft, dat ben ik, nu weet ik, eindelijk en voorgoed, wat mij te doen staat, welke richting m’n leven uit moet.

Ja, woorden doen dat wel eens: op het juiste moment op iemands levenspad voorbijkomen.

Wat er ook van zij: die krasse uitspraak ‘Dit Schriftwoord is vandaag in vervulling gegaan’ – nota bene de allereerste ‘openbare’ Jezuswoorden in het Lucasevangelie -, die uitspraak en de toelichting die Jezus naderhand nog geeft, worden hem niet bepaald in dank afgenomen. Meer nog, ze kosten hem bijna het leven. Dat horen we volgende week.

Mochten ook wij onze wenkbrauwen fronsen dan schiet de officiële liturgie ons onmiddellijk te hulp. Kijk maar naar het begin van ons evangeliefragment: het voorwoord uit het allereerste hoofdstuk van het Lucasevangelie. Een prima voorbehoedsmiddel tegen eventuele verontwaardiging want wat zegt de evangelist daarin: ik ga een boek schrijven. Toegegeven, er zijn er al veel die dat gedaan hebben, maar ίk ga een heel nauwkeurig, ordelijk en betrouwbaar boek schrijven. Hij stelt Teofiel gerust en zijn lezers en ons erbij: een degelijk naslagwerk wordt het waarop je altijd kan terugvallen.

Als zondagse toehoorder vandaag hoeven we ons dus geen zorgen te maken over die – op het eerste gezicht althans – nogal gedurfde Jezuswoorden. We mogen erop vertrouwen dat Lucas het bij het rechte eind heeft. Het vervolg van het verhaal zal hem gelijk geven.

En dat vervolg van het verhaal kondigt zich niet aan als een stationsromannetje met een voorspelbaar happy end. Het begint ons stilaan te dagen: dat wordt hier geen gemakkelijke lectuur. We gaan een indringend levensverhaal te horen krijgen, het lief en leed van een geëngageerd individu, niemand minder dan dé godsgezant bij uitstek, die Jezus van Nazaret.

Geen vrijblijvend relaas dus, maar een boeiende oproep aan ons eigen christenzijn.

Als ook Lucas’ lezers dat zijn gaan beseffen is zijn missie geslaagd. Want hij schrijft voor de 2de en zelfs al voor de 3de generatie christengemeenschappen en die kunnen een bemoedigende aansporing best gebruiken. Een beetje ingedommeld twijfelen ze: komt die Jezus nog wel terug? Was hij wel de Messias van wie alle heil werd verwacht? Loont het nog wel de moeite ons ervoor in te zetten, ons daaraan moe te maken?

Schud de slaap uit je knoken, zegt Lucas, word wakker en sta op. Wacht niet langer op het juiste moment, wacht niet tot die man of vrouw vol idealen je pad kruist. Schiet zelf in gang. Er zijn mogelijkheden te over.

Een oogoperatie laat een Afrikaans kind terug zien, een beenprothese laat een landmijnslachtoffertje terug lopen, de chirurgen van Mercy Ships, de drijvende hospitalen, voeren levensreddende operaties uit. Artsen, dierenartsen, verpleegkundigen, vroedvrouwen, piloten, leerkrachten, studenten en nog zoveel anderen verleggen hun grenzen, letterlijk en figuurlijk. Vrijwilligers geven hun vrije tijd en hun liefdevolle vriendschap aan verenigingen die armoede en vereenzaming helpen bestrijden, hier vlak bij de deur.

Mensen helen, heil brengen, we hebben geen enkel excuus om het niet te doen.

En denk erom: we worden geruggensteund want Lucas’ verhaal liegt er niet om. Hij schrijft een betrouwbaar boek. Amen.

Bea Duys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.