Goede Vrijdag 2015

V1 en V2 wachten in de onthaalruimte.
V3. komt uit sacristie en gaat zwijgend aan de lezenaar staan.

Inleidende bezinningstekst 

V3.
Toen zij hoorde dat de doodstraf was uitgesproken
kon niemand haar nog tegenhouden.
Zij vluchtte de straat op:
radeloos, tussen een krioelende massa pelgrims,
huilend, tussen een menigte in opgewonden kermisstemming.
Zij liep haastig en schichtig,
baande zich een weg
doorheen een traag slenterende massa.

Zij ontdekte plots een rode bloedvlek op de weg,
op de weg naar Golgotha.
Zij liep als een wilde furie,
duwde de mensen opzij,
en stond plots op de open plek,
even buiten de stadspoort.
Mensen stonden in groepjes toe te zien.
Ze hoorde nog enkele doffe slagen van de hamer,
en toen vielen alle gesprekken stil.

Iedereen keek toe hoe het eerste kruis werd opgericht
met een van pijn verkrampte Jezus erop vastgenageld.
Maria bleef maar toekijken,
zocht met haar ogen naar de trekken van zijn gezicht,
ze zocht naar zijn ogen.
Dat was haar afscheid,
als streelde zij een laatste maal zijn aangezicht.

Een pover afscheid,
midden een menigte die onverschillig en cynisch toekeek.
Zij keek naar de hemel die haar zo duister werd.
Zij keek naar de aarde die zo vijandig leek.
Tussen haar wanhoop en haar angst keek zij in zijn ogen,
in zijn blik,
als altijd een blik vol vrede.

Hij had haar zo dikwijls verteld
dat mensen niet mogen terugslaan, niet mochten haten.
Nu wist zij:
dat was niet ‘zomaar’ een boodschap.
Hij was die boodschap.

En zij fluisterde zijn naam: “Jezus”,
als een gebed,
als een nieuw gebed om vrede,
om kracht tot vergeving.
Manu Verhulst

Intrede

V1 ( met het kruis) en V2 komen binnen in volledige stilte.
Voor het altaar: kruis rechtop (V1houdt het vast). V2 buigt voor het altaar, gaat naar het altaar en leest – zonder enige aankondiging – de eerste lezing (Jes. 53). V1 draait zich om: toont het kruis aan het volk.

V2.
Hij is door de mensen veracht en verstoten,
man van smarten door zijn lijden getekend.

Ze hebben Hem mishandeld
en Hij droeg het gelaten,
Hij uitte nauwelijks een klacht.
Als een lam voor zijn scheerders
was Hij met stomheid geslagen.

Hij werd uit het land der levenden gestoten,
als een goddeloze weggewerkt.
Hij die geen onrecht verdroeg
en geen leugen spreken kon.

Het kwaad van de wereld heeft Hem gebroken,
de misdaad heeft Hem gedood.
Met alle zonden op zijn schouders is Hij gestorven.

Door de mensen veracht,
door ons verstoten,
heeft Hij gedaan wat van Hem gevraagd werd,
heeft Hij de wil van God volbracht.

Aldus sprak de profeet Jesaja.

Bezinnende muziek

Tijdens de muziek plaatst V1.  het kruis in het voetstuk en gaat zitten, idem V2.
Zodra muziek geëindigd is gaat V1. naar het altaar.

V1.
Hier staat het dan, midden onder ons,
midden in het leven: het kruis.
Elk diep verlangen van de mens naar vrede en geluk
wordt doorkruist
door mislukkingen, zwakheid, onmacht en liefdeloosheid:
het kruis in je leven,
ook het kruis in het leven van Jezus;
zijn kruis en ons kruis.

In de duisternis zegt Gij, God: ‘Er is nog altijd licht’.
Waar de dood woont, zegt Gij: ‘Er is leven – ondanks alles’.
Waar pijn mensen verteert, zegt Gij: ‘Ik ben uw hoop’.
Richt onze blik op het kruis van uw Zoon:
teken dat doorheen lijden en dood
het licht, de vreugde, het leven
en de hoop doorbreken.
Wij willen straks bloemen bij dit kruis leggen,
omdat wij de gruwel van dit marteltuig
nooit willen wegmoffelen
en omdat wij geloven dat geweld en machtsmisbruik
niet het laatste woord hebben,
maar wel uw Woord en Boodschap van liefde.

Openingsgebed

V1.
Heer, onze God,
in Jezus Christus, de Gekruisigde,
hebt Gij, eens en voorgoed, de wereld begenadigd en gered.
Het kruis waaraan Hij stierf, is teken van ons heil geworden.
Zegen en bescherm uw mensen die hier samenkomen.
Moge wij in dit uur uw genade ontvangen
en uw barmhartigheid ondervinden.
Wij vragen U dit door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Wij luisteren nu naar het lijdensverhaal van Jezus, de Christus, naar Johannes.

Lijdensverhaal

V2.
Jezus verliet de stad en ging, zijn gewoonte getrouw,
naar de Berg van de Olijven
en zijn leerlingen volgden Hem daarheen.
Toen Hij bij de plaats gekomen was, sprak Hij tot hen:
“Bid, dat je niet bezwijkt in de beproeving”.
Toen ging Hij van hen weg,
een steenworp ongeveer,
viel op zijn knieën, en zei:
“Vader, mocht het uw wil zijn,
neem dan deze beker van Mij weg –
maar niet mijn wil geschiede, maar uw wil”.
Een engel uit de hemel verscheen om Hem te sterken.
Hij raakte in doodsangst en bad nog wanhopiger.
Hij stond op uit zijn gebed.
Hij ging naar zijn leerlingen en vond hen in slaap.
Hij zei tot hen: “Waarom slapen jullie?
Sta op en bid dat je niet bezwijkt in de beproeving”.

V3.
Ontgoocheling. Je voelt je bedrogen.
Je dacht dat je op je vrienden kon rekenen,
maar je staat er alleen voor.
“Konden jullie dan niet één uur met Mij wakker blijven?”
vroeg Jezus.

Slechts één uur meevoelen…
Waar was je toen ik hongerig, dorstig of naakt was,
ziek of gans alleen?

V1.
Terwijl Hij nog sprak,
kwam een menigte op Hem af,
en Judas, één van de twaalf, ging voorop.
Hij liep op Jezus toe en wilde Hem omhelzen.
Maar Jezus sprak tot hem:
“Judas, verraad jij de Mensenzoon met een kus?”

V3.
Liefde en haat liggen dicht bijeen, zegt men.
De ontgoocheling in een vriend of vriendin
kan keihard aankomen.
Conflicten tussen ouders en kinderen zijn misschien daarom
juist zo pijnlijk.

V1.
Allen die om Hem heen waren,
zagen wat er gebeuren ging.
Zij zeiden:
“Heer, zullen wij toeslaan met onze zwaarden?”
en één van hen sloeg naar de knecht van de hogepriester
en hieuw hem zijn rechteroor af.
Maar Jezus kwam tussenbeide en zei:
“Tot hier, niet verder.”
En Hij raakte zijn oor aan en genas hem.

V3.
Je wordt kwaad, gewelddadig zelfs,
“’t Is toch maar normaal zeker als ze je zo behandelen?”
En als je diegene die jou heeft gekwetst, niet kunt raken
dan moeten mensen uit je directe omgeving het maar ontgelden.
Wapens zijn er genoeg:
een scherpe tong, een achterbakse streek of een veeg uit de pan…
Jezus ziet het anders.
Zelfs in deze omstandigheden geneest Hij nog zijn vijanden.
Hij raakt de soldaat zijn oor aan,
misschien in de hoop dat deze knecht
– en de hogepriester zelf –
ooit Gods Woord en bedoeling zullen horen.

V2.
Toen sprak Jezus tot hen,
die naar Hem toegekomen waren,
de hogepriesters, de oversten van de tempelwacht, de ouderlingen:
“Als tegen een rover zijn jullie er op uitgetrokken met zwaarden en stokken.
Toen Ik dag in dag uit met jullie in de tempel was,
heb je geen hand naar Mij uitgestoken.
Maar nu is het jullie uur,
en het uur van de duisternis.”
Met z’n allen overmeesterden zij Hem,
voerden Hem af,
en brachten Hem in het huis van de hogepriester.
Petrus volgde Hem, op grote afstand.

V3.
Zoveel verborgen leed en verdriet in onze wereld.
In het openbaar steekt men vaak geen vinger naar je uit.
Maar als je kwetsbaar bent,
in het donker,
als je naakt en weerloos bent,
dan proberen ze je te overmeesteren.

V1.
Pilatus riep de hogepriesters, de overheden en het volk bijeen,
en zei tot hen:
“Jullie hebben deze mens bij mij gebracht als iemand die het volk opruit.
Dus heb ik hem, in jullie bijzijn, ondervraagd.
Maar ik heb in deze mens niets kunnen vinden
waarop die beschuldigingen zouden slaan
en Herodes ook niet, want die heeft Hem naar ons teruggestuurd.
Dus: door deze mens is niets gedaan waarop de doodstraf staat.
Daarom zal ik Hem laten geselen en dan vrijlaten.”
Toen schreeuwden ze:
“Weg met Hem, laat ons Barabbas vrij”.
Die zat in de gevangenis, wegens oproer in de stad en wegens moord.
Opnieuw riep Pilatus hun toe dat hij Jezus vrij wilde laten.
Maar zij riepen daartegenin:
“Kruisig, kruisig Hem.”
Voor de derde keer zei hij tegen hen:
“Maar wat heeft Hij dan voor kwaad gedaan?
Ik heb niets in Hem gevonden waar de doodstraf op staat.
Dus ik zal Hem laten geselen en dan vrijlaten.”
Maar met hard schreeuwen bleven zij eisen dat Hij gekruisigd zou worden.
De hetze won het pleit:
Pilatus besliste, dat wat zij eisten, gebeuren zou.
De man die in de gevangenis zat wegens oproer en moord,
liet hij vrij, zoals zij geëist hadden.
Maar Jezus leverde hij over aan hun wil.

V3.
In welke wereld leven wij
als de schuldigen worden vrijgesproken
en de onschuldigen veroordeeld?
Als de hetze het wint van het gezond verstand,
als de massa zich laat misleiden en slogans schreeuwt,
met vooroordelen instemt en discriminatie toelaat?
Ook toen ging het zoals het altijd gaat
wanneer mensen menen het recht te hebben
een ander te vernederen:
marteling en bespotting zijn aantrekkelijke werktuigen.
Als een mens een ander in zijn macht heeft
wil hij hem zo klein mogelijk maken.
Aan dit afschuwelijk lot ontkomt ook Jezus niet.
Daar staat Hij:
alleen,
bebloed,
met een stekelige doornenkroon.
Maar Hij staat er ongebroken:
grootheid en kracht blijft Hij uitstralen.
Koning is en blijft Hij.
En Pilatus voelt het.

Korte stilte

V3.

Voor je rechter staan
hij die macht heeft
hij die de wet en straf uitmaakt
hij die beslist over je leven
hier en nu

er vóór staan
stil
zwijgend
weten waarvoor en waardoor je hier terecht komt
(of misschien ook niet)
en niet wijken
blijven staan
blijven kijken
rustig, zeker van jezelf, je zaak, je boodschap
geen haat, geen nijd in je blik
begrip ja
en afwachting
de angst voorbij

deze houding
maakt de rechter angstig
hij twijfelt
hij kijkt je aan
verder en voorbij de beschuldiging
maar zijn macht, zijn recht, zijn ambitie,
zijn droom, zijn zekerheden
mogen niet wankelen

maar deze rechter
voelt zich niet onschuldig meer.
Ida Guetens

V2.
Zij voerden Hem weg.
En zij grepen iemand, Simon van Cyrene die van de akker kwam,
en zij legden het kruis op hem.
Een menigte mensen liep met Hem mee,
veel vrouwen, die Hem beweenden met groot misbaar.

V3.
En dan zijn er altijd ook de omstaanders.
Sommigen worden tegen wil en dank in het drama meegesleurd.
Het zijn de pechvogels die toevallig van de akker komen.
Anderen staan huilend langs de weg.
Jezus vindt dat zij allebei te beklagen zijn.

Gelukkig, ze zijn er:
de mensen met mededogen,
de mensen die je niet in de kou laten staan,
mensen met een ruim hart.

Gelukkig, ze zijn er:
de mensen die kijken met menselijke ogen,
die begrip tonen,
de mensen die je het medeleven van God
laten ervaren.

Jezus,
Gij staat stil bij het verdriet van anderen.
Gij hebt woorden en gebaren van troost
voor barmhartige tranen.
Daardoor spreekt Gij ook tot ons:
ween over uw eigen tekort,
maar vrees niet want Ik ben bij u.
Troost ook anderen, zo leert Gij ons,
dan blijkt het eigen verdriet makkelijker te dragen.

V1.
Nog twee andere misdadigers werden weggevoerd,
om samen met Hem te worden gedood.
En toen zij gekomen waren bij de plaats die Schedel heet,
kruisigden zij hen daar;
de ene rechts, de andere links van Hem.
Eén van hen hoonde Hem:
“Jij bent toch de Messias? Red dan jezelf en ons.”
Maar de ander ging tegen hem in, verontwaardigd, en zei:
“Jij vreest zelfs God niet,
terwijl je toch net als Hij veroordeeld bent?
En wij terecht, wij krijgen ons verdiende loon.
Maar Hij heeft geen kwaad gedaan.”
Toen zei hij:
“Jezus, denk aan mij als je in je Koninkrijk gekomen bent.”
En Jezus sprak tot hem:
“Vandaag nog, zeg Ik je, vandaag nog,
zal jij met Mij in het paradijs zijn.”

V3.
Voor wie zijn eigen fouten inziet en ze durft bekennen
is er nog perspectief, vandaag nog.
In dat duistere moment van veroordeling,
op het moment dat je je verdiende loon krijgt,
is het nog niet te laat.

V2.
Zij verdeelden zijn kleren en lootten erom.
Het volk stond daar, en moest het aanzien.
Maar de overheden stonden te lachen, en zeiden:
“Anderen heeft Hij gered, nu moet Hij zichzelf maar eens redden,
als Hij de Messias is, de uitverkorene van God.”
Ook kwamen de soldaten op Hem toe,
gaven Hem zure wijn te drinken
en hoonden Hem en zeiden:
“Als Jij de koning van de Joden bent, red dan jezelf.”
Boven zijn hoofd was geschreven: ‘Dit is de koning der Joden’.

V3.
Alleen wie zijn leven verliest, kan het redden
en wie het wil redden, die zal het verliezen.
Het is de centrale waarheid van de Blijde Boodschap.
Want je kan alleen een ander redden, nooit jezelf.
Het was dus aan de anderen om Jezus te redden,
ook vandaag nog.

V1.
Het was middag,
het zesde uur ongeveer na zonsopgang.
Duisternis viel over heel de aarde.
Dit duurde tot aan het negende uur.
De zon werd verduisterd.
Het voorhangsel in de tempel scheurde middendoor.
En Jezus riep met luide stem:
“Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.”
En, dit roepende, gaf Hij de geest.

V3.
Het geven van de geest in de handen van het Leven,
waaruit men komt, waarin men terugkeert.
‘Vader, in uw handen leg Ik mijn leven.
Ik heb de mens liefgehad tot aan de grens van mezelf.’
Toen zei iemand: deze mens was waarlijk een rechtvaardige.
Voor wie dít ziet, scheurt het voorhangsel van vele valse tempels middendoor.

Zachte muziek

V3.
In het bewuste uur van sterven
is er duisternis en angst
onweer, gevecht
is er verwarring
fundamentele verlatenheid

in het bewuste uur van sterven
is er warmte en verbondenheid
is er liefde
met alle dierbaren ver en dichtbij
vroeger en nu

in het bewuste uur van sterven
is er licht en verlangen

in het bewuste uur van sterven
is overgave
is vrede
Ida Guetens

Muziek: zwelt aan en loopt nog even door.

Overwegingen en voorbeden

V1.
Voor alle mensen die hun kruis moeten dragen, willen wij bidden,
in het bijzonder voor de lijdenden van onze dagen.

Nauwelijks onderdak, ver van huis, onderweg,
werd Jezus van Nazareth geboren.

V2.
Hem indachtig willen wij bidden
voor de kleinsten, omdat zij het meest weerloos zijn:
voor de ongeborenen aan wie het leven niet is gegund;
voor hen die geboren worden zonder kans op geborgenheid, zonder liefde, zonder thuis;
voor straatkinderen die moeten stelen om te overleven;
voor misbruikte kinderen die levenslang littekens meezeulen;
voor kinderen die gepest worden om hun uiterlijk, hun afkomst;
voor kinderen op de vlucht voor haat en bommenregen;
voor kindsoldaten die geen kind mogen zijn.
Het kind Jezus indachtig, laten wij bidden.
Wij bidden U, verhoor ons, Heer.

V1.
Als jongen van twaalf bleef Hij achter in de drukte van Jeruzalem.
Zijn ouders waren Hem uit het oog verloren.
Hij vond onderdak in het huis van zijn Vader.

V2.
Hem indachtig willen wij bidden
voor de jongeren
die hun weg moeten zoeken in de overdaad van onze consumptiemaatschappij;
die zich op zichzelf terugplooien omdat zij geen uitweg zien;
die overhoop liggen met zichzelf, met hun ouders;
die in de ban zijn van geweld of van verslaving.
De jonge Jezus indachtig, laten wij bidden.
Wij bidden U, verhoor ons, Heer.

V1.
Volwassen geworden had Hij een eerzaam burger kunnen zijn.
Maar Hij verliet have en goed, zijn familie en zijn thuis.
In zijn woonplaats kon Hij niet komen,
Hij werd er beschouwd als een arrogant profeet, en niet getolereerd.

V2.
Hem indachtig willen wij bidden
voor ouders die gebukt gaan onder het leven,
die lijden aan hun kinderen,
voor gezinnen die ontwricht zijn,
voor wie gescheiden zijn, zonder kans op herstel,
voor wie het leven geen leven meer is, alleen maar pijn.
Hem indachtig, die geen steen had om zijn hoofd op te leggen,
laten wij bidden.
Wij bidden U, verhoor ons, Heer.

V1.
Hij heeft gebeden in de woestijn om te weten hoe het verder moest.
Hij heeft gebeden op de berg om te horen wat zijn Vader van Hem wilde.
Hij heeft gebeden in de Hof dat de bittere beker Hem bespaard zou blijven.
Hij heeft gebeden op het kruis:
“Vader, vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen.
Aan U, Vader, vertrouw Ik Mij toe.”

V2.
Hem indachtig willen wij bidden
voor wie oud en ziek, zich van God en iedereen verlaten voelen;
voor hen die huiveren voor de dood die komt,
en niet weten bij wie ze steun kunnen vinden;
voor allen – ook voor onszelf wellicht –
die rusteloos met alle winden meewaaien,
die niet kunnen aarden in de grond onder hun voeten,
die in goede en kwade dagen niet tot gebed kunnen komen.
Hem indachtig, die zich aan zijn Vader durfde toevertrouwen,
laten wij bidden.
Wij bidden U, verhoor ons, Heer.

V1.
Hij verkondigde hoop, licht en leven
aan al wie geblinddoekt, gemuilkorfd, of doof overschreeuwd werden.
Bij Hem stonden op de eerste rij:
de minsten onder de mensen,
de kleinen, niet in tel,
de gestranden aan lager wal.
Zij hadden een gezicht: God keek hen aan.
In de dood zag Hij leven,
in het einde een nieuw begin,
omdat alles eens wordt voltooid in God, die voor Hem, voor ons, een Vader is.

V2.
Hem indachtig willen wij bidden
voor al wie het goed gaat, alles meezit, en met talenten gezegend zijn;
voor hen die kansen kregen, aan wie gezag is gegeven;
voor hen die Jezus’ naam in de mond durven nemen.
Hem indachtig willen wij bidden
voor onze geliefden
die ons zijn voorgegaan,
die hier en nu met ons het leven delen,
die na ons komen, tot alles voltooid is.
Jezus indachtig, als brood gebroken voor de wereld, laten wij bidden.
Wij bidden U, verhoor ons, Heer.

Afsluitend gebed

V1.
God, onze Vader,
Gij weet wat er omgaat in elke mens,
hoe wij uitzien naar het geluk dat de wereld ons niet kan geven.
Verhoor onze gebeden
nu wij hier bijeen zijn om het sterven van uw Zoon te herdenken.
Sta ons bij als wij ons proberen in te zetten
opdat uw Rijk kome op aarde als in de hemel.
Wij vragen U dit door Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest
door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Kruishulde

V1.
Het kruis,
voor ons, christenen,
is dat hét symbool van Jezus’ liefde-voor-de-mens tot het uiterste.

Het is het symbool
dat ons ook leert te geloven in het leven
dat sterker is dan alle dood.
Want het kruis is nooit het einde
niet voor Jezus, niet voor ons.

Laten wij daarom allemaal een bloem leggen bij het kruis.
Een bloem als een kleurig lichtpuntje in de duisternis van Goede Vrijdag,
een bloem als symbool van nieuw leven.

Zachte muziek

Communiedienst

V1.
Als water werd Hij uitgegoten,
als een lam, zo werd Hij geslacht,
als brood, zo werd Hij gebroken.
Zo is Jezus Christus geworden:
leven voor de wereld,
levend brood,
een dienstknecht,
mens voor de anderen.
In dit uur breken wij het brood
om te gedenken dat Hij ons brood geworden is.
Zo verkondigen wij zijn dood totdat Hij komt.

Onze Vader

V1.
Vanuit ons geloof in Jezus als Gods Zoon,
maken wij zíjn woorden tot de onze,
en bidden tot zijn en onze Vader:
Onze Vader…

Communie

V1.
De Heer zegt:
“Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
blijft hij alleen;
maar als hij sterft brengt hij veel vruchten voort.”
“Wie Mij dienen wil, moet Mij volgen
Waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.”
Gelukkig zijn wij
die genodigd zijn aan de tafel die de Heer voor ons bereid heeft.
Dit is het Lam Gods dat de zonden van deze wereld wegneemt…

Muziek

Bezinning                                                                                                                           

V3.
Neerleggen met zachte doeken
met tedere handen
langzaam, voorzichtig
ter rust leggen
op de plaats waar
niet ‘ons’ leven verder gaat

neerleggen, opbergen, bewaren
om te koesteren
die mens, die herinnering, die liefde
die ons leven gaf

uit handen geven
aan een ruimte
die niet meer de onze is
achterlaten
…laten…

ooit
zal de mens uit dit lichaam
in ons
verrijzen
Ida Guetens

Slotgebed                                                                                                                                                                                                                                                             
V1.
Jezus,
in het nieuwstenen graf van een vriend wordt Gij bijgezet.
Drie nachten zult Gij zwijgen achter de gesloten muur,
achter de ruisende bomen.
Drie dagen lang zullen uw vijanden gelijk hebben
en uw vrienden treuren en twijfelen.
Dan staat Gij recht in de ochtend van de verrijzenis,
in de morgen van een nieuwe tijd.
Zie, zegt Gij, Ik leef en gij zult leven.
Wij geloven U, Jezus, wij geloven in U.
Gij zijt het Leven. Amen.
Anton Van Wilderode

Gebed om zegen

V1.
Laten wij allen rechtstaan terwijl Gods zegen wordt afgesmeekt.

Heer, wij bidden U:
laat uw zegen neerdalen over uw volk dat,
in de hoop op zijn verrijzenis,
de dood van uw Zoon heeft herdacht.
Schenk het vergeving en bied het vertroosting.
Laat het geloof groeien en de verlossing voor altijd bevestigd worden.
Door Christus onze Heer. Amen.

V1 + V2 naar voet van het altaar, en vertrekken naar de sacristie.
V3 naar lezenaar. Leest daar onderstaande tekst.

Slotbezinning

V3.
Dat Hij in de steek gelaten werd door zijn beste vrienden,
woog zwaarder dan het kruis.
Hij vroeg niet dat ze voor Hem zouden vechten.
Maar wat Veronica deed,
wat die onbekende vrouwen deden,
dat hadden zijn vrienden ook kunnen doen:
Hem terzijde staan,
en mee de weg gaan tot de laatste halte.

Dat hij verkocht werd door een vriend,
geschat op dertig zilverlingen…
Die pijn was groter
dan de pijn die door zijn wonden sneed.
“Judas zal zich nog wel bedenken” dacht Hij,
“Die komt nog wel om de kruisbalk van mijn schouders te nemen,
om alles weer goed te maken.”
Maar Judas kwam niet terug. Hij ging een andere weg.
Een mens doet immers met zijn leven wat ie wil.
En God bleef zitten met zijn vergeving.

Als inkeer achterwege blijft
en schuld verstikt tot wanhoop,
is zelfs een gekruisigde Christus niet in staat
om een mens te behoeden voor zijn eigen ondergang.
Manu Verhulst

Daarna vertrekt ook V3 in stilte.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen. Bookmark de permalink.