Effata! Open U!

Naarmate we ouder worden, krijgen we meer en meer te maken met ouderdomskwaaltjes. Zo gaan velen onder andere sukkelen met hun gehoor. Een kwaal die als zeer onaangenaam ervaren wordt. In een gesprek telkens weer te moeten vragen : ‘Wat zegt U?’; is uiterst vervelend. De meesten geven dit dan ook tamelijk snel op en houden zich gewoon afzijdig. Een gehoorstoornis leidt daardoor vaak tot een gevoel van ‘er niet meer bijhoren’, een gevoel van isolement. Dat doet mensen verdriet, meer dan wij vermoeden.
Gelukkig zijn er anno 2012 allerlei hoorapparaten verkrijgbaar, die heel wat gehoorproblemen voor een groot deel kunnen verhelpen.

Toch zijn er spijtig genoeg ook mensen die doof geboren worden.
Wanneer een kind doof geboren wordt, kan het ook niet leren praten. Het leert immers spreken door de klanken van medemensen na te bootsen, en als het kind doof is kan het die klanken uiteraard niet horen. Ook hier bestaan er tegenwoordig verschillende methoden om een doof kind toch min of meer te leren praten, maar het blijft zeer moeilijk, en hun uitspraak is zelden correct.

Taal is nochtans onmisbaar in een mensenleven. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, worden we overspoeld door taal. We gebruiken taal in gesprekken, in brieven en mails. Taal hebben we nodig om in contact te treden met elkaar, en om te horen en te lezen wat er in de wereld gebeurt. Maar ook voor onze persoonlijke bezinning en reflectie hebben we woorden nodig om te weten en te beseffen wat er in ons innerlijk leeft.

De mens die vandaag in het evangelie bij Jezus gebracht wordt, is niet in staat om taal te gebruiken. Hij is doof, en spreekt moeilijk. Hij kan niet communiceren met de mensen rondom hem.
Naar mijn mening zouden we dit wonderverhaal echter onrecht aandoen als we ons hier zouden beperken tot de genezing van dove oren en het herstellen van de spraak.
Het evangelie verbindt nu eenmaal altijd datgene wat toen is gebeurd met ons mensen, die het verhaal heden horen of lezen. Dit genezingsverhaal heeft iets met ons te maken, ook al is er met onze oren en onze tong helemaal niks aan de hand.

Christus heeft namelijk altijd de ganse mens op het oog: de mens met zijn lichaam en ziel, met al zijn inzichten, zijn gevoelens, zijn geloof.
Het gaat hier dan ook om meer dan alleen maar een uiterlijke genezing.
Dit verhaal staat symbool voor het genezen van onze geestelijke doofheid en stomheid.

De doofstomme staat hier als beeld voor ons zelf.
Door de duizenden gegevens en geluiden die wij alle dagen weer moeten verwerken, bij zoveel woorden, worden wij doof.
Vaak luisteren we met een soort filter en horen alleen datgene wat ons aangenaam in de oren klinkt en wat natuurlijk ook ons eigen standpunt bevestigt. Ongewenste nieuwe ideeën of datgene wat ons zelf in vraag zou kunnen stellen, worden gewoon niet gehoord. Hoeveel misverstanden ontstaan er niet omdat we maar met een half oor luisteren?

Dit stukje uit de Schrift horen we misschien al voor de zoveelste keer, maar wat de tekst ons persoonlijk wil zeggen, dringt niet of maar zeer langzaam tot ons door.

Als we hier echt naar God luisteren, horen we nochtans: ‘Ik ben een bevrijdende en nabije God.
Ik zie wel hoe jullie vaak opgesloten zitten in je menselijke onmacht: door eenzaamheid, door de druk van wat er allemaal moet, door de angst om wat mensen van je vinden of zullen denken, het verdriet om wat er in je leven niet is gegaan zoals je zou willen, waarin jijzelf en anderen tekort zijn geschoten.’
Allemaal dingen waardoor wij mensen vast kunnen komen te zitten, verstomd raken.

Zulke mensen zijn ernstig gehandicapt. Maar tegen hen zegt Jezus: Wees niet bang. Effeta: ga open.

Jezus wil ook onze oren openen en onze tongriem losmaken opdat we zouden luisteren naar zijn boodschap die ons Gods bedoelingen vertelt en hierover durven getuigen. Maar ook opdat we naar de verhalen en vooral het hulpgeroep van medemensen zouden luisteren en daar niet doof voor zijn. Dat we hen troostend nabij zijn. Opdat we luisterend open staan voor elkaar, en ook onuitgesproken signalen oppikken.

Zo worden wij, u en ik, in deze viering uitgenodigd om ons van onze doof- en stomheid te laten bevrijden. Laten we God dan ook bidden om zijn ‘Effata’ voor alles wat in ons doof en stom is, opdat wij moedig en doelbewust, de liefde van God in onze dagelijkse wereld zouden kunnen uitdragen. Amen.

Monique Van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.