Christus, koning van het heelal

Joh. 18, 33b-37

Dat feest vieren we vandaag: Christus, koning van het heelal. Het heelal. Dat is alles. Dat is heel ver reikend. Ik was, lang geleden, jong en lid van V.K.S.J.,Vlaamse Katholieke Studerende Jeugd. We droegen een uniform, hadden een vaandel en hielden op geregelde tijden formaties op het speelplein van de school. Er werden leuzes gescandeerd, er werden strijdliederen gezongen en met gestrekte arm werd de groet aan de vlag gebracht. Op het Christus-Koningfeest was die groet bestemd voor het Christusbeeld op het plein.
Ik hield niet van dat feest. Het maakte me triest. Was de hulde te militair? In elk geval vond ik ze te hol, te veel show, niet passend bij het beeld dat ik van Jezus had. Maar ja, het was bijna midden de 20-ste eeuw, nationalistisch idealisme was overal troef. De Kerk kon niet achterwege blijven. Het feest werd ingesteld door paus Pius XI in 1925. De christenen hadden nu officieel hun koning en zijn feest.
Waarop steunt dat feest eigenlijk? Is het bijbels onderbouwd? We hebben zo juist de betreffende lezingen gehoord. Apokalyps. Openbaring. Laatste boek van de heilige schrift. Uit het Grieks vertaald betekent het woord: het verborgene ontbloot. Wat is dat verborgene dan wel en voor wie werd het toegankelijk? Apokalyps is in de eerste eeuw, in de tijd van Johannes, een courant literair genre. De gezwollen beeldtaal van dat genre bracht het bombastisch karakter van Christus-Koning- vieringen in mijn jeugd weer in herinnering. Het is visioentaal van profeten. In het fragmentje vandaag wordt getuigenis afgelegd van het verworven inzicht dat de mislukte, schandelijk aan het kruis gestorven oproerkraaier Jezus van Nazareth, de verwachte Messias is, de Christus, de Zoon van God. Het was in de tijd van Johannes een wereldschokkende openbaring.
Dat inzicht is nog altijd schokkend. Wie het te aanstootgevend vindt, heeft er zich al lang van afgekeerd of acht het belachelijk ongeloofwaardig, en spot ermee. Toch is het de ultieme openbaring waaruit het christendom ontstond en nog altijd zijn bestaan put. Dat Jezus liefhad tot in de dood, en dus verrees, is de legitimatie voor zijn koningschap. Dat leert ons dit stukje Apokalyps vandaag.
We mogen dan al iets hebben tegen de barokke visioentaal, het visioen zelf kunnen we niet missen. Zonder toekomst, zonder visioen verdort het leven. Het visioen wordt ons in het evangelie aangereikt door Jezus zelf. Jezus is bij Pilatus voorgeleid. Het wordt een gesprek van man tot man. Het is een confrontatie tussen autoriteit ontleend aan het establishment (P) én het natuurlijke gezag van een sterke persoonlijkheid (J). Bent u de koning der Joden? Broeit er hier rebellie? Dat is het enige wat Pilatus interesseert, want onrust in het gebied waarover hij bevoegd is, wordt bedreiging voor zijn status. Zijn vraag is een politiek geïnspireerde vraag. Een machtsvraag. Jezus antwoordt hem met een persoonlijke tegenvraag. ”Hebt ge zelf die mening over mij, of is het van horen zeggen?” Pilatus wil niet de persoonlijke toer op en weert af: ik ben geen jood, niet geïnteresseerd in een discussie met u. Ik ben een Romeinse autoriteit. Geef rekenschap. Wat hebt ge gedaan? Zeg ne keer…
Ieder van ons kan zo soms geprangd geraken tussen hamer en aambeeld. Jezus en Rome. Het is dan de kunst diplomatisch de geit en de kool te sparen, zegt men. Het wordt zelfs gezien als levenskunst. We hebben niemand op dat stuk iets te verwijten, zelfs aan Pilatus niet. Was Pilatus op het gesprek ingegaan, dan was het misschien voor hem bevrijdend geworden, zoals elk gesprek met Jezus is. Maar niet dus. Jezus stelt Pilatus gerust. Mijn koningschap is niet van deze wereld. Machtsvertoon is niet aan de orde. Juist daardoor wordt het gesprek voor ons wel vruchtbaar. Het geeft Jezus de kans ons het visioen te schenken: een koninkrijk, niet van deze aarde. Zijn koningschap vraagt niet om gevierd te worden met triomfalistisch geschal maar vergt van ons een bedachtzaam en continu op hem georiënteerde levenswandel. Eerlijk en waarachtig, zonder omwegen. Jezus Christus als koning is geen bezetter. Hij nodigt uit. Als we gaan samen werken, zegt de koning, zal je verbaasd zijn, zal de wereld verbaasd zijn. Want er zal dan altijd iets veranderen, nieuw worden, in jou, in die wereld door jou. Naarmate ik mijn levenshouding op die van Jezus richt, wordt Hij mijn koning. Naarmate ieder van ons hier, dat doet, wordt Hij onze koning: in deze parochie,in Schilde of waar we ook thuis zijn. Hij wordt de koning van de christenen. We maken soms weer iets van dat koninkrijk zichtbaar in: een glimlach, wat aandacht, wat hulp, zelfbeheersing, geduld, een stem van protest bij onrecht, ontmaskering van leugen. Er verandert dan iets in ons dagelijkse, aardse bestaan, en daardoor, nog ongemerkt, in de geschiedenis van de mensheid.
Zichtbaar maken. Weer. Altijd opnieuw. Want Christus’ koninkrijk is niet absoluut in deze wereld. Het is er niet eens en voor altijd. Het is niet een statisch gegeven. Het is een mogelijkheid, het is komend. Het kan altijd weer opnieuw door ieder van ons gerealiseerd worden. Het is de dynamische spiritualiteit van hoop die christenen drijft.
Daarom bidden we: uw rijk kome. Nu. Altijd weer. Niet met een jaarlijks gevierde intronisatie. Dat is slechts de buitenkant. De binnenkant is het paradoxale inzicht dat dit koninkrijk er wél absoluut al is maar nog niet absoluut in deze wereld. Jezus laat daarover geen twijfel bestaan. Het koninkrijk omringt ons, we leven er midden in. Zo dadelijk zingen of zeggen we het toch: Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid. Zichtbaar, tastbaar in de wereld, wordt die heerlijkheid pas mogelijk door ons en door alle goede, heilige mensen die ons zijn voorgegaan en die ons zullen volgen. En we bidden verder: Uw wil geschiede op aarde als in de hemel. Dat gebeurde in Jezus: snijpunt van verbondenheid met de Vader en liefde voor de mensen. Jezus is Gods liefde, het koninkrijk is die liefde. Jezus is het koninkrijk waarnaar we verlangen. Die grenzeloze liefde is onze uiteindelijke bestemming en die begint al nu.
Het kerkelijk jaar eindigt vandaag met het feest van het mystieke koningschap van de Christus. Het nieuwe liturgisch jaar begint volgende week ook weer met een groot verlangen naar de komst van de Heer. Advent. Dan wordt het weldra kerstmis. Alles begint opnieuw maar er is geen breuk. Het is een nooit eindigende cirkel van verlangen naar God, naar de absolute liefde.

Helena Oomes

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.