Christus Koning A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
Christus Koning A (20/11/2011)


Begroeting

Welkom wij allen die genodigd zijn aan de tafel van de Heer: in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Wij vieren vandaag het feest van Christus-Koning.
Hoe dat Koninkrijk eruit ziet, wordt ons verteld in het evangelie.
Het is een Rijk van liefde,
waar hongerigen worden gevoed,
vreemdelingen worden opgenomen en zieken bezocht.
Zo heeft Christus ons het Koninkrijk voorgeleefd.
Dat Rijk ligt niet alleen in de toekomst,
maar begint nu reeds op aarde.

Vergevingsmoment

Bekeren wij ons tot de gezindheid van Jezus Christus,
die onze koning en herder is.

– Heer,
vergeef ons als we geen aandacht hadden voor de anderen
die op onze steun rekenden,
als wij hen in de kou lieten staan.
Heer, ontferm U over ons.

– Christus,
vergeef  ons als wij onze fouten niet onder ogen willen zien
en de anderen steeds de schuld geven.
Christus, ontferm U over ons.

– Heer,
vergeef ons als het woord “naastenliefde” te veel een begrip is,
en ons niet tot daadwerkelijke inzet leidt.
Heer, ontferm U over ons.

Moge God als een goede herder naar ons omzien,
onze tekorten vergeven
en ons eenmaal thuisbrengen bij Hem. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.
Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.
Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed

God,
in Jezus hebt Gij ons uw bekommernis geopenbaard
voor de zwaksten onder uw mensen.
Doe ons daarin van harte delen.
Leg uw liefde in ons neer,
opdat wij, daarvan vervuld,
ons hart laten spreken in aandacht en zorg,
in gastvrijheid en vergevingsgezindheid,
in breken en delen.
Wij vragen U dit door Jezus, onze Heer. Amen.

Lezingen

Laten we met de stem van ons hart luisteren naar Gods Boodschap.

Eerste lezing (Ezechiël 34,11-12.15-17)
Uit de Profeet Ezechiël
11       Zo spreekt de Heer God,
Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen.
12       Zoals een herder omziet naar zijn schapen als die verdwaald zijn,
zo zal Ik omzien naar mijn schapen
en ze veilig terugbrengen van alle plaatsen
waar ze verstrooid zijn geraakt
op de dag van wolken en dichte duisternis.
15
       Ik zal zelf mijn schapen weiden
en ze zelf een rustplaats wijzen
– godsspraak van de Heer God.
16       Het verdwaalde dier zal Ik zoeken,
het verlaten dier terughalen,
het gewonde dier verbinden,
het zieke dier sterken,
maar de vette en sterke dieren verdelgen;
Ik zal ze weiden zoals het hoort.
17       U, mijn schapen, zo spreekt de Heer God,
Ik ga rechtspreken tussen het ene schaap en het andere.
tussen de rammen en de bokken.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (1 Korintiërs 15,20-26.28)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
20       Christus is opgestaan uit de doden,
als eersteling van hen die ontslapen zijn.
21       Want omdat de dood er is door een mens,
is de opstanding van de doden er ook door een mens.
22       Zoals allen sterven in Adam,
zullen ook allen in Christus herleven.
23       Maar ieder in zijn eigen rangorde:
als eersteling Christus,
vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren.
24       Daarna komt het einde,
wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen,
na alle heerschappij en macht en kracht te hebben onttroond.
25       Want Hij moet het koningschap uitoefenen,
tot Hij zijn voet heeft gezet op al zijn vijanden.
26       En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood.
28
       En wanneer alles aan Hem onderworpen is,
dan zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen
aan degene die alles aan Hem onderwierp.
Zo zal God alles in alles zijn.
KBS Willibrord 1995


Evangelie
(Matteüs 25,31-46)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

31       Wanneer de Mensenzoon komt,
bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen,
dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid.
32       Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden,
en Hij zal ze van elkaar scheiden,
zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.
33       De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen,
de bokken aan zijn linkerhand.
34       Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen:
`Kom, gezegenden van mijn Vader,
neem het koninkrijk in bezit
dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt.
35       Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven,
Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven,
Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen.
36       Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed,
Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien,
Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.”
37       Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden:
`Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien
en U te eten gegeven,
of dorstig en U te drinken gegeven?
38       Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien
en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed?
39       Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien
en zijn we naar U toe gekomen?”
40       De koning zal hun antwoorden:
`Ik verzeker jullie,
alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan,
heb je voor Mij gedaan.”
41       Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan
en tegen hen zal Hij zeggen:
`Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur,
dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen.
42       Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven,
Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven,
43       Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen,
Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed,
Ik was ziek en zat in de gevangenis
en jullie hebben niet naar Me omgezien.”
44       Dan zullen ook zij antwoorden:
`Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig
of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis
en hebben we U niet geholpen?”
45       Dan zal Hij hun antwoorden:
`Ik verzeker jullie,
alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan,
heb je ook niet voor Mij gedaan.”
46       Zij zullen naar de eeuwige straf gaan,
maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God die onze Vader is.

Hij is de hartenklop van ons bestaan.
Hij heeft de wereld aan onze handen toevertrouwd.

Ik geloof in Jezus, Gods mensgeworden Zoon.

Hij heeft ons voorgeleefd wat liefde kan.
Hij blijft aanwezig in woord en brood tot Hij komt.

Ik geloof in de Geest die ons tot liefde roept.

Hij schenkt ons aan elkaar als licht en troost.
Hij roept ons samen in de gemeenschap van de Kerk.
Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aan te bieden.

Bidden wij tot God
die zijn Zoon heeft aangesteld tot koning van het heelal.

– Voor de Kerk.
Dat zij een zichtbaar teken mag zijn van Gods Rijk hier op aarde.
Dat zij, naar het voorbeeld van Jezus,
zorg draagt voor het geluk van alle mensen
en zo een plaats mag zijn waar niemand uitgesloten wordt.
Laten we bidden…

– Voor de leiders in Kerk en wereld.
Dat zij hun macht niet misbruiken,
zich niet laten leiden door zucht naar aanzien,
maar door dienstbetoon en vergevingsgezindheid.
Laten we bidden…

– Voor onszelf.
Dat wij ons vorstelijk gedragen door milde en meelevende mensen te zijn.
Dat wij in een wereld waarin nog zo veel geweld en onrecht heerst,
ons mogen inzetten voor vrede en gerechtigheid.
Laten we bidden…

God,
Gij die uiteindelijk onze koning zijt,
maak ons tot een koninklijk volk van mensen
die elkaar liefhebben en dienen.
Voer ons uw paradijs tegemoet
en doe ons wonen in uw Rijk van vrede,
hier en nu, vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.
Bert Robben

Voorbeden 2

God, Schepper van hemel en aarde,
macht en glorie zijn aan U niet besteed.
Bij U gaat het om vrede en verzoening.
Daarom durven wij U bidden.

– Bidden wij voor uw Kerk,
die te vaak haar macht misbruikt
door gelovigen dwingende voorschriften op te leggen.
Moge zij zich vooral laten inspireren door uw Woord van liefde en bevrijding.
Laten we bidden…

– Bidden wij voor gelovigen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen,
bang als ze zijn om niet gezien te worden
en daarom anderen wegdrukken.
Moge zij een voorbeeld nemen aan Jezus
die zichzelf tot de minste van alle mensen maakte.
Laten we bidden…

– Bidden wij voor mensen zonder enig aanzien,
naar wie niemand omziet.
Moge zij hun vertrouwen richten op de goede Herder
die oog heeft voor álle schapen van de kudde, grote zowel als kleine.
Laten we bidden…

– Bidden we ook voor de Vips van onze wereld
die slechts denken in termen van geld en macht.
Dat zij oog krijgen voor Christus-Koning
die regeert met liefde en mededogen.
Laten we bidden…

God,
die onze diepste gedachten kent,
die al onze uiterlijkheden doorziet,
laat uw Rijk van vrede en gerechtigheid komen.
Zend Jezus in ons midden, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven

God, Vader van alle mensen,
ook nu weer roept uw Zoon ons samen rond deze tafel.
Hier laat Hij zich herkennen bij het breken van het brood,
en nodigt ons uit om, Hem achterna, ook ons leven te delen.
Voed ons en sterk ons om U te dienen in elkaar
en vooral in onze minste medemensen.
Dan wordt deze maaltijd een voorsmaak
van het hemelse gastmaal in uw Koninkrijk. Amen.

Tafelgebed

Wij willen U danken,
Heer, onze God,
omdat Gij ons ruimte en vrijheid geeft,
liefde en leven,
omdat Gij onze bondgenoot zijt.
Wij willen U danken voor al wat ons leven inhoud en betekenis geeft:
voor het wonder van de natuur
en voor het feit dat wij daarin geroepen worden
als beheerders van uw schepping.
Daarom,
met alle engelen en heiligen,
met allen die reeds leven bij U in uw koninkrijk
loven en prijzen wij U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Gezegend zijt Gij,
omdat Gij U aan ons openbaart
als een God van mensen,
als een God die liefde is.
En die ons, uw mensen,
zendt om die boodschap van liefde
uit te dragen.
Als symbool van zijn liefde voor ons
nam Jezus, uw Zoon,
in de nacht waarin Hij werd overgeleverd
brood in zijn handen,
dankte U,
zegende het en gaf het aan zijn vrienden met de woorden:
“Neem en eet hiervan,
dit is mijn lichaam voor u,
gegeven en gebroken.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak  de dankzegging uit en gaf hem rond met de woorden:
“Dit is de beker van het nieuwe verbond in mijn bloed,
vergoten voor u en alle mensen
tot vergeving van zonden.
Telkens gij dit brood breekt en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”
Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij wederkomt.
Wij belijden dat Jezus de Messias is,
dat Hij is opgestaan uit de doden,
dat Hij is opgevaren naar U
en dat Hij zijn Geest gezonden heeft.
Wij geloven dat Hij ons zendt
om vrede te stichten op aarde,
om recht te doen aan alle mensen
en om hoopvol uw dag tegemoet te gaan, Heer.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn Heer, onze God,
in de eenheid van de heilige Geest,
nu en alle dagen en in uw rijk dat komen zal. Amen.

Onze Vader

Onze Vader, al zo lang onderweg
van de hemel naar de aarde,
uw naam worde geheiligd,
nooit meer in gevechten
van volk tegen volk,
van man tegen man.

Uw naam worde gedaan en doorgegeven
in gerechtigheid en vrede
van mens tot mens,
van land tot land,
over heel de wereld.

Laat komen uw Rijk door allen
die herboren zijn in mensen van vrede en mededogen.

Laat gebeuren in ons midden
wat wij hebben uitgesteld tot in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood
en zoveel inzicht dat wij weten
wat ons werkelijk tot vrede en tot toekomst strekt.

Vergeef ons dat wij U tegenhielden
in zoveel mensen, eeuwen lang.

En leid ons weg uit de verleiding van macht en geweld,
maar verlos ons, vandaag nog,
van een wereld voor enkelen,
en open die wereld van God-en-mens-met-z’n-allen. Amen.

Vredewens

Hij die tot ons gesproken heeft,
die onze dienaar werd, de minste van allen,
Hem noemen wij Koning en Messias,
Mens van God,
Dienaar van de vrede.
Moge zijn vrede met ons zijn
dit uur en al onze levensdagen,
opdat wij mensen van God zouden worden.
En geven wij elkaar een hartelijk teken van onze vredeswil.

Lam Gods

Communie

Gebroken en gedeeld als dit brood
leerde onze Koning ons
dat wij onszelf en ons leven moeten delen met elkaar,
dat al wat wij doen voor de minsten van de zijnen
wij voor Hem hebben gedaan.
Dit voorbeeld voor ogen, doet ons stamelend bidden:
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning

         Heer, wanneer hebben we U gezien ?

Mensen hebben ogen,
ze kijken in het leven,
maar zien zo vaak de mens naast hen niet.
Die mens is beeld van God.

Ik had honger
en jij hebt van het weinige dat je hebt, gedeeld.

Ik was vreemdeling
en jij hebt mij niet veroordeeld.
Je zei als enige in de buurt dat ik welkom was,
en vroeg of je ergens mee kon helpen.

Ik was naakt en compleet berooid
door die aardbeving,
door de plunderende soldaten.
Je hebt je ingezet voor een eerlijke wereld.

Ik was ziek,
ziek van eenzaamheid,
ziek van ellende
en je maakte tijd voor mij.
Je kwam elke dag eens langs
en ik mocht weer mens naast je zijn.

Ik was gevangen
gevangen in vooroordelen, roddels en achterklap.
Je bent in kleine dagelijkse dingen  met me meegegaan,
elke dag, met vallen en opstaan.
Kom nu maar tot mij, zegt God.

Slotgebed

De belangrijkste toetssteen voor het leven van een christen
is de zorg en de liefde voor de allerarmsten.
Met mijn verstand begrijp ik dat wel, God,
– het evangelie laat daarover geen twijfel bestaan
maar met mijn hart heb ik er vaak de grootste moeite mee.
Open mijn ogen, Heer,
opdat ik U herken
in het gelaat van een arme of een zieke medemens.
Geef me de durf
heel mijn leven open te stellen voor kleinen en zwakken
en hen, in Jezus’ naam, heel graag te zien.
naar Erwin Roosen

Zending en zegen

Met het feest van Christus-Koning sluiten wij het liturgisch jaar af.
Tegelijk ook een jaar waarin de evangelist Matteüs onze voorganger was.
Vanaf volgende  week zullen we,
een nieuw liturgisch jaar lang,
voorlezen uit het evangelie van Marcus.
Moge de woorden van dit boek vlees en bloed worden in ons leven.
God, die jaar na jaar met ons meegaat, zegent ons:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.