Beloken pasen C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
Beloken Pasen C-jaar (15 04 2007)

Begroeting

Welkom op deze eerste samenkomst
sinds de herdenking van de verrijzenis van onze Heer.
Moge Hij dit samenzijn zegenen:
in de naam + van de Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.


Openingswoord 1

De gebeurtenissen bij het graf zijn achter de rug.
Jezus is ook reeds verschenen aan enkele vrouwen.
Maar voor de leerlingen is het nog steeds geen Pasen geweest.
Hun Paasfeest speelt zich af ná Pasen, vandaag,
wanneer de verrezen Heer bij hen binnenkomt,
ondanks alle sloten op deuren en vensters.

We kunnen ons afvragen
in hoeverre Pasen reeds werkelijkheid is geworden in ons persoonlijk leven.
Of  Pasen ook voor ons slechts een zaak is geweest
van loze geruchten en ontroerende verhalen,
die uiteindelijk weinig om het lijf hadden.

Mocht dat zo zijn, dan doen wij er goed aan
bij het begin van deze viering de Heer om vergeving te vragen.

Openingswoord 2

Daar staat hij, Thomas,
gebroken, ontredderd, eenzaam, zonder antwoord,
uitzichtloos en verslagen.
Ze moeten hem niets meer wijsmaken.
Met eigen ogen heeft hij zijn Vriend
zien hangen aan het kruis, dood.
Dat beeld kan hij niet meer van zich afzetten.
Het achtervolgt hem,
hij droomt ervan,
schrikt ervan wakker.
Het zal je maar overkomen,
je vriend, je hoop, je alles zien wegbloeden.
Uit de dood is nog nooit iemand teruggekomen.
Verlaten loopt hij rond in Getsemane.
Hij zoekt bij het meer.
Hij gaat de plaatsen na waar ze samen zijn geweest.
Hij wil Hem terug, maar hij weet het: zijn Vriend is dood.
En dan komt hij thuis bij de anderen.
Ze zeggen: ‘Thomas, Hij is hier geweest, Hij leeft.’
‘Je moet me niets wijsmaken’ roept hij ontredderd, ‘IK WIL HEM ZIEN!!!’

Net als Thomas vragen ook wij vaak onomstotelijke bewijzen.
Wij weten wel :
geloven houdt altijd iets in zich van ‘niet zien’, … van onvoorwaardelijkheid.
Omdat we dat toch zo weinig in praktijk omzetten
vragen wij om vergeving:


Vergevingsmoment

Misschien behoren we
tot het slag van de eeuwige twijfelaars,
draaien rond de pot, onzeker over onszelf;
het slag dat alles in vraag stelt.
Toch hopen wij de Levende Heer te mogen zien.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.

Misschien behoren we
tot het slag van de zelfverzekerden
die nooit twijfelen,
die altijd weten en béter weten,
het slag dat overal een uitroepteken bij plaatst.
Toch hopen wij de Levende Heer te mogen zien.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.

Misschien zwalpen we
voortdurend tussen zekerheid en twijfel,
met wankele hoop uitkijkend naar de toekomst,
met alle vragen van dien.
Toch hopen wij de Levende Heer te mogen zien.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.

God, bij wie liefde  het eerste en het laatste woord is,
vouw ons open
zodat wij voor U en voor elkaar toegankelijk worden. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.
Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer.
Amen.


Openingsgebed 1

God en Vader,
laat het woord van Jezus, de Levende,
klinken in ons midden,
en bewerk onder ons
het wonder van Pasen,
het wonder van genezing en bevrijding,
opdat ook wij,
bezield door uw Geest,
die geest zouden uitstralen en uitdragen,
vandaag en al onze dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 2

God, het levende voorbeeld van Christus
brengt ons op de goede weg,
op het spoor van uw liefde en waarheid.
Leer ons zien met de ogen van het geloof
en help ons uw Zoon te herkennen, hier midden onder ons.
Breng ons veilig bij U thuis voor alle eeuwigheid. Amen.

Lezingen (Hand. 5,12-16 – Joh. 20,19-31)
Luisteren wij dan nu naar de Heer, die ons toespreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Hand. 5,12-16)
Uit de Handelingen van de apostelen.

12 Door de handen van de apostelen
gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk.
Eensgezind bevonden zij zich allen in de Zuilengang van Salomo.
13 Geen buitenstaander durfde zich met hen in te laten,
maar het volk sprak met grote waardering over hen.
14 Steeds weer sloten zich mensen aan die in de Heer geloofden,
grote groepen mannen en vrouwen;
15 zelfs droeg men de zieken de straat op
en legde hen daar neer op een bed of een matras,
in de hoop dat wanneer Petrus voorbijkwam
in ieder geval zijn schaduw op een van hen zou vallen.
16 Ook de bevolking uit de steden rondom Jeruzalem
stroomde in groten getale toe;
ze brachten zieken mee en mensen
die te lijden hadden van onreine geesten,
en allen werden genezen.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing
(Apok., 1,9-11a. 12-13; 17-19)
Uit de Openbaring van de apostel Johannes

9        Ik, Johannes, uw broeder en uw deelgenoot in de verdrukking,
en in het koninkrijk en de verwachting van Jezus,
ik bevond mij op het eiland Patmos
omwille van Gods woord en het getuigenis van Jezus.
10       Ik raakte in geestvervoering op de dag van de Heer,
en ik hoorde achter mij een stem, luid als een trompet,
11       die riep: `Schrijf wat u ziet op in een boek,
en stuur het aan de zeven gemeenten.
12       Ik keerde mij om, om te zien wie mij had aangesproken.
En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaars,
13       en tussen de kandelaars iemand als een Mensenzoon,
gekleed in een gewaad dat tot de voeten reikte,
en met een gouden gordel om zijn borst.
14       Zijn hoofdhaar was wit als sneeuwwitte wol,
en zijn ogen vlamden als vuur.
15       Zijn voeten waren als koperbrons dat in de oven is gegloeid,
en zijn stem klonk als het gedruis van vele wateren.
16       In zijn rechterhand had Hij zeven sterren,
uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard,
en zijn gelaat schitterde als de zon in haar kracht.
17       Toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten.
Maar Hij legde zijn rechterhand op mij en zei:
`Wees niet bang.
Ik ben het, de eerste en de laatste,
18       de levende. Ik was dood, en zie,
Ik leef tot in alle eeuwigheid,
en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.
19       Schrijf op wat u gezien hebt,
zowel wat nu is als wat hierna zal gebeuren.
KBS Willibrord 1995


Evangelie
(Joh. 20, 19-31)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Johannes.

19       Op de avond van die eerste dag van de week
waren de leerlingen bij elkaar.
Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden, kwam Jezus.
Ineens stond Hij in hun midden en zei: `Vrede!’
20       Na deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de Heer zagen.
21       `Vrede’, zei Jezus nogmaals.
`Zoals de Vader Mij gezonden heeft,
zo zend Ik jullie.’
22       Na deze woorden ademde Hij over hen.
`Ontvang de heilige Geest’, zei Hij.
23       `Als jullie iemand zijn zonden vergeven,
dan zijn ze ook vergeven;
als jullie ze niet vergeven,
dan blijven ze behouden.’
24       Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd,
was er niet bij toen Jezus kwam.
25       De andere leerlingen vertelden hem:
`We hebben de Heer gezien.’
Maar hij zei:
`Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin;
ik wil ze met mijn vingers voelen.
Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde voelen.
Anders geloof ik niet.
26       Acht dagen later waren de leerlingen weer bijeen,
en nu was Thomas erbij.
Hoewel de deur op slot was, kwam Jezus.
Ineens stond Hij in hun midden en zei: `Vrede!’
27       Vervolgens richtte Hij zich tot Thomas:
`Kijk maar, hier zijn mijn handen;
kom nu maar met je vinger.
En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen.
Wees niet langer ongelovig, maar gelovig.’
28       Hierop zei Thomas: `Mijn Heer! Mijn God!’
29       Jezus zei:
`Omdat je Me gezien hebt geloof je?
Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.’
30       Nog veel andere tekenen heeft Jezus
voor de ogen van zijn leerlingen verricht,
die niet in dit boek zijn neergeschreven.
31       Die welke u hier vindt, zijn neergeschreven
opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God,
en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam.
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Thomas erkende in Jezus zijn Heer en zijn God.
Laten wij samen datzelfde geloof uitspreken.

Ik geloof dat het leven mij geschonken werd
door God, onze Vader, bron van liefde.
Ik geloof dat ik geroepen ben
om mee te werken aan een toekomst
die voor elke mens menswaardig is.

Ik geloof in die uitzonderlijke mens
die niet geleefd heeft voor zichzelf.
Ik geloof in die mens
die wij kennen als zoon van mensen
en zoon van God,
die een ereplaats gaf aan mensen
die over het hoofd werden gezien.

Ik geloof dat zijn Geest onder ons werkt
als wij in zijn naam samen zijn
en wij elkaar levenskansen geven.
Ik geloof dat zijn Geest
ons telkens weer aanspoort
om naar elkaar om te zien
en zo mensen te worden met en voor elkaar.

Ik geloof dat ons leven
niet zal eindigen in het zinloze niets,
maar dat wij eens zullen leven
bij de bron van liefde die ons dit leven schonk.
Amen.

Voorbeden 1

Spijts zijn twijfel en zijn ontmoediging, haakte Thomas niet af,
maar bleef hij trouw samenkomen met zijn medeleerlingen.
Zo kon Hij Jezus ontmoeten.
Bidden wij dat ook wij, als geloofsgemeenschap,
trouw blijven aan elkaar
en zo God zien oplichten in mensen met wonden en littekens.

– Geef ons een teken, Heer,
dat Gij leeft in mensen die ons voorgaan met bezielende, profetische woorden,
in mensen die ons met hun daden bemoedigen en zo ons leven oriënteren op U.
Laten wij bidden…

– Geef ons een teken, Heer,
dat Gij leeft in mensen die zich inzetten voor de wereldvrede,
voor een rechtvaardige verdeling van de rijkdommen
en voor een duurzame samenleving.
Laten wij bidden…

– Geef ons een teken, Heer,
dat Gij leeft in hen die, getekend door het leven,
anderen opbeuren en troosten, en zó een levend teken zijn van opstanding.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

Heer, wees ons nabij in ons zoekend geloven.
Spreek tot ons hart
en houd ons gaande op de weg naar U en naar elkaar.  Daarom bidden wij:

– Moge de Heer ons helpen
wanneer wij proberen
om mensen, die opgesloten zitten in zichzelf, te verlossen;
om de kreupelen in onze samenleving te leren lopen;
om blinden de ogen te openen.
Laten wij bidden…

– Moge de Heer ons moed en doorzettingsvermogen geven
om anderen, dichtbij en veraf,
tot steun te zijn,
met hen solidair te worden,
niet alleen met woorden, maar ook metterdaad.
Laten wij bidden…

– Moge de Heer bevrijding schenken aan allen,
die hun geloof ervaren als een druk
omdat ze opgevoed zijn met het beeld van een afstandelijke, straffende God,
Moge hun geloof tot een zegen en vreugde worden.
Laten wij bidden…

– Moge de levende aanwezigheid van de Heer
ons hart openbreken
zodat wij in staat zijn om met elkaar samen te leven
in respect voor elkaars eigenheid en cultuurverschillen,
als één gemeenschap, één van hart en één van ziel.
Laten wij bidden…

Gebed over de gaven

God, samen aan tafel gaan,
hetzelfde brood eten en uit dezelfde beker drinken,
is zeggen dat we bij elkaar horen
en het willen opnemen voor elkaar.
Zo kan Jezus, telkens weer,
als bevrijder verrijzen,
en ons oproepen
om in zijn geest met elkaar om te gaan,
en ons in te zetten om anderen te helpen
tot opstanding te komen. Amen.

Tafelgebed

God, hoe wonderlijk zijn de wegen die Gij met ons gaat.
Gij roept ons bij onze naam om medemens te zijn,
om schouder aan schouder de weg van het leven te gaan,
om te groeien naar uw beeld en gelijkenis.

Wij danken U voor allen
die ons woorden van hoop en vrede toespreken,
die ons nabij blijven in uren van angst en onzekerheid,
in uren van pijn en eenzaamheid,
die met ons meegaan
en ons doen groeien tot nieuwe levenskracht.

Wij danken U
voor al het goede en het geluk dat wij mogen ervaren,
voor wat ons mild en hoopvol stemt,
voor wat ons nieuwe perspectieven aanreikt,
voor wat onze diepste levenskrachten aanspreekt.
Daarom richten wij ons tot U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig…

Gij die telkens weer de mens bezielt,
Gij die telkens weer geroepen wordt bij wieg en graf,
bij rouwen en bij ‘ houden van ‘,

Naar U wordt uitgezien als naar een hemel die ons wacht:
Jezus Christus,
die zich als brood voor de wereld heeft geschonken.

Toen de wereld Hem niet meer aanvaardde,
zijn stem niet meer gehoord mocht worden,
zijn genezende aanwezigheid verdwijnen moest,
heeft Hij ten afscheid brood genomen,
het gebroken en gezegd:
“Dit ben ik, mijn leven, mijn droom,
u in handen gegeven,
opdat er leven mag zijn voor iedereen.”

Hij heeft de beker genomen
en doorgegeven met de woorden:
“Neem deze van mij over en drink eruit,
mijn bloed voor u vergoten, een nieuw begin.
Blijf dit doen om mij niet te vergeten.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij bidden,
open ons hart
voor de vragende aanwezigheid van mensen,
open onze ogen,
opdat wij het zoeken van mensen zouden zien,
open onze oren,
opdat wij het diepste verhaal van mensen zouden horen.
Geef dat wij ons zo bewust mogen worden
dat breken en delen het geheim is van samen-leven.

Zo komen wij op het spoor van Jezus,
die mensen doet opstaan uit onmacht en verlamming,
en bouwen wij mee aan een wereld
waar ruimte is voor iedereen,
waar mensen met elkaar de weg van het leven gaan.

Wij bidden voor hen
die een stuk levensweg met ons zijn meegegaan,
voor hen die op ons rekenen,
voor hen die naast ons staan
en ons bemoedigen.
Wij gedenken ook hen
van wie wij afscheid hebben genomen;
ook al zijn zij gestorven,
zij blijven tot ons spreken en ons inspireren.

Beziel ons met uw Geest,
boetseer ons tot mensen voor mensen,
evenbeelden van uw zorg om alles en allen.
Maak onze handen vrij
en leer ons brood breken, wereldwijd;
leer ons hoop schenken
aan de mensen van nu en morgen.

Geef dat het zichtbaar is dat wij uw mensen zijn,
levende wezens van tastbare liefde,
van voelbare toekomst,
van een levende God.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu, en tot in eeuwigheid.
Amen.


Onze Vader

“Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend ik jullie” zei Jezus.
Als gezondenen willen wij, in Jezus’ spoor,
bidden tot Zijn en ons aller Vader:
            Onze Vader…

Onze toekomst ligt geborgen in uw hand, Heer onze God.
Sterk ons geloof zodat wij door onze daden
boodschappers zijn van uw belofte:
dan zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
            Want van U is het koninkrijk….


Vredeswens

Breek onze gesloten deuren open, Heer,
Moedig ons aan
opdat wij, zoals destijds de jonge christen-gemeenschap,
krachtig getuigenis afleggen van uw verrijzenis.
Moedig ons aan
opdat ook wij onze rijkdom en onze persoon
uitdelen aan al wie daaraan behoefte heeft.
Dan zullen wij uitgroeien tot een volk van vrede,
één van hart en één van ziel.
De vrede van de Heer zij altijd met U.
En geven wij elkaar een hartelijk teken van vrede.


Communie

Telkens weer werd Jezus herkend aan het breken van het brood.
Mogen ook wij hem herkennen als Hij tot ons zegt:
‘Vrede, kom aan tafel
want ik breek Mijzelf tot voedsel voor jullie.’
Heer, ik ben niet waardig….


Bezinning 1

Met een handvol kleine, zwakke, machteloze men­sen
is het ooit begonnen.

Vanuit hun onmacht,
hun angst en ontgoocheling
hebben zij de handen in elkaar geslagen,
en zijn ze op weg gegaan.
Waarheen?
Ze wisten het zelf niet.
Ze zouden wel zien…

Ze deelden wat ze hadden,
brood en wijn,
huis en goed.
Uit het samen bidden putten zij de kracht
om te blijven doorgaan
en hielden ze de droom wakker
die Jezus in hen gewekt had.

Vanuit deze verbondenheid
zetten ze de kleine dagdagelijkse stappen
die haalbaar waren.
En dat was heel wat.
Zo groeide indertijd nieuw leven
in een sterven­de wereld.

Waarom zou dat nu niet kunnen?
Carlos Desoete

Bezinning 2

Leven in geloof
is wat anders dan
altijd opgetogen zijn.
Vaak is het vooral:
tóch maar doorgaan,
al zie je nauwelijks resultaat;
het uithouden met jezelf
en met elkaar,
ook al zie je veel mislukken.
Tóch doorgaan
ondanks zoveel
dat je verdrietig maakt.
Trouw blijven
aan wat ons werd toevertrouwd.

Je ziel niet laten verbitteren
maar het goede in elkaar behoeden.
Teleurstellingen niet koesteren
maar het uithouden
en geduld opbrengen,
als een wachter in de nacht
die de onbegrijpelijkheid van wat gebeurt,
doorstaat.
Ook het onbegrijpelijke van God.

Vasthouden aan de hoop
dat er telkens iets nieuws kan groeien.
En dat mens-zijn
en menswaardigheid
mogelijk zijn.

Vasthouden aan het geloof
dat op deze vreemde aarde
zoiets ongehoords
als ‘liefhebben’
toch gebeuren kan.
En de verwondering gaande houden.


Slotgebed 1

God, bron van ons leven,
ook vandaag nog leeft het geloof
van dat handjevol mensen verder.
Maak van ons mensen,
die op dezelfde manier
de handen in elkaar slaan
en samen op weg gaan.
Mensen die vertrouwen,
ook al weten we niet altijd
waarheen we op weg zijn.
Mensen die delen.
Mensen die de droom van Jezus
blijven wakker houden.
Mensen die zich blijven laven
aan de Bron van alle liefde. Amen.

Slotgebed 2

Heer onze God, hoe verdeeld wij soms ook zijn,
prent ons in het hart
dat leven alleen zin heeft en nieuwe gloed krijgt
wanneer het wordt gedeeld met mensen om ons heen.
Stimuleer ons met uw liefde
opdat wij elkaar blijven zoeken met de liefde die vrede sticht,
deze dag en al onze dagen. Amen.

Zending en zegen

Als paasmensen mogen wij in de eucharistie elkaar bij de Heer ontmoeten.
Moge zijn Geest voortaan ons hart en onze gemeenschap bezielen
tot hoop en opstanding.
Daartoe zegene ons de levenwekkende God:
+ Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.