Allerheiligen C 2010

 


Begroeting

Welkom hier, op het feest van Allerheiligen,
het feest van hen die getekend zijn
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Als wij ‘heiligen’ horen,
denken we meestal aan heiligen die op de kalender staan.
Elke dag is immers de naamdag van een of meerdere heiligen.

Heiligen zijn geen supermensen.
Het zijn gewone mensen met fouten en gebreken,
maar wel mensen die in hun leven meer aan anderen
dan aan zichzelf hebben gedacht.
Mensen die naar Jezus’ voorbeeld anderen gelukkig maakten.

Er zijn ook veel heiligen van nog niet zo lang geleden,
mensen die we gekend hebben,
maar die geen beeld hebben of geen naam op de kalender.
We denken aan mensen die gestorven zijn,
lieve en goede mensen die leefden zoals Jezus het bedoelde
en die heilig zijn in het hart van hun familie en vrienden.

Er zijn veel heiligen die nu nog leven.
Als we naar Jezus’ voorbeeld anderen gelukkig maken,
als wij Gods licht doorlaten en uitstralen,
dan kunnen ook wij heilig worden of zijn.
vrij naar Puurs

Vergevingsmoment

– God, onze Vader,
zich afwenden van U betekent: vallen.
Zich toewenden naar U betekent: opstaan.
Als wij in U blijven, staan wij op vaste grond.
Heer, ontferm U over ons.

– God, onze Moeder,
weggaan van U betekent: sterven.
Terugkeren tot U betekent: herleven.
Wonen in U betekent: leven.
Christus, ontferm U over ons.

– Geest van God,
door U komt ons geloof in beweging,
naar U hunkert onze hoop,
met U zijn wij in Liefde verenigd.
Heer, ontferm U over ons.
    naar Augustinus

God, Gij die licht en duisternis gescheiden hebt,
verdrijf de donkerte van droefheid, onzekerheid en weerbarstigheid.
Omkleed ons met uw warmhartigheid
en laat ons volop leven in het licht van goedheid, waarheid en schoonheid. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed

Het is niet gemakkelijk, Heer,
om te leven zonder voorbeelden.
We hebben mensen nodig
van hier en nu, en van vroeger,
die ons met hun leven inspireren.
Dank U voor de heiligen,
van nu en van toen,
die ons een duidelijk voorbeeld stellen.
Die ons tonen hoe het is
om voor U
en vanuit verbondenheid met U te leven. Amen.
Kerk & Wereld

Lezingen

Luisteren wij naar God die ons toespreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Openbaring 7,1-2.9-14)

Uit de openbaring van de apostel Johannes

2   Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen van de opgang van de zon,
met het zegel van de levende God.
Hij riep met luide stem tot de vier engelen,
aan wie macht gegeven was
om schade toe te brengen aan land of zee:
3   `Breng geen schade toe aan land of zee of aan de bomen
voordat wij de dienstknechten van onze God
met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.’
4   Daarop vernam ik het aantal getekenden:
honderdvierenveertigduizend uit alle stammen van de Israëlieten:
9   Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon,
uit alle rassen en stammen en volken en talen.
Zij stonden voor de troon en voor het lam,
in witte kleren en met palmtakken in de hand,
10  en luid riepen zij:
`De redding komt van onze God,
die op de troon zetelt, en van het lam!’
11  Alle engelen stonden rondom de troon,
samen met de oudsten en de vier dieren,
en zij wierpen zich neer voor de troon en aanbaden God:
12  `Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank
en eer en macht en sterkte aan onze God
tot in alle eeuwigheid, amen!’
13  Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei:
`Wie zijn dat in die witte kleren en waar komen zij vandaan?’
14  Ik antwoordde hem:
`Heer, dat weet ú.’
Toen zei hij:
`Dat zijn degenen die uit de grote verdrukking komen,
die hun kleren hebben wit gewassen in het bloed van het lam.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (1 Johannes 3,1-3)

Uit eerste brief van de apostel Johnnes

Vrienden,
1   Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!
Wij worden kinderen van God genoemd,
en we zijn het ook.
De wereld kent ons niet,
omdat zij Hem niet heeft erkend.
2   Geliefden,
nu al zijn wij kinderen van God,
en wat wij zullen zijn is nog niet verschenen;
maar wij weten dat,
wanneer Hij zal verschijnen,
wij aan Hem gelijk zullen zijn;
want wij zullen Hem zien zoals Hij is.
3   Wie dit van Hem verwacht,
maakt zich rein,
zoals Jezus rein is.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Mattteüs 5, 1-12)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Matteüs

1   Bij het zien van deze menigte ging Jezus de berg op,
en toen Hij was gaan zitten,
kwamen zijn leerlingen bij Hem.
2   Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak:
3   `Gelukkig die arm van geest zijn,
want hun behoort het koninkrijk der hemelen.
4   Gelukkig die verdriet hebben,
want zij zullen getroost worden.
5   Gelukkig die zachtmoedig zijn,
want zij zullen het land erven.
6   Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
7   Gelukkig die barmhartig zijn,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8   Gelukkig die zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
9   Gelukkig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10  Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid,
want hun behoort het koninkrijk der hemelen.
11  Gelukkig zijn jullie, als ze jullie uitschelden en vervolgen
en je van allerlei kwaad betichten vanwege Mij.
12  Wees blij en juich,
want in de hemel wacht jullie een rijke beloning.
Zo hebben ze immers de profeten vóór jullie vervolgd.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Als leden van de gemeenschap van alle heiligen
scharen wij ons rond onze God, en belijden wij ons geloof.

Ik geloof in God die de wereld heeft bestemd
voor het geluk van de mensen.
Hij nodigt ons uit om deel te hebben aan zijn liefde.

Ik geloof in Jezus Christus,
die aan de liefde van God
gestalte heeft gegeven.

Hij heeft zich ingezet om mensen te bevrijden.
Hij is hierin zo ver gegaan dat
Hij er zijn leven voor heeft gegeven.

Ik geloof dat zijn Geest nog steeds
mensen blijft bezielen
en oproepen om de weg van de liefde te gaan.

Ik geloof in mensen die in zijn voetsporen treden
en die hun daden richten naar wat Hij heeft voorgeleefd.
Zij zijn het zout der aarde.
Zij zijn het licht der wereld.

Tot die gemeenschap van mensen wil ik behoren
want ik wil meebouwen aan Gods eigen droom:
‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
waar het goed is om te leven voor allen’. Amen.

Voorbeden

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aan te bieden.

– Dankbaar gedenken we alle heiligen.
Voor ons zijn zij lichtende voorbeelden.
Moge zij bij God voor ons ten beste spreken.
Laten we bidden…

– Dankbaar gedenken we allen die ons heilig zijn,
onvergetelijke mensen uit onze eigen omgeving.
Moge ook zij bij God voor ons ten beste spreken.
Laten we bidden…

– Dankbaar gedenken we allen die op onze dagen
in de geest van Jezus, in de geest van zijn bergrede,
anderen tot heil zijn, anderen helpen helen.
Laten we bidden…

Voor al deze intenties en voor alles wat ons ter harte gaat, bidden wij:

Gebed over de gaven


Heer onze God,
deze gaven zijn de eerlijke pogingen
van onze inzet voor kleinen en zwakken.
Aanvaard dit brood en deze wijn
van hen die zuiver van hart willen zijn.
In brood en wijn deed Jezus ons voor
hoe wij anderen in liefde kunnen omarmen.
Met uw steun zullen wij volharden. Amen.

Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig …

Laten wij nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laten wij nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laten wij nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laten wij nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die Boodschap blij kunnen worden.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rond reiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rondreiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.

Onze Vader

In het vertrouwen dat God ook ons vaderlijk nabij wil zijn,
mogen wij tot Hem bidden met de woorden die Jezus ons heeft voorgezegd.
Onze Vader…

Verlos ons, Heer, van alle kwaad.
Geef ons tekenen van hoop
wanneer moedeloosheid ons bedreigt.
Laat ons mensen ontmoeten die ons door hun inzet laten zien
dat de kracht van uw nabijheid sterker is dan onze weerbarstigheid.
Dan zullen wij voor elkaar een stukje hemel op aarde kunnen zijn
en hoopvol kunnen uitzien naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens

God en Vader,
de eeuwen door hebben mensen
aan uw woord van vrede
handen en voeten gegeven.
Zij waren het lopend vuur
dat werelden van kilte verwarmde.
Zegen ook ons tot vredebrengers voor elkaar.
Die vrede van de Heer, zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijke blijk van Gods vrede.

Lam Gods


Communie

Gelukkig als wij hongeren en dorsten naar gerechtigheid
want dan zullen wij verzadigd worden door de Heer die zichzelf tot voedsel gaf.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Gelukkig de eenvoudigen van geest
die niet zelfingenomen leven,
hun veiligheid niet zoeken in dingen die vergaan,
zelfs niet in eigen voortreffelijkheid,
want God zal hun vreugde geven
waarvoor geen woorden zijn.

Gelukkig de treurenden
die pijn hebben om het kwaad
in eigen hart en in de wereld
want ze zullen ervaren
hoe God van hen houdt.

Gelukkig de zachtmoedigen
die nooit macht of geweld aanwenden
maar met zachte moed dienstbaar zijn,
want in Gods trouw
ligt hun leven geborgen.

Gelukkig die hongeren naar gerechtigheid,
geen leugen toelaten in hun hart
en het vooral opnemen
voor de weerlozen en armen,
want aan hun diepste verlangens
zal God vervulling geven.

Gelukkig de barmhartigen
die zich laten raken
door het verdriet van anderen en
de pijn helen
van wie door hardheid werd gewond,
want God zal hun barmhartig zijn.

Gelukkig de zuiveren van hart
die niet leven voor de schone schijn
en die hun hart gericht houden
op de echte dingen van het leven,
want eenmaal zullen zij God zien
van aangezicht tot aangezicht.

Gelukkig zij die de vrede van hun hart
naar anderen brengen,
want God draagt zorg voor hen
zoals een vader voor zijn kinderen.

Gelukkig zij die het lijden  voor gerechtigheid
niet laf ontlopen
en het tot het einde toe moedig dragen,
want zij werken mee
aan Gods droom over de wereld.

Bezinning 2

Er is een huis voor ieder mens.
Een huis dat ‘hemel’ heet of eeuwigheid.
En wand voor wand, heeft God dat huis
bij voorbaat al gekleed
met paarlemoeren vreugden ,
met heilige mensen.
Als wij eens dankbaar konden zijn.
Vandaag al, om het licht
dat wazig maar in hoop gehuld
het heerlijk vergezicht
van morgen laat vermoeden.
Dan zou ons ongeduldig hart
dat moe werd aan de tijd
genezen
en tot moed gewekt
op voorhand al verblijd zijn
en tot vrede komen
met alle heiligen om ons heen.
God heeft ons een warm huis ingericht
met licht en bloemen voor het raam
en als wij straks gaan,
met lichte tred en vuur in d’ogen
zal alles in ons zingen.
Aan alle pelgrims die ik ken,
wens ik een blij gemoed
en gouden vriendschap onderweg,
een God die ons behoedt
zolang de weg nog duurt
dichtbij met al zijn heiligen.

Slotgebed

Eeuwige God,
Vader van alle mensen in de wereld,
we danken U
omdat we ons uw kinderen mogen noemen.
We danken U omdat we ons deelgenoot mogen voelen
van die grote stoet van gelukkigen en heiligen,
mensen van vroeger, van vandaag en van de toekomst.

We mogen gelukkig zijn, zoals de armen van geest,
gelukkig zoals de zachtmoedigen
en als degenen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid.
Gelukkig mogen we zijn als de barmhartigen,
gelukkig zoals degenen die eerlijk en oprecht zijn,
gelukkig zoals de vredebrengers.

Wat een feest dat we deelgenoot mogen zijn
bij het breken van het brood.

Kom, heilige Geest,
zodat we dit geluk met anderen mogen delen.
Inspireer ons om ware brengers van geluk en heil te zijn.
naar Midden onder U

Zending en zegen

Om, door woord en daad, licht te zijn in de duisternis,
en troost te brengen waar angst en droefheid overheerst,
worden wij gezonden,
gezegend en geheiligd door onze God,
die voor ons wil zijn: + Vader, Zoon en Geest. Amen.

 

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.