Allerheiligen C 2007

 

Begroeting

In de hand die ons aanraakt, heelt en heiligt
ervaren wij Gods hand
die ons drievoudig zegent:
+ als Vader, als Zoon en heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Allerheiligen is niet het feest van de heiligen
die tussen de plooien van de Roomse heiligenkalender zijn geglipt.
Het is een volksfeest.
Het hemelvisioen van Johannes
laat daarover geen twijfel bestaan:
rond Gods troon staan massa’s
– groten en kleinen, machtigen en onaanzienlijken –
een bonte wemeling van mensen
uit alle rassen en stammen en volkeren en talen.

De ‘zaligsprekingen’ leggen een link
tussen enerzijds
allen die ons, generaties lang, zijn voorgegaan op de weg naar de hemel;
en anderzijds
de levenden die – hier en nu –
in hun doen en laten,
in hun manier van zijn,
iets van die hemel zichtbaar maken
midden onder ons.

Laten wij,
vooraleer ons bij die laatste groep aan te sluiten,
God om barmhartigheid bidden
omdat wij het leven voor elkaar
lang niet altijd gemakkelijk maken.

Vergevingsmoment

In de bergrede horen we Jezus zeggen:
“Werp je niet op als rechter,
dan zul je zelf niet veroordeeld worden.
Met de maat waarmee jij anderen meet,
zal ook jij gemeten worden’.
Heer, ontferm U over ons.

In de bergrede horen we Jezus zeggen:
“Let niet voortdurend op een splinter in andermans oog,
want wellicht zie je dan de balk in je eigen oog niet.”
Christus, ontferm U over ons.

In de bergrede horen we Jezus zeggen:
“Behandel anderen
zoals je wilt dat zij jou behandelen.”
Heer, ontferm U over ons.

Met zijn beschermende en vergevende hand
wil God ons begeleiden op de weg naar het eeuwige leven. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed

Heer God, Vader van alle mensen,
wij vieren vandaag alle heiligen,
mensen van alle volken, rassen en talen.
Gij voedt hen allen gelijkelijk met uw gaven
en met uw zegen van omhoog.
Gij roept ons op om te leven
volgens uw Wet van liefde
verwoord in de Bergrede en de Zaligheden.
Uw droom is het dat wij zo groeien
tot kinderen van éénzelfde Vader,
één van hart, U toegewijd
en lotsverbonden met elkaar begaan
alle dagen van ons leven.  Amen.
Ward Vanoverbeke


Lezingen
Luisteren wij met de oren van ons hart naar de woorden uit de Schriften.

Eerste lezing (Openbaringen 7,1-2.9-14)
Uit de openbaring van de apostel Johannes

2        Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen van de opgang van de zon,
met het zegel van de levende God.
Hij riep met luide stem tot de vier engelen,
aan wie macht gegeven was
om schade toe te brengen aan land of zee:
3        `Breng geen schade toe aan land of zee of aan de bomen
voordat wij de dienstknechten van onze God
met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.’
4        Daarop vernam ik het aantal getekenden:
honderdvierenveertigduizend uit alle stammen van de Israëlieten:
9        Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon,
uit alle rassen en stammen en volken en talen.
Zij stonden voor de troon en voor het lam,
in witte kleren en met palmtakken in de hand,
10       en luid riepen zij:
`De redding komt van onze God,
die op de troon zetelt, en van het lam!’
11       Alle engelen stonden rondom de troon,
samen met de oudsten en de vier dieren,
en zij wierpen zich neer voor de troon en aanbaden God:
12       `Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank
en eer en macht en sterkte aan onze God
tot in alle eeuwigheid, amen!’
13       Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei:
`Wie zijn dat in die witte kleren en waar komen zij vandaan?’
14       Ik antwoordde hem:
`Heer, dat weet ú.’
Toen zei hij:
`Dat zijn degenen die uit de grote verdrukking komen,
die hun kleren hebben wit gewassen in het bloed van het lam.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(1 Johannes 3,1-3)
Uit eerste brief van de apostel Johnnes

Vrienden,
1        Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!
Wij worden kinderen van God genoemd,
en we zijn het ook.
De wereld kent ons niet,
omdat zij Hem niet heeft erkend.
2        Geliefden,
nu al zijn wij kinderen van God,
en wat wij zullen zijn is nog niet verschenen;
maar wij weten dat,
wanneer Hij zal verschijnen,
wij aan Hem gelijk zullen zijn;
want wij zullen Hem zien zoals Hij is.
3        Wie dit van Hem verwacht,
maakt zich rein,
zoals Jezus rein is.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Matteüs 5,1-12)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Matteüs

1        Bij het zien van deze menigte ging Jezus de berg op,
en toen Hij was gaan zitten,
kwamen zijn leerlingen bij Hem.
2        Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak:
3        `Gelukkig die arm van geest zijn,
want hun behoort het koninkrijk der hemelen.
4        Gelukkig die verdriet hebben,
want zij zullen getroost worden.
5        Gelukkig die zachtmoedig zijn,
want zij zullen het land erven.
6        Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
7        Gelukkig die barmhartig zijn,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8        Gelukkig die zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
9        Gelukkig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10       Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid,
want hun behoort het koninkrijk der hemelen.
11       Gelukkig zijn jullie, als ze jullie uitschelden en vervolgen
en je van allerlei kwaad betichten vanwege Mij.
12       Wees blij en juich,
want in de hemel wacht jullie een rijke beloning.
Zo hebben ze immers de profeten vóór jullie vervolgd.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis
Als leden van de gemeenschap van alle heiligen
scharen wij ons rond onze God, en belijden wij ons geloof.

Ik geloof in de mens,
in de innerlijke goedheid van de mens.
Ik geloof in een wereld waar wij allen kunnen leven
in respect en eerbied voor elkaar, wie we ook zijn.

Ik geloof niet in oorlog, onverschilligheid en hardheid
als basis voor ons bestaan;
maar in goedheid, liefde, vergeving en vrede.
Ik geloof dat we samen aan deze wereld van liefde
moeten bouwen, in woord en daad.

Ik geloof dat Jezus Christus ons de weg heeft getoond
om dit in deze wereld waar te maken.
Ik geloof dat Hij door zijn leven, lijden en dood
ons deed inzien welke de echte waarden zijn in het leven.

Ik geloof ook dat ik door navolging van Hem
opgenomen word in de verbondenheid met Hem
die Jezus Christus zijn Vader noemde.
En ik geloof op grond van de verrijzenis van de Heer
in de voltooiing van de wereld
wanneer wij allen in liefde zullen samenleven
in de Geest van de Vader en de Zoon.
Amen.


Voorbeden

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aan te bieden.

– Zegen, God, de eenvoudigen van hart,
mensen zonder eigendunk, zonder preten­ties,
onbevangen genoeg om het leven te waarderen als een gave, als een wonder.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, de treurenden,
mensen die steeds opnieuw gecon­fronteerd worden
met de keerzijde van ons mensenbestaan,
die altijd weer geslagen worden door het noodlot.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, de zachtmoedigen,
mensen die vertrouwen schen­ken
en steeds weer het goede in anderen weten wakker te roe­pen.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, die hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
mensen die uw droom niet opgeven
en zich blijven inzetten voor een leefbare wereld voor allen.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, de barmhartigen,
mensen die vergeving kunnen schenken,
die de weg naar de ander openhouden en nieuwe kansen geven.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, de zuiveren van hart,
mensen recht door zee,
eerlijk en zonder bij­bedoelingen.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, de vredestichters,
mensen die mild zijn in hun oordeel,
anderen niet afbre­ken,
altijd trachten op te bouwen.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, zij die met een scheef oog bekeken worden
omdat ze durven opkomen voor gastvrijheid die niet selectief is;
omdat zij voor de rechten van de zwakkeren door het vuur durven gaan.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, zij die betwijfelen of er nog leven is na de dood,
laat hen mensen ontmoe­ten die rust en zekerheid uitstralen
omdat zij geloven dat Gij een God van levenden zijt.
Laten wij voor hen bidden…

– Zegen, God, onze doden die niet uit ons leven verdwenen zijn.
Omkleed hen met de mantel van uw warme liefde.
Laten wij voor hen bidden…

Gebed over de gaven

God en Vader,
Gij brengt mensen, heel verschillend,
bijeen rondom uw tafel.
Maak ons, als kinderen van dezelfde Vader,
één van hart,
toegewijd aan U
en met elkaar begaan.
Help ons als wij willen delen wat wij hebben en zijn.
Heilig ons tot inzicht van wat Gij voor ons wilt zijn.
Dan wordt deze maaltijd hier
de afglans van het hemels bruiloftsmaal
waarop Gij ons en allen uitnodigt
voorgoed en in eeuwigheid. Amen.

Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig …

Laten wij nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laten wij nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laten wij nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laten wij nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die boodschap blij kunnen worden.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rond reiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rondreiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn.
Amen.

Onze Vader

Heer, leer ons bidden,
zonder grote woorden,
in de stilte van ons hart.

Dat uw naam mag klinken
alle dagen van ons leven,
als een zegen voor alles wat leeft.

Dat uw rijk zichtbaar mag worden
in ons zoeken naar gerechtigheid,
in ons geloof dat bergen verzet.

Dat uw wil,
mag geschreven zijn in ons hart;
dat wij trouw mogen zijn aan uw verbond.

Wees voor ons dagelijks brood,
dat wij met anderen delen.

Wees voor ons vergeving en verzoening;
wil ons aanvaarden, maak ons nieuw
en geef dat wij anderen hun fouten vergeven.

Wees voor ons bevrijding van alle kwaad:
open ons hart en onze geest,
dat wij voor anderen,
een zegen mogen zijn. Amen.


Vredeswens

God en Vader,
de eeuwen door hebben mensen
aan uw woord van vrede
handen en voeten gegeven.
Zij waren het lopend vuur
dat werelden van kilte verwarmde.
Zegen ook ons tot vredebrengers voor elkaar.
Die vrede van de Heer, zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijke blijk van Gods vrede.

Lam Gods

Communie

Gelukkig als wij hongeren en dorsten naar gerechtigheid
want dan zullen wij verzadigd worden door de Heer die zichzelf tot voedsel gaf.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Gelukkig wie met zichzelf kunnen lachen.
Hun pret kan niet op.
Gelukkig wie van een molshoop geen berg maken.
Veel kopzorgen blijven hun bespaard.
Gelukkig wie op tijd en stond kunnen rusten en gezellig niksen.
Zij zullen hun evenwicht bewaren.
Gelukkig wie kunnen zwijgen en luisteren.
Zij zullen veel bijleren.
Gelukkig wie zichzelf niet al te ernstig nemen.
Vooral hun omgeving zal dat op prijs stellen.
Gelukkig wie, zonder zich op te dringen, oog en oor hebben voor andermans problemen.
Bij hen vind je troost; bij hen vind je je geloof in jezelf terug.
Gelukkig wie kleine dingen serieus nemen, en bij serieuze dingen rustig blijven.
Zij zullen het ver schoppen in het leven.
Gelukkig wie van een glimlach kunnen genieten, en een hard woord kunnen vergeten.
Hun levensweg is zonovergoten.
Gelukkig wie mild zijn voor andermans fouten.
Voor de samenleving zijn het naïevelingen,
maar dat is nu eenmaal de prijs van de naastenliefde.
Gelukkig wie nadenken vooraleer te handelen, en bidden vooraleer na te denken.
Zij zullen zelden stommiteiten doen.
Gelukkig wie hun mond houden en glimlachen als iemand op hun tenen trapt.
Het woord des Heren schiet wortel in hun hart.
En vooral gelukkig wie de Heer herkennen in al wie ze ontmoeten.
Zij hebben het ware Licht en de echte Wijsheid ontdekt.
Joseph Folliet

Slotgebed

God van ons leven,
wij danken U voor al uw heiligen, die ons zijn voorgegaan:

voor profeten en apostelen
en voor de vrouwen die getuigden;

voor hen die geschiedenis maakten
en voor allen die in de schaduw bleven;

voor wie gebeden hebben in stilte
en voor wie luidkeels riepen om gerechtigheid;

voor wie hun leven gaven om u te dienen
en voor wie bezweken zijn onder een ondraaglijk kruis;

voor de vurige getuigen en de sterke strijders
en voor de stille hoorders en de zwijgende doeners;

voor bezielende mensen die anders geloofden dan wij
en voor al die anderen die uw zaak behartigden zonder uw naam te kennen;

voor onze ouders, onze grootouders,
voor allen die er in ons leven waren,
ons een teken gaven
of ons een weg gewezen hebben;

voor alle heiligen van vandaag,
waarvan Gij en Gij alleen de namen kent.

Wij danken U voor wat Gij hun gegeven hebt
en voor wat Gij door hen geeft aan ons.

Help ons, in hun spoor,
tot het einde toe uw weg te gaan
uw heil te zoeken,
uw naam te eren. Amen.
naar W.R. van der Zee

Zending en zegen

Het zou mooi zijn
als we op het einde van deze dienst
één letter mochten veranderen in het woord ‘Allerheiligen’:
de ‘r’ vervangen door een ‘n’.
Dan zouden wij ‘allen heiligen’ zijn.
Laten wij van hier heengaan
om van die Godsdroom werk te maken.
Op zijn zegen mogen wij alvast rekenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.