7e zondag door het jaar C 2007

Begroeting

Laat ons deze bijeenkomst rond het altaar van de Heer
plaatsen onder de bescherming
van de + Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Vandaag krijgen wij een evangelietekst te horen
die – zacht uitgedrukt – heel gemengde gevoelens oproept:
“Heb je vijanden lief”.

Volkswijsheden als ‘poets wederom poets’ en ‘oog om oog, tand om tand’
verwoorden wellicht veel beter
onze gevoelens tegenover al wie ons dwarsbomen.

Jezus gaat daar lijnrecht tegen in: “Heb je vijanden lief.”
En als je dat kunt opbrengen, voegt Hij eraan toe,
dan toon je dat je begrepen hebt
wat echt christen-zijn betekent.

Met die maat gemeten
ziet het er met ons christen-zijn wellicht niet zo mooi uit.
Laat ons dus maar beginnen met onze schuld te erkennen
en God en onze naasten – vriend en vijand – om vergeving te vragen.

Vergevingsmoment

Heer, we leven samen met mensen van verschillende culturen,
van verschillende levensopvattingen en gezindheden;
we moeten ook samenleven met mensen die wij geen goed hart toedragen.
Toch zegt Gij ons: “Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is”.
Neem ons mee op uw weg van verdraagzaamheid en geweldloosheid.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Heer, uw leven van belangeloze liefde moet ons tot voorbeeld zijn.
Maar steeds weer – bewust of onbewust – zijn we op zoek naar eigen profijt,
naar eigen belang eerst,
en laat het geluk of ongeluk van anderen ons ijskoud.
Neem ons mee op uw weg van medemenselijkheid.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, soms botst onze inzet en goede wil op muren van onbegrip en ijzeren logica.
Dan zinkt de moed ons wel eens in de schoenen
en vergeten we dat Gij naast ons staat met uw ondersteunende liefde.
Blijkbaar is ons geloof te klein.
Neem ons mee op uw weg van verzoening,
en leer ons kijken met uw ogen van liefde voor alle mensen.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

De Heer nodigt ons uit om samen met Hem
de weg te gaan van vrede en rechtvaardigheid,
van verdraagzaamheid en liefde zonder maat. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge.

Wij loven U, Vader,
scheppende kracht,
bron van liefde.
Wij loven U, Jezus Christus,
zoon van God,
Weg, Waarheid en Leven.
Wij loven U, Heilige Geest,
vuur, brandende liefdeskracht.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
voor mensen die eenvoudig zijn,
voor mensen die zachtmoedig zijn,
voor mensen die barmhartig zijn,
voor mensen die luisteren
naar het woord van God
en het onderhouden.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
en liefde onder alle mensen:
liefde die nieuw maakt en heelt,
liefde die hoopt en duldt,
liefde die blijft in tijd en eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed

Barmhartige Vader,
zegen hen die wij vijandig gezind zijn,
laat ons komen tot verzoening met elkaar.
Zegen hen, tegenover wie wij gefaald hebben.
Schenk ons de moed om de wonden, die wij veroorzaakten,
metterdaad te helen.
Zo willen wij proberen zichtbaar te maken
uw liefde voor elke mens – wie hij ook weze.
Pas dan mogen wij ons waardige volgelingen noemen
van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Lezingen (1 Sam. 26, 2.7-9.12-13.22-23 ; Lc. 6,27-38).

Koning Saul maakte jacht op David. Maar als David de kans krijgt zich van zijn vijand te ontdoen, laat hij Saul het leven.
Zo is onze eerste lezing een illustratie van het evangeliewoord: “Heb je vijanden lief”.
Luisteren wij naar die woorden uit de Schrift.

Eerste lezing (1 Sam. 26,2. 7-9.12-13.22-23)

Uit het eerste boek Samuël.

2           In die dagen ging Saul met drieduizend uitgelezen Israëlieten
op weg naar de woestijn van Zif om David daar te zoeken.
7
           David en Abisai kwamen in de nacht bij het leger aan
en daar lag Saul in het wagenkamp te slapen.
Zijn lans stond bij zijn hoofdeinde in de grond gestoken;
Abner en zijn mannen lagen in een kring om hem heen.
8           Toen zei Abisai tegen David:
`Nu levert God uw vijand aan u uit.
Laat mij hem met zijn eigen lans aan de grond priemen!
Eén stoot! Meer is niet nodig!’
9           Maar David zei tegen Abisai:
`Nee, dood hem niet!
Wie slaat ongestraft de hand aan de gezalfde van de Heer?’
12 David nam de lans en de waterkruik van het hoofdeinde van Saul weg
en zij gingen terug.
Niemand zag het, niemand merkte iets,
niemand werd wakker; iedereen sliep door,
want de Heer had hen in een diepe slaap gedompeld.
13 Toen David aan de overkant gekomen was,
ging hij ver weg op de top van een berg staan,
zodat er een grote afstand tussen hen was.
22 Hij riep luid:
`Hier is uw lans, koning,
laat een van uw mannen hem maar komen halen.
23 De Heer vergeldt ieders rechtschapenheid en trouw.
De Heer had u vandaag aan mij overgeleverd,
maar ik heb mijn hand niet willen opheffen tegen zijn gezalfde.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(1 Kor. 15,45-49)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters,

45 Dit is de zin van wat er staat geschreven;
de eerste mens, Adam, werd een levend wezen.
De laatste Adam werd een levendmakende Geest.
46 Maar niet het geestelijke komt het eerst;
het natuurlijke gaat eraan vooraf,
daarna komt het geestelijke.
47 De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards;
de tweede is uit de hemel.
48 Op die eerste mens van aarde lijken alle aardse mensen,
op de hemelse mens zullen alle hemelingen lijken.
49 En net zoals wij het beeld van de aardse mens hebben gedragen,
zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse mens.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lc. 6,27-38)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
27 Tegen jullie die luisteren, zeg Ik:
heb je vijanden lief,
wees goed voor wie je haten,
28 zegen hen die je vervloeken
en bid voor degenen die je smaden.
29 Slaat iemand je op de wang,
bied hem dan ook de andere,
en pakt iemand je jas af,
weiger hem ook je hemd niet.
30 Vraagt iemand je om iets, geef het,
en pakt men iets van je af,
vraag het dan niet terug.
31 Behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.
32 Als jullie je vrienden liefhebben,
is er dan reden tot dankbaarheid?
Ook de zondaars hebben hun vrienden lief.
33 En als jullie je weldoeners weldoen,
is er dan reden tot dankbaarheid?
Ook de zondaars doen dat.
34 En als jullie lenen aan mensen van wie je iets terugverwacht,
is er dan reden tot dankbaarheid?
Ook zondaars lenen aan zondaars om op hun beurt hetzelfde te krijgen.
35 Nee, heb je vijanden lief, doe wel en leen uit,
en verwacht daarvoor niets terug.
Dan zal er een rijke beloning voor jullie zijn:
je wordt kinderen van de Allerhoogste,
want ook Hij is goed voor ondankbare en slechte mensen.
36 Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.
37 Werp je niet op als rechter, dan zullen jullie niet berecht worden.
Veroordeel niet, dan zullen jullie niet veroordeeld worden.
Spreek vrij, dan zullen jullie vrijgesproken worden.
38 Geef, dan zal jullie gegeven worden.
Een mooie maat, stevig aangedrukt, goed geschud
en overvol zal je in de schoot geworpen worden.
Want met de maat waarmee jullie meten, zul je gemeten worden.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Belijden wij samen ons geloof in Gods goedheid voor elke mens,
en beloven wij dat wij zullen proberen Hem hierin na te volgen.

Ik geloof dat God ons heeft geschapen
naar zijn beeld en gelijkenis
en dat daarom elke mens recht heeft
op een menswaardig bestaan.

Ik geloof in Jezus,
die, gestorven en verrezen, in ons leeft
en ons aankijkt doorheen de ogen van elke mens.

Ik geloof in de Geest
die het vuur in ons aanwakkert
tot volgehouden inzet
voor vrede en gerechtigheid.

Ik geloof dat de schepping,
niet eindigde op de zevende dag,
maar dat zij ook in onze handen is gelegd;
dat alles wat gebeurt ons aangaat,
en dat onze bijdrage onmisbaar is.

Amen.

Voorbeden 1

 Barmhartigheid, geweldloosheid, belangeloze liefde,
zoveel waarden die Jezus ons voorleefde.
Het klinkt ons als muziek in de oren.
Keren wij ons tot de Heer
en leggen wij onze persoonlijke gebedsintenties neer op zijn tafel.

– Bidden wij voor mensen die zichzelf ingraven
met onbuigzame taal en harde verwijten.
Moge de warmte van Gods hand ontdooien
wat ijskoud is en versteend.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen
die het slachtoffer zijn van de onverbiddelijkheid van anderen,
die geen stem meer over hebben om te roepen om recht.
Dat wij het leed in hun ogen mogen zien;
dat onze handen sterk genoeg mogen zijn om hen op te tillen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij dat de Barmhartige God ons mag zegenen,
maar ook hen die wij als ‘onze vijanden’ beschouwen.
Moge het kwaad van vijandschap tussen mensen
het verliezen
van de stille kracht van geduld en verdraagzaamheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen
die in deze tijd tegenkracht durven zijn,
die blijvend opkomen voor solidariteit
in een sterk geïndividualiseerde wereld,
die durven stelling nemen
tegen wat onze samenleving onmenselijk maakt,
die blijven opkomen voor kwetsbare mensen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onszelf,
dat wij volharden in vertrouwen,
in de kracht van de liefde,
als wij met en voor elkaar het brood breken,
samen andermans honger stillen,
voor elkaar ons hart openen,
elkaar ons oor lenen
en elkaar bemoedigen met hoop.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij voor mannen en vrouwen
die zich niet laten meeslepen
in de spiraal van kwaad tot erger.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen
die aangedaan onrecht
beantwoorden met vergevingsgezindheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor alle slachtoffers
van onmenselijkheid en zinloos geweld.
Laten wij bidden…

Barmhartige God,
U vraagt ons meer dan het gewone:
U vraagt liefde voor de vijand,
vergeving voor wie in de fout ging.
Geef dat wij onszelf overwinnend
de weg van mildheid en verzoening durven gaan.
Dit vragen wij U door Jezus,
uw mens geworden liefde. Amen.

naar André Janssen

Gebed over de gaven 1

Barmhartige God,
Aanvaard uit onze handen dit brood en deze wijn
als teken van onze aanhankelijkheid aan U
en van onze toewijding aan elkaar.
Maak dit samenzijn met U
tot een nieuw begin van menselijkheid en mededogen.
Dat vragen wij U door Jezus, beeld van uw menslievendheid
voor tijd en eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven 2

God, Gij die één en al goedheid zijt van meet af aan,
aanvaard uit onze handen
dit brood en deze wijn als teken van onze goede wil.
Maak ons rond deze tafel toegewijd aan elkaar.
Leer ons meten met de maat waarmee Gij meet:
grenzeloos, liefdevol en vergevingsgezind
zoals ook Jezus,
die uw woord heeft gehoord en uw wil heeft gedaan ten einde toe,
tot in eeuwigheid. Amen.
naar Levensecht

Tafelgebed

God, onze Heer en Vader,
wij zijn hier bijeen om U te danken,
te loven en te prijzen.
Bij U begint het leven en de liefde;
alles wat wij hebben
hebt Gij ons geschonken.

Gij kent ons, Gij houdt van ons.
Gij zijt de schepper,
Gij zijt het begin en het einde van alles.

Uw Zoon is mens geworden.
Hij heeft ons geleerd wie Gij zijt.
Samen met Jezus Christus en met elkaar
zijn wij hier om tot U te bidden.

Wij danken U voor heel de aarde:
voor de bergen en de bomen,
voor de zon en de zee,
voor alles wat er groeit en bloeit;
voor het leven en de liefde,
voor de mensen hier en overal.

Alle mensen zijn op weg naar U,
naar uw geluk en vrede voor altijd.
Daarom bidden wij samen:

Heilig, heilig, heilig de Heer…

Gij die ons de aarde geeft om te bewonen,
Gij weet dat wij tekort schieten
in het verwezenlijken van vrede en gerechtigheid.
Toch roept Gij ons op
om recht te doen en goed te zijn.
Wij bidden voor hen die het meest weerloos zijn:
kinderen, armen, mishandelde en hongerige mensen,
vluchtelingen, zieken en stervenden,
voor mensen zonder toekomst
en voor allen die groot lijden moeten dragen.

Niet voor de dood, maar voor het leven
hebt Gij ons gemaakt.
Zend ons uw Geest,
geef ons de kracht
om beter mens te worden;
dat wij geen leegte najagen,
geen waarheid ontvluchten,
uw naam niet vergeten en uw wil volbrengen.
Wij willen het brood van deze wereld
delen met elkaar
en al het kwaad dat ons wordt aangedaan vergeven
opdat uw rijk kome.

Wij richten onze ogen op Jezus van Nazareth,
die uw naam geheiligd heeft,
uw wil volbracht;
die brood en wijn voor ons geworden is,
voedsel en vreugde,
vergeving van zonden.

Die in de nacht van zijn lijden en dood
brood genomen heeft,
het brak en aan zijn vrienden uitdeelde met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”
Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer,
laat de Geest van uw goedheid
onder ons blijven verder leven.
Moge uw leven en dood
ons helpen ook onszelf te geven
en nooit moedeloos te worden.
Mogen wij allen eens opgenomen worden
in het rijk van uw goedheid, vrede en vreugde.

Gij hebt het immers gezegd, Heer,
en wij geloven U,
dat Gij ons nooit verlaat.
Door Christus, met Christus en in Christus
bieden wij U dit dankoffer aan
in de gemeenschap van uw kerk
zoals Gij het hebt gewild
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen.

Onze Vader

God, Vader van ons allen, niemand uitgezonderd,
geef ons moed en kracht
om met vriend en vijand
het gebed te bidden dat Jezus ons leerde.
Onze Vader,…

Als wij dit gebed tot werkelijkheid zouden kunnen maken,
en niet langer kwaad met kwaad vergelden,
als we belangeloos leren leven
en anderen, die niet zijn zoals wij, niet langer oordelen en genadeloos veroordelen
dan zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon,
Want van U is het koninkrijk….

Vredeswens 1

De gekruisigde bracht ons bijeen uit alle hoeken van verdeeldheid.
Hij herinnert ons, bij tij en ontij, aan Gods naam.
Hij leerde ons dat onze God, de God is van het Verbond,
de God is van gemeenschappelijkheid,
van trouw blijven aan elkaar,
van vrede stichten en vergeven.
De vrede en de vergevingsgezindheid van onze God, zij altijd met U.
En geven we elkaar een teken van die Godsvrede.

Vredeswens 2

Jezus, vervul van vrede
allen die uw woord ter harte nemen.
Zegen ons allen met goede moed en geduld,
tot wij mensen naar uw hart geworden zijn,
uw licht ontmoetend in elkaars ogen.
De vrede en de barmhartigheid van de Heer zij altijd met u
En geven we elkaar een teken van die Godsvrede.

Lam Gods

Communie

De Heer nodigt ons uit aan zijn tafel.
Hij biedt deze gaven aan.
Laten wij ze ontvangen als blijk van onze bereidwilligheid
om te delen met elkaar,
om gemeenschap te vormen met elkaar,
ook met hen, met wie wij dat gevoelsmatig niet zo vanzelfsprekend vinden.
Zie het Lam Gods…

Bezinning 1

Zijn woord, van lang geleden,
– een voetspoor in het zand –
en zijn belofte dat Hij met ons zal zijn,
elke dag.

Daarvan leven wij,
wij, christenen van deze tijd.
We zijn daarmee zo kwetsbaar
en zo zacht als brood
in de harde wereld van cijfers en valuta.

Zijn aansporing
– of was het zijn gebod? –
om elkander te beminnen zoals Hij,
met zijn grote, dwaze liefde.

Daarvan leven wij,
wij, christenen van deze tijd.
Wij zijn die kleine beker wijn,
gemakkelijke prooi
in een wereld,
bloeddorstiger dan ooit.

Zijn visioen:
dat morgen alles anders wordt,
en deze aarde nieuw,
en als Gods droom te voorschijn komt.

Daarvoor leven wij,
wij, christenen van deze tijd.
Dan zijn we nuchter
en zo ethisch ingesteld
in een wereld die nog steeds gelooft
in het pretpark van Walt Disney.            Manu Verhulst

Bezinning 2

Toen Hij in de wereld was
was zijn oordeel zacht en teder
voor elke vastgelopen mens.
Maar Hij klonk hard en zonder mededogen
voor hen die zichzelf
wilden promoten
ten koste van anderen.

Zijn oordeel nu
over ons leven van vandaag en elke dag,
is de toegevoegde waarde
aan ons naakte bestaan.
Zíjn oordeel tilt ons op
uit de banaliteit,
uit het slijk der aarde,
uit het stof  van deze wereld.

Waar Hij naar uitkijkt,
is hoe wij kiezen tussen goed en kwaad;
Wat Hij verlangt,
is dat wij kiezen voor de minsten van de Zijnen.
Wat wij doen voor hen,
doen wij aan Hem.        naar Manu Verhulst

Slotgebed

Barmhartige God,
geef ons een nieuw hart, open en vriendelijk voor alle mensen.
Geef ons nieuwe ogen, om U te ontdekken in mensen, in al wat ons overkomt.
Geef ons een nieuw geloof
dat ons in staat stelt vol vertrouwen opnieuw te begin­nen.
Geef ons nieuwe hoop, die durft uitzien naar die bijna onmogelijke vrede.
Geef ons nieuwe liefde,
diep als de zee
warm als vuur
sterker dan de dood. Amen.

Zending en zegen

“Wees barmhartig zoals uw Vader in de hemel barmhartig is.
Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden.
Veroordeelt niet, dan zult ge niet veroordeeld worden.”
Als wij deze woorden van hier meenemen als opdracht voor de komende week,
dan zal Gods zegen op ons rusten:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.