6e paaszondag A 23014

25 mei 2014  (Viering)

Ik laat jullie niet verweesd achter(Jo. 14,15-21)

Deze evangelielezing is het tweede stukje van Jezus’ afscheidsrede tijdens het Laatste Avondmaal.
Jezus was begonnen met de aankondiging dat Hij heen ging en naar zijn Vader terugkeerde. Voor de leerlingen was dat een totaal onverwachte mededeling. Ze zijn erdoor helemaal van slag: “Waarover hebt U het? Waar gaat U dan naartoe? Toon ons die Vader eens… ”.  De verwachtingen die Jezus met zijn jarenlange predicatie bij hen had opgeroepen, zijn meteen van tafel geveegd. Ooit hadden ze nog geruzied over wie de beste postjes zou krijgen in zijn toekom­stig Koninkrijk [Mt. 20,20-28], maar van dat ‘rijk’ is niets in huis gekomen. En nu kuist Jezus zijn schop af. En voorzo­ver ze nog geloven in wat Jezus verkon­digd heeft­… wat moeten ze ermee? Die boodschap verder uit­dragen? Daar voelen ze zich niet toe in staat. Paniek troef dus.

Jezus heeft met hen te doen. We horen Hem in de lezing daarnet zijn vrienden troostend toespreken: “Nee, Ik laat jullie niet verweesd achter. Ik zal mijn Vader vragen jullie een Helper te sturen.”
Woorden die op dat moment nauwelijks indruk maakten. De beteke­nis ervan zal pas later tot hen doordringen, als ze de impact ervan aan den lijve ondervinden. Waar ze zich nú niet toe bekwaam achten – namelijk Jezus’ boodschap zelfstandig uitdra­gen – kunnen ze tot hun ver­ras­sing dán plots wel. En ze zullen dat ook doen. Met verve. En dat dank zij ‘de Geest van de waarheid’, de van­daag beloofde en met Pinksteren gezonden Helper.

Wie of wat is die ‘Geest van waarheid’.
In het Grieks [het evangelie van Johannes werd oorspronkelijk in het Grieks geschreven] wordt die Geest ‘Paraklei­tos’ genoemd. Dat is een term uit de gerechtswe­reld en betekent zoiets als: een bemidde­laar, iemand die je bijstaat als je in een lastig parket zit, een advocaat zeg maar. Die Parakleitos is niet zomaar een ‘hulp­je’, eerder een stimulator, iemand die je ook oppept zodat je gaat inzien wat je te doen staat, die je attent houdt om te horen wat er gehoord moet worden, die je aan­maant te zeggen wat gezegd moet worden en doet doen wat er gedaan moet worden. Zo brengt die Paraklei­tos, door jouw zeggen en doen, de waarheid aan het licht. De Geest van de waar­heid dus. Want ‘waar­heid’ is hier geen ge­loofsleer, geen ‘kennen van waar­heden’; maar waar­heid die gedaan moet worden – het gaat om inzicht dat al doende groeit.

Om welke waarheid gaat het? De waarheid omtrent de persoon van Jezus. Hij is de Weg die naar God leidt. Die weg moeten de leerlingen gaan zonder bang te zijn te strui­kelen. Hij is de Waarheid; Hem moeten ze vasthouden zonder bang te zijn dat Hij hen zal misleiden. Hij is het Leven; leven vanuit Hem is leven dat sterker is dan de dood. En de garantie voor dit alles…  “Wie Mij lief­heeft, zal onder­vinden hoe de Vader hèm liefheeft”.

“Wie Mij liefheeft”… Wie heeft Jezus lief? Antwoord van onze lezing: “Wie zich aan mijn opdracht gebon­den weet en haar ter harte neemt” (v. 21). Wie hieruit meent te moeten concluderen dat Jezus liefhebben een kwestie is van gehoor­zaamheid aan opdrach­ten en geboden, heeft het ver­keerd voor. Want in de eerste zin van onze evangelietekst draait Jezus de zaken om: liefhebben staat voorop en de rest volgt vanzelf: “Als jullie Mij liefhebben, zul je ter harte nemen wat ik jullie op­draag” (v.15). Waar het dus echt om gaat, dat is dus de prioriteit van de liefde – liefde zoals Jezus ons die heeft voorgeleefd. Liefde die geboden en richtlijnen respecteert maar ze niet verabso­luteert. Geen slaafse gehoorzaamheid aan wetten en regels. Voor Jezus was het bij­voorbeeld evident dat Hij op sabbat mocht genezen. Niet omdat Hij het gebod om de sabbatrust te respecteren onzin vond, maar omdat Hij van oordeel was dat het gebod van de liefde voorrang heeft. Jezus keurde overspel niet goed, maar Hij keek de overspelige vrouw aan met ogen van liefde, en dus zei Hij: “Ik veroordeel u niet maar ga heen en zondig niet meer”.

Via zijn manier van liefde doen, kunnen wij ontdekken wat Jezus lief­hebben ten diepste inhoudt: Doen wat in je mogelijkheden ligt om, wie je levenspad kruist, te waarderen, te respecte­ren, te laten openbloeien… Geen opdracht die met hoofdletters wordt geschreven, maar één die begint in je alledaagse leven: de eigenheid van je partner eerbie­digen in plaats van hem of haar naar je hand te willen zetten; open­staan voor de specifieke talenten van je kinderen ook als die een andere richting uitgaan dan wat je voor hen gedroomd hebt; je ouders nemen zoals ze zijn, ook met hun soms overdreven zorg­zaamheid en beperktheden; niet zagen of zeuren over buren, collega’s, vrienden of ken­nissen; niet kwaadspre­ken, niet roddelen, weg met alle vooroordelen… Maar wel bruggen slaan over onze privé-ommu­ring heen… over de muren die we optrokken om ons eigen persoontje veilig te stel­len, om mensen beneden onze stand weg te houden, om de eigen cul­tuur te vrijwaren tegen vreemde inbreng – alsof ‘vreemd’ synoniem is van slecht.

Daarover en over nog veel meer gaat het als Jezus aan zijn apostelen en aan al wie in zijn spoor wil treden, de ‘Geest van de waarheid’ belooft. Diens hulp heb je nodig om te kunnen uitstijgen boven eigenbelang, boven je egowereldje, zodat je ande­ren met ogen van liefde kunt aankijken. Elkaar lief­heb­ben zoals Jezus ons liefheeft, inclusief onze eigen kleinmen­selijk­heid en die van de ander, zonder je te laten leiden door voor­keur, sympa­thie of relaties; zonder mensen in hokjes te klasseren op basis van godsdienst, ras, huidskleur of hoofd­doek.
Daartegenover staat de kille wereld van zelfgenoegzaam­heid, van zake­lijkheid, nuttigheid­ en markt­gericht denken die gere­geerd wordt door de wetten van geld en pro­fijt. Daar – en onze evange­lietekst laat erover geen twijfel bestaan – daar kan de ‘Geest van de waarheid’ niet komen: daar kent men Hem niet, daar kan Hij niet ont­vangen worden omdat daar andere omgangsnormen gehanteerd worden, andere dan de lief­des­norm waar Jezus voor staat.
Marc Christiaens o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.