5e zondag van de vasten A 2008

(09 03 2008 )


Begroeting
Zoekt de Heer nu Hij te vinden is,
staat er geschreven.
Daartoe, om Hem te vinden en te zoeken
mogen wij elkaar van harte welkom heten en zegenen
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Op weg naar Pasen
staan we vandaag stil bij het graf van Lazarus.
Toen de grafsteen was weggerold
riep Jezus Lazarus met luide stem naar buiten.
En Lazarus kwám naar buiten…

Opstaan uit het graf…

Televisiebeelden uit Afrika…
mensen die dagelijks geconfronteerd worden
met honger, dood en vernietiging…
En tóch tintelt er hoop in hun ogen,
ligt er een lach om hun mond.

Ook onder de harde korst van verzakelijkte mensen van bij ons
sluimert vaak een diep verlangen.
Verlangen om uit berusting op te staan,
om hun verdoving te doorbreken,
om weer hun echt gezicht te laten zien.

Stel je eens voor
dat je heel sterk zou geloven in opstand,
in de kracht van het opstaan,
in opstanding,
in rechtop gaan staan
en weggaan uit wat je vasthoudt en bedrukt…
Stel je eens voor
dat je daarin zo sterk zou geloven
dat je erdoor in beweging komt,
niet meer kunt blijven zitten…
dat je moet opstaan uit je stoel
en… gaan!

Misschien kunnen we ons dat voorstellen,
maar doen we het niet,
of te zelden.
Daarom bidden we samen om vergeving:

Vergevingsmoment

Als mensen in de put zitten,
kunnen of willen wij hen soms niet begrijpen
en durven zelfs met hen lachen.
Zo helpen wij hen nog verder de dieperik in.
Wij zouden hen beter met alle mogelijke middelen opwekken
tot ze weer wat fut hebben en opnieuw kunnen lachen.
Omdat wij zo weinig opwekkend en hoopgevend zijn:
Heer, ontferm U over ons.

Omdat wij alles hebben wat we nodig hebben
denken wij niet aan mensen die bijna alles moeten missen.
Het komt op dat moment gewoon niet in ons hoofd op om solidair te zijn.
Omdat we geen aandacht aan besteden en onze ogen te weinig openhouden
kunnen wij niet zien hoe wij licht en leven kunnen zijn voor anderen.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

Heer, niettegenstaande wij niets te kort komen,
zien wij het leven soms te zwart in:
we mopperen en zeuren,
en zijn ontevreden.
Wij hebben genoeg aan onszelf
en zijn dan als de dood voor wat anderen ons nog zouden kunnen vragen.
Omdat wij al het goede en het mooie  in ons leven te weinig appreciëren:
Heer, ontferm U over ons.


Openingsgebed 1

Net zoals Lazarus
wil Ik je doen opstaan – zegt God –
en je weer nieuwe hoop geven.
Ik zal de steen
die anderen voor je hart hebben gelegd,
helpen wegrollen.
Ik zal je naar buiten roepen
om opnieuw ‘nieuw’ te worden.
Zo kun je een beetje proeven
van wat het betekent
een ‘paasmens’ te zijn.
Nog twee weken – zegt God –
en dan hoop Ik
dat Ik in jou mag verrijzen
en dat je Mij zult ontmoeten
als bron van ‘nieuw leven’.
Ik heb je lief – zegt God.
Erwin Roosen

Openingsgebed 2

Heer, al wat leeft
dankt zijn bestaan aan uw levenwekkende Geest.
Wij delen werkelijk in uw eigen leven.
Zelfs ons sterven maakt hieraan geen einde:
dat geloven wij vast.
Deze zekerheid vormt heel ons leven om
tot een teken van uw onafgebroken werkzaamheid
overal waar mensen zijn. Amen.

Lezingen (Romeinen  8,8-11 – Johannes 11,3-7.17.20-27.33b-45)
Moge God ons hart aanraken als we luisteren naar de woorden uit de Schrift.

Eerste lezing (Ezechiël 37,12-14)
Uit het boek Ezechiël


12       `Zo spreekt de Heer God:
Ik ga uw graven openen;
Ik wek u in grote aantallen uit de dood op
en breng u naar Israëls grond.
13       En als Ik uw graven open
en u in grote aantallen uit de dood opwek
dan zult u erkennen dat Ik de Heer ben.
14       Ik schenk u mijn geest, zodat u weer leeft,
en laat u op uw eigen grond wonen.
Dan zult u erkennen dat Ik, de Heer, doe wat Ik zeg”
– godsspraak van de Heer.’
© KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Romeinen 8,8-11)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
8
        Zij die een zondig leven leiden, kunnen God niet behagen.
9        Maar u leidt geen zondig leven meer,
maar u leeft in de Geest,
omdat de Geest van God in u woont.
Iemand die de Geest van Christus niet bezit,
behoort Hem niet toe.
10       Als Christus in u is,
blijft uw lichaam wel door de zonde aan de dood gewijd,
maar uw geest leeft, dankzij de gerechtigheid.
11       Als de Geest van Hem
die Jezus heeft opgewekt uit de doden in u woont,
zal Hij, die Christus uit de doden heeft laten opstaan,
ook uw sterfelijk lichaam levend maken
door de kracht van zijn Geest, die in u woont.
© KBS Willibrord 1995

Evangelie (Johannes 11,3-7.17. 20-27.33b-45)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

3
        De zusters van Lazarus stuurden Jezus de boodschap:
`Heer, hier is iemand ziek, iemand van wie U houdt.’
4        Toen Jezus dit hoorde, zei Hij:
`Deze ziekte loopt niet uit op de dood,
maar op de verheerlijking van God,
want de Zoon van God moet erdoor verheerlijkt worden.’
5        Jezus hield veel van Marta, van haar zuster en van Lazarus.
6        Jezus hoorde dus van zijn ziekte;
toch bleef Hij nog twee dagen waar Hij was.
7        Daarna pas zei Hij tegen zijn leerlingen:
`Kom, we gaan weer naar Judea.’
17       Bij de aankomst van Jezus
bleek Lazarus al vier dagen in het graf te liggen.
20       Marta, die gehoord had dat Jezus op komst was,
was Hem tegemoet gegaan;
Maria was thuisgebleven.
21       Marta zei tegen Jezus:
`Heer, als U hier geweest was, zou mijn broer nooit gestorven zijn.
22       Maar ik weet zeker dat U ook nu nog alles aan God kunt vragen
en dat Hij het U zal geven.’
23       `Je broer zal opstaan’, verzekerde Jezus haar.
24       `Dat weet ik,’ zei Marta,
`hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.’
25       `Ik ben de opstanding en het leven’, zei Jezus.
`Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven;
26       en iedereen die leeft en in Mij gelooft,
zal in eeuwigheid niet sterven.
Geloof je dat?’
27       `Ja Heer,’ antwoordde Marta,
`ik geloof vast dat U de Messias bent, de Zoon van God,
degene die in de wereld komen zou.’
34 `Waar hebt u hem neergelegd?’ vroeg Hij.
`Komt u maar kijken, Heer’, zeiden ze.
35       Jezus begon te huilen,
36       zodat de Joden zeiden:
`Hij moet wel veel van hem gehouden hebben!’
37       Maar sommigen merkten op:
`Had Hij dan niet kunnen zorgen dat hij niet doodging?
Hij heeft toch ook de ogen van de blinde geopend?’
38       Er ging een huivering door Jezus heen toen Hij bij het graf kwam.
Het was een grot, die met een steen was afgesloten.
39       `Neem die steen weg’, beval Hij.
Marta, de zuster van de gestorvene, zei:
`Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’
40       Jezus antwoordde:
`Heb Ik je niet gezegd dat je de heerlijkheid van God zult zien
als je maar gelooft?’
41       Toen nam men de steen weg.
Jezus sloeg de ogen op en bad:
`Vader, Ik dank U dat U Mij aanhoord hebt.
42       Voor Mij stond het vast dat U Mij altijd aanhoort,
maar Ik spreek zo met het oog op al die mensen hier,
opdat ze mogen geloven dat U Mij gezonden hebt.’
43       Na dit gebed riep Hij met luide stem:
`Lazarus, kom naar buiten!’
44       En de dode kwam naar buiten,
zijn voeten en handen gebonden met zwachtels
en zijn gezicht in een doek gewikkeld.
`Maak hem los,’ beval Jezus, `en laat hem gaan.’
45       Van de Joden die naar Maria toe waren gegaan
en gezien hadden wat Hij gedaan had,
gingen velen in Hem geloven.
© KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken we samen ons geloof uit in onze God van leven
die trouw is tot in eeuwigheid.

Ik geloof in God,

niet zichtbaar, niet tastbaar,
maar toch aanwezig in elke mens.

Ik geloof in Jezus,

omdat hij hoopvolle woorden sprak,
maar ook omdat Hij doorheen lijden, dood en verrijzenis,
Weg, Waarheid en Leven is.

Ik geloof in de Geest,

bron van hoop en toekomst voor elke mens
die met ons op weg gaat
naar een hoopvolle toekomst
ook doorheen de moeilijke momenten van het leven.

Ik geloof in de verrijzenis van de mens.

Ik geloof dat echt mens-zijn mogelijk is
omdat God ons tot nieuw leven roept
omwille van de liefde die sterker is dan de dood.
Amen.

Voorbeden

God van levenden en niet van doden,
roep ons op om woor­den te spreken en handen te reiken
die mensen uit de duister­nis van het graf bevrijden.

– Schenk leven, Heer,
aan hen die voor onze samenleving dood en begraven zijn:
zieken, die niet meer mogen hopen op genezing;
bejaarden, die niet meer in staat zijn om te dromen van morgen;
verdrukten, die niet meer weten wat vrijheid is;
verslaafden, die steeds verder wegglijden in de zelfvernietiging;
eenzamen, die geen relaties meer aandurven
uit angst opnieuw gekwetst te worden.
Laten wij bidden…

– Maak van ons mensen, Heer,
die grafstenen kunnen wegrollen,
die doodgedrukten en monddood-gemaakten
kunnen meenemen naar de overkant,
waar het zo warm en hartelijk is
dat ook voor hen
het leven weer waard is om geleefd te wor­den.
Laten wij bidden…

– Verdiep ons geloof, Heer,
zodat we, zoals Marta,
op U blijven vertrouwen,
ook als het in ons leven erg donker wordt.
Laten wij bidden…

– Schenk toekomst, Heer, aan ons allen.
Laat het ons niet aan moed ontbre­ken
om het graf van ons leed, onze illusies en desil­lusies
de rug toe te keren.
Geef ons sterkte om te bouwen
aan een leefbare wereld
waar mensen liefde mogen geven en liefde mogen ontvangen.
Laten wij bidden…
Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven

God, Gij die de verrijzenis en het leven zijt,
maak ons voor elkaar
levengevend als gebroken brood
en verkwikkend als wijn,
opdat wij, in navolging van uw Zoon,
anderen uit hun graf kunnen bevrijden. Amen.

Tafelgebed

God, onze Heer en Vader,
wij zijn hier bijeen om U te danken,
te loven en te prijzen.
Bij U begint het leven en de liefde;
alles wat wij hebben
hebt Gij ons geschonken.

Gij kent ons, Gij houdt van ons.
Gij zijt de schepper,
Gij zijt het begin en het einde van alles.

Uw Zoon is mens geworden.
Hij heeft ons geleerd wie Gij zijt.
Samen met Jezus Christus en met elkaar
zijn wij hier om tot U te bidden.

Wij danken U voor heel de aarde:
voor de bergen en de bomen,
voor de zon en de zee,
voor alles wat er groeit en bloeit;
voor het leven en de liefde,
voor de mensen hier en overal.

Alle mensen zijn op weg naar U,
naar uw geluk en vrede voor altijd.
Daarom bidden wij samen:

Heilig, heilig, heilig…

Gij die ons de aarde geeft om te bewonen,
Gij weet dat wij tekort schieten
in het verwezenlijken van vrede en gerechtigheid.
Toch roept Gij ons op
om recht te doen en goed te zijn.
Wij bidden voor hen die het meest weerloos zijn:
kinderen, armen, mishandelde en hongerige mensen,
vluchtelingen, zieken en stervenden,
voor mensen zonder toekomst
en voor allen die groot lijden moeten dragen.

Niet voor de dood, maar voor het leven
hebt Gij ons gemaakt.
Zend ons uw Geest,
geef ons de kracht
om beter mens te worden;
dat wij geen leegte najagen,
geen waarheid ontvluchten,
uw naam niet vergeten en uw wil volbrengen.
Wij willen het brood van deze wereld
delen met elkaar
en al het kwaad dat ons wordt aangedaan vergeven
opdat uw rijk kome.

Wij richten onze ogen op Jezus van Nazareth,
die uw naam geheiligd heeft,
uw wil volbracht;
die brood en wijn voor ons geworden is,
voedsel en vreugde,
vergeving van zonden.

Die in de nacht van zijn lijden en dood
brood genomen heeft,
het brak en aan zijn vrienden uitdeelde met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”
Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer,
laat de Geest van uw goedheid
onder ons blijven verder leven.
Moge uw leven en dood
ons helpen ook onszelf te geven
en nooit moedeloos te worden.
Mogen wij allen eens opgenomen worden
in het rijk van uw goedheid, vrede en vreugde.

Gij hebt het immers gezegd, Heer,
en wij geloven U,
dat Gij ons nooit verlaat.
Door Christus, met Christus en in Christus
bieden wij U dit dankoffer aan
in de gemeenschap van uw Kerk
zoals Gij het hebt gewild
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Jezus leerde ons levenwekkende woorden waarmee wij mogen bidden tot zijn Vader die ook onze Vader wil zijn:
Onze Vader…

Leer ons leven, Vader, als nieuwe mensen
die de oude vertrouwde dingen
verstaan met een nieuw hart,
een hart
dat in elk goed woord, in elke goede daad,
het wonder erkent dat leven heet.
Dan zullen wij vol vertrouwen kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias uw Zoon,
Want van U is het koninkrijk,….

Vredewens

Vrede en alle goeds is je toegewenst,
vrede, diep in je hart,
vrede, die je de ogen opent voor de schepping,
voor de kleine dingen,
voor wie je mag ontmoeten langs je weg.
Moge de eenvoud,
de verwondering, de verbondenheid en de vriendschap
ons vervullen met Gods vrede,
vandaag, morgen en altijd.
Die vrede van de Heer, zij altijd met u.
Geven wij elkaar een hartelijke blijk van onze vredeswil.

Lam Gods

Communie

Brood breken en wijn ronddelen
is een profetisch gebaar van Gods aanwezigheid onder ons,
van God met ons, van God voor ons.
Gelukkig zijn wij die genodigd zijn
aan de maaltijd die de Heer voor ons bereid heeft:
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Jullie vragen:
wat is de verrijzenis van de doden?
Ik weet het niet.

Jullie vragen:
wanneer is  de verrijzenis van de doden?
Ik weet het niet.

Jullie vragen:
bestaat er een verrijzenis van de doden?
Ik weet het niet.

Jullie vragen:
bestaat er dan geen verrijzenis van de doden?
Ik weet het niet.

Ik weet alleen maar
waar jullie niet naar vragen:
de verrijzenis van de levenden.

Ik weet alleen maar
waartoe Hij ons roept:
tot verrijzenis hier en nu.
Kurt Marti
Bezinning 2

Alsof een grote steen is weggerold
tussen nacht en dag,
duisternis en licht,
tussen wanhoop en hoop,
angst en durf.

Geen chaos en verleden meer,
alleen nog toekomst en hemel,
ook hier en nu.

Zo sterk is de kracht
van wie het hoofd opricht
en opstaat uit zijn gebrokenheid.

Zo radicaal als de dood vernietigt,
zo onstuitbaar en nieuw
breekt precies dàn het leven door
en gaat de mens
een weg die niet doodloopt,
nooit meer.

Zo is leven:
eeuwig,
zo intens en altijd weer.
Kathleen Boedt

Slotgebed 1

Het verhaal van Lazarus
is een verrijzenisverhaal
waarin uw Zoon ons duidelijk maakt, God,
dat Gij ‘leven’ schenkt
wanneer mensen in hun hart gestorven zijn
aan ontgoocheling of intens verdriet.
Als ik het zelf niet meer zie zitten
of als een grote steen mijn hart afsluit,
wil dan vrienden op mijn weg zetten, God,
die mij in uw naam ‘leven’ aanreiken
en me weer hoop geven.
En help mij, Heer,
om zelf af en toe
zo’n vriend voor anderen te  zijn. Amen.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

God,
als het licht ons ontvalt,
en we verloren in het donker zitten
zodat we de toekomst niet meer zien,
ook dan blijven wij gedragen in U,
ziel en zetel van ons leven.
Wij danken U,
Gij die liefde zijt diep als de zee,
sterker dan de dood. Amen.

Zending en zegen

“Ik ben de verrijzenis en het leven.
Wie in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven”.
Dit woord van de Heer zendt ons
om elkaars grafstenen weg te rollen.
Onze God, die een God van levenden is en niet van doden,
zegent ons met kracht en liefde:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.