4e zondag van de vasten A 2008

(02 03 2008 )

Begroeting

Welkom, beste mensen, op deze vierde zondag van de vasten.
Halfvasten, want de 40-dagentijd is inderdaad al halfweg.
God wil ons de ogen openen
opdat wij Hem met nieuwe ogen zouden zien
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Ons herbronnen, onszelf kritisch bekijken… daarbij kan het verhaal over de genezing van een blindgeborene
ons van dienst zijn.
In dat verhaal voert de evangelist verschillende personages ten tonele.
Aan ons de vraag: in wie herkennen wij ons het best:
in de blindgeborene?
in de buren en omstanders
voor wie dat wonder een dankbaar onderwerp is
voor oppervlakkig onderling geklets?
of in de Farizeeën
die van zichzelf vinden dat ze alles afweten van geloof en m­o­raal
en verketteren wat niet in hun straatje past.

Als we in die spiegel
eerlijk en gewetensvol naar onszelf kijken,
en onszelf zien staan in het verkeerde gezelschap,
doen we er goed aan
dit biddend samenzijn te beginnen
met de Heer en elkaar om vergeving te vragen.


Vergevingsmoment

Met één enkel woord, gebaar of blik een ander kraken of kleineren,
is zo gebeurd.
Voor zoveel kleinmenselijkheid,
Heer, ontferm U over ons.

Plastiek, sigarettenpeuken, afval van een picnic
achterlaten in het bos of op het strand,
is zo gebeurd.
Voor zo weinig respect voor uw natuur,
Christus, ontferm U over ons.

Het wonder van een nieuwe lente,
de pracht van een bloem, overvloedig water uit de kraan,
het is zo vanzelfsprekend.
Voor zoveel achteloosheid,
Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
Gij wilt dat wij mensen van het licht zijn
op wie de duisternis geen vat heeft.
Genees ons van onze blindheid
voor pijn en leed in mensen rondom ons,
blindheid voor al wat in onze wereld misloopt
en mensen kapot maakt – ook letterlijk.
Zeg ook tegen ons:
‘Effata’, ga open
en doe ons wegen zien
die leiden naar huizen van eenheid,
naar dorpen van vrede,
naar steden van gerechtigheid.

Openingsgebed 2

Wij bidden U, God,
open onze ogen en geef ons licht
om méér te zien dan alleen maar het oppervlakkige,
om dieper te zien dan alleen maar de buitenkant,
om in te zien, waar het in feite om gaat in ons leven.
Wij vragen het U, in naam van Jezus, uw Zoon en ons voorbeeld. Amen.


Lezingen [Efesiërs 5,8-14; Johannes 9,1.6-9.13-17.34-38]
Laat ons samen luisteren naar de woorden uit de Schrift.
Eerste lezing (1 Samuël 16,1b.6-7,10-13a)
Uit het eerst boek Samuël

1        De Heer sprak tot Samuël:
Vul een hoorn met olie:
Ik zend u naar Isaï de Betlehemiet,
want een van zijn zonen heb Ik voor het koningschap bestemd.’
6        Toen zij aankwamen, viel zijn blik op Eliab en hij dacht:
`Die daar voor de Heer staat is ongetwijfeld zijn gezalfde!’
7        Maar de Heer zei tegen Samuël:
`Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige gestalte; hem wil Ik niet.
Want God ziet niet zoals een mens ziet;
een mens kijkt naar het uiterlijk,
maar de Heer kijkt naar het hart.’
10       Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan Samuël voor,
maar Samuël zei tegen Isaï:
`Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.’
11       Daarop vroeg hij aan Isaï: `Zijn dat al uw jongens?’
Hij antwoordde:
`Alleen de jongste ontbreekt; die hoedt de schapen.’
Toen zei Samuël tegen Isaï:
`Laat die dan halen, want we gaan niet aan tafel voordat hij hier is.’
12       Isaï liet hem dus halen.
De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig voorkomen.
Nu zei de Heer: `Hem moet u zalven: hij is het.’
13       Samuël nam dus de hoorn met olie
en zalfde hem te midden van zijn broers.
Vanaf die dag was de geest van de Heer over David.
© KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Efeziërs 5,8-14)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters,
8
        Eens was u duisternis,
maar nu bent u licht door uw verbondenheid met de Heer.
Leef als kinderen van het licht,
9        want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn:
goedheid, gerechtigheid, waarheid.
10       Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is.
11       Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis,
stel ze liever aan de kaak.
12       Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren,
is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken.
13       Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar.
14       En alles wat openbaar wordt, is licht.
Daarom wordt gezegd:
Ontwaak, slaper, sta op uit de doden,
en Christus zal over u stralen.
© KBS Willibrord 1995


Evangelie (Johannes 9,1. 6-9.13-17.34-38)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

1
        In die tijd zag Jezus een man die al vanaf zijn geboorte blind was.
6        Hij spuwde op de grond,
maakte wat slijk van zand en speeksel
en streek dat op de ogen van de blinde.
7        Daarna zei Hij tegen hem:
`Vooruit, ga u wassen in het Siloambad.’ (Siloam wil zeggen: gezondene.)
De man ging ernaartoe, waste zich en kwam ziende terug.
8        Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien
hij was namelijk een bedelaar – zeiden:
`Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?’
9        `Inderdaad’, zeiden sommigen.
`Welnee,’ zeiden anderen, `maar hij lijkt er wel op.’
Maar hijzelf zei: `Toch wel, ik ben het.’
13       Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën.
14       Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend,
een sabbat.
15       Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag
hoe het kwam dat hij nu kon zien.
Hij antwoordde:
`Hij deed wat slijk op mijn ogen,
ik heb me gewassen en nu zie ik.’
16       `Zo iemand komt niet van God,’ oordeelden sommige farizeeën,
`want Hij houdt de sabbat niet.’
Anderen merkten op:
`Maar hoe zou een zondaar zulke tekenen kunnen verrichten?’
Kortom, er was verdeeldheid onder hen.
17                 Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde:
`Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!’
`Dat Hij een profeet is’, antwoordde hij.
34       Toen voeren ze tegen hem uit:
`Wat? Jij die vanaf je geboorte een en al zonde bent, jij wilt ons de les lezen?’
En ze gooiden hem eruit.
35       Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden,
en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij:
`Gelooft u in de Mensenzoon?’
36       Hij antwoordde:
`Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.’
37       Toen zei Jezus:
`U hebt Hem ontmoet: het is degene die met u spreekt.’
38       `Heer, ik geloof’, zei hij,
en hij wierp zich voor Hem neer.
© KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God zoals een blinde gelooft in de zon,
niet omdat hij ze ziet,
maar omdat hij ze voelt.

Ik geloof in Jezus, niet alleen omdat Hij hoopvolle woorden sprak,
maar omdat Hij doorheen lijden en dood
de Weg, de Waarheid en het Leven is.

Ik geloof in de heilige Geest.
Geest van toekomst en hoop voor elke mens
die zijn weg gaat en met een hoopvol perspectief durft leven.

Ik geloof in de verrijzenis zoals ik geloof in de lente
wanneer ik de bloesems zie.

Tenslotte geloof ik dat echt mens worden mogelijk is,
als wij een gemeenschap van liefde vormen. Amen.

Voorbeden 1

Naast dit brood en deze wijn, en naast uw gaven,
leggen we ook de intenties neer waarvoor we God persoonlijk willen bidden.

– Bidden wij voor wie licht brengen waar het donker is,
die getuigen van leven dat sterker is dan de dood;
dat zij zich niet laten ontmoedigen
maar inspiratie blijven putten
uit de Geest Gods die waait waar Hij wil.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor diegenen in ons midden die zich,
als kleine moderne profeten,
onvermoeibaar inzetten om ons te doen inzien
dat wij niet leven zoals het hoort,
dat de wereld nog lang niet
die eerlijk bewoonde en gedeelde aarde is, waarvan God droomt.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerk:
dat zij luisteren naar wat leeft onder de mensen
in wiens dienst zij staan;
dat zij het nodige respect weten op te brengen
voor de eigenheid van eenieder;
dat zij mensen bemoedigen en zoekend geloven stimuleren.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij voor de Kerken van Christus:
dat zij vóór alles eraan zouden denken licht te zijn voor de wereld:
dat ze zouden openstaan voor de werking van de Geest
en nooit mensen zouden opofferen aan wetten en voorschriften.
Dat ze dus meer van de blindgeborene zouden hebben,
dan van de Farizeeën, die zomaar blind oordelen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen die leven
in de duisternis van oorlog en onderdrukking,
voor hen die leven in de duisternis van honger en uitbuiting:
dat ze een hart onder de riem mogen krijgen
omdat andere mensen, organisaties en regeringen opkomen
voor gerechtigheid, vrede en broederlijk delen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor blinden en slechtzienden,
die dekleuren, het licht en de schoonheid van de schepping niet zien.
Bidden wij ook voor hen die voor slechtzienden zorgen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor alle mensen,
die de richting in hun leven zijn kwijtgeraakt
en tastend op zoek zijn naar God:
dat Hij hen, via medemensen,
op de schouder mag tikken en liefdevol aanraken.
Laten wij bidden…
Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

God, Gastheer van alle mensen,
en overal aanwezig waar gastvrijheid is,
leer ons dat het goed is
dat allen genieten van de overvloed die Gij geschapen hebt.
Leer ons ook dat wij die met elkaar moeten delen
zoals Gij U in deze beker en in dit brood
wilt delen aan ieder van ons.
Laat ons, in al wat wij geven en ontvangen,
uw vrijgevigheid herkennen
vandaag en al onze dagen. Amen.

Gebed over de gaven 2

God en Vader, wij zijn vaak onhandig.
Wij willen het wel goed doen,
maar door onze onmacht mislukt het vaak.
Geef ons licht en inzicht,
open onze ogen,
genees onze blindheid,
zodat wij brood en wijn voor elkaar zijn,
zoals Jezus het ons voordeed. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
om de wondere wegen
die mensen voor elkaar kunnen zijn,
voor allen die Gij gezonden hebt
om de weg te wijzen doorheen het leven,
voor uw uitnodiging om,
doorheen tekort en onvolkomenheid,
te werken aan de mens en zijn wereld.

Wij danken U om uw aanwezigheid
in goede en kwade dagen,
om de hoop en de toekomst die Gij zijt.
Wij danken U om de mens Jezus,
die ons voorgaat en nabij blijft
en wiens Geest kracht is om te leven.

Daarom willen wij U danken, God,
samen met al wat bestaat
op aarde en in de hemel.

Heilig, heilig, heilig …

Heer onze God,
Gij zijt heilig en goed,
Gij hebt onze namen geschreven in uw hand.

Geen mens zult gij vergeten
dank zij Jezus Christus, de Zoon van uw genade,
die Gij hebt uitgezonden
om tranen te drogen
van mensen die geslagen zijn,
om het hart te helen
van mensen die gebroken zijn,
om brood te worden voor vandaag
en vrede zelf te zijn.
Wij danken U
omdat Gij ons ruimte geeft en vrijheid schept
voor heel ons leven, ten einde toe.

Want in de nacht dat Hij zijn leven gaf
nam hij brood in zijn handen,
Hij zegende en brak het
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.”

Ook nam Hij de beker, zegende hem,
en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem deze beker en drink hier allen uit
want dit is de beker van het nieuwe,
altijddurende verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.”

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Heer onze God,
zo gedenken wij Hem
die weet wat lijden is
en de dood heeft gezien;
die Gij hebt opgewekt
en een naam gegeven hebt
hoog boven alle namen:
Jezus de Heer is Hij,
die is en blijven zal, uw rechterhand.
Door deze beker en door dit brood dat wordt gedeeld
verkondigen wij Hem totdat Hij komt.

Wij bidden U,
zend ons uw Geest,
die over deze aarde gaat
en maak ons tot een volk
dat recht doet om gerechtigheid;
maak leven en welzijn
toch groter dan oorlog en dood;
laat ons mensen zijn
die woningen bouwen voor uw stad van vrede
en breng ons thuis bij U.
Dan zal uw naam geheiligd zijn op aarde,
en uw koninkrijk zal komen door Hem en met Hem,
met uw Geest tot in eeuwigheid.
Amen.

Onze Vader

Openen wij onze ogen
zodat we zien dat de Vader ons barmhartig nabij wil zijn.
Openen wij onze handen zodat Hij ons bij de hand kan nemen.
En bidden wij samen de woorden
die Jezus zo nauw aan het hart lagen:
Onze Vader,…

Vader, genees onze blindheid
en richt onze ogen op U en op elkaar.
Doe ons inzien
waardoor vrede in onze wereld geblokkeerd wordt.
Leer ons uw weg gaan van vrede en rechtvaardigheid,
van eenheid, en solidariteit met de zwakken.
Dan zullen wij samen kunnen uitkijken
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon
Want van U is het koninkrijk…


Vredewens

Beziel ons met uw Geest van barmhartigheid
en van respect voor allen.
Zolang wij met de goederen van deze wereld
geen goede wereld maken
kan uw vrede zich niet vestigen onder ons.
Als wij ons laten begeesteren door uw Geest
kunnen wij de hopelozen
een boodschap van hoop aanbieden,
uw boodschap van vrede en solidariteit.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij die boodschap van vrede en solidariteit aan elkaar door.

Lam Gods

Communie

Vijf broden, twee vissen,
en Hij brak ze
en deelde,
deelde tot allen verzadigd waren.
Wie dorst heeft, hij kome tot Mij
en Ik zal hem te drinken geven.
Gelukkig wij die genodigd zijn aan de maaltijd die de Heer heeft bereid.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Als je voelt
dat je vastroest
in een patroon
van ieder voor zich,
en verstrikt raakt
in een woestijn
van hebben en houden,

durf dan
de woestijn door:

stap voor stap
de weg van mensen
opnieuw gaan…

vragen stellen
bij je doen en laten,
je heroriënteren
met een ander kompas
in de hand…

stil houden
bij een vergeten bron
om je andere ik
en die andere mens
als tochtgenoot te treffen…

verder gaan
met mensen
en omwille van mensen
weer mens worden aan elkaar.

En zakt de moed
je in de schoenen,
haak dan niet af,
vrees niet,
want bij elke exodus
is de Heer met jou.
         Kathleen Boedt

Bezinning 2

Goed nieuws
moet je niet alleen horen,
je moet het ook aan den lijve ondervinden.
Goed nieuws
zijn mensen die elkaar goede ervaringen geven:

de ervaring ‘er te mogen zijn’
en op elk moment toekomst te hebben.
De ervaring dat iemand je graag ziet,
hoe klein en kwetsbaar je ook bent.

De ervaring ‘mee te tellen’,
de ervaring dat leven mogelijk is
zonder dat er slachtoffers vallen,
zonder zondebokken
zonder zwarte schapen.

Goed nieuws
is een goddelijke ervaring
die alleen gebeurt
als mensen ze geven aan elkaar.

Slotgebed 1

Heer onze God,
Gij houdt van alle mensen, groot of klein, arm of rijk,
zwart of blank, waar ook ter wereld.
In Jezus, uw Zoon, hebt Gij ons laten zien
hoe wij, mensen, in zorg en liefde met elkaar kunnen omgaan.
Wij bidden U:
open onze ogen voor de Geest die waait waar Hij wil.
Open onze ogen voor alle goeds dat in mensen schuilgaat.
Open onze ogen voor het leed dat anderen wordt aangedaan.
Open onze handen,
niet alleen om te delen, maar ook om te ontvangen.
Open ons hart om de andere
warmte, steun en liefde te kunnen geven.
Laat ons zo groeien in liefde voor U en elkaar
in het spoor van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Slotgebed 2

Ik wil je genezen – zegt God.
Ik wil je ogen openen opdat je weer ziet waar het om gaat.
Ik wil je ‘ nieuw’ maken en je ‘nieuw leven’ laten vinden.
Maar wil jij dat wel?
Durf je in te zien dat je op bepaalde punten in je leven nog blind bent,
dat je een aantal dingen liever niet ziet?
En durf je dan ook naar Siloam gaan
om gezonden te worden in mijn naam en met mijn hart?
Ga maar,
Ik ga met je mee – zegt God –
op zoek naar nieuwe ontmoetingen
en naar nieuw licht in je ogen.
Erwin Roosen


Zegen en zending

Als wij bereid zijn mee te werken,
wil God ons de ogen openen
zodat wij inzien
hoe wij zijn liefde voor elke mens en voor de hele schepping
handen en voeten kunnen geven
in ons leven en werken van elke dag.
Mogen wij Zijn zegen uitdragen in de week die voor ons ligt:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.