4e zondag van de advent C 2006

Zondagsvieringen Werkgroep liturgie Schilde

Vierde zondag van de advent C-jaar (24 12 2006)

Aansteken Adventskaars

We steken onze vierde adventskaars aan
waarmee we aangeven
dat we de laatste etappe ingaan
op weg naar Kerstmis.
Ik nodig u allen uit
om in deze zondagsviering
mee te branden
van hoop en verwachting
         Priester gaat kaars aansteken.

Begroeting

In de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
De vrede van God, onze Vader,
de liefde van Jezus Christus, zijn zoon
en het licht van de heilige Geest
moge over ons neerdalen als dauw uit den hoge.

Openingswoord 1

Alle vier de kaarsen van onze Adventskrans branden,
dus is het volgende zondag Kerstmis.
Het feest van de geboorte.

Het verhaal van het bezoek van Maria aan Elisabeth
brengt ons in de juiste stemming:
een ontmoeting van twee vrouwen, allebei in verwachting.
Dat drukt perfect uit wat Advent is: wachten op wat komt,
uitzien naar de komst van het kind,
uitzien naar de toekomst.

Op het einde van haar bezoek barst Maria uit in een lofzang,
het bekende Magnificat.
Daaruit blijkt dat die ontmoeting haar heeft deugd gedaan.
Door Elisabeths woorden en aandacht
is zij opengebloeid,
is zij een ander mens geworden.

Misschien kunnen we ons afvragen
hoe vaak het voorkomt
dat degenen die ons willen ontmoeten
– af en toe, of misschien dagelijks –
door onze woorden echt zijn opengebloeid.

Openingswoord 2

Elisabeth noemt Maria “de gezegende onder de vrouwen”
omdat zij geloofd heeft
dat in vervulling zal gaan
wat haar door de Heer is gezegd.
Wie gelooft, leeft onder Gods zegen.

Vergevingsmoment 1

Ons geloof is zo klein,
omdat wij te zeer met onszelf begaan zijn.
Daarom vragen wij om vergeving.

Op de weg die God ons toont
doen wij elkaar soms pijn.
Laten wij elkaar oprecht vergeven,
want vergeven is de kans om nieuw te worden.

’s Morgens vergeten wij zo vaak
die kleine blijken van genegenheid
voor onze meest nabije medemensen.
Misschien zijn wij ze totaal verleerd.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Overdag vinden wij bij mensen vriendschap en sympathie,
maar ook teleurstelling en onmacht, soms zelfs woede.
Als begrip dan onbegrip wordt en zin nog enkel onzin,
durven wij wel eens kwetsende woorden gebruiken
die ons later spijten.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

Als het avond wordt zou alles moeten vergeven zijn.
Al te vaak echter sluiten wij de dag af zonder verzoening.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de barmhartige God zich over ons ontfermen,
onze zonden vergeven
en ons begeleiden op weg naar nieuw leven.
Amen.

Vergevingsmoment 2

Jezus’ geboorte komt met rasse schreden dichterbij.
Wie een kind verwacht
weet dat het huis
anders wordt:
dat je moet herschikken,
plaats vrijmaken,
je thuis moet delen.
Dat dit ook het geval is voor uw geboorte, God,
daar staan wij dikwijls niet bij stil.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Wie een kind verwacht weet ook
dat de tijd
anders wordt:
dat je moet rekening houden met,
afstand doen van
en tijd maken voor.
Als het om U gaat, God,
schieten wij daarin vaak te kort.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

Wie een kind verwacht weet
dat het leven
anders wordt:
dat je niet meer leeft voor jezelf alleen.
Leven voor U en uw boodschap, Heer,
wij vergeten het zo dikwijls.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God,
bron van alle leven,
reken het ons niet aan
als wij slechts blijven steken
in goede bedoelingen.
Uw liefde is groter dan ons hart.
Ontferm U over ons
en wees ons blijvend nabij
als God-met-ons. Amen.
 naar een tekst van Antoon Vandeputte

Openingsgebed

God van vrede,
Gij weer hoe wij hunkeren naar uw nabijheid.
Maria heeft geloofd
dat Gij dichtbij zijt, in elke medemens.
Geef ons dat geloof
en schenk ons aan elkaar
zoals Jezus het deed,
uw Zoon en onze Heer, Amen.

Lezingen (Mich. 5,1-4a ; Lc 1,39-45)
Luisteren wij naar Gods Woord, dat ons toespreekt door de verhalen uit de Schrift.

Eerste lezing (Mi., 5, 1-4a)

Uit de profeet Micha.

1        Op het eind van de dagen zal het gebeuren,
dat de berg van het huis van de Heer vast zal staan
als de eerste van de bergen, verheven boven de heuvels.
En de volken stromen naar hem toe,
2        de vele natiën gaan op weg en zeggen:
`Kom, laat ons naar de berg van de Heer gaan,
naar het huis van Jakobs God:
dan zal Hij ons zijn wegen wijzen
en wij zullen zijn paden bewandelen.
Want in Sion ontspringt de Wet,
en in Jeruzalem het woord van de Heer.’
3        Hij zal rechtspreken tussen de vele volken
en machtige natiën tuchtigen,
al wonen zij nog zo ver.
Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen
en hun speerpunten tot snoeimessen;
geen volk heft het zwaard meer tegen een ander
en de oorlog leren zij niet meer.
4        Iedereen zal onder zijn wingerd zitten
of onder zijn vijgeboom, door niemand opgeschrikt.
© KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Heb., 10, 5-10)

Uit de  brief aan de Hebreeën.

Broeders en zusters,

5 Christus zegt als Hij in de wereld komt:
Slachtoffers en gaven hebt U niet gewild,
maar U hebt voor Mij een lichaam bereid.
6        Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen.
7        Toen zei Ik:
Hier ben Ik,
Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen,
zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat.
Eerst zegt Hij:
Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers
hebt U niet gewild,
die konden U niet behagen –
hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden.
9              En dan zegt Hij:
Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen.
Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden.
10 Door die wil zijn wij geheiligd, eens en voorgoed,
door het offer van het lichaam van Jezus Christus.
© KBS Willibrord 1995

Evangelie(Lc., 1, 39-45)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas.

39 Enkele dagen na de aankondiging van de geboorte van Jezus
vertrok Maria met spoed naar het bergland, naar een stad van Juda.
40 Zij ging het huis van Zacharias binnen, en begroette Elisabet.
41 Meteen toen Elisabet de begroeting van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot.
Elisabet werd vervuld met heilige Geest.
42 Ze riep met luide stem:
`Gezegend ben jij onder de vrouwen,
en gezegend is de vrucht van je schoot.
43 Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt?
44 Op het moment dat je groet mij in de oren klonk,
sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot.
45 Gelukkige vrouw, zij die gelooft!
Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.’
© KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Wij, kleine mensen,
zijn, net als Maria,
geroepen tot groot geloof.
Laat ons samen dit geloof belijden.

Ik geloof in één God, de almachtige Vader,
schepper van hemel en aarde,
van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.

En in één Heer, Jezus Christus,
eniggeboren zoon van God,
vóór alle tijden geboren uit de Vader.

God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God.

Geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader,
en door wie alles geschapen is.

Hij is voor ons mensen en omwille van ons heil
uit de hemel neergedaald.

Hij heeft het vlees aangenomen
door de Heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.

Hij werd gekruisigd,
hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven.

Hij is verrezen op de derde dag, volgens de schriften.
Hij is opgevaren ten hemel:
zit aan de rechterhand van de Vader.

Hij zal wederkomen in heerlijkheid
om te oordelen levenden en doden.
En aan zijn rijk komt geen einde.

Ik geloof in de Heilige Geest,
die Heer is en het leven geeft;
die voortkomt uit de Vader en de Zoon.

Die met de Vader en de Zoon
tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt;
die gesproken heeft door de profeten.

Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk.

Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden.

Ik verwacht de opstanding van de doden
en het leven van het komende rijk. Amen.

Voorbeden

Als Gij bereikbaar zijt voor kleine mensen, God,
luister dan naar onze gebeden.
We leggen ze op uw altaar
om ze samen met onze gaven en dit brood en deze wijn aan U aan te bieden.

– Mogen we op uw Geest rekenen, God,
om de aloude waarden te ontdekken
die ons op weg zetten naar samenleven in eensgezindheid en geborgenheid.
Laten wij bidden…

– Moge de viering van het kerstfeest aanleiding zijn
tot hereniging, tot vrede, tot openbloeien voor elkaar.
Laten wij bidden…

– Moge zij, die een toevlucht zijn voor buren en kennissen in nood,
volharden in hartelijkheid en geduldig luisteren.
Laten wij bidden…

Gebed over de gaven 1

Heer onze God,
neem de gaven aan die wij U aanbieden.
Laat dit brood en deze wijn
teken zijn van onze overgave,
van onze ontvankelijkheid voor uw boodschap,
die geboren werd in Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

God van vrede,
rond deze tafel geschaard,
bevestigen wij
dat wij u willen navolgen
door elkaar te zoeken en te vinden
en met elkaar het leven te delen.
Geef ons uw levend woord,
maak ons tot lichaam en bloed,
tot handen en voeten
van uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

Laten wij de Heer danken
nu we hier zijn samengekomen om te gedenken
wat Hij voor ons betekent
en wat Hij voor ons gedaan heeft.

Wij danken God,
die ons tegemoet komt in Jezus Christus,
die geleefd heeft te midden van de mensen
en na zijn verrijzenis
onder ons blijft verder leven.

Wij danken Jezus voor zijn voorbeeld
van nederige dienstbaarheid,
voor zijn onvermoeibaar geduld
met zwakke mensen en met zondaars,
voor zijn attentie tegenover zieken en behoeftigen.

Voor zijn trouw en gehoorzaamheid
aan zijn hemelse Vader,
voor zijn voorbeeld van gebed en toewijding,
voor zijn liefdevolle en totale inzet
tot de dood op het kruis.

Laten wij dan dit dankgebed besluiten
door aan God hulde te brengen in het loflied,
voortdurend herhaald door engelen en heiligen:

Heilig, heilig, heilig …

 a, Vader, heilig en goed zijt Gij.
Wij danken U voor uw Zoon, Jezus Christus,
die Gij ons gegeven hebt
om alle mensen te helpen gelukkig te zijn.

Hij heeft gezegd en wij geloven
dat Hij niet gekomen is om gediend te worden
maar om te dienen.

Niet om te veroordelen is Hij gekomen
maar om uit te nodigen.
Hij is gekomen om één te zijn met de mensen,
ook in lijden en sterven.

In uw dienende liefde, Heer,
hebt Gij U totaal gegeven.
Moge de wereld U ontmoeten in
onze dienstbaarheid tegenover onze medemensen.

Op de avond vóór zijn dood,
tijdens het laatste avondmaal,
heeft Hij zijn apostelen samengeroepen
om hun een teken na te laten
van zijn liefde tot het uiterste.
Hij nam wat brood,
sprak een dankgebed en zei:
“Neem en eet hiervan allen,
want dit is mijn lichaam,
voor u gebroken,
aan u toevertrouwd.”

Zo nam Hij ook de beker met wijn,
dankte U opnieuw en zei:
“Neem en drink hiervan allen.
Dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen
vergoten wordt tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.”

Wij gedenken zijn leven vol liefde voor de kleinen,
zijn goedheid voor arme en zwakke mensen,
voor zieken en zondaars.

Wij bidden U, Heer,
laat de Geest van uw goedheid
onder ons blijven verder leven.

Moge uw leven en dood
ons helpen ook onszelf te geven
en nooit moedeloos te worden.
Help ons trouw zijn
aan het voorbeeld van uw vergevende liefde.

Nu wij de dood herdenken van Jezus, uw Zoon,
vragen wij ook
onze dierbare overledenen te gedenken…
Wij bidden ook voor onszelf, Heer,
en voor alle mensen, die U nog niet kennen
of niet meer in U geloven.

Mogen wij allen eens opgenomen worden
in het Rijk van uw goedheid,
van vrede en vreugde.

Gij hebt het immers gezegd, Heer,
en wij geloven U,
wij geloven dat Gij ons nooit verlaat.

Door Christus, met Christus en in Christus,
bieden wij U dit dankoffer aan
in de liefdesgemeenschap van uw Kerk
zoals Gij het hebt gewild
vandaag en alle dagen
tot in uw eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Laat ons samen bidden met de woorden die Jezus aan zijn apostelen leerde:
Onze Vader,…

Als wij dit gebed tot werkelijkheid zouden kunnen maken,
en niet langer kwaad met kwaad vergelden,
als we belangloos leren leven
en anderen niet langer genadeloos veroordelen
dan zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon,
Want van U is het koninkrijk….

Vredeswens

Verlos ons, Heer,
van het kwaad dat drukt op onze wereld.
Open ons hart voor de liefde.
Mét Jezus willen wij ons leven breken zoals dit brood,
om het weg te schenken voor het geluk van alle mensen.
Zo kan er vrede komen in heel de wereld.
Moge de vrede van Christus altijd met u zijn.

Geven wij elkaar op een of andere manier een teken van vrede en verzoening.

Lam Gods

Communie

God wil een God voor mensen zijn,
daarom liet Hij in ons midden zijn Zoon geboren worden,
die zichzelf brak en uitdeelde
tot voedsel van ons allen.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Zij was een kind
en kon nog dromen van geluk
zo teer en zuiver
als het morgenlicht.

Kind van mensen uit de straat
werd zij door God bestemd
werd zij beleefd gevraagd
of zij,
die teer en zuiver was
als morgenlicht,
de Zoon van alle mensen
zou willen dragen,
voeden en verwarmen…

Zij voelde leven
en bewegen in haar schoot,
maar kon niet weten
dat haar Kind
de hele mensheid
zou bewegen,
dat Hij de wereld
een hart,
een ander aangezicht
zou geven.

Zij was een kind
en nauwelijks van school
kon zij niet vermoeden
dat zij, de eeuwen door,
zoveel mensen
zou plezieren
met haar droom van geluk,
zo teer en zuiver
als het morgenlicht.
Manu Verhulst.

Bezinning 2

Nu we de donkerste dagen van het jaar beleven,
kunnen we,
luisterend zittend bij elkaar,
onze verwachtingen verhalend ter sprake brengen.
En misschien kan het gebeuren
dat wij ons plots iets herinneren
van een oud versteend verhaal
over een kind,
van wie de naam Jezus op vele lippen bestorven ligt.
Ergens,
nergens,
geboren in een open veld,
groot geworden in de open ruimte van een land
op zoek naar vrede
ontdekte Hij de ware zin van de dingen,
die door de dichter Lucebert werd samengevat
in één zin: ‘wat waarde heeft is weerloos’.
Die gedachte tot jou laten doordringen
is adventsbeleving van eerste orde
en al de rest is bijzaak.
Die gedachte uitzingen van vreugde
is Kerstmis vieren.
Veel van de rest is ballast.
naar Paul De Witte.

Slotgebed 1

Heer onze God,
Laat uw Geest over ons komen.
Laat uw kracht ook ons overschaduwen,
en geef ons de nederigheid
en de grootsheid
om, met Maria en Jozef,
het hoofd te buigen en te zeggen:
mij geschiede naar uw woord. Amen.

Slotgebed 2

God, onze Herder,
overal om ons heen
kunnen wij U zorgzaam en aanwezig zien:
in vaders en moeders,
in grootouders en kinderen,
in verplegenden en verzorgenden,
in luisterende en liefdevolle mensen.
Wij bidden U:
leer ons zien,
laat onze ogen uw heerlijkheid zien
in de rijkdom van elke mens die ons ontmoet. Amen.

Zegen 1

Dank zij Gods zegen
worden zij die klein zijn in de ogen van de wereld
groot in Gods ogen.
In de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Zending en zegen 2

Vrede is een kind dat lacht…
en geen systeem of plan dat wordt bedacht.
Vrede is een oud verhaal
dat met een ster begint,
een stal, een houten kribbe, en een kind.

Ga in vrede, op weg naar het Kind…
Gods zegen helpe ons onderweg:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.