3e zondag van de vasten A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
derde zondag van de vasten A (27/03/2011)

Begroeting

Genade en vrede van God, onze Heer.
Moge de kracht van zijn Geest ons nabij zijn
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Begroeting 2 + Openingswoord 1 (Broederlijk delen)

De vasten is een uitgelezen tijd om aandacht te besteden
aan de zwakkeren in onze mensenwereld.
Het is het moment om onze handen en ons hart te openen
om gerechtigheid te doen geschieden
aan mensen die het op eigen houtje niet kunnen rooien.
Solidariteit is inherent aan echt christen-zijn.

Christenen worden uitgenodigd om,
op stap naar Pasen
te delen,
om op die manier aan te tonen
dat een andere wereld mogelijk is,
een wereld waarin het leven het haalt op de dood,
waarin liefde het haalt op haat,
waarin gerechtigheid het haalt op eigenbelang.

Jezus ging ons daarin voor
tot het uiterste.
Mede daardoor eindigde zijn menselijk leven op het kruis.
Zijn totale gave aan en voor ons
gedenken wij
telkens wij een kruisteken maken,
in de naam +van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 2

Water kan vernietigend werken, kan dodelijk zijn.
Maar water betekent ook leven, groeien, zijn dorst lessen.
Water is levensnoodzakelijk.
In de eerste lezing staan de Israëlieten in de woestijn,
dorstig en moedeloos.
Ze morren tegen Mozes.
In het evangelie vraagt een Samaritaanse vrouw aan Jezus
waar Hij het levend water vandaan zal halen.
Waar is de hoop die leven doet,
voor de Israëlieten, voor de Samaritaanse, voor ons
en voor de velen over heel de wereld
die uitkijken naar een andere, betere toekomst?
‘Wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven,
zal in eeuwigheid geen dorst meer hebben’, zegt Jezus.
Geloven wij dit echt?
Laven wij ons aan die bron?

Vergevingsmoment 1 (Broederlijk delen)

Wie zich werkelijk openstelt voor een ander,
zal uiteindelijk God ontmoeten in de ander
– ook in de ander uit een verre cultuur.
Dit is de essentie van de jaarlijkse vastenactie
die onze aandacht wil richten op de Derde Wereld.
Omdat wij al te vaak wie ons vreemd is negeren,
en dus God negeren,
vragen wij Hem om vergeving.

-Wij praten met mensen, we praten over mensen…
en toch ontmoeten we hen zo zelden écht.
We zijn ziende blind:
we wensen niet in te zien
dat hun overlevingsstrijd appél doet op onze verantwoordelijkheid.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

-Wij pleiten voor gerechtigheid,
beschouwen onszelf als partijgangers van de vrede…
Zo vaak zijn dat lege woorden,
want we kunnen zo moeilijk
onze ieder-voor-zich-mentaliteit loslaten.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

-Vreemde volkeren vinden wij boeiend:
we bezoeken hun land,
we leren hun taal, we genieten van hun muziek…
en toch blijven wij vreemden voor elkaar.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Moge God ons genadig zijn,
ons omgeven met zijn barmhartigheid
en ons te drinken geven van de bron van levend water. Amen.


Vergevingsmoment 2

Het doet ons, christenen,
elk jaar weer deugd
dat de Kerk
in de veertigdagentijd
het goede en de solidariteit
in ons tracht wakker te kriebelen,
opdat wij met Pasen
zouden kunnen opstaan als
‘een beetje méér mens, méér christen’.

– Vasten is luisteren:
de roep horen van anderen
die een beroep op ons doen,
die ons nodig hebben.
Het is luisteren naar het Woord dat Jezus tot ons spreekt
door het evangelie.
Vaak komen wij daaraan niet toe.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

– Vasten is versoberen:
zich vrij maken van vele dingen om
vrij te worden
voor God en de medemensen.
Vaak komen wij daaraan te weinig toe.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.

– Vasten is delen:
delen wat wij hebben,
maar ook delen wat wij zijn.
Delen van onze genegenheid
en anderen laten delen van onze talenten,
van ons opwekkend woord,
van onze troost en onze aanmoediging,
van onze vreugde en van onze tijd.
Vaak komen wij daaraan te weinig toe.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Vasten is het spoor zoeken:
het spoor van onze grote voorganger
Jezus Christus,
en dan in zíjn voetstappen op weg gaan. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, laat mij worden als water,
dat in de rivieren klatert en door het oerwoud stroomt,
dat velden vruchtbaar maakt en overal leven brengt.

Heer, laat mij worden als water,
dat al wat vies is, wast,
dat toekomst geeft aan iedere mens die heling en bevrijding zoekt,
wie hij ook weze.

Heer, laat mij worden als water,
dat boten vol mensen en hun lasten draagt naar een veilige haven.

Heer, laat mij worden als water,
bron van alle leven,
dat mensen samenbrengt om lief en leed te delen.

Heer, laat mij worden als water,
dat in uw richting stroomt om overal in de wereld
uw opdracht waar te maken: meer mens zijn voor iedereen. Amen.

Openingsgebed 2

Het is jammer, Heer, wanneer we hun landen enkel maar kunnen aanwijzen op de wereldkaart
en ze geen ‘concreet’ gezicht hebben:
die vrouwen, mannen en kinderen
die het meest noodzakelijke, brood en water, moeten missen.
Voor U hebben ze wel een gezicht,
ze zijn gekend, uniek!
Geef ons de moed, Heer,
hen te bekijken met uw blik.
Dan wordt onze solidariteit
wellicht méér dan kruimels, meer dan druppels op een hete plaat. Amen.

Openingsgebed 3

God,
bron van levend water,
Wij dorsten naar U,
zoals wereldwijd zovele mensen
hongeren en dorsten naar gezond voedsel,
naar nieuw leven,
naar waarheid die bevrijdt.
Laat U hier vinden.
Dan kunnen wij ons laven aan uw woord,
kunnen wij op krachten komen bij elkaar
en zelf een bron van leven worden
voor de mensen die met ons meegaan. Amen.

Lezingen

Luisteren wij nu naar de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Exodus 17,3-7)

Uit het boek Exodus

3        In die dagen leden de mensen in de woestijn hevige dorst;
zij bleven tegen Mozes morren
en zeiden: `Waarom hebt u ons weggevoerd uit Egypte
als we toch met kinderen en vee van de dorst moeten sterven?’
4        Mozes klaagde zijn nood bij de Heer:
`Wat moet ik toch doen met dit volk?
Ze staan op het punt mij te stenigen.’
5        De Heer antwoordde Mozes:
`Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit,
neem de staf in uw hand,
waarmee u de Nijl geslagen hebt,
en ga op weg.
6        Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb.
Sla op die rots: er zal water uit stromen zodat de mensen kunnen drinken.’
Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten.
7        Hij noemde de plaats Massa en Meriba
vanwege de verwijten van de Israëlieten
en omdat zij de Heer hadden uitgedaagd door zich af te vragen:
`Is de Heer nu bij ons of niet?’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Romeinen 5,1-2.5-8)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
1          
Gerechtvaardigd door het geloof
leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.
2        Hij is het die ons door het geloof
de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan;
door Hem ook mogen wij ons beroemen
op onze hoop op de heerlijkheid van God.
5        En de hoop wordt niet teleurgesteld,
want Gods liefde is in ons hart uitgestort
door de heilige Geest die ons werd geschonken.
6        Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd,
toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren.
7        Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige,
al zou misschien iemand de moed hebben
te sterven voor een goed mens.
8        God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor
dat Christus voor ons is gestorven
toen wij nog zondaars waren.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Johannes 4,5-15.19b-26.39a.40-42)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

5
        Jezus kwam bij de Samaritaanse stad Sichar,
die in de buurt ligt van het stuk grond
dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven,
6        en waar zich de Jakobsbron bevindt.
Jezus, die afgemat was van de tocht,
was bij de bron gaan zitten.
Het was ongeveer het zesde uur.
7        Een Samaritaanse vrouw kwam water putten.
Jezus sprak haar aan: `Geef Mij wat te drinken.’
8        Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad.
9        De Samaritaanse vrouw antwoordde:
`Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’
Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben.
10       Jezus hernam:
`Als u de gave van God kende,
als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken,
dan had u Hem erom gevraagd
en Hij had u levend water gegeven.’
11       `Maar heer,’ zei de vrouw,
`U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put.
Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen?
12       Of bent u soms groter dan onze vader Jakob,
die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft,
evenals zijn kinderen en zijn kudden?’
13       Jezus antwoordde:
`Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst,
14       maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven,
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel:
het water dat Ik hem zal geven,
zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’
15 `Heer,’ zei de vrouw,
`geef mij van dat water,
dan zal ik geen dorst meer hebben
en hoef ik hier niet telkens te komen putten.’
19 `Ik zie dat U een profeet bent.
20       Onze voorouders hebben op die berg daar God aanbeden,
maar volgens jullie is Jeruzalem de plaats waar men moet aanbidden.’
21 `Geloof Me,’ zei Jezus,
`er komt een uur dat men niet meer op die berg daar
en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden.
22       Jullie aanbidden wat je niet kent,
wij aanbidden wat we wel kennen;
de redding komt immers uit de Joden.
23 Er komt een uur, ja het is er al,
dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid:
dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet.
24 God is geest, en zij die Hem aanbidden,
moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.’
25 De vrouw antwoordde:
`Ja, er komt een Messias, dat weet ik.’
`Als die er is, zal Hij ons alles verkondigen.’
26       Daarop zei Jezus tegen haar:
`Dat ben Ik, degene die met u spreekt.’
39       Uit die stad waren vele Samaritanen in Hem gaan geloven.
40 Toen de Samaritanen naar Hem toe gekomen waren,
vroegen ze Hem bij hen te blijven.
Hij bleef daar twee dagen.
41 En nog veel meer kwamen er tot geloof door zijn woord.
42 En ze zeiden het ook tegen de vrouw:
`Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt;
we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we:
dit is werkelijk de redder van de wereld.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof dat God de aarde voor de mensen heeft geschapen
om er een leefbare wereld van te maken,
waar gerechtigheid en vrede alom aanwezig zijn.

Ik geloof niet in een wereld die beheerst wordt
door eindeloos streven naar bezit en macht,
die roofbouw pleegt op onze aarde,
die onderdrukking en ongelijkheid voortbrengt,
die gevangen zit in streven naar winst, macht en bezit,
die angst oproept,
en die zegt met wapens onze vrijheid te verdedigen.

Ik geloof in een omgekeerde weg,
de weg van het Rijk Gods,
die weg die Jezus ons voorging in woord en daad.

Hij roept ons op tot navolging.
Zo kunnen mensen weer dromen
van een menswaardige toekomst voor iedereen.
Zo wordt Gods Rijk werkelijk. Amen.
naar Broechem

Voorbeden 1

“Wie van het water drinkt dat Ik Hem geven zal,
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer”, zegt de Heer.
Aan die bron van Levend Water mogen we onze persoon­lijke gebedsintenties toevertrouwen.

– God, wij bidden U voor allen
die met handen en voeten gebonden zijn aan de goed­heid van anderen,
voor hen die geweld en onrecht worden aangedaan,
voor hen die altijd geduldig moeten zijn en wachten,
voor hen voor wie oorlog en onvrij­heid eeuwig duurt.
Laten wij bidden…

– Wij bidden U voor allen
die zich niet laten ontmoe­digen door rampen of andere tegensla­gen,
maar die zich blijven inzetten voor een leefbare toekomst voor elke mens.
Laten wij bidden…

– Wij bidden U voor zovele mannen en vrouwen die, waar ook ter wereld,
kleinen en verdrukten broederlijk nabij zijn
en het beste van zichzelf met hen delen.
Moge zij zich gesteund weten door onze trouw en bewondering
en door ons gebed.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij voor mensen die dor en droog geworden zijn,
die niet meer kunnen geloven,
niet meer hopen.
Dat zij U mogen ontdekken, God,
als bron van Levend Water
met de hulp van mensen die hen in uw naam nabij zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onze wereld met haar vele kale plekken,
waarop een sprietje menselijkheid soms ver te zoeken valt.
Asielzoekers die na 3 of 4 jaar of nog langer
nog steeds van het kastje naar de muur worden gestuurd
en van ons, rijke westerse landen, geen kans krijgen
om hier een normaal leven op te bouwen.
Moge wij, christenen, in deze materie onze verantwoordelijkheid opnemen
en onze stem verheffen om zulke wanpraktijken aan te klagen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de mensen in oorlogsgebieden
die stap voor stap, met hoop en wanhoop
het lot van hun kinderen en families,
in handen trachten te nemen.
Bidden wij ook voor hen die daarbij proberen te helpen,
zoals bijvoorbeeld de begeleiders van Broederlijk Delen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onszelf,
die in deze vastentijd proberen los te komen uit onze zelfzucht,
op zoek naar Levend Water,
op zoek naar de bron van hoop.
Laten wij bidden…
naar Broechem

Voor al deze intenties
en voor alles wat ons persoonlijk ter harte gaat, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

God van kleine mensen,
klein en schamel is het wat wij U aanbieden:
een beetje brood, een slok wijn.
Neem deze gaven van ons aan
als blijk van onze zorg voor elkaar.
Vorm ze om tot uw lichaam en bloed
en deel ze uit
aan allen die in U geloven,
wereldwijd. Amen.


Gebed over de gaven 2

God, onze Vader,
die ons nabij wil zijn in Jezus, uw Zoon.
Wij danken U voor Hem die in deze gaven van brood en wijn
ons de weg leerde gaan van breken en delen.
Moge wij dit gebaar verstaan
en ook die weg gaan.
Dit vragen wij U in de naam van Jezus,
Levend Water voor deze wereld. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig …

Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.
.
Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn bloed,
mijn levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dank zij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.


Tafelgebed 2 (alternatief)

Een eucharis­tisch gebed, zoals dat gebeden wordt door christenen in Afrika.

O God, Vader van onze voorouders,
Vriend in ons midden,
uw kinderen komen hier bij u.
Hier is uw voedsel.
Hier is uw drank.
Ze zijn van U voordat ze van ons zijn.
Wij vieren nu feest,
maar het is om dank te zeggen.
Wij danken God.

O God, wij en onze voorouders,
de vaderen van ons volk,
danken U en zijn verheugd.
Dit voedsel zullen wij eten tot uw eer.
Deze drank zullen wij drinken tot uw eer.

Wij danken U voor het leven dat Gij ons schenkt.
Wij danken U voor de vrijheid die Gij ons schenkt.
Wij danken U voor de vrede die Gij ons schenkt.
Wij danken U voor Hem die de straf droeg die wij verdienden,
voor Hem aan wie de straf toeviel die ons vrede bracht.

Vader, zend de Geest van Leven,
de Geest van macht en vruchtbaarheid,
spreek met zijn adem uw Woord over deze gaven.
Maak ze tot het levend Lichaam en het Levensbloed
van Jezus, onze Broeder.
Geef ons, die eten en drinken in uw aanwezigheid,
leven en macht
en vruchtbaarheid naar ziel en lichaam.
Geef ons ware broederschap met uw Zoon.

In de nacht van zijn lijden
sprak Hij dank voor het brood
dat Hij in zijn handen hield.
Dit brood deelde Hij met zijn vrienden
met de woorden:
Neem en eet dit, gij allen:
dit is mijn lichaam
dat voor u zal worden overgeleverd.

Toen deelde Hij drank met hen en zei:
Neem en drink dit, gij allen:
het is mijn bloed,
het bloed van het broederpact
dat vandaag begint en eeuwig duurt.
Dit bloed zal worden vergoten
voor u en voor alle mensen
tot vergeving van de zonden.
Doe dit en denk aan Mij.

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Heer, Gij zijt Verrijzenis en Leven.
Gij, Kruisdood zijt hier!
Gij, Verrijzenis zijt hier!
Gij, Hemelvaart zijt Hier!
Gij, Geest van Levensmedicijn zijt hier!

Vader, schenk ons leven door Maria,
grote Moeder van alle mensen.
Maak ons tot verwanten en broeders van al haar zonen,
van alle voorouders en vaderen van uw volk,
van … onze paus,
en … onze bisschop,
van de levenden en van de levende doden,
van de ongeboren kinderen,
in Jezus,
die gezalfd is met de Levensmedicijn.

En gij, ons gebed,
Gebed uit een ver verleden,
gij, aloud Woord, gesproken door de Vader,
gij, wiens adem de Geest is,
Gebed van voorouders,
gij wordt nu gesproken! Amen, Amen, Amen.

Onze Vader

Wij, naar verhouding rijk,
zijn armzalige mensen als wij niet begrijpen
dat al wat de aarde te bieden heeft, ons door God geschonken werd
om het rechtvaardig te verdelen onder al zijn mensen­kinderen.
Bidden wij tot die liefdevolle Vader:
Onze Vader,…

Vader van alle mensen,
Gij neemt geen vrede met deze wereld
zolang nood en overvloed naast elkaar bestaan.
Gij wilt dat het anders wordt,
beter, rechtvaardiger, eerlijker.
Als wij ons allen daarvoor inzetten,
zullen we vol verwachting mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus Messias, uw Zoon,
Want van U is het koninkrijk,…

Vredewens

Goede God, laat uw aangezicht zien in mensen
die barrières slopen waar wegen afgesloten zijn.
Laat uw stem horen in mensen die geloofwaardig spreken en handelen.
Laat uw licht schijnen in mensen die krachtig zijn in hun mededogen,
in mensen die mild zijn in hun oordeel.
Dan zal menswaardigheid opbloeien en vrede heersen.
Moge die vrede van de Heer met u zijn.
En geven wij die boodschap van vrede en solidariteit aan elkaar door.

Lam Gods

Communie

Zoals dit brood één is,
zo moge Gods mensheid één worden
in erkenning van alle mensenrechten,
in verwerping van alle geweld,
in gerechtigheid die het hart is van elke vrede.

Zoals dit brood gebroken wordt
en toch  brood blijft,
zo moge wij elkaar ontmoeten
in dankbaarheid om alle verscheidenheid.
Zie het Lam Gods dat álle mensen wil dragen…
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Wees waakzaam
want voor je het beseft
heeft de consumptiewereld
met je diepste dromen
een loopje genomen
en je verlangen naar geluk
netjes ingepakt
in koopgedrag.

Wees waakzaam
want voor je het beseft
zijn je vragen verstomd,
en zie je niet meer
hoe het onrecht wordt goedgepraat,
en ben je aangepast aan wat
‘de gewone gang van zaken’ heet.

Wees waakzaam
want voor je het beseft
praat je mee
met wat ze allemaal zeggen:
dat het elk voor zich is
in het leven,
en dat jij toch ook
maar één keer leeft.

Wees waakzaam
want voor je het beseft
leef jij ook
ten koste van anderen,
ook al heb je de mond vol
van kiezen voor de zwaksten.


Bezinning 2

Veertig dagen om wat te werken aan onszelf,
aan onze relaties,
aan ons eigen leven.

De vasten is een uitgelezen tijd
om halt te houden
en het dwingende ritme
en het geleefd worden
te breken,
om vraagtekens te plaatsen bij het vanzelfsprekende in het leven.

Uitgelezen tijd
om weer op zoek te gaan naar zin en betekenis van ons bezig zijn,
om weer grond onder de voeten te krijgen.
Vaste, dragende grond om op te staan
en door te gaan,
geworteld in het oude visioen:
goede schepping,
vredevolle wereld,
liefdevolle mens.

Uitgelezen tijd
om wat meer zicht te krijgen op de weg die we te gaan hebben
en stap voor stap
met velen samen
die weg ook te gaan.

Uitgelezen tijd
om echt te leven,
– misschien ook wel te her-leven –
naar Pasen toe.
En ook daarna.

Bezinning 3

Wacht niet tot morgen
om wie ontmoedigd is
een hand te reiken
want jij kunt nieuwe horizonten openen
en voor hen houvast zijn.

Wacht niet tot morgen
om wie zich alleen voelt
gastvrij te ontvangen
want jij kunt luisteren
en een toevertrouwd geheim bewaren.

Wacht niet tot morgen
om wie het uitstekend doet
van harte te feliciteren
want wellicht mist hij of zij jouw aanmoediging
om in zichzelf te geloven.

Wacht niet tot morgen
om de mens te danken
die onnoembaar veel voor jou betekent
want dit woord van dank
brengt jullie dichter bij elkaar.

Wacht niet tot morgen
om elk misverstand uit te spreken
en zo mekaar weer te verstaan
want uitstel maakt de barst
onherstelbaar groot.

Wacht niet tot morgen
om het levensbrood
te breken en uit te delen
want door dat Jezusbrood
kun jij andermans honger stillen
voorgoed.

Slotgebed 1

God, wij danken U voor Jezus van Nazareth,
bevrijding voor onderdrukten,
verlossing voor gevangenen,
een weg voor verdwaalden,
hoop voor ontmoedigden.
Een man om van te houden,
iemand om het mee te wagen,
iemand die je vaak in het ongelijk stelt,
waarvan je veel kan leren,
als je tenminste écht naar Hem luistert.
Wij danken U voor deze mens
en vragen U:
zend ons zijn Geest van geloof in de toekomst,
zijn Geest van barmhartigheid en recht,
zijn Geest die niet verdeelt
maar ons allen samenbrengt als kinderen van dezelfde Vader. Amen.


Slotgebed 2

God, bron van leven,
heel deze wereld, met al haar wel en wee,
gaat U ter harte.
Wees hier aanwezig
en besproei wat verdord is,
verkwik wie vermoeid is,
wek ten leven
wie en wat ten dode is opgeschreven.
Dit vragen wij U in Jezus’ naam. Amen.

Zending en zegen

“Wie van het water drinkt dat Ik Hem geven zal
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer” zegt de Heer.
Laat ons putten uit die bron van Levend Water.
Dan zal God zelf in ons midden wonen
en zal zijn zegen op ons rusten:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.