33e zondag door het jaar A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
drie-endertigste zondag A (13/11/2011)

Begroeting

Een week is weer voorbij.
Misschien was het een week van pijn en verdriet,
misschien een week van geluk en van vreugde.
Wat ons ook bezig houdt,
hier mogen we het neerleggen
in de handen van de + Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

Elke mens, zo horen we in de evangelielezing van vandaag,
heeft zijn talenten.
Met andere woorden:
iedereen heeft mogelijkheden om zijn of haar steentje bij te dragen
aan een goede en een menswaardige samenleving.
Jezus heeft voor zo’n samenleving een prachtige naam bedacht:
‘Koninkrijk van God’.
Dat Koninkrijk komt er
als ieder doet wat hij kan
en niet in zijn luie stoel blijft zitten.
Dat geldt ook voor ons
want het gebeurt wel vaker
dat we vanop afstand blijven toekijken
zonder zelf de handen uit de mouwen te steken.
Vragen we daarom om vergeving.
naar Bas Rentmeester en Hub Schumacher

Openingswoord 2

Bij het horen van het woord talent,
dachten de Joden onmiddellijk aan veel geld.
En terecht, want 1 talent was 60 kilo goud waard.
Jezus geeft echter een heel andere betekenis aan het woord.
Talenten zijn voor Hem bouwstenen voor Gods Koninkrijk.
En of iemand er nu veel of weinig heeft,
is niet belangrijk.
Van fundamenteel belang is
of iemand er echt mee aan het werk gaat, zegt Jezus.
Laten wij ons in deze viering hierover bezinnen.
naar Bas Rentmeester en Hub Schumacher

Vergevingsmoment 1

– Heer Jezus, Gij schenkt ons het licht van het geloof
en Gij verwacht dat wij het laten schijnen,
maar regelmatig verduisteren wij dat licht.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

– Christus, Gij schenkt ons de kracht van de hoop
en Gij verwacht dat wij leven van daaruit leven,
maar vaak is ons vertrouwen in die kracht zo klein.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

– Heer Jezus, Gij schenkt ons het vuur van uw liefde
en Gij verwacht dat wij dat niet doven,
maar dikwijls is onze houding slecht lauw in plaats van vurig.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
naar Kees Pannekoek


Vergevingsmoment 2

– Heer,
soms verwijten wij mensen dat ze niets doen,
maar we vergeten daarbij
dat wijzelf hen daartoe geen kans geven,
dat wij hen niet vertrouwen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

– Christus,
ons vertrouwen in U is vaak zo klein
dat wij het niet aandurven ons in te spannen voor uw Rijk.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

– Heer,
wij kunnen zo moeilijk loslaten
en houden krampachtig vast wat we bezitten.
Wij willen immers niets verliezen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Heer,
Gij schenkt uw volle vertrouwen aan elke mens.
Help ons te leven naar uw voorbeeld. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge.

Wij loven U, Vader,
scheppende kracht,
bron van liefde.
Wij loven U, Jezus Christus,
zoon van God,
Weg, Waarheid en Leven.
Wij loven U, Heilige Geest,
vuur, brandende liefdeskracht.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
voor mensen die eenvoudig zijn,
voor mensen die zachtmoedig zijn,
voor mensen die barmhartig zijn,
voor mensen die luisteren
naar het woord van God
en het onderhouden.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
en liefde onder alle mensen:
liefde die nieuw maakt en heelt,
liefde die hoopt en duldt,
liefde die blijft in tijd en eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
aan elk van ons hebt Gij talenten toevertrouwd.
Leer ons te geloven in onze mogelijkheden,
leer ons dat wij ze moeten aanwenden
om uw blijde boodschap uit te dragen.
Wij willen dit doen als familiegemeenschap van gelovigen:
samen Kerk-zijn
om in onze samenleving uw Geest tot gisting te brengen.
Zo kan uw koninkrijk werkelijkheid worden in ons midden. Amen.

Openingsgebed 2

God en Vader,
wij hebben allemaal talenten
maar vaak vergeten wij die voor elkaar te gebruiken.
Wij hebben zo veel van U gekregen:
gezondheid, geluk, vrede en vriendschap, geloof …
Dit alles kunnen wij voor geen geld kopen.
Het is onbetaalbaar.
Help ons onze talenten in te zetten
voor elkaar en voor uw koninkrijk. Amen.
Kind op Zondag

Lezingen

Luisteren wij nu naar Gods woord, ons toegesproken in de Schrift.

Eerste lezing (Spreuken 31,10-13.19-20.30-31)
Uit het boek der Spreuken


10       Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Haar waarde gaat die van koralen ver te boven!
11       Het hart van haar man vertrouwt op haar
en het zal hem aan winst niet ontbreken.
12       Zij brengt hem geluk, geen ongeluk,
alle dagen van haar leven.
13       Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit
en werkt ermee tot genoegen van haar handen.
19       Zij strekt de handen uit naar het spinrokken
en houdt de weefspoel in haar vingers.
20       Zij opent haar hand voor de behoeftige
en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
30       Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig,
maar een vrouw die de Heer vreest, moet worden geroemd.
31       Bejubel haar om de vrucht van haar handen
en roem haar in de poorten om haar werken.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing
(1 Tessalonicenzen 5,1-6)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

Broeders en zusters,
1        Over tijd en uur echter hoeven wij u niet te schrijven.
2        U weet zelf heel goed dat de dag van de Heer komt
als een dief in de nacht.
3        Terwijl ze zeggen:
`Er heerst vrede en veiligheid’,
juist dan overvalt hen plotseling het verderf,
zoals weeën een zwangere vrouw,
en is er geen ontkomen aan.
4        Maar u, broeders en zusters,
u leeft niet in de duisternis,
zodat de dag u als een dief zou verrassen.
5        U bent allemaal kinderen van het licht, kinderen van de dag.
Wij behoren niet aan nacht en duisternis.
6        Laten wij dan ook niet slapen als de anderen,
maar wakker blijven en nuchter zijn.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs 25,14-30)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Jezus hield volgende gelijkenis voor:
14       Het is als met iemand die naar het buitenland ging.
Hij riep zijn slaven bij zich en vertrouwde hun zijn bezit toe.
15       Aan de een gaf hij vijf talenten,
aan een ander twee en aan een derde één,
overeenkomstig ieders bekwaamheid.
En hij vertrok naar het buitenland.
16       Degene die de vijf talenten gekregen had,
ging er meteen mee handelen en verdiende er nog vijf bij.
17       Zo verdiende ook die er twee gekregen had er nog twee bij.
18       Maar die er één gekregen had, ging een gat in de grond graven
en stopte daar het geld van zijn heer in.
19       Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug
en hield afrekening met hen.
20       Degene die de vijf talenten gekregen had,
kwam naar voren met nog vijf talenten en zei:
`Vijf talenten, heer, had u me toevertrouwd.
Kijk, ik heb er nog vijf talenten bij verdiend.”
21       Zijn heer zei tegen hem:
`Uitstekend, goede en trouwe slaaf,
in het kleine ben je betrouwbaar geweest,
over veel zal ik je aanstellen.
Kom delen in de vreugde van je heer.”
22       Ook degene die de twee talenten gekregen had, kwam naar voren en zei:
`Twee talenten, heer, had u me toevertrouwd.
Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.”
23       Zijn heer zei tegen hem:
`Uitstekend, goede en trouwe slaaf,
in het kleine ben je betrouwbaar geweest,
over veel zal ik je aanstellen.
Kom delen in de vreugde van je heer.”
24       Ook degene die het ene talent had gekregen,
kwam naar voren en zei:
`Heer, ik heb u leren kennen als een streng man;
u oogst waar u niet hebt gezaaid
en u haalt binnen waar u niet hebt uitgestrooid.
25       Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt.
Kijk, hier hebt u uw eigendom terug.”
26       Maar zijn heer antwoordde hem:
`Slechte, lamlendige slaaf,
je wist dat ik oogst waar ik niet heb gezaaid
en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid.
27       Je had dus mijn geld op de bank moeten zetten.
Dan had ik het bij mijn komst met rente teruggekregen.
28       Neem hem daarom het talent af
en geef het aan hem die de tien talenten heeft.
29       Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig.
Maar aan degene die niet heeft,
zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft.
30       Werp die nutteloze slaaf in de uiterste duisternis.
‘ Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God die de wereld heeft bestemd
voor het geluk van de mensen.
Hij nodigt ons uit om deel te hebben aan zijn liefde.

Ik geloof in Jezus Christus,
die aan de liefde van God
gestalte heeft gegeven.

Hij heeft zich ingezet om mensen te bevrijden.
Hij is hierin zo ver gegaan dat
Hij er zijn leven voor heeft gegeven.

Ik geloof dat zijn Geest nog steeds
mensen blijft bezielen
en oproepen om de weg van de liefde te gaan.

Ik geloof in mensen die in zijn voetsporen treden
en die hun daden richten naar wat Hij heeft voorgeleefd.
Zij zijn het zout der aarde.
Zij zijn het licht der wereld.

Tot die gemeenschap van mensen wil ik behoren
want ik wil meebouwen aan Gods eigen droom:
‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
waar het goed is om te leven voor allen’. Amen.

Voorbeden 1

– Bidden we voor allen die werken voor de Kerk,
die haar trachten op te bouwen en te vernieuwen.
Dat hun geloof hen sterk maakt om vol te houden,
om anderen te boeien
en hen op te roepen tot een gelovige inzet.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die soms wanhopen
omdat de wereld zoveel donkere kanten laat zien.
Dat zij mogen getuigen van hun geloof
door daden die oproepen tot een respectvolle omgang tussen mensen.
Zo kunnen zijzelf inspirerende mensen zijn voor anderen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor ons,
die rijk begunstigd zijn met talenten:
een gezond lichaam, een sprankelende geest,
kunstzinnigheid, gevoeligheid voor mensen, dieren en natuur,
een praktische intelligentie, en nog zoveel meer…
Dat wij die talenten niet enkel
voor ons eigen comfort of welbehagen zouden gebruiken,
maar ze vooral zouden inzetten ten dienste van anderen.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden we dat we oog mogen hebben voor talenten
als tekenen van Gods aanwezigheid in ons midden.
Dat wij er behoedzaam mee omgaan en ze zorgvuldig beheren,
zodat ze vrucht dragen.
Laten wij bidden…

– Bidden we dat we oog mogen hebben voor de talenten van hen
met wie wij het leven delen:
voor de speelsheid en de onschuld van kinderen,
voor de trouw van zovele mensen,
voor het idealisme van jongeren en van minder jongeren
die zich dagelijks inzetten voor een betere wereld voor iedereen,
voor de geestkracht van de voorgangers in onze geloofsgemeenschap.
Laten wij bidden…

– Bidden we dat we oog mogen hebben voor mensen
die bang zijn om aan de slag te gaan met hun talenten.
Dat zij niet krampachtig vasthouden aan zekerheden,
maar ruimte scheppen voor openheid en bevrijding.
Laten wij bidden…

– Bidden we dat we oog mogen hebben
voor het kwetsbare maar onweerstaanbare talent dat ‘vrede’ heet:
vrede in onze thuissituatie en op het werk,
vrede in onze samenleving en in de Kerk.
Dat wij met dit talent uitgroeien tot mensen
waaraan God zelf zijn hart kan ophalen.
Laten wij bidden…
naar Baptiste Tuin

Voorbeden 3

– Bidden we voor vrouwen en mannen
die leiding geven in de Kerk en in de wereld.
Dat zij met wijsheid en zorgzaamheid hun taken uitvoeren.
Laten we bidden…

– Bidden we voor mensen die werkzaam zijn in onderwijs en opvoeding.
Dat zij jongeren begeleiden met wijsheid en zorgzaamheid.
Laten we bidden…

– Bidden we voor mensen – waar ook ter wereld – die zich inzetten voor vrede.
Dat zij hun werk met vreugde en vol vertrouwen kunnen doen.
Laten we bidden…

– Bidden we voor mensen die te bang zijn
om de talenten die hun werden toevertrouwd, ten volle te benutten.
Dat zij hun angsten kunnen overstijgen
en in geloof en vertrouwen hun weg durven gaan.
Laten we bidden…

Genadige God,
wil onze beden verhoren,
ons leven richting geven
en ons vertrouwen in U doen groeien. Amen.

Voor al deze intenties, en ook voor wie en wat ons persoonlijk ter harte gaan, bidden wij:

Gebed over de gaven

Heer, aan elkeen hebt Gij uw gaven uitgedeeld.
Geef dat wij aan elkaar meedelen
wat wij van U gekregen hebben.
Laat ons waakzaam blijven en trouw
tot alles in liefde is volbracht
en Gij ons voorgoed binnenleidt in uw vrede. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig …

Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.
.
Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.


Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn bloed,
mijn levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dank zij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader

Onze Vader die in mensen leeft,
moge in ons leven uw naam geheiligd worden.
Moge in ons samenzijn uw Rijk zichtbaar worden.
Moge in onze dagelijkse inzet uw wil gebeuren
als een teken en een oproep voor mensen op aarde.

Maak ons voor elkaar en voor de wereld
tot levengevend brood,
tot krachtig voedsel van vriendschap en vertrouwen,
van perspectief en hoop.
Maak ons, over fouten en tekorten heen,
tot mensen van vergeving en vrede,
zoals Gij het zijt voor ons.
Maak ons vrij van angst
en van alles wat denken en doen verlamt,
en laat ons niet verzinken
in de bekoring van de middelmatigheid.
Wees voor ons de kracht en uitdaging
om ten volle te leven
vandaag en ook in eeuwigheid. Amen

Carlos Desoete, in Wij-stenen

Vredewens

Heer Jezus, Gij spoort ons aan om waakzaam te blijven,
de ons toevertrouwde talenten niet te verbergen,
maar ermee te werken,
ermee te bouwen aan uw Rijk dat komt.
Geef dat wij dat visioen voor ogen houden.
Dan zal uw vrede ook onze vrede zijn.
De vrede van de Heer Jezus zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijke blijk van vrede en vreugde.

Lam Gods

Communie

Zie het brood, door mensenhanden gemaakt,
maar door God gekneed
om talenten te voeden en sterker te maken.
Kom en proef de smaak die ons tot eenheid brengt.
         Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Aan christenen zijn veel talenten gegeven:
geloof, hoop en liefde,
de acht zaligsprekingen,
het onderlinge dienstbetoon,
broederlijke eenheid,
een begaanbare weg,
een betrouwbare reisroute,
voedsel voor onderweg,
het gebed,
vrede en vreugde.
Die talenten werden ons niet gegeven
om ze veilig op te bergen of te begraven.
Ze werden ons gegeven
om vrucht te dragen,
om winst te maken die ten goede komt aan de hele wereld.

Bezinning 2

Uiteindelijk
wordt je leven niet gemeten
naar de grootte van je bezit
of naar hoeveel en welke
gaven en talenten en mogelijkheden
je gegeven zijn.
Een mens die veel heeft en veel kan
is daarom niet meer mens dan een andere.
En wat je hebt en wat je kan
is eigenlijk bijkomstig en doet niet ter zake in Gods ogen.
Uiteindelijk wordt een mensenleven gemeten aan de vraag
wat je ermee gedaan hebt: met dat bezit,
met die gaven en talenten.
Met andere woorden :
is de wereld en de mens er iets beter van geworden,
– een beetje meer wereld en mens van God ?
Is God in jou gebeurd?
Aan die vraag kan elke dag
van een mensenleven gemeten worden.

Slotgebed

Heer, als wij ons volgelingen van Jezus durven noemen,
dan kunnen we het niet maken om passief,
met onze armen over elkaar,
slechts toe te kijken hoe anderen hun talenten inzetten.
In de evangelielezing van vandaag hebt Gij ons duidelijk gemaakt
dat het hoog tijd is om zelf in actie te schieten.
Leer ons inzien dat Gij ons broodnodig hebt
om handen en voeten te geven aan uw Goede Boodschap
en beziel ons met uw Geest om waarachtig christen te zijn. Amen.

naar Bas Rentmeester en Hub Schumacher

Zending en zegen

Vijf talenten, twee talenten of slechts één talent:
ieder van ons wordt gevraagd in te zetten wat hij of zij heeft.
Gods zegen sterkt ons in het doen van het goede,
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.