2e zondag van de vasten B 2015

01 03 2015

Begroeting

In deze viering worden we uitgenodigd
om samen in Gods Licht te gaan staan.
We willen dit doen in naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

De tweede week van de veertigdagentijd gaan we de berg op,
de pleisterplaats van de Godsontmoeting.
Op de berg leert Abraham een barmhartige God kennen,
een God van leven, niet van dood.
De leerlingen leren Jezus kennen als ‘de Welbeminde’.
Maar ze mogen niet blijven op de berg van de verheerlijking,
ze mogen er geen feesthutten bouwen.
Ze moeten weer afdalen, op weg naar Jeruzalem,
de weg van lijden en dood,
maar uiteindelijk ook de weg van opstaan en verrijzen.
Laten ook wij, luisterend en vaak niet begrijpend, de berg op en af gaan
om Jezus te volgen tot Gods Koninkrijk gekomen is.
naar Levensecht

Openingswoord 2

Vandaag bevinden zich zowel Abraham als Jezus
boven op een berg,
het Bijbelse beeld om te zeggen ‘dicht bij God’.
Abraham ervaart hoe God zelf ingrijpt
om ons voor altijd te bevrijden van mensenoffers.
Met Jezus en drie van zijn apostelen,
mogen we even het visioen aanschouwen van de nieuwe schepping.
Even maar.
Net voldoende om ons te laten bezielen en ons ervan te overtuigen
dat een nieuwe schepping mogelijk is.
Na deze viering,
die ook ons op de berg – d.w.z. dicht bij God – wil brengen,
dalen we weer af naar het leven van elke dag.
Om er, vervuld met Gods Licht,
mee te werken aan zijn nieuwe schepping,
waarin ook de mensen van de Derde Wereld
gelijkwaardig zijn en ten volle serieus genomen worden.
geïnspireerd door Broed. Delen 2012

Openingswoord 3

Op de berg verschijnen Mozes en Elia samen met Jezus.
Net als bij de doop in de Jordaan klinkt een stem
die Hem de Uitverkorene van God noemt.
Maar de leerlingen begrijpen er niets van.
Wie is deze Mens?
Wie is die Gezondene van God?
Deze vraag kunnen wij ook onszelf stellen.
Wie is Jezus voor ons?
Enkel door zijn leven na te volgen,
door de weg te gaan die Hij is gegaan,
kunnen we ontdekken wie Hij is.
Zo ging het ook voor de leerlingen.
Pas toen Jezus was gedood en verrezen,
leerden zij ontdekken wie deze Mens,
deze Zoon van God, was.
Door ons open te stellen
voor zijn Woorden en zijn leven
leren wij Hem kennen.
Op deze manier kunnen wij werken aan een groeiend christen zijn,
naar het voorbeeld dat Jezus ons gegeven heeft.
Omdat wij hierin vaak nog tekort schieten vragen wij om vergeving.
Monique Suys

Vergevingsmoment 1

Het is goed dat we het even stil maken in ons hart
om kritisch na te gaan waar wij Gods Geest niet toelieten in ons leven.

-Heer,
bij het begin van elke viering maken wij tijd voor een vergevingsmoment.
Toch worden wij meestal niet graag herinnerd aan het feit
dat wij tekortschoten,
dat we – bewust of onbewust – schuld hebben aan dingen
die anders gemoeten of gekund hadden.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
al te vaak verstoppen we ons achter het falen van een ander
om onszelf vrij te pleiten.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
we missen zo dikwijls de moed en de kracht
om te leren van onze fouten.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Goede God,
leer ons elkaar te vergeven,
tot zeven maal zeventigmaal,
barmhartig zoals Gij. Amen.

Vergevingsmoment 2

-“Dit is mijn welbeminde Zoon,
luister naar Hem.”
Dit evangeliewoord klinkt ons zó bekend in de oren
dat we er niet echt meer naar luisteren.
We zijn als het ware doof geworden voor de Boodschap
en de diepe betekenis van Gods Woorden.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
ook wij beleven momenten waarop we sprakeloos staan
omdat we het mysterie ervan niet kunnen omvatten:
bijvoorbeeld bij de geboorte van een kind,
bij het wonder van de liefde,
bij de pracht van de natuur,
bij de intense vriendschap die we van sommigen mogen ondervinden.
Wij danken U daarvoor te weinig.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
ook in ons leven neemt Gij ons mee naar momenten vol heerlijkheid,
momenten vol geluk, zonder zorgen,
momenten waarvan we hopen dat ze blijven duren.
Maar even goed als toen tot de apostelen, zegt Gij tot ons
dat U volgen een weg is naar de harde werkelijkheid van elke dag
en dat die weg ons ook zal leiden langs lijden en onbegrip.
Maar dat is nu net de Boodschap die wij niet willen horen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God,
wees ons nabij in goede en minder goede dagen
en wees barmhartig
wanneer wij tegenover U en onze medemensen tekortschieten. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
voortdurend worden wij in deze wereld geconfronteerd
met lijden, ellende en kwaad.
Wij zien hoe mensen geslachtofferd worden op altaren van macht en prestatie.
Wij bidden U:
breng ons nader tot uw Zoon, uw Welbeminde.
Geef dat wij luisteren naar zijn Woord,
dat wij kracht en bemoediging erin vinden,
want Gij hebt gewild dat Hij niet ten onder ging in het kwaad en het lijden.
Gij hebt Hem uit de dood gered,
naar uw eeuwigheid. Amen.
naar Levensecht

Openingsgebed 2

Heer, neem ons mee naar een hoge berg.
Open daar onze verblinde ogen opdat wij weer zouden zien
dat Gij de Heer van het leven zijt.
Neem ons mee naar een hoge berg.
Open daar onze gesloten oren opdat wij opdat wij zouden horen
wat de Vader vraagt: “Luister naar Hem !”
Neem ons mee naar een hoge berg.
Open daar onze versteende harten opdat wij zouden begrijpen
dat in het dal de liefde op ons wacht
en soms ook het lijden.
En spreek vandaag tot ons uw Woord van alle tijden:
“Wees niet bang ! Ik ben met je !”. Amen.
Iny Driessen

Lezingen

Tweemaal is er op deze zondag sprake van een stem uit de wolk.
In de eerste lezing is het de stem van de engel,
die Abraham op het laatste moment ervan weerhoudt
zijn zoon Isaak te offeren
en die hem – om zijn trouw – van Godswege zegen toezegt.
In het evangelie is het de stem van God zelf
die Jezus bevestigt in zijn levenskeuze:
‘Dit is mijn Zoon, de Welbeminde’.
Luisteren wij nu naar de Woorden uit de Schrift.
Monique Suys

Eerste lezing (Gen, 22, 1-2. 9a. 10-13. 15-18)

Uit het boek Genesis

1           In die dagen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde.
Hij zei tegen hem: `Abraham.’ En hij antwoordde: `Hier ben ik.’
2           Hij zei: `Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die u liefhebt,
naar het land van de Moria,
en draag hem daar, op de berg die Ik u zal aanwijzen,
als brandoffer op.’
9           Toen zij de plaats die God hem had aangewezen bereikten,
bouwde Abraham daar een altaar,
stapelde er het hout op,
bond zijn zoon Isaak vast
en legde hem op het altaar, bovenop het hout.
10         Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes
om daarmee zijn zoon te offeren,
11         riep de engel van de Heer hem vanuit de hemel toe:
`Abraham, Abraham!’
En hij antwoordde: `Hier ben ik.’
12         En Hij zei:
`Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets!
Ik weet nu dat u God vreest, want u hebt Mij uw zoon,
uw enige, niet willen onthouden.’
13         Abraham keek om zich heen
en zag een ram die met zijn hoorns in het struikgewas vastzat.
Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op,
in plaats van zijn zoon.
15
         Toen riep de engel van de Heer
voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham
16         en zei: `Bij Mijzelf heb Ik gezworen – godsspraak van de Heer –
omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon,
uw enige, niet hebt onthouden,
17         zal Ik u overvloedig zegenen
en uw nakomelingen even talrijk maken als de sterren aan de hemel
en de zandkorrels aan het strand van de zee.
Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten.
18         Om uw zaad zullen alle geslachten van de aarde zich gezegend noemen,
omdat u naar mijn stem hebt geluisterd.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Rom., 8, 31b-34)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
31            Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
32         Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard;
voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd.
En zou Hij ons na zo’n gave ook niet al het andere schenken?
33         Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen?
God die rechtvaardigt?
34         Wie zal hen veroordelen?
Christus Jezus misschien, die gestorven is,
meer nog, die is opgewekt
en die, gezeten aan de rechterhand van God, onze zaak bepleit?
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Mc., 9, 2-10)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

2           Zekere dag nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee
een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was.
Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante,
3           en zijn kleren werden schitterend wit,
zoals geen bleker op aarde ze maken kan.
4           Elia verscheen hun samen met Mozes, in gesprek met Jezus.
5           Petrus zei daarop tegen Jezus:
`Rabbi, het is maar goed dat wij hier zijn;
laten wij drie hutten maken,
voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een.’
6           Want hij wist niet wat hij moest zeggen; zo vol ontzag waren ze.
7           Er kwam een wolk die hen overdekte,
en er klonk een stem uit de wolk:
`Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’
8           Toen ze rondkeken, zagen ze ineens niemand meer,
alleen Jezus was bij hen.
9           Terwijl ze van de berg afdaalden,
bezwoer Hij hun niemand te vertellen wat ze gezien hadden,
voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.
10         Dit woord grepen ze aan om onder elkaar te bespreken
waarop dat `uit de doden opstaan’ sloeg.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, die liefde is
en ons de wereld schenkt.

Ik geloof ook dat God ons roept en zendt
om van deze wereld een thuis te maken:
een wereld zonder honger,
zonder oorlog, zonder haat,
een wereld vol goedheid,
rechtvaardigheid en vrede.

Ik geloof in Jezus Christus,
die geroepen en gezonden werd
om lief en leed met ons te delen
om, geborgen in Gods liefde,
zich te geven aan de mensen.

Ik geloof ook dat de Heer ons roept en zendt
om lief en leed te delen in liefde met elkaar.

Ik geloof dat de Heer zijn Geest van liefde
schenkt aan alle mensen.

Ik geloof ook dat de Heer ons roept en zendt
om van zijn Blijde Boodschap te getuigen
in woord en daad;
opdat alle mensen van de wereld
broers en zusters zouden worden
in de Kerk van zijn liefde,
op weg naar zijn Rijk van vrede
en vriendschap voor altijd. Amen.

Voorbeden

Laten wij bij het begin van deze tafeldienst
even verwijlen bij de mensen die we verlich­ting toewensen in hun leven
en bieden wij God ook onze gebedsintenties aan.

-Bidden we dat de oude geloofsverhalen van de Schrift
ons mogen bemoedigen en bezielen.
Dat ze ons mogen helpen bij het zoeken naar onze weg.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor allen die zwaar beproefd worden.
Dat zij bij alles wat hen overkomt,
de kracht mogen ontvangen om staande te blijven.
Dat zij mensen mogen ontmoeten die hen nabij blijven.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onszelf.
Dat we respectvol met elkaar mogen omgaan,
in het besef dat we niet elkaars bezit zijn,
maar aan elkaar worden toevertrouwd.
Laten wij bidden…
Loed Loosen

Gebed over de gaven 1

God, wij brengen U de vruchten van uw schepping
en van onze menselijke arbeid.
Zij zijn een uitdrukking van onze dankbaarheid
en van het besef dat alles komt uit uw hand.
Laat deze gaven teken zijn van onze verbondenheid
met allen die zoeken naar Brood om van te leven.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.
Liturgische vieringen

Gebed over de gaven 2

God van het Verbond,
wij dromen van een wereld
waar het goed is om wonen,
waar de schone schijn
en het oppervlakkige hebben afgedaan,
waar gezocht wordt
naar de diepere betekenis van het leven.
Hiervan dromend, God,
leggen we onze gaven in uw handen.
Aanvaard ze als teken van onze bereidheid
om op te staan en te werken aan deze droom,
die ook de uwe is. Amen.
Broederlijk Delen 2012

Tafelgebed

God,
drie leerlingen mochten met U samen zijn
bovenop een berg.
Het was een moment van stilte en rust,
van innerlijk geluk,
van uitzicht op wat komen zal.
De tenten werden toen niet opgeslagen,
want hun geloof was nog te broos.
Maar hun verlangen naar een wereld van vrede en geluk
werd aangewakkerd.

Zo mogen ook wij hier samen zijn om,
gedragen door God en elkaar,
vol verlangen uit te zien
naar een nieuwe wereld
gedragen door liefde en goedheid.

Want in ons hart hebt Gij de hunkering gelegd
naar een betere wereld, vol van het beste in iedere mens.
Daarom mogen wij U loven, prijzen en dank zeggen
met de woorden:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Boven op de berg toonde Jezus aan zijn vrienden
een nieuw gelaat, een nieuw uitzicht
uitstijgend boven de soms pijnlijke werkelijkheid.
‘Kijk boven de ellende uit,
laat u niet langer raken door het kwaad,
geef het geen kans.
Er komt een nieuwe tijd.
Zie, Ik ga iets nieuws beginnen.
Merk je het nog niet?’
Dit was zijn nieuw Verbond.

Daarom bracht Hij zijn leerlingen regelmatig samen
om te eten, om te bidden,
om zichzelf uit handen te geven
voor een nieuwe wereld zonder haat.

Zo heeft Hij het ook gedaan die avond voor zijn sterven,
toen Hij met zijn leerlingen voor een laatste maal aan tafel zat.
Hij nam brood in zijn handen, hield het hun voor en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen,
dit is een nieuw verbond,
gegeven en geschonken aan ieder van u.”

Nadien nam Hij ook een beker met wijn,
teken van hun warm samenzijn.
Hij zegende hem, sprak een dankgebed uit en zei:
“Dit is de beker van een nieuw en altijddurend Verbond,
mijn bloed, voor u en allen
vergoten tot vergeving van zonden.
Telkens gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.


Ook dit samenzijn is getekend door leed en pijn,
zoals overal waar mensen samen zijn.
Moge Jezus’ verrijzenis kracht en steun geven
om te geloven in Gods goedheid.

God, geef dat we mogen geloven
tegen alle twijfel in.
Geef dat we mogen blijven hopen en vertrouwen.
Geef ons uw liefde die sterker is dan het kwaad en de dood.

God, aarzel niet uw belofte waar te maken
van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
aan ons gegeven om voor altijd in vrede te leven.

Wij bidden voor onze onvolmaakte mensenwereld.
Laat ons dromen boven fouten en pijn uit
dat wij hem zullen vernieuwen
en aan een veilige toekomst zullen bouwen
voor groot en klein.
Uw droom, God,
met die zekerheid dat Gij dicht bij ons wilt zijn.
Wij vragen het U,
omwille van Jezus, uw Zoon.
Want door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, God, almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.
naar Philippe Vansweevelt

Onze Vader
1

Na de bergervaring is er voor de leerlingen van Jezus de opgave om,
eens beneden,
bereid te zijn Jezus te volgen tot onder het kruis.
Bidden wij in gelovige overgave om ons kruis te kunnen dragen.

Onze Vader….
André Thoonen

Onze Vader 2

Onze Vader die in de mensen leeft,
moge in ons leven
uw naam geheiligd worden.

Moge in ons samenzijn
uw Rijk zichtbaar worden.
Moge door onze inzet
uw wil gebeuren
als een teken en een oproep
voor mensen op aarde.

Maak ons voor elkaar en voor de wereld
tot levengevend brood,
tot krachtig voedsel van vriendschap en vertrouwen,
van perspectief en hoop.

Maak ons, over fouten en tekorten heen,
tot mensen van vergeving en vrede,
zoals Gij dat voor ons zijt.

Maak ons vrij van angst
en van alles wat ons denken en doen verlamt.

En laat ons niet verzinken
in de bekoring van de middelmatigheid,
maar wees voor ons kracht en uitdaging
om ten volle te leven,
vandaag en in eeuwigheid. Amen.


Vredeswens

De weg naar de ander
is wegtrekken uit jouw eigen zekere wereld.
Wie de berg durft op te gaan,
zal nooit meer dezelfde zijn.
Bidden wij in deze geest:
Heer Jezus,
geef ons de moed en de kracht
om klaar te staan voor elkaar
in goede en slechte tijden.
Laat ons, geheel en al vervuld van uw Geest,
teken zijn van uw vrede hier op aarde.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van vrede en verbondenheid.
Monique Suys

Lam Gods

Communie

Brood en wijn, voedsel en vrede,
recht op leven en menselijkheid.
Waar wij zo diep naar hunkeren
en wat we zo moeizaam kunnen zijn,
dat leggen wij in uw handen, Heer.
Leer ons te doen wat Gij hebt voorgedaan,
leer ons ons leven te breken als brood,
het elkaar aan te reiken als wijn.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Geen andere weg valt er te bewandelen
dan die van de solidariteit.
De handen in elkaar slaan,
kleinen en groten,
machtigen en zwakken.

Geen ander pad is er samen te effenen
dan dat van de hoop.
Vechten tegen de ontmoediging
en steentjes leggen met velen.

Geen betere energie is er
dan die van het vertrouwen.
Woorden en daden vinden
die mensen bij elkaar brengen,
over alle grenzen heen.

Geen krachtiger daden zijn er
dan die van de liefde.
Getuigen van Gods droom worden
en bouwen aan zijn huis.

Bezinning 2

De hoge berg
op weg uit de drukte, het geraas, het geroep.
Inkeren, verstillen,
het eigen hart horen,
ademhalen, langzaam, diep,
in en uit
aanwezig komen bij mezelf
bij de altijd Aanwezige,
Licht zien, soms even.
Doorzinderd worden van het Licht,
en de stem horen ‘Deze is mijn geliefde Zoon’
en luisteren, warm worden van die stem
‘Het is goed dat we hier zijn’
en de ogen opslaan en niets anders zien
dan de gewone dagelijkse realiteit,
en toch!
Met open ogen naar Jezus durven kijken,
met open oren luisteren naar zijn Woord,
naar die ongelofelijke Boodschap,
naar Gods droom over onze wereld,
over de mensen,
over mij.
Het durven geloven dat Woord,
ernaar durven leven en ervaren:
dit Woord is waar en goed!
naar Thomasvieringen

Slotgebed 1

Ik zal je niet alleen laten – zegt God –
nooit!
Zelfs als je de indruk hebt
dat de zon in je leven is ondergegaan
en dat het helemaal donker geworden is rondom je,
dan nog zal Ik er zijn.
Misschien herken je Me niet
omdat je ogen blind zijn geworden door je verdriet en je tranen.
Maar je mag erop vertrouwen
dat Ik mijn liefde als een licht over je leven laat schijnen
en dat Ik je blijf toefluisteren dat Ik van je hou.
Jij bent toch mijn kind!
Je bent een parel in mijn ogen!
Ik heb je lief, liever dan mijn leven – zegt God.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

Net als Jezus dat deed,
zo wil Ik ook jou uitnodigen
met Mij een berg op te gaan – zegt God –
om de rust en de stilte op te zoeken
en te ervaren dat leven in mijn nabijheid
je ‘anders’ en ‘nieuw’ kan maken.
Want hoe sterker je Mij in je leven toelaat,
des te meer zullen je ogen glinsteren van liefde.
Je mond zal alleen maar goede dingen vertellen
en je handen zullen dienstbaar zijn
en op die manier van Mij getuigen.
Je zult stralen als de zon,
omdat je als een spiegel mijn tederheid zult weerkaatsen.
Erwin Roosen

Slotgebed 3

God, onze Vader,
wij danken U voor uw Woord
en voor de tekens waarin wij uw nabijheid mogen ervaren.
Al leven wij in het dal, zonder top-ervaringen,
wij hebben weet van het uitzicht dat ons wordt geboden op leven.
Wij vragen U, leer ons te zien en te geloven dat Gij
– al is het achter wolken verborgen –
met ons meetrekt op onze levensweg.
Weest Gij onze kracht om licht en vreugde te brengen,
daar waar wij leven.
Dat vragen wij U door Christus, onze Heer. Amen.
Lummen

Slotgebed 4

God, Bron van leven,
het was goed om hier te zijn,
om uw stem te horen
en de warme gloed van uw nabijheid
aan de lijve te mogen ervaren.
Zend ons niet heen met lege handen,
vergezel ons op onze wegen,
zegen ons allen met kracht en goede moed,
omwille van Jezus, uw Welbeminde,
onze Broeder, onze Heer. Amen.
Monique Suys

Zending en zegen 1

Voor ons is de tijd gekomen om af te dalen van de berg.
Ons wacht weer het leven van elke dag.
Maar de Heer daalt met ons mee de berg af.                       
Hij zendt ons de wereld in en zegent ons:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Kees Pannekoek

Zending en zegen 2

God van alle leven,
moge uw aangezicht over ons lichten,
moge wij volstromen met uw Levensadem,
moge uw visioen ons bewonen en uw vrede ons vergezellen.
Wil ons daarbij zegenen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.