2e zondag van de vasten B 2012

ZONDAGSVIERINGEN
tweede zondag vasten B (4/03/2012)

Begroeting

In de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Genade en vrede van God, onze Heer.
Moge de kracht van zijn Geest ons nabij zijn. Amen.

Openingswoord 1

Op deze tweede zondag van de veertigdagentijd,
nodigt de liturgie ons uit om de berg op te gaan met Abraham
en met Jezus en zijn leerlingen. Abrahams tocht, met zijn zoon Isaäk, lijkt een weg ten dode,
maar God schenkt leven
omdat Abraham naar Hem geluisterd heeft.
En Jezus, op weg naar Jeruzalem,
de stad van zijn lijden en dood,
wordt op de berg van gedaante veranderd.
Zijn stralend gelaat vertelt aan de leerlingen wie Hij is:
Gods welbeminde Zoon.
In deze viering mogen ook wij met Jezus de berg opgaan.
Wij mogen Hem ontmoeten als Gods welbeminde Zoon.
Moge deze ontmoeting ook ons een beetje veranderen,
zodat wij weer gaan leven als echte christenen in het voetspoor van Jezus.
Lummen


Openingswoord 2

Heb jij dat ook soms?
De behoefte om eens weg te trekken,
om de drukte achter je te laten en tot rust te komen?
Om even bij jezelf thuis te komen,
om wat naar je eigen hart te luisteren
en misschien wat dieper te zien in het leven?
Je zoekt de stilte en de rust op,
alleen … of samen met vrienden,
met je partner, je gezin…
Zo trekt ook Jezus met zijn vrienden weg uit de drukte,
uit het dal, de berg op, de stilte in …
Deze keer gaat Jezus niet alleen.
Hij neemt drie van zijn leerlingen mee: Petrus, Jacobus en Johannes,
zijn drie beste vrienden,
aan wie Hij later bij zijn doodstrijd in de Olijfhof, zal vragen
om bij Hem te blijven waken en bidden.
Ja, soms kan je beter bidden en bezinnen
in de nabijheid van mensen die je dierbaar zijn,
van wie je aanvoelt dat ze op eenzelfde golflengte zitten.
Laten we dat dan nu ook samen proberen.

Vergevingsmoment

Heer, ons leven verloopt niet altijd in perfecte harmonie.
De oorzaken van wantoestanden hebben we vaak niet in de hand,
maar voor heel wat misgelopen dingen zijn we toch zelf verantwoordelijk.
Daarvoor vragen wij U om vergeving.

– Heer, wij doorkruisen uw droom van geluk voor elke mens
als wij gejaagd en jachtig door het leven hollen,
zonder aandacht voor het mooie van uw schepping,
zonder dankbaarheid voor de liefde en de genegenheid van anderen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

– Christus, wij gaan voorbij aan uw gebod van naastenliefde
als wij onze medemens niet bemoedigen en nabij zijn.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, wij zijn geen echte christenen
als wij niet geloven in het bevrijdend Woord van de Blijde Boodschap
en ons niet inzetten – in woord en daad –
voor de herverdeling van de rijkdommen der aarde.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Heer ons tekortkomen vergeven
en ons vaster op zijn spoor van liefde zetten. Amen.

Openingsgebed 1

God, bron van leven,
wij zijn hier samen rond oude verhalen
om daarin uw stem te verstaan.
Leer ons luisteren met nieuwe oren.
Laat ons ondervinden hoe Gij ons nabij blijft,
ons bemoedigt
en uitzicht biedt in Jezus,
uw welbeminde Zoon en onze Broeder. Amen.

Openingsgebed 2

Heer, onze God,
Gij hebt ons Jezus leren kennen als uw geliefde Zoon.
Leer ons luisteren naar zijn Woord.
Schenk ons vertrouwen in het licht dat Hij voor ons wil zijn
opdat wij licht zouden zijn voor elkaar.
Dat vragen wij U door Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Lezingen

Luisteren we naar God die zich tot ons richt via verhalen uit de Schrift.

Eerste lezing (Genesis 22,1-2.9a.10-13.15-18)

Uit het boek Genesis

1        In die dagen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde.
Hij zei tegen hem: `Abraham.’ En hij antwoordde: `Hier ben ik.’
2        Hij zei: `Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die u liefhebt,
naar het land van de Moria,
en draag hem daar, op de berg die Ik u zal aanwijzen,
als brandoffer op.’
9        Toen zij de plaats die God hem had aangewezen bereikten,
bouwde Abraham daar een altaar,
stapelde er het hout op,
bond zijn zoon Isaak vast
en legde hem op het altaar, bovenop het hout.
10       Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes
om daarmee zijn zoon te offeren,
11       riep de engel van de Heer hem vanuit de hemel toe:
`Abraham, Abraham!’
En hij antwoordde: `Hier ben ik.’
12       En Hij zei:
`Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets!
Ik weet nu dat u God vreest, want u hebt Mij uw zoon,
uw enige, niet willen onthouden.’
13       Abraham keek om zich heen
en zag een ram die met zijn hoorns in het struikgewas vastzat.
Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op,
in plaats van zijn zoon.
15
       Toen riep de engel van de Heer
voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham
16       en zei: `Bij Mijzelf heb Ik gezworen – godsspraak van de Heer –
omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon,
uw enige, niet hebt onthouden,
17       zal Ik u overvloedig zegenen
en uw nakomelingen even talrijk maken als de sterren aan de hemel
en de zandkorrels aan het strand van de zee.
Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten.
18       Om uw zaad zullen alle geslachten van de aarde zich gezegend noemen,
omdat u naar mijn stem hebt geluisterd.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Romeinen 8,31b-34)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
31         Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
32       Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard;
voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd.
En zou Hij ons na zo’n gave ook niet al het andere schenken?
33       Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen?
God die rechtvaardigt?
34       Wie zal hen veroordelen?
Christus Jezus misschien, die gestorven is,
meer nog, die is opgewekt
en die, gezeten aan de rechterhand van God, onze zaak bepleit?
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Marcus 9,2-10)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

2        Zekere dag nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee
een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was.
Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante,
3        en zijn kleren werden schitterend wit,
zoals geen bleker op aarde ze maken kan.
4        Elia verscheen hun samen met Mozes, in gesprek met Jezus.
5        Petrus zei daarop tegen Jezus:
`Rabbi, het is maar goed dat wij hier zijn;
laten wij drie hutten maken,
voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een.’
6        Want hij wist niet wat hij moest zeggen; zo vol ontzag waren ze.
7        Er kwam een wolk die hen overdekte,
en er klonk een stem uit de wolk:
`Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’
8        Toen ze rondkeken, zagen ze ineens niemand meer,
alleen Jezus was bij hen.
9        Terwijl ze van de berg afdaalden,
bezwoer Hij hun niemand te vertellen wat ze gezien hadden,
voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.
10       Dit woord grepen ze aan om onder elkaar te bespreken
waarop dat `uit de doden opstaan’ sloeg.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Wij geloven in het evangelie van Jezus,
in zijn woorden en daden,
in zijn trouw jegens God en de mensen.

Wij vertrouwen erop dat in Hem,
God-met-ons
gesproken heeft,
ons lief en leed van dichtbij delend,
met ons meevoelend als tochtgenoot
in goede en kwade dagen.

Wij geloven in zijn evangelie van gemeenschap zijn,
in zijn spreken over Gods verbond met ons.

Wij vertrouwen in zijn idealen
van liefde en gedeeld leven,
van verbondenheid en eenwording,
van vrede en vrijheid voor alle mensen op aarde.

Hij bleef zijn idealen trouw
ook toen zelfgenoegzamen zijn oproep tot gemeenschap afwezen.
Zijn trouw was sterker dan de dood
waarmee ze Hem het zwijgen wilden opleggen.

Wij geloven dat zijn keuze voor mensen totaal was,
dat Hij zichzelf niet ontzag
om voor anderen leven en vrijheid mogelijk te maken.

En dat Hij daarom leeft.

Met Hem geloven ook wij
dat wie zijn leven ter beschikking stelt,
leven zal vinden.

Wij vertrouwen erop
dat er ook voor ons toekomst zal zijn
als wij doen wat Hij gedaan heeft.
Wij geloven in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
waarin Hij, die ons tot leven riep,
voorgoed ons aller vrede wil zijn. Amen.

Voorbeden 1

Laten wij bij het begin van deze tafeldienst
even verwijlen bij de mensen die we verlich­ting toewensen in hun bestaan
en bieden wij God ook onze persoonlijke gebedsintenties aan.

– Wees barmhartig, Heer,
en zaai vrede waar geweld, agressie of afgunst regeren.
Moge uw licht doorbreken
waar angst en eenzaamheid overheersen.
Wees steun en hoop in tijden van ziekte of overlijden.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig, Heer,
en maak het mogelijk dat ieder van ons
– man of vrouw, oud of jong, ziek of gezond –
enige glans kan geven aan zijn eigen bestaan,
een voorsmaakje van onze heerlijkheid
die Gij ons in het vooruitzicht hebt gesteld.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig, Heer,
voor onze wereld, vaak zo vlak en zonder perspectief,
een wereld waarin zovelen de weg kwijt geraken,
waarin zovelen vermalen worden
door de raderen van de vrijemarkteconomie.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig, Heer,
voor wie afhankelijk zijn van de barmhartigheid van anderen.
Wees ook barmhartig voor wie barmhartigheid betonen
en daardoor weerstand oproepen.
Laten wij bidden…

– Wees ons barmhartig, Heer,
wanneer we in deze veertigdagentijd
eens kritisch naar onszelf durven kijken
tot in de verste uithoeken van onze ziel.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden we voor alle mensen
die dag na dag uitzien naar gerechtigheid,
die hunkeren naar vrede.
Dat zij spoedig de stem mogen horen
die hun vrede komt melden.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle mensen
die zich inzetten om anderen op te beuren,
te helen, te bemoedigen, te laten genieten.
Dat zij opgewassen blijven tegen teleurstelling en tegenwerking.
Dat zij zelf vreugde mogen vinden in het leven.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle mensen
die willen leven als leerlingen van Jezus
en zo het beste van zichzelf willen geven
om de Blijde Boodschap tot werkelijkheid te maken
in de samenleving waarin ze leven.
Dat ze zich niet laten ontmoedigen,
maar bij elkaar de inspiratie vinden om door te gaan.
Laten wij bidden…

– Bidden we tenslotte voor onszelf.
Dat Gij, God, met ons moogt zijn nu en in eeuwigheid
en dat wij, in het spoor van Jezus, mogen gaan
naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Laten wij bidden…
naar Albert Meijer

Gebed over de gaven 1

Heer, onze God,
ook wij zijn besmet met de microbe van hebben en houden,
van produceren en consumeren.
Wij bidden U:
verlos ons van de waan van ieder-voor-zich.
Maak ons één in breken en delen,
ook met hen
die zich doorgaans moeten voeden
met de krui­mels die van onze tafels vallen.
Wij vragen U dit,
in naam van Hem, die Zichzelf brak en uitdeelde
tot voedsel voor allen, Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Gebed over de gaven 2

God, bron van leven,
als wij hier vandaag weer samenkomen rond uw tafel,
dan is dat in de eerste plaats om uit te drukken
dat wij uw volgelingen, uw leerlingen willen zijn.
We zoeken aansluiting aan uw tafel van breken en delen,
omdat we geloven dat daarin de weg naar het echte geluk verscholen zit,
niet alleen vandaag, maar alle dagen van ons leven. Amen.
vrij naar Liturgische vieringen

Tafelgebed

God,
drie leerlingen mochten met U samen zijn
bovenop een berg.
Het was een moment van stilte en rust,
van innerlijk geluk,
van uitzicht op wat komen zal.
De tenten werden toen niet opgeslagen,
want hun geloof was nog te broos.
Maar hun verlangen naar een wereld van vrede en geluk
werd aangewakkerd.

Zo mogen ook wij hier samen zijn om,
gedragen door God en elkaar,
vol verlangen uit te zien
naar een nieuwe wereld
gedragen door liefde en goedheid.

Want in ons hart hebt Gij de hunkering gelegd
naar een betere wereld, vol van het beste in iedere mens.
Daarom mogen wij U loven, prijzen en dank zeggen
met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Boven op de berg toonde Jezus aan zijn vrienden
een nieuw gelaat, een nieuw uitzicht
uitstijgend boven de soms pijnlijke werkelijkheid.
‘Kijk boven de ellende uit,
laat u niet langer raken door het kwaad,
geef het geen kans.
Er komt een nieuwe tijd.
Zie, Ik ga iets nieuws beginnen.
Merk je het nog niet?’
Dit was zijn nieuw verbond.

Daarom bracht Hij zijn leerlingen regelmatig samen
om te eten, om te bidden,
om zichzelf uit handen te geven
voor een nieuwe wereld zonder haat.

Zo heeft Hij het ook gedaan die avond voor zijn sterven,
toen Hij met zijn leerlingen voor een laatste maal aan tafel zat.
Hij nam brood in zijn handen, hield het hun voor en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen,
dit is een nieuw verbond,
gegeven en geschonken aan ieder van u.”

Nadien nam Hij ook een beker met wijn,
teken van hun warm samenzijn.
Hij zegende hem, sprak een dankgebed uit en zei:
“Dit is de beker van een nieuw en altijddurend verbond,
mijn bloed, voor u en allen
vergoten tot vergeving van zonden.
Telkens gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.


Ook dit samenzijn is getekend door leed en pijn,
zoals overal waar mensen samen zijn.
Moge Jezus’ verrijzenis kracht en steun geven
om te geloven in Gods goedheid.

God, geef dat we mogen geloven
tegen alle twijfel in…
Geef dat we mogen blijven hopen en vertrouwen.
Geef ons uw liefde die sterker is dan het kwaad en de dood.

God, aarzel niet uw belofte waar te maken
van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
aan ons gegeven om voor altijd in vrede te leven.

Wij bidden voor onze onvolmaakte mensenwereld.
Laat ons dromen boven fouten en pijn uit
dat wij hem zullen vernieuwen
en aan een veilige toekomst zullen bouwen
voor groot en klein.
Uw droom, God,
met die zekerheid dat Gij dicht bij ons wilt zijn.
Wij vragen het U,
omwille van Jezus, uw Zoon.
Want door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, God, almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.
naar Philippe Vansweevelt

Onze Vader

Goede God,
ik vraag mij af of wij U wel ‘onze Vader’ kunnen noemen,
zolang wij niet echt als broers en zussen met elkaar omgaan.

Hoe kunnen wij beweren dat wij U heiligen,
als we U ver weg in de hemel willen houden,
zolang zovele verre en nabije broers en zussen onderdrukt
en vergeten worden?

Hoe kunnen we U vragen om dagelijks brood,
terwijl wij meer dan genoeg hebben
en zovele broers en zussen van honger sterven?

We kunnen U enkel vragen:
geef ons de kracht om ons niet te laten verleiden tot het kwade,
om de schulden van anderen kwijt te schelden,
om te delen van ons dagelijks brood.
Dan pas kunt Gij onze schuld vergeven,
dan pas kan uw wil werkelijkheid worden,
dan pas zal uw Rijk komen. Amen.
Oelegem

Vredewens

God van alle mensen,
we trekken cirkels rond onszelf
en zeggen:
‘Dit ben ik’; ‘Dit is van mij’.
En onze handen zijn tot slaan gereed als wordt geraakt
aan wat wij ons hebben toegeëigend.
Vergeef ons – wij, kleine geweldenaars –
maak ons vredelievend en mild.
Dan worden wij één en onverdeeld.
Die door God geschonken vrede zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van die vrede.

Lam Gods


Communie

Brood en wijn, voedsel en vrede,
recht op leven en menselijkheid.
Waar wij zo diep naar hunkeren
en wat we zo moeizaam kunnen zijn,
dat leggen wij in uw handen, Heer.
Leer ons doen wat Gij hebt voorgedaan,
leer ons ons leven te breken als brood,
het elkaar aan te reiken als wijn.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Vasten, zich iets ontzeggen
in eten, drinken, roken…
is niet zo moeilijk.
Dat is uitgesteld genot.
Na veertig dagen
zal het des te beter smaken,
zullen we er des te meer van genieten.

Vasten wordt wel moeilijk
als het een oefening is in gerechtigheid.
Durven uitgaan van het feit
dat lucht en water,
grond en energie
ons niet persoonlijk toebehoren,
maar gemeenschapsgoederen zijn
voor heel onze planeet.

Want dan wordt vasten
een pijnlijke bezinning over onze levensstijl.

Bezinning 2

Als twijfel en angst ons leven aanvreten
en de moed ontbreekt om door te gaan,
toon ons dan de weg naar de berg:
die plek van stilte om even met U alleen te zijn,
om kwaad en zorgen af te geven
aan U, die onze grote Drager bent.
Zet ons dan op het spoor
van Mozes, Elia en Jezus,
die ook hun angst en twijfel hebben gekend,
en toch hun keuze trouw gebleven zijn,
en zo dragers zijn geworden van uw Licht.
Leer ons
ons te spiegelen aan hen
die zo dicht met U verbonden waren,
zo intens vanuit U leefden,
dat zij uw licht, uw naam uitstraalden,
en alles in hen sprak van
“Ik zal er zijn voor u”.
Doe ons weten dat Gij in hen te vinden zijt,
in ons te zien zult zijn
als wij verder gaan op hun weg.
Geef ons nu en dan, en soms heel even,
zo’n moment van licht in uw stilte,
in het weten dat wij door U bemind zijn,
en toon ons dan de weg naar de vlakte,
naar het dagelijkse leven,
om met uw kracht uw weg verder te gaan.

Carlos Desoete

Slotgebed 1

Dat wij uw Woord vernomen hebben, God,
dat wij het brood gebroken hebben voor elkaar,
laat dat voor ons een teken zijn
dat Gij dicht bij ons zijt,
dat wij uw mensen zijn,
door U gevoed,
door U bemind.
Verlaat ons nooit,
wees als het daglicht om ons heen,
wees onze vaste grond,
de glans van vreugde op ons gelaat,
en meer dan dat:
wees onze toekomst, onze Vader. Amen.


Slotgebed 2

Net als Jezus dat deed,
zo wil Ik ook jou uitnodigen
met Mij een berg op te gaan -zegt God –
om de rust en de stilte op te zoeken
en te ervaren dat leven in mijn nabijheid
je ‘anders’ en ‘nieuw’ kan maken.
Want hoe sterker je Mij in je leven toelaat,
des te meer zullen je ogen glinsteren van liefde.
Je mond zal alleen maar goede dingen vertellen
en je handen zullen dienstbaar zijn
en op die manier van Mij getuigen.
Je zult stralen als de zon,
omdat je als een spiegel mijn tederheid zult weerkaatsen.
Erwin Roosen

Zending en zegen

Gesterkt en verheugd omdat God ons nabij was,
dalen wij af van de berg
om de warmte van God-met-ons
uit te dragen in de vlakte van het leven van elke dag.
Moge zijn zegen op ons rusten:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.