26e zondag door het jaar C 2010

ZONDAGSVIERINGEN
zesentwintigste zondag C (26/09/2010)

Begroeting

Van harte welkom in dit huis,
gij die hier samen gekomen zijt
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

De rentmeester van vorige week
sloeg met behulp van geldtrucjes een brug tussen zichzelf en de armen,
toen hijzelf tot de bedelstaf dreigde veroordeeld te worden.
Dat lukt de rijke in het evangelie vandaag niet,
zelfs niet als hij de hulp inroept van de stamvader Abraham.
Bezit, eigendom, macht en invloed:
ze laten je quasi zonder zorgen door het leven vliegen,
maar ze zijn geen pasmunt voor het koninkrijk Gods.

Net zoals toen, bestaat de kloof tussen arm en rijk nog altijd.
Lazarus sterft nog iedere dag, overal ter wereld…
Met dit evangelie worden we opgeroepen ons daarover te bekommeren.
Wie gelooft
moet durven opstaan om die kloof te overbruggen.
Wij vergeten dit nogal eens gemakkelijk.
Vragen wij daarom om vergeving.

Openingswoord 2 (mediazondag)

Vorige week hoorden we
dat je niet én God én de geldduivel kunt dienen.
Vandaag horen we het verhaal van de arme Lazarus en de rijke vrek.
Het gaat dus over de kloof tussen arm en rijk.
Op deze mediazondag vraagt de Kerk
ook oog te hebben voor de digitale kloof
die tussen jong en oud dreigt te ontstaan.
Hoe breed zijn deze kloven?
Zullen we deze uitdaging aangaan?
In elk geval worden we opgeroepen
om het evangelie handen en voeten te geven
en echte bruggenbouwers te worden.

Openingswoord 3

De wereld werd ooit aan mensen toevertrouwd,
opdat zij haar in vrede zouden bewonen,
opdat zij licht en leven van harte zouden delen,
in lief en leed elkaar nabij.
De realiteit is echter anders:
rijkdom naast armoede,
overvloed naast honger,
bevoorrechting van de één ten koste van de ander.
De profeet Amos en Jezus uit Nazareth
zeggen daar vandaag het hunne over,
stellen ons vragen, spreken verwachtingen uit.
Omdat wij hiervoor vaak te weinig ontvankelijk zijn
bidden wij om vergeving.

Vergevingsmoment 1

– Heer, Gij geeft brood aan wie honger heeft.
Gij geeft gevangenen vrijheid.
Wij denken aan onze eigen behoeften.
Wij sluiten mensen uit
en zetten hen vaak gevangen in eenzaamheid.
Heer, ontferm U over ons.

– Heer, Gij opent de ogen van blinden
en wie gebroken is door verdriet
helpt Gij weer op.
Wij profiteren soms van de zwakken
omdat zij zich minder goed kunnen verdedigen dan wij.
Christus, ontferm U over ons.

– Heer, Gij houdt van wie eerlijk en rechtvaardig is.
Gij behoedt mensen zonder land of thuis.
Wij verdragen niet dat iemand ons de waarheid zegt,
en wij laten onbekenden vaak in de kou staan.
Heer, ontferm U over ons.

Als mensen elkaar evenveel kansen geven
en elkaar vergeven,
dan heeft het geen belang meer
of iemand rijk is of arm.
Zij die elkaar vergeven,
willen ook elkaars geluk.
zoals God ons vergeeft
en wil dat wij gelukkig zijn.
naar Levensecht

Vergevingsmoment 2

De kloof tussen woord en daad,
tussen wat wij in gedachten hebben
en wat wij daadwerkelijk volbrengen
is groter dan wij vermoeden.
Laten wij ons daarom tot God bekeren.

– Heer, Gij die ons oproept
om aan elkaar te laten voelen
dat God een warm hart heeft voor mensen…
Heer, ontferm U over ons.

– Christus, Gij die ons uitnodigt
om God te herkennen in het gelaat van armen en eenzamen…
Christus, ontferm U over ons.

Heilige Geest, Gij die ons aanport
om Gods vriendschap zichtbaar te maken
in de concrete werkelijkheid van elke dag…
Heer, ontferm U over ons.

Moge God ons zijn barmhartigheid tonen
en ons in liefde leiden op weg naar het eeuwig leven. Amen.

Lofprijzing

God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis
zodat wij Hem in de ander kunnen herkennen.
Eren wij Hem in de naaste
door elkaar lief te hebben
zoals Hij van ons houdt.
Eren wij God
door op te komen voor wie snakt
naar een vreedzaam en menswaardig bestaan.

Eren wij God,
niet alleen in de hoge,
maar vooral hier op aarde.
Loven wij God
door te zorgen voor een hemel op aarde
voor allen die Hij liefheeft.
Dan zullen wij samen kunnen zingen:
Heilig de Heer,
God en schepper van deze wereld,
en zalig alle mensen in wie Hij werkelijk leeft,
in wie Hij welbehagen schept. Amen.

Openingsgebed 1

God, onze Vader,
wij leven in een wereld van ongekende luxe.
Wij zitten hier samen in een mooie grote kerk,
wij wonen in prachtige huizen
en eten van welgevulde tafels.
Wij weten dat op dit moment
andere mensen, mensen zoals wij,
sterven van honger
of geen dak boven hun hoofd hebben om te slapen.
Gij zijt een God van leven.
Roep ons wakker uit onze rijkdom
om onze goederen en liefde met elkaar te delen.
Dat vragen wij U door Jezus Christus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

Goede God, waar wij elkaar opdelen in armen en rijken,
dringt Gij aan op menswaardigheid voor iedereen.
Wij bidden U:
maak ons toegankelijk en rechtvaardig
voor hen die weinig hebben en weinig kansen krijgen.
Dat vragen wij Jezus Christus
die met U en de H. Geest leeft
in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Lezingen

Luisteren wij nu naar God,
die zich in de lezingen van vandaag vooral richt tot de gegoeden onder ons.


Eerste lezing (Amos 6,1a.4-7)

Uit de Profeet Amos

1        `Hoor dit woord
dat de Heer spreekt over u, zonen van Israël,
over heel het geslacht dat Ik uit Egypte heb geleid.
4
       Brult er ooit een leeuw in het woud
zonder dat hij een prooi heeft?
Of gromt er een leeuwenjong in zijn hol
zonder dat het iets te pakken heeft?
5          Schiet een vogel omlaag naar de klem op de grond
zonder dat daar lokaas ligt?
Of zal de klem van de grond opspringen
zonder dat er iets gevangen is?
6        Wordt in een stad de bazuin geblazen
zonder dat de bewoners beven?
Gebeurt er ooit in een stad een ramp
zonder dat de Heer daar de hand in heeft?
7        De Heer God doet nooit iets
zonder dat Hij zijn besluit onthult
aan zijn dienaren, de profeten.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (1Timoteüs 6.,11-16)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan Timoteüs

Dierbare,
11       Streef naar gerechtigheid, vroomheid,
geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.
12       Vecht voor de goede zaak van het geloof,
grijp het eeuwige leven,
waartoe u geroepen bent
en waarover u de goede belijdenis hebt afgelegd,
ten overstaan van vele getuigen.
13       Ik vermaan u ten overstaan van God,
die alles ten leven wekt,
en van Christus Jezus,
die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd:
14       houd u stipt en onberispelijk aan dit gebod
tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus,
15       die God ons op de voorbestemde tijd zal laten aanschouwen.
Hij is de gelukzalige, de enige heerser,
de koning der koningen en de Heer der heersers,
16       Hij alleen bezit de onsterfelijkheid
en Hij woont in ontoegankelijk licht.
Geen mens heeft Hem gezien of is in staat om Hem te zien.
Aan Hem de eer en de eeuwige macht! Amen.
KBS Willibrord 1995


Evangelie (Lucas 16,19-31)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot de farizeeën:
19       Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen,
en elke dag uitbundig feestvierde.
20       Aan zijn poort lag een zekere Lazarus;
hij was arm en zat onder de zweren.
21       Hij had graag zijn honger gestild
met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel,
maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren.
22       Toen kwam de arme te sterven;
de engelen droegen hem in de schoot van Abraham.
Ook de rijke stierf, en werd begraven.
23       In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op
en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot.
24       `Vader Abraham,” riep hij,`”heb medelijden met me;
stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water,
en er mijn tong mee te verkoelen,
want ik lijd hevig in dit vuur.”
25       Maar Abraham zei:
`Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad
en Lazarus altijd slecht;
nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn.
26       Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof;
al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken,
hij zou het niet kunnen;
evenmin kan iemand van daar naar ons komen.”
27       Maar de rijke zei:
`Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen,
28       want ik heb nog vijf broers.
Laat hij hen gaan waarschuwen,
zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn.”
29       Maar Abraham zei:
`Ze hebben Mozes en de Profeten;
daar moeten ze naar luisteren.”
30       Maar hij zei:
`Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt,
dan zullen zij zich bekeren.”
31       Maar Abraham antwoordde:
`Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren,
dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen
als iemand uit de doden opstaat.”
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken wij ons geloof uit in de drie-ene God,
een God van driemaal Liefde.

Ik geloof dat het leven mij geschonken werd
door God, onze Vader, bron van liefde.
Ik geloof dat ik geroepen ben
om mee te werken aan een toekomst
die voor elke mens menswaardig is.

Ik geloof in die uitzonderlijke mens
die niet geleefd heeft voor zichzelf.
Ik geloof in die mens
die wij kennen als zoon van mensen
en Zoon van God,
die een ereplaats gaf aan mensen
die over het hoofd werden gezien.

Ik geloof dat zijn Geest onder ons werkt
als wij in zijn naam samen zijn
en wij elkaar levenskansen geven.
Ik geloof dat zijn Geest
ons telkens weer aanspoort
om naar elkaar om te zien
en zo mensen te worden met en voor elkaar.

Ik geloof dat ons leven
niet zal eindigen in het zinloze niets,
maar dat wij eens zullen leven
bij de bron van liefde die ons dit leven schonk. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen.

– Bidden wij voor alle mensen
die in het voetspoor van Jezus willen treden.
Dat zij Hem willen volgen naar wie zijn aandacht en liefde
het meest uitging:
armen, uitgestotenen, wie niet van tel waren.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de Kerk.
Dat haar daden niet in tegenspraak zouden zijn
met haar woorden.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onze maatschappij en haar leiders.
Dat zij de groei van de welvaart van de gegoeden
een halt durven toeroepen
als die ten koste gaat van de armen hier of in de Derde Wereld.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de armen zelf.
Dat zij  niet berusten in hun mensonterende toestand,
maar met moed en doortastendheid blijven vechten
voor hun rechtmatig aandeel in de welvaart van de rijken.
Laten wij bidden…

God,
in Jezus hebt Gij U geopenbaard
als bron van goedheid en menslievendheid.
Maak ook ons bereid om getuigen te zijn van die liefdesboodschap,
elke dag van ons leven. Amen.
naar Ad van Diemen


Voorbeden 2

– Voor leiders van internationale organisaties.
Dat zij inspanningen zouden doen
om armen en rijken met elkaar te verzoenen.
Laten wij bidden…

– Voor de rijken.
Dat zij duidelijk mogen inzien
dat alleen God de ware rijkdom schenken kan.
Laten wij bidden…

– Voor armen en misdeelden.
Dat zij in hun contact met goede mensen
mogen ondervinden dat ook zij delen in Christus’ leven.
Laten wij bidden…

– Voor ons allen.
Dat wij niet alleen aan onszelf en aan onze eigen kring denken,
maar ons altijd bewust blijven
dat mensen mensen nodig hebben.
Laten wij bidden…


Voorbeden 3

Vanuit het geloof dat God barmhartig is
en mensen een warm hart toedraagt,
willen we bidden:

– opdat we de ogen zouden openen
voor onrecht en uitbuiting,
voor uitsluiting en minachting.
Maak ons meer en meer tot uw mensen, God,
mensen die leven in mededogen
en de eigen rijkdom delen.
Laten wij bidden…

– opdat we, ieder op zijn eigen plek,
invloed durven uitoefenen
op verantwoordelijken in Kerk en wereld
ten gunste van de noden van mensen.
Laten wij bidden…

(mediazondag)
opdat we de moderne communicatiemiddelen
zouden gebruiken in de ontmoeting met elkaar
en in het tot stand brengen van Gods rijk van vrede en gerechtigheid.
Laten wij bidden…

God, Gij weet wat wij nodig hebben
om onze wereld een beetje mooier te maken:
vriendschap en solidariteit.
Wil ze daarom in ons hart leggen als een bron van genade.
Wij vragen het U, in Jezus’ naam. Amen.

Gebed over de gaven 1

Heer, onze God,
Gij hebt alles geschapen,
ook deze gaven van brood en wijn die wij U aanbieden.
Wij vragen U,
laat ons niet verhangen zijn aan wat wij bezitten,
laat ons ook aan anderen denken
en laat ons bestaande wanverhoudingen niet zomaar accepteren.
Laat het breken van dit brood
en het drinken van deze wijn
een teken zijn van onze inzet
voor een betere wereld voor iedereen. Amen.


Gebed over de gaven 2

Heer God, geef recht aan de verdrukten,
brood en drank aan wie hongerig en dorstig zijn.
Aanvaard deze gaven van brood en wijn.
Zegen ons en deze gaven,
opdat wij mensen worden die begaan zijn
met het lot van anderen,
en tot breken en delen bereid zijn.
Dit vragen wij U door Jezus Christus,
die ons dit heeft voorgedaan. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig …

Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.
.
Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn bloed,
mijn levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dank zij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader

Om onze verbondenheid met de armen uit te drukken
willen wij nu bidden tot onze Vader
opdat wij samen willen uitzien naar de komst van zijn Rijk.
Onze Vader

Goede God, zet ons op weg naar een nieuwe wereld,
waar mensen echt leren delen met elkaar
en mekaar helpen in de uitbouw van een nieuwe toekomst.
Dan zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk …

Vredewens

Heer Jezus Christus, schenk ons een hart
dat vol is van uw allesgevende liefde
en laat ons in het delen van wat we hebben en van wat we zijn
een teken van vrede zijn voor iedereen.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En laten wij die vrede ook van harte aan elkaar toewensen.

Lam Gods

Communie

Aan de tafel van de Heer is plaats voor iedereen.
In zijn Lichaam en Bloed is Hij voor ons bereikbaar geworden.
Gelukkig zijn wij die genodigd zijn aan de tafel van de Heer.
Dit is het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld.
Heer, ik ben niet waardig …

Bezinning 1

Laten we nooit meer zeggen:
‘We hebben het niet geweten’
of ‘we hebben de macht van het kwaad niet gezien’.

Beelden van oorlogen en geweld zien we bijna dagelijks.
Mensen worden getergd, bedreigd en gedood
al jaren lang
en we weten het.

In onze eigen omgeving leven verslaafde mensen,
mensen met een vragende blik,
een hunkerende hand
en wij weten het.

Er leeft heel wat machtsmisbruik en eigenbelang
onder veel mooie woorden,
zelfs tot in onze Kerk toe
en wij weten het.

Als wij dan nog blijven zeggen ‘we hebben het niet geweten’
blijft alles hetzelfde:
de toekomst even donker als het verleden en het heden.

Laten wij nooit meer zeggen:
‘Wir haben es nicht gewusst”.

Bezinning 2

Op een dag kwam een man bij rabbi Baruch.
De man was steenrijk
en zat vrekkig op zijn bezit.
De rabbi nam hem bij de hand
en leidde hem naar het raam.
‘Kijk naar buiten’, zei hij.
De rijke keek naar buiten.
‘Wat zie je?’ vroeg de rabbi.
‘Mensen’, antwoordde de rijke man.
Weer nam de rabbi hem bij de hand
en leidde hem naar de spiegel.
‘Wat zie je nu?’, vroeg hij.
‘Nu zie ik mezelf’, antwoordde de rijke man.
Toen zei de rabbi: ‘Onthoud het goed:
in het raam zit glas en in de spiegel zit glas,
maar het glas in de spiegel is bedekt met een laagje zilver.
Daarom ziet men als men in de spiegel kijkt
de andere mensen niet, maar alleen zichzelf.’

Bezinning 3

De armen zijn ook al niet meer wat ze geweest zijn.
De arme van het evangelie verlangde naar de kruimels
die van de tafel van de rijke vielen…
maar hij kreeg ze niet.
De arme van onze dagen krijgt wel van de kruimels
die van de tafel van de rijke vallen.
En wat doet de arme daarmee?
Hij maakt het niet allemaal op aan eten en drinken,
ook niet aan uitbundige feesten.
Hij koopt zich een potlood en een schrift.
Hij leert het alfabet, leert lezen en schrijven.
Hij koopt een boek en gaat studeren.
Hij verwerft inzicht.

Hij wordt bewust van het onmenselijke van zijn situatie.
En als hij al weet heeft van het evangelie
komt hij er wel achter dat ook God aan zijn kant staat.

Hij gaat inzien, dat die rijke man achter zijn poort in zijn huis,
rijk is omdat hij arm is.
En hij blijft niet langer liggen aan de poort.
Want hij heeft ook gehoord van de man die uit de dood is opgestaan.

Daarom staat hij zelf ook op.
Hij gaat het huis van de rijke binnen.
Wat zal daar gebeuren tussen de rijke en de arme?
Ik weet het niet.
Ik hoop…
ik hoop dat ze nog met elkaar kunnen praten.
Levensecht

Slotgebed 1

Of je nu rijk of arm bent, doet er eigenlijk niet toe – zegt God.
Wat telt is dat je van je rijkdom of van je armoede durft te delen.
En stel niet uit tot morgen wat vandaag nog kan.
Kijk rondom je en bemerk de nood van mensen om je heen:
dichtbij, in je eigen omgeving,
maar ook veraf, in de brandhaarden van de grote wereld.
Laat solidariteit geen leeg begrip blijven in je leven,
maar concrete werkelijkheid.
Erwin Roosen


Slotgebed 2

God,
Gij die het geluk wilt voor alle mensen,
geef ons de moed en de vastberadenheid
om te blijven zoeken naar een antwoord op de grote sociale vragen
van onze tijd.
Dat wij niet onverschillig of machteloos toezien op onrecht,
maar elkaar mogen vinden
in het onverwoestbaar geloof dat het mogelijk is:
rijkdom gedeeld en kloven overbrugd.


Slotgebed 3

God onze Vader,
Gij zijt een liefdevolle God.
Wij danken U dat Gij onze vriend zijt,
de Vriend van kleinen en zwakken.
Dat geeft ons het goede gevoel
dat wij ons bij U thuis mogen voelen.
Maar het vraagt ons ook om beter voor elkaar te zorgen.
Stuur ons dan uw Geest om te zien wat goed is
en om de kracht te vinden om dat goede te doen.
Dat vragen wij U door Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Zending en zegen 1

Moge Gods omgaan met rijk en arm
ons tot het inzicht brengen
dat onze redding slechts verzekerd is
als wij anderen onze reddende hand toesteken.
Met die gedachte zendt de Heer ons gezegend heen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en H. Geest. Amen.

Zending en zegen 2

Met een aanklacht van Amos en met een verhaal van Jezus
werden we vandaag uitgedaagd om de wereld te hervormen
tot een huis waarin rijk en arm, vriend en vreemde,
elkaars tafelgenoten worden.
Daartoe worden wij uitgezonden: dat geen mens vergeten wordt.
Daarom vragen we uw zegen,
in de naam van + de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.