26e zondag door het jaar B 2009

ZONDAGSVIERINGEN
zesentwintigste zondag B (27 09 2009)

Begroeting

Ik wens u van harte de genade toe
+ van God onze Vader, van Jezus Messias
en van de Geest die bezit van ons wil nemen. Amen.


Openingswoord 1

Wie heeft het recht om aan het volk Gods
de Blijde Boodschap te verkondigen?
Misschien een wat vreemde vraag.
Maar we moeten ze wel stellen,
want daarover gaat het in onze beide lezingen.

Centraal staat namelijk de versluierde naijver en jaloezie
waarbij niet de inhoud van de boodschap
maar het statuut van de boodschapper
ter beoordeling wordt voorgelegd
aan Mozes, in de eerste lezing,
en aan Jezus, in de evangelielezing.
Een soort territoriumstrijd dus:
‘Ik ben bevoegd, jij niet. Dus: hou jij je mond!’

Diezelfde onchristelijke strijd wordt ook vandaag nog gevoerd,
door personen, door Kerken, binnen de katholieke Kerk.
Ook onze eigen geloofsgemeenschap ontsnapt er soms niet aan.
Vaak zijn we ons hiervan niet bewust,
misschien misbruiken we de bestaande rechtsorde
om onze eigen positie veilig te stellen
en anderen monddood te maken of te houden.

Als dat zo is, moeten we onze verdedigingslinies afbreken
zodat de ware Geest ook in ons kan waaien waar Hij wil,
en niet enkel daar waar wij Hem toelaten.
Daarom bidden we om vergeving.

Openingswoord 2

Denken dat de Geest van God alleen werkzaam is
via de voorgeschreven structuren,
is een waanbeeld van alle tijden.
De lezingen van vandaag
nodigen ons uit om daarmee komaf te maken,
om uit die hokjesmentaliteit uit te breken.
Ze roepen op om ruimte te creëren
waarin elke stem kan gehoord worden,
waar plaats is voor échte ontmoeting.


Vergevingmoment

– Voor onszelf meten wij met een ruime maat,
maar voor een ander zijn we vaak nauwgezet,
soms op het bekrompene af.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

– Voor onszelf zijn we gul, verzot op overvloed,
maar een ander schepen we af met heel wat minder,
soms met een fooi.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

– We gaan vlotjes om met mensen die tot onze eigen kring behoren,
maar hebben vragen bij wie wat verder van ons af staan.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.


Lofprijzing

Laten wij de Heer loven en prijzen
en dankbaar zijn voor zijn schepping
waarin Hij ons geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis.
Danken wij Hem
voor het licht van zon, maan en sterren,
voor de pracht van bloemen en planten,
voor het wisselen van de seizoenen
en voor alle leven hier op aarde.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen
omdat Hij zijn Zoon heeft gezonden,
die ons de werkelijke waarden van het leven
heeft kenbaar gemaakt
en ons de weg heeft getoond naar het eeuwig leven.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen
in alle mensen die zich met hart en ziel inzetten
voor het geluk en het welzijn van medemensen,
voor de verdere uitbouw van zijn schepping,
voor het blijven uitdragen van zijn boodschap,
voor een wereld van vrede, zonder haat of tweedracht.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen:
voor het geluk dat we mogen vinden in zoveel kleine dingen:
de glimlach van een kind,
een onverwacht teken van liefde,
een luisterend oor,
voor een gebaar van troost,
een woord van dank,
en het warme gevoel bij intens geluk.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Openingsgebed 1

Eeuwige God,
open ons hart voor uw goede woorden
en maak ons ontvankelijk
voor het waaien van uw Geest.
Herschep de wereld tot een huis
waarin liefde het laatste woord heeft,
waarin mensen bereid zijn te luisteren
naar wat een ander te zeggen heeft.
Dan zal uw Rijk komen, uw heil zegevieren. Amen.


Openingsgebed 2

Heer, onze God,
doorbreek vandaag de beslotenheid van onze eigen kring.
Beziel ons met uw levensadem
en leg ook op ons dat deel van uw Geest
dat ruimte schept en grenzen overschrijdt.
Dat vragen wij door Jezus
die een hart had voor allen
en zo beeld was van U. Amen.

Lezingen
Luisteren wij met de oren van ons hart naar God die ons toespreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing
(Numeri 11,25-29)
Uit het boek Numeri

25
          In die dagen daalde de Heer neer in een wolk,
sprak tot hen en legde een deel van de geest die op Mozes rustte,
op die zeventig oudsten.
En toen de geest op hen rustte, profeteerden zij,
maar later hebben zij dat niet meer gedaan.
26          En twee van de mannen waren in het kamp gebleven.
De een heette Eldad, de ander Medad.
Ook op hen rustte de geest,
zij stonden op de lijst al waren zij niet naar de tent gegaan,
en zij profeteerden in het kamp.
27          Een jongen ging het ijlings aan Mozes vertellen en zei:
`Eldad en Medad zijn aan het profeteren in het kamp!’
28          Jozua, de zoon van Nun,
die al als jongeman in Mozes’ dienst gekomen was,
zei daarop tegen Mozes:
`Mijn heer, dat moet u hun verbieden.’
29          Mozes zei hem:
`Waarom kom je voor mij op?
Ik zou willen dat heel het volk van de Heer profeteerde
en dat de Heer zijn geest op hen legde.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Jakobus 5,1-6)
Uit de brief van de apostel Jacobus

Broeders en zusters,
1           En nu u die rijk bent: huil en jammer om de rampen die over u komen.
2           Uw rijkdom is verrot, uw mooie kleren zijn door motten verteerd,
3           uw goud en zilver is verroest.
Die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren.
Schatten hebt u verzameld, terwijl het de laatste dagen zijn.
4           Hoor, het loon dat u hebt onthouden aan de arbeiders
die uw velden hebben gemaaid, roept luid,
en de kreten van uw oogsters zijn doorgedrongen
tot de oren van de Heer der heerscharen.
5           U hebt op aarde gezwelgd en gebrast,
u hebt uzelf vetgemest voor de dag van de slachting.
6           U hebt de rechtvaardige gevonnist en vermoord;
hij heeft geen verweer tegen u.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Marcus 9,38-43.45.47-48)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

38          Johannes zei eens tegen Jezus:
`Meester, we hebben iemand in uw naam demonen zien uitdrijven,
en wij hebben hem tegengehouden,
omdat hij geen volgeling van ons was.’
39          Maar Jezus zei:
`Houd hem niet tegen,
want iemand die in mijn naam een machtige daad verricht,
zal niet gauw kwaad van Me spreken.
40          Immers, wie niet tegen ons is, is vóór ons.
41          Want als iemand je een beker water geeft
omdat jullie van Christus zijn,
Ik verzeker jullie,
zijn loon zal hem niet ontgaan.
42          Wie één van deze kleinen die op Mij vertrouwen
ten val brengt,
kan beter met een molensteen om zijn nek
in zee geworpen worden.
43          Als je hand je ten val brengt, hak haar dan af;
je kunt beter verminkt het leven ingaan
dan met twee handen in de hel verdwijnen,
in het onblusbaar vuur.
45          Als je voet je ten val brengt, hak hem dan af;
je kunt beter kreupel het leven ingaan
dan met twee voeten in de hel gegooid worden.
47          Als je oog je ten val brengt, ruk het dan uit;
je kunt beter met één oog het koninkrijk van God ingaan
dan met twee ogen in de hel gegooid worden,
48          waar hun worm niet van ophouden weet en het vuur niet dooft.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken wij ons geloof uit in God
die werkzaam is in alle mensen van goede wil.

Ik geloof dat God de mens geschapen heeft
als een zoeker naar vriendschap en liefde,
naar vrede en waarheid,
naar een nieuwe aarde.

Ik geloof dat Gods Zoon, Jezus,
ons op deze weg is voorgegaan,
doorheen lijden en dood,
naar verrijzenis en nieuw leven.

Ik geloof dat Hij nu onder ons verder leeft
en ons uitnodigt mee te bouwen
aan een wereld waar het goed is om te wonen:
Gods rijk op aarde.

Ik geloof dat wij samen, als kerkgemeenschap,
op weg zijn naar geluk
en dat Hij ons daarom zijn Geest schenkt
om te kunnen standhouden
in goede en kwade dagen van het leven.

Ik geloof dat God ons allen zal samenbrengen
en ons leven zal voltooien.
Ik geloof dat Hij daarom niets zal laten verloren gaan
van wat uit liefde geboren is. Amen.


Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aan te bieden.

– God, Gij roept ons op
om uw boodschap te verkondigen
en er in ons leven gestalte aan te geven.
Wij bidden U:
maak van uw Kerk een open Godshuis,
waar al wie zich door uw Geest bezield weet,
vrij kan spreken
en met open oor beluisterd wordt.
Laten wij bidden…

– God, wij bidden u voor priesters en kerkleiders
die door handoplegging uw Geest hebben ontvangen.
Sta hen bij opdat zij ware profeten mogen zijn
en ruimte laten voor uw Geest die waait waar Hij wil.
Laten wij bidden…

– God, begeester uw volk zozeer
dat het spreken moet
over wat Gij in ons bewerkt.
Doe onder ons profeten opstaan
die ook in deze tijd
de duivels uitdrijven die vrede en eenheid in de weg staan.
Laten wij bidden…


Voorbeden 2

– Bidden we dat Gods Geest op ons mag rusten,
dat wij mogen delen in zijn zegeningen.
Laten wij bidden…

– Bidden we om Gods Geest voor de Kerk.
Dat ze zich niet langer alleenzaligmakend waant,
maar dat ze ook oog heeft voor het goede dat buiten haar groeit en bloeit.
Laten we bidden…

– Bidden we om Gods Geest voor de leiders in de Kerk.
Dat ze zich niet laten leiden door angst
of zweren bij eenvormigheid,
maar dat ze ruim baan maken voor Gods Geest,
die waait waar Hij wil.
Laten we bidden…

– Bidden we om Gods Geest voor onszelf.
Dat wij oprecht bezorgd  zouden zijn om elkanders welzijn,
dat we ieder de ruimte gunnen die we ook voor onszelf graag wensen
en dat we nooit iemand zouden uitsluiten om zijn of haar anders-zijn.
Laten we bidden…

Heer, onze God,
schenk ons de ruimte van uw Geest
om iedereen samen te roepen naar uw Rijk
van liefde, waarheid en vrede. Amen.
vrij naar Gerard Kock

Gebed over de gaven

Hemelse Vader,
laat uw Geest bezit van ons nemen
als wij U danken om Jezus, uw Zoon,
door wie wij U leerden kennen,
door wie wij uw wegen gaan,
deze dag en alle dagen van ons leven. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, Heer onze God,
om alles wat Gij voor ons zijt:
schepper en bevrijder,
herder van mensen, licht en leven.
Wij danken U omdat Gij liefde zijt,
die onze lotgenoot wil zijn,
die ons falen vergeeft en zich over ons ontfermt,
die begaan is met ons lijden en onze vreugden deelt.
Wij blijven vertrouwen op U,
ook als uw aangezicht niet wordt gezien,
uw stem niet wordt gehoord
en Gij machteloos schijnt om ons te helpen.
Met allen die uw naam hoog houden in lief en leed,
in leven en sterven, bidden wij:

Heilig, heilig, heilig …

Wij danken U, Heer onze God,
om Jezus, uw Zoon:
Hij gaf ons een teken van zijn liefde.
In Hem is uw vergeving en genezing
mens geworden.

Want Hij heeft die laatste avond brood genomen,
daarvoor dank gezegd, het gebroken,
het zijn vrienden aangereikt met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daarvoor dank gezegd,
en hem rondgegeven met de woorden:
“Drink allen hieruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen tot mijn gedachtenis.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Samen komen wij tot U, God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk Hem die zich voor ons heeft gedeeld
en aanvaard dit als teken van onze toewijding.

Toen Jezus zijn werk van vrede had volbracht
hebt Gij, Vader, Hem hoog verheven
en Hem ‘Mensenzoon’ genoemd.
Zend nu zijn Geest in ons midden:
een Geest die niet verdeelt maar samenbrengt.
die geloof geeft in de toekomst,
vertrouwen in de mens,
barmhartigheid en recht.

Zo kan deze wereld een koninkrijk van vrede worden
waar vreugde en toekomst is voor allen,
een wereld waar het goed is te leven
in de naam van Jezus, uw Zoon.

Door Hem danken en eren wij U, Vader,
en vervuld van zijn Geest zullen wij zijn boodschap
verder uitdragen tot het einde der tijden. Amen.

Onze Vader

Als kinderen van eenzelfde Vader
mogen we samen bidden zoals zijn Zoon ons heeft voorgebeden:
Onze Vader,…

Beweeg ons hart door uw Geest, God,
zodat we U loven en danken voor wat Gij ons hebt gegeven,
zodat we rondom ons uw boodschap uitdragen,
zodat we daden stellen
die mensen bevrijden uit de kluisters van angst, verdriet en onmacht.
Dan zullen we hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk en de kracht…

Vredewens

Vrede begint waar de één zijn hand legt op de schouder van de ander,
waar bruggen gebouwd worden over de kloof van een misverstand,
waar men elkaar eerbiedigt,
waar men voor elkaar een hulp is in tijden van nood,
waar mensen elkaar beleven als zussen en broers van dezelfde Vader.
Die vrede van de Heer zij altijd met u
En geven we mekaar een blijk van die Godsvrede.

Lam Gods

Communie

Niets is zo vertrouwd,
niets is zo broodnodig
als brood in lief en leed dagelijks gebroken.
Brood waarvan Jezus zei:
Dit is mijn lichaam. Ik wil er zijn voor u.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Om zegen bidden we U, God.
Maak ons sterk en scherpzinnig,
bestand tegen leugens en schijnwaarden,
tegen de giftige lucht
die we tegen wil en dank moeten inademen.

Beloof ons uw licht op onze wegen
en de moed om ook in het donker onze weg te zoeken.

Zegen ons met vriendschap en liefde
en met kracht in uren van eenzaamheid.

Zegen ons met vreugde,
zegen ons met tranen.

Roep ons tot vrijheid,
roep ons tot uw dienst.

Bewaar ons zoals we zijn op deze dag
en maak ons hoopvol voor de dagen die komen.

En wees Gij voor ons
de ongeziene reisgenoot,
de stille stem,
de vriend zonder naam.


Bezinning 2

Is de maat van je hart
klein en bekrompen,
dan is je leefwereld
kleinzielig en gesloten.

Is de maat van je hart
open en hoopvol,
dan deel je je leven uit
aan wie ontvangen wil.

Is de maat van je hart
in millimeters gesneden,
dan is het afgegrendeld
in gemis aan vertrouwen.

Is de maat van je hart
ongeschreven, blanco,
dan zoek je steeds voort
ook na ieder fiasco.
Het blijft gevrijwaard
van verstarde maatstaf.
Het heeft alleen de mateloze maat
van zoeken en geven,
van liefde en leven.
naar Theo Willemen


Slotgebed 1

Vader in de hemel,
als uw Geest ons bezielt,
wat zal ons dan nog schade berokkenen?
Wij danken U
voor uw betrouwbaar woord
dat ons vertrouwen schenkt,
dat ons uitnodigt om van U te getuigen,
dat ons aanzet om langs vele wegen
het pad van uw vrede te bewandelen,
deze dag en al onze dagen. Amen.

Slotgebed 2

Heer, onze God,
in woord en teken hebt Gij hier onze horizon verbreed,
ons verder leren kijken dan onze eigen beperkte kring.
Leer ons open te staan voor elkaar
en de verscheidenheid onder mensen
als een rijkdom te waarderen.
Dat vragen wij U door Jezus
die een hart had voor allen
en zo beeld was van U. Amen.


Zending en zegen

“Ik zou juist willen dat heel het volk de Heer zou verkondigen.
Je mag de Geest Gods niet de pas afsnijden”.
Moge die droom van Mozes ooit werkelijkheid worden.
Moge elk van ons daaraan zijn bijdrage leveren, hoe beperkt ook.
Die inzet wil God van harte zegenen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.