19e zondag door het jaar C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
negentiende zondag C jaar (12 08 2007)

Begroeting

Moge de zegen van de Heer rusten op ons allen
die hier zijn bijeen zijn gekomen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

Wij leven in een wereld
waarin wij ons voor alles moeten verzekeren,
en tegen alles verzekerd zijn.
Zelfs tegen een onvoorzien overlijden kunnen wij ons verzekeren.
Dat heet dan – kan het ironischer? – een levensverzekering.
Als er één ding is dat niet te verzekeren is, dan is het ons eigen leven.

Vraag is of we daarvan wakker liggen.
Toch kunnen wij niet wegvlakken dat wij ooit verantwoording zullen moeten afleggen over ons doen en laten.
God zal dan onze persoonlijke verantwoordelijkheid zó au sérieux nemen
dat Hij onze uiteindelijke bestemming ervan laat afhangen.
In feite zal Hij niets anders doen
dan in eeuwigheid de lijnen doortrekken,
die wij tijdens ons leven hebben uitgezet.
Voor de God van het ‘Laatste Oordeel’ hoeven wij dus niet bang te zijn.
Maar we mogen ons wel ongerust maken
als we nu bezig zijn ons leven op kromme lijnen te schrijven.
Daarom roept Hij ons op tot voortdurende waakzaamheid.

Gods respect voor de autonomie van de mens
betekent echter ook dat Hij ons de kans laat
om onze kromme levenslijnen om te buigen tot rechte.
Daartoe is Hij ons steeds nabij met zijn ontferming.


Gebed om Gods nabijheid (vergevingsmoment)

Heer, wees hier aanwezig
als de stem in het gebeuren van elke dag,
als de stem die opklinkt
uit de stille noodkreet van de eenzame,
uit de lach van wie blij is,
uit de tranen van wie bedroefd is.
Heer, ontferm U over ons.

Christus, wees hier aanwezig
in de zon die onze dag verlicht,
in het vuur dat de kou verdrijft,
in het water dat ons zuivert en verfrist,
in het brood dat onze honger stilt,
in de wijn die ons hart verblijdt.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, wees hier aanwezig
in de vriend die ons nabij is,
in de hand die troost en opricht,
in de vergeving die geschonken wordt,
in het telkens nieuw begin,
in zoveel liefde, gratis aan ons besteed.
Heer, ontferm U over ons.

Moge God, die zichzelf Ik-ben-er-voor-jou noemt,
ons bij de hand nemen en ons binnenleiden in zijn Rijk. Amen.

Lofprijzing

God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis
zodat wij Hem in de ander kunnen herkennen.
Eren wij Hem in de naaste
door elkaar lief te hebben
zoals Hij van ons houdt.
Eren wij God
door op te komen voor wie snakt
naar een vreedzaam en menswaardig bestaan.

Eren wij God,
niet alleen in de hoge,
maar vooral hier op aarde.
Loven wij God
door te zorgen voor een hemel op aarde
voor allen die Hij liefheeft.
Dan zullen wij samen kunnen zingen:
Heilig de Heer,
God en schepper van deze wereld,
en zalig alle mensen in wie Hij werkelijk leeft,
in wie Hij welbehagen schept. Amen.


Openingsgebed

God, die ons zoekt in nacht en ontij,
op U hebben wij onze hoop gesteld.
Want wie zouden wij zijn
als Gij ons niet zou omgeven met uw zorg?
Wij bidden U:
beschaam ons vertrouwen niet
wanneer wij leven vanuit uw belofte,
wanneer wij zoeken naar uw gelaat.
Wees ons nabij, hier in dit uur en alle dagen van ons leven. Amen.

Lezingen
Luisteren we naar God die ons toespreekt in de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Wijsheid 18,6-9)

Uit het boek Wijsheid

6           Die nacht van de uittocht uit Egypte
was aan onze vaderen tevoren bekendgemaakt,
zodat zij, zeker wetend op welke eden zij vertrouwden,
vol vreugde zouden zijn.
7           Wat door uw volk verwacht werd was:
redding voor de rechtvaardigen en
ondergang voor de vijanden.
8           Want door datgene waarmee U de tegenstanders strafte,
hebt U roem verleend aan ons,
de door U geroepenen.
9           In het verborgene
brachten de heilige zonen van de vrome mensen hun offer
en zij aanvaardden eensgezind de goddelijke Wet,
dat de heiligen gelijkelijk zouden delen
in dezelfde goede dingen en dezelfde gevaren;
vooraf zongen zij reeds
de lofzangen van hun vaderen.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Hebreeën 11, 1-2, 8-19)

Uit de brief aan de Hebreeën

            Broeders en zusters,
1           Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen,
het bewijs van wat wij niet zien.
2           Om hun geloof werden de ouden met ere vermeld.
8
           Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven
aan de roepstem van God
en ging hij op weg naar een land dat bestemd was
voor hem en zijn erfgenamen;
hij vertrok zonder te weten waarheen.
9           Door het geloof verbleef hij als vreemdeling in het land dat hem beloofd was; hij woonde er in tenten, evenals Isaak en Jakob,
die dezelfde belofte erfden;
10          want hij zag uit naar de stad met fundamenten,
waarvan God de ontwerper en bouwer is.
11          Door het geloof heeft ook Sara, die onvruchtbaar was,
de kracht ontvangen om ondanks haar hoge leeftijd nog moeder te worden, omdat ze Hem die de belofte had gedaan, betrouwbaar achtte.
12          Daarom is ook uit één man, die totaal was afgeleefd,
een nageslacht ontsproten, talrijk als de sterren aan de hemel,
ontelbaar als de zandkorrels aan het strand van de zee.
13          In geloof zijn zij allen gestorven,
zonder te hebben ontvangen wat hun beloofd was.
Zij hebben het alleen uit de verte gezien en begroet.
Zij hebben zichzelf vreemdelingen en voorbijgangers op aarde genoemd.
14          Wie zo spreken, geven duidelijk te kennen
dat zij op zoek zijn naar een vaderland.
15          Hadden zij heimwee gehad naar het land van hun herkomst,
dan hadden zij gemakkelijk kunnen terugkeren,
16          maar hun verlangen ging uit naar een beter vaderland, het hemelse.
Daarom schaamt God zich niet om hun God genoemd te worden,
want Hij heeft voor hen een stad gebouwd.
17          Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef gesteld werd,
Isaak ten offer gebracht. Hij stond op het punt om zijn enige zoon te offeren,
en dat terwijl hij de beloften had ontvangen
18          en tegen hem gezegd was:
Zij die van Isaak afstammen, zullen gelden als uw nageslacht.
19          Want hij was ervan overtuigd
dat God zelfs de macht heeft om doden tot leven te wekken;
daarom heeft hij zijn zoon ook teruggekregen,
bij wijze van voorafbeelding.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 12, 32-48)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

Jezus zei tot zijn leerlingen:
32          Wees niet bang, kleine kudde,
want het heeft jullie Vader behaagd je het koninkrijk te schenken.
33          Verkoop je bezit en geef aalmoezen.
Zorg voor beurzen die niet verslijten, een onuitputtelijke schat in de hemel,
waar geen dief bij kan komen en die geen mot kan aantasten.
34          Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
35          Houd je lendenen omgord en je lampen brandend.
36          Jullie moeten net zo doen als mensen die hun heer opwachten
wanneer hij thuiskomt van de bruiloft,
om hem, als hij komt en aanklopt, meteen te kunnen opendoen.
37          Gelukkig zijn de knechten die de heer wakend aantreft bij zijn komst.
Ik verzeker jullie dat hij zich omgordt, hen aan tafel nodigt
en rondgaat om hen te bedienen.
38          Gelukkig zijn zij als hij hen zo aantreft,
ook al komt hij om middernacht of nog later.
39          Bedenk wel: als de heer des huizes geweten had hoe laat de dief komen zou,
dan had hij de inbraak wel verhinderd.
40          Ook jullie moeten voorbereid zijn,
want de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht.’
41
         `Heer, vertelt U deze gelijkenis met het oog op ons of voor iedereen?’ vroeg Petrus.
42          De Heer antwoordde:
`Ja, wie zou die trouwe, verstandige beheerder zijn,
die de heer zal aanstellen om zijn werkvolk op tijd hun eten te geven?
43          Gelukkig de knecht die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt.
44          Ik verzeker jullie, hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen.
45          Maar als die knecht bij zichzelf zegt:
`Mijn heer komt nog lang niet”, en de slaven en slavinnen mishandelt,
en zelf gaat zitten eten en drinken, en zich gaat zitten bezatten,
46          dan komt de heer van die knecht op een dag
waarop deze hem niet verwacht en op een uur dat hij niet kent.
Dan zal hij hem onthoofden en hem het lot van de trouwelozen laten delen.
47          De knecht die weet wat zijn heer wil,
maar niets heeft voorbereid of niet heeft gehandeld naar de wil van zijn heer,
zal zwaar worden gestraft.
48          Maar wie die wil niet kent, en heeft gedaan wat slaag verdient,
zal licht worden gestraft.
Van iemand aan wie veel gegeven is, zal ook veel gevraagd worden;
als iemand veel is toevertrouwd, zal men des te meer van hem eisen.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,

niet zichtbaar, niet tastbaar,
maar toch aanwezig in elke mens.

Ik geloof in Jezus,

omdat Hij hoopvolle woorden sprak,
maar ook omdat Hij doorheen lijden, dood en verrijzenis,
Weg, Waarheid en Leven is.

Ik geloof in de Geest,

bron van hoop en toekomst voor elke mens
die met ons op weg gaat
naar een hoopvolle toekomst
ook doorheen de moeilijke momenten van het leven.

Ik geloof in de verrijzenis van de mens.

Ik geloof dat echt mens-zijn mogelijk is
omdat God ons tot nieuw leven roept
omwille van de liefde die sterker is dan de dood.
Amen.

Voorbeden 1

Bij het begin van deze tafeldienst bidden wij tot God
die ons leven begeleidt met zijn Geest van kracht en liefde.
Hem bieden wij onze gaven en onze gebedsintenties aan
.

– Bidden we voor de waakzamen onder ons,
voor hen die ogen en oren de kost geven
en het onrecht, dichtbij en veraf,
voortdurend onder onze aandacht brengen:
dat het ons nooit aan zulke mensen ontbreken mag.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor de trouwe wachters,
en voor allen die de moed nooit opgeven,
hun geloof en hun idealen bewaren,
en zelfs in het donkerste duister nog lichtpunten zien:
dat zij velen tot voorbeeld en inspiratie mogen zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die het waken hebben opgegeven,
voor de vermoeiden en de over-vermoeiden,
in wie alle verwachting is uitgeblust;
bidden wij voor allen die – door het leven geschonden –
slechts achterom kijken en niets meer van de toekomst verwachten.
Laten wij bidden…

– Bidden we ook voor onszelf, soms waakzaam, dan weer slapend,
bij tijden energiek en vol goede moed,
dan weer ontgoocheld en uitgeblust:
dat wij elkaar bemoedigen en gaande houden totdat Hij komt.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij
voor al wie de taak en de  plicht heeft waakzaam te zijn:
rechters over gerechtigheid en integriteit,
dokters, apothekers en verpleegkundigen over de gezondheid,
opvoeders en leerkrachten over de levenskansen van jonge mensen,
ouders over het welzijn van hun kinderen,
chauffeurs over de veiligheid op de weg:
dat zij allen bewust blijven van hun verantwoordelijkheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij
voor de kerk van God:
dat ze kansen zou geven aan de profeten van deze tijd,
die geïnspireerd door de Geest
aansturen op een openheid naar de toekomst.
Laten wij bidden…

– Bidden wij
voor allen hier aanwezig:
dat we mekaar zouden aanmoedigen in het spreken van een nieuwe taal
naar een nieuwe geest
die niet alleen het goede uit het verleden weet te waarderen,
maar ook een nieuwe toekomst mogelijk maakt.
Laten wij bidden…

– Bidden wij
dat wij leren te genieten van het leven,
zonder te hechten aan de dingen;
dat wij beseffen, God,
dat alles een geschenk is van U.
Laten wij bidden…

Gebed over de gaven

Zorgzame God,
herken in dit brood en deze wijn
onze goede wil.
Brekend en delend belijden wij
dat wij U willen toebehoren,
dat wij U verwachten en U herkennen als Gij komt.
Stimuleer ons om die aanhankelijkheid aan U ook zichtbaar en tastbaar te maken
in daden van goedheid. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, heilige en sterke God.
De wereld draagt Gij in uw hand
en Gij waakt over alle mensen.
Gij brengt ons bijeen in deze gemeenschap
om uw woord te horen
en met toegewijd geloof
te treden in het spoor van uw Zoon.
Hij is de weg die leidt naar U,
Hij is de waarheid,
geen andere waarheid maakt ons vrij.
Hij is het leven dat ons van vreugde vervult.
Wij danken U voor de liefde
die Gij ons toedraagt in Jezus Christus.
Wij voegen onze stem bij het gezang der engelen
en prijzen uw heerlijkheid.

Heilig, heilig, heilig de Heer…

Hemelse Vader,
met eerbied noemen wij uw naam.
Altijd zijt Gij met ons op weg
en dichter dan wij durven dromen,
zijt Gij bij ons
wanneer uw Zoon ons samenbrengt
rond deze tafel
waar wij uw liefde vieren met brood en beker.

Zoals eens op de weg naar Emmaüs
ontsluit Hij nu voor ons de Schrift
en wij herkennen Hem
bij het breken van het brood.

Daarom bidden wij, almachtige God:
beadem met uw Geest dit brood en deze wijn
zodat Jezus Christus in ons midden komt
met de gaven van zijn lichaam en zijn bloed.

Want op de avond voor zijn lijden
nam Hij onder de maaltijd brood
en sprak tot U het dankgebed.
Hij brak het brood en gaf het aan zijn leerlingen
terwijl Hij zei:
“Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo nam Hij ook de beker met wijn
en sprak opnieuw het dankgebed.
Hij gaf hem aan zijn leerlingen en sprak:
“Neem deze beker en drink hier allen uit
want dit is de beker van het nieuwe,
altijddurende verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Oneindig goede Vader,
wij vieren de gedachtenis van onze verzoening
en wij verkondigen de liefde die Gij ons betoont.
Uw Zoon is door het lijden en de dood gegaan,
en, tot nieuw leven opgewekt,
is Hij ingetreden in uw heerlijkheid.
Zie met genegenheid neer op dit offer
en herken erin uw eigen Zoon
die zijn leven heeft gegeven
en zijn bloed vergoten
opdat voor alle zoekers
de weg naar U, Vader, geopend en begaanbaar zij.

Barmhartige God,
laat de Geest van Jezus in ons wonen
en vervul ons met uw liefde.
Sterk ons door de gaven
van zijn lichaam en zijn bloed
en maak nieuwe mensen van ons
opdat wij op Jezus zouden lijken.

Bescherm onze paus N. en onze bisschop N.,
leer alle gelovigen van uw kerk
de tekenen van deze tijd verstaan
en maak hen trouw in de beleving van uw evangelie.

Maak ons herbergzaam van hart
voor alle mensen rondom ons;
dat wij, delend in hun vragen en hun pijn,
in hun vreugden en hun hoop,
hen de weg tonen die naar uw liefde leidt.

Erbarm U, Vader,
over onze broeders en zusters
die in de vrede van Christus
naar U zijn teruggekeerd,
en over alle gestorvenen
waarvan Gij alleen het geloof hebt gekend.
Breng hen tot het licht van de verrijzenis.

En als ook onze weg ten einde loopt,
neem ons dan op in uw huis,
waar plaats is voor velen.
Schenk ons de vervulling
van onze levenslange hoop:
overvloedig leven in uw heerlijkheid.

Laat ons toe in de gemeenschap van de heiligen;
dat wij met Maria, de Maagd en Moeder Gods,
met uw apostelen en martelaren,
en al de anderen die U genegen zijn,
dankbaar uw naam aanbidden
en U prijzen door Jezus Christus, onze Heer.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer, onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Om de lamp van zijn Blijde Boodschap brandend te houden
ging Jezus geregeld de berg op om zich er biddend te bevoorraden.
Ook wij kunnen ons biddend bevoorraden
sinds Jezus ons leerde hoe Hij tot zijn Vader bad:
Onze Vader…

Vergeef ons Heer
wanneer wij indommelen in plaats van waakzaam te blijven.
Houd ons hart brandend door U en voor U.
Dan zullen wij hoopvol uitzien naar de komst van Jezus Messias, Uw Zoon…
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

Open ons hart voor de liefde.
Mét Jezus willen wij ons leven breken zoals dit brood,
om het weg te schenken voor het geluk van allen.
Zo kan er vrede groeien in deze wereld,
nu en in eeuwigheid. Amen.
De vrede van Christus zij altijd met U.
En wensen wij elkaar Gods vrede en vreugde toe.
Lam Gods

Communie

Als mensen het brood dat er is in Uw naam delen met elkaar
dan zal er vreugde zijn,
dan zullen wij God danken
dat wij mensen mogen zijn,
dat wij uit liefde geboren zijn,
dat wij in U geborgen zijn.
Dit is het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt…

Bezinning

Wees waakzaam
want voor je het beseft
heeft de consumptiewereld
met je diepste dromen
een loopje genomen
en je verlangen naar geluk
netjes ingepakt
in koopgedrag.

Wees waakzaam
want voor je het beseft
zijn je vragen verstomd,
en zie je niet meer
hoe het onrecht wordt goedgepraat,
en ben je aangepast aan wat
‘de gewone gang van zaken’ heet.

Wees waakzaam
want voor je het beseft
praat je mee
met wat ze allemaal zeggen:
dat het elk voor zich is
in het leven,
en dat jij toch ook
maar één keer leeft.
Wees waakzaam
want voor je het beseft
leef jij ook
ten koste van anderen,
ook al heb je de mond vol
van kiezen voor de zwaksten.

Slotgebed 1

God van leven en toekomst,
wees voor ons de schat die wij van harte koesteren.
Richt onze aandacht op wat werkelijk waardevol is.
Houd onze ogen geopend voor mensen om ons heen.
Houd ons hart geopend naar toekomst en naar vrede.
Ga zo met ons mee, deze dag en alle dagen van ons leven. Amen.

Slotgebed 2

Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn – zegt God.
Wees daarom waakzaam,
bewaar het licht in je hart opdat je Mij kunt binnenlaten
wanneer Ik voor je deur sta en in jou wil komen leven.
Ik wil je gelukkig maken en je vrede schenken.
Daarom geef Ik mezelf aan jou,
mijn eigen leven, mijn eigen liefde.
Ik hou van je – zegt God – zoals een vader en een moeder van hun kind,
en Ik wacht op een antwoord van jou, een teken van wederliefde.
Erwin Roosen
Zending en zegen

Moge onze God, die ons laat delen in zijn zorg voor mens en wereld,
ons bezielen met de geest en de adem van Jezus’ liefde:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.