18e zondag door het jaar C 2010

ZONDAGSVIERINGEN
achtttiende zondag C (01/08/2010)

Begroeting

Wij leggen ons leven in de handen van onze God
die ons liefheeft als + Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.


Openingswoord 1

Vorige week leerde Jezus ons bij monde van de evangelist Lucas
hoe wij moeten bidden.
Vandaag leert Hij ons omgaan met bezit.
Aan de hand van de gelijkenis van de hebzuchtige boer
laat Hij ons zien dat geen enkel bezit ons leven veilig kan stellen.
‘Al heeft een mens nog zo veel,
zijn leven bezit hij niet’,
waarschuwt het evangelie.

Ja, we beamen dit wel,
maar in ons dagelijks leven duwen beslommeringen en materiële zorgen
dit advies naar de achtergrond.
Vragen wij God daarvoor om vergeving.


Openingswoord 2

In ons leven is er een heleboel waaraan wij veel te veel belang hechten.
We werken ons krom,
we jagen ons op en hebben geen tijd om te rusten.
De kunst om écht te leven, zijn we verleerd.
Intens leven heeft nochtans weinig te maken met ‘veel hebben’.
Ja, geld is nodig,
maar uiteindelijk maakt het nooit echt gelukkig.
Geluk en vreugde hebben eerder te maken
met kwaliteit van leven.
En het evangelie zet ons op dat spoor:
leven op de maat van God,
dat is ten volle leven.
Vakantietijd is wellicht een goeie gelegenheid om daar eens bij stil te staan.

Vergevingsmoment 1

Omdat wij niet voldoende openstaan voor God
die zich aan ons aanbiedt,
bidden wij om ontferming.

Ook al bezitten we niet zoveel,
kennen of kunnen we weinig,
toch kunnen we het niet: loslaten om te delen.
Het evangelie nodigt ons nochtans uit
om met ons bezit, ons kennen en ons kunnen
bij te  dragen tot het welzijn van anderen.
Voor al die keren dat wij te egoïstisch waren,
Heer, ontferm U over ons.

We denken wel eens dat we er zijn om te presteren.
In christelijke kringen heet dat:
je moet je hemel verdienen.
Het evangelie leert ons iets anders:
ontvang met dankbare handen
wat God je door onze medemensen aanbiedt.
Voor al die keren dat we te weinig ontvankelijk waren,
Christus, ontferm U over ons.

Help ons de oude mens afleggen, Heer,
en bekleed ons met de nieuwe mens
zodat we herboren worden
tot Gods beeld en gelijkenis.
Voor al die keren dat we ons te krampachtig vasthielden aan het oude
en niet openstonden voor uw Geest,
Heer, ontferm U over ons.


Vergevingsmoment 2

Om er in deze viering
met hart en ziel bij te kunnen zijn,
beginnen we met God om vergeving te bidden.

Heer, menselijk geluk is zo broos en zo vluchtig.
Weest Gij de vaste grond onder onze wankele voeten.
Heer, ontferm U over ons.

Christus, wij beveiligen ons tegen onzekerheden en angsten allerlei.
Houdt Gij ons veilig geborgen in uw eeuwig-trouwe liefde.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, wie zijn wij toch dat Gij naar ons omziet?
Blijf uw reddende hand boven ons leven houden.
Heer, ontferm U over ons.

Wees niet bang, zegt God,
zelfs al zou een moeder haar kind vergeten,
Ik vergeet jullie nooit.
Ik voer jullie naar ‘volop leven’.

Lofprijzing

Met God willen wij samen zijn,
in zijn dienst willen wij leven,
zijn woord willen wij spreken,
zijn wil vervullen,
zijn naam aanroepen.

Allen zullen erkennen, God,
dat Gij voor ons vrede zijt,
recht doet en vreugde brengt,
zorgt en heelt, omdat in U alle heil is.

De aarde geeft haar grondstoffen,
mensen produceren goederen,
maar uw zegen, God,
begeleidt onze handen.

Allen moeten het horen, God,
en beseffen dat Gij zorg draagt voor de mens. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
zie ons hier samen rond uw woord.
Spreek tot ons,
laat ons niet met rust, want van U komt alle leven.
Voorkom dat wij leegte najagen,
maak dat we U aan het woord laten in ons leven van elke dag,
en ook Hem, die Gij ons geeft als leidsman,
Jezus, de Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

Heer, onze God,
oorsprong en draagvlak van al wat leeft,
in het diepste van ons hart weten wij het wel
dat we ons geen zorgen hoeven te maken
over onze toekomst of over die van onze kinderen.
Wij zijn immers geborgen in uw veilige handen.
Maar we durven ons daaraan niet echt toevertrouwen.
Daarom bidden wij U:
haal ons weg uit onze heimelijke drang
naar berekening en zelfbehoud.
Leer ons bidden om uw Rijk,
een rijkdom die nooit vergaat. Amen.


Lezingen

Vroeger hielden mensen zich niet bezig met carrière,
maar de mentaliteit is veranderd:
succes en geld
daar draait het grotendeels om, vandaag.
De lezingen die we dadelijk horen,
duwen ons wel bruusk met de neus op de feiten:
‘Waarvoor sloof je je uit?’ horen wij in het boek Prediker
en in het evangelie vraagt God:
‘Wat kan je doen met al die opgespaarde rijkdom?
Als je sterft baat die je niets’

Eerste lezing (Prediker 1,2.2,21-23)
Uit het boek Prediker

2        IJl en ijdel, zegt Prediker,
ijl en ijdel, alles is ijdel.
21       Want als iemand door zijn kennis en wijsheid
moeizaam iets gepresteerd heeft,
moet hij het toch overlaten aan een ander,
die er niets voor gedaan heeft.
Ook dat is ijdel, onzinnig.
22       Wat heeft een mens dan aan zijn harde werken,
aan al zijn zorgen en tobben onder de zon?
23       Zijn leven is één lijdensweg, zijn werk een bron van ellende.
Zelfs ’s nachts vindt hij geen rust.
Ook dat is ijdel.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Kolossenzen 3,1-5.9-11)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,
1        Als u nu met Christus ten leven bent gewekt,
zoek dan ook wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand van God.
2        Zet uw zinnen op wat boven is, niet op het aardse.
3        U bent immers gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.
4        Wanneer Christus, die uw leven is, verschijnt,
zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid.
5        Maak de aardse praktijken dood:
ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, kwade begeerte
en de hebzucht, die gelijk staat met afgoderij.
9        En vertel elkaar geen leugens meer.
Trek de oude mens met zijn gedragingen uit,
10       bekleed u met de nieuwe mens,
die wordt vernieuwd tot het ware inzicht,
naar het beeld van zijn schepper.
11 Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood,
besnedene of onbesnedene, barbaar, Skyth, slaaf, vrije mens.
Maar alles in allen is Christus.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 12,13-21)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

13       Iemand uit de menigte zei eens tegen Jezus:
`Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen.’
14       Hij zei tegen hem:
`Wie heeft mij als scheidsrechter tussen u beiden aangesteld?’
15       Hij zei tegen hen:
`Pas op voor iedere vorm van hebzucht!
Ook al heeft een mens nog zo veel, zijn leven bezit hij niet.’
16       Hij vertelde hun een gelijkenis:
`Er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht.
17       Hij dacht bij zichzelf: `Wat moet ik doen?
Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.”
18       `Dit ga ik doen,” dacht hij,
`ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen;
dan kan ik daar al het graan en mijn andere goederen in opslaan,
19       en tegen mezelf zeggen:
Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren vooruit.
Rust nu maar eens uit, eet, drink en neem het ervan.”
20       Maar God zei tegen hem:
`Jij dwaas, nog deze nacht wordt je leven opgeëist,
en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?”
21       Zo vergaat het iemand
die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God.’
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Belijden wij samen ons geloof in onze God van Leven en van Liefde.

Wij geloven in God de Vader,
die zijn schepping in onze handen heeft gegeven
om er een woning van te maken
waarin het goed is om te leven.

Wij geloven in de Zoon Jezus Christus,
die bij ons kwam wonen en nu leeft
in de harten van de mensen.
Hij is ons voorbeeld van liefde tot het uiterste.

Wij geloven in Gods Geest,
die ieder van ons de kracht geeft
om aan het rijk van God mee te bouwen.

Wij geloven in een gemeenschap
waarin elkeen zorg draagt voor de ander;
waarin eenieder aan de blijde boodschap
gestalte geeft door woord en daad.

Wij geloven dat een mensenleven
nooit zal eindigen
en dat we hoopvol mogen uitzien
naar het eeuwig geluk bij de Vader. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met dit brood en deze wijn,
en met uw gaven aan de Heer op te dragen.

– Bidden wij voor hen die de gevangenen zijn van hun bezit,
voortgedreven door de hang naar steeds meer.
Dat zij de betrekkelijkheid van geld en goed leren inzien
en waarden mogen ontdekken die blijvend zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen die leven voor hun carrière
en slaaf zijn van hun werk.
Dat zij zich bevrijden van die innerlijke dwang
en leren genieten van rust en vrijheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen die verhard zijn:
dat zij mild zouden worden.
Voor hen die verbitterd zijn:
dat zij leren zien met nieuwe ogen.
Voor hen die verkrampt en angstig in het leven staan:
dat zij het vertrouwen mogen hervinden.
Laten wij bidden…
naar Gerard Kock


Voorbeden 2

– Bidden wij voor allen die geen tijd hebben,
die altijd gehaast zijn.
Dat zij zich niet langer laten leven,
maar innerlijke rust mogen vinden
om elke dag menswaardig te leven.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen
die door het jachtig bestaan van anderen
tekortkomen aan zorg, aandacht en begrip.
Dat hun nood gehoord mag worden
en zij fijngevoelige mensen mogen vinden met tijd en luisterbereidheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen
die gekwetst en getekend zijn door het leven.
Dat wij hen zouden zien
en hen met liefde omringen.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven

God,
met deze symbolen van brood en wijn,
gedenken wij hoe Jezus mens werd
om, gedeeld, zichzelf weg te schenken aan ons.
Geef dat wij ons laten leiden door zijn voorbeeld
en zo leren vinden wat echte en blijvende waarde heeft.
Wij vragen het U door Jezus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Tafelgebed

Heer onze God,
Schepper van hemel en aarde,
wij danken U
voor alles wat leeft en ademhaalt,
voor het licht van deze dag,
voor het geluk en de liefde
die in ons midden ontstaan;
voor mensen die, zoals Gij,
ons trouw blijven in dagen van lief en leed.
Wij zeggen U dank voor die ene mens,
Jezus van Nazareth, uw Zoon.
Hij is uw evenbeeld
omdat Hij er is voor de minste van de mensen.
Hij is er ook voor hen
die het goed hebben in dit leven,
door hen voor te gaan
in een leven van dienstbaarheid tot in de dood.
Daarom zeggen wij U van harte dank
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Roep ons op, Vader,
om heilig en goed te zijn
zoals het uw wil is geweest
op de dag dat Gij de mens geschapen hebt;
dat wij worden zoals Gij:
liefde die de wereld schept en draagt
en die zo rijk is dat zij overstroomt in allen.

Roep ons op,
tot gehoorzaamheid en nederigheid;
doe ons luisteren, maak ons aandachtig
voor het woord van Jezus Christus,
die mens geworden is om U te dienen,
die gehoorzaam was tot het uiterste
en daarom,
sinds zijn dood, verrijzenis en hemelvaart
verheerlijkt wordt
door allen die zijn naam dragen.

Roep ons op door uw scheppend woord, Vader,
tot kracht en sterkte,
dat wij elkaar elke dag opnieuw
kunnen bezielen en dragen,
zoals Gij ons draagt en in leven houdt;
dat wij, zoals uw Zoon,
een steun kunnen zijn
voor alle zwakken en eenzamen op onze weg;
dat wij, gesterkt door zijn woord en brood,
elkaar kunnen dragen in uren van nood,
als ons kruis zwaar wordt en wij hulp nodig hebben.

Roep ons op, Vader,
tot één gemeenschap
door deel te hebben aan
het lichaam en het bloed van uw Zoon.


Roep ons tot gemeenschap met Hem
in het brood dat Hij dankbaar heeft gebroken
met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”

Roep ons op tot gemeenschap met Hem
in de beker die Hij dankbaar heeft gezegend
en rondgereikt met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Roep ons op, God van liefde,
tot dankbaarheid voor de gemeenschap met U,
met elkaar en met alle mensen
die ons tot hier hebben geleid;
die nog met ons meegaan
in geloof, hoop en liefde,
of die ons blijven begeleiden
vanuit uw heerlijkheid
waarheen zij ons zijn voorgegaan.

Roep ons op, Vader,
tot de volle menselijkheid
van uw Zoon Jezus Christus,
die de zieken geneest,
de zonden vergeeft,
de hongerigen spijzigt,
de kleinen tot zich roept,
en voor iedereen woorden heeft
van eeuwig leven;
die ons zijn Geest zendt
om de weg vrij te maken
naar vrede en geluk onder de mensen.
Daarvoor blijven wij U danken
en verheerlijken:
met en door Christus de Heer,
vandaag en alle dagen die U ons geeft. Amen.

Onze Vader

Geef ons vandaag wat we vandaag nodig hebben.
We vragen niets voor morgen of overmorgen,
geen voorraadschuren, enkel het essentiële.
En morgen vragen we voor morgen.
Zo leren wij leven uit Gods hand.
Bidden we zoals Jezus het ons leerde:

Onze Vader,
graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vredewens

Met open ogen in het leven staan …
Het geeft ons zicht op wat rondom ons gebeurt,
het geeft ons inzicht in de diepere grond van ons bestaan.
Het geeft ons uitzicht op “de weg die moet worden gegaan”.
“Vrede met onszelf“ – met wie we zijn, onze talenten en onze gebreken –
opent de weg naar vrede met elkaar, dichtbij en veraf.
Een vrede die niet mag toedekken,
maar ons  omroept om “op-weg-te-gaan”.
Op weg naar een klaarheldere, eerlijke wereld,
waar ieder tot zijn recht komt
en elk zijn plaats krijgt in ons midden.
Die vrede van de Heer moge met u zijn.
En geven wij die Godsvrede aan elkaar door.

Lam Gods

Communie

Heer, Gij strekt uw hand naar ons uit en richt ons telkens op tot nieuw leven.
Voed ons met uw brood van geloof, hoop en vooral liefde,
opdat wij elkaar blijven vasthouden, wereldwijd, als één volk van geloof,
uw volk rondom uw Zoon, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Mijn huis staat vol en mijn berghok erbij.
Mijn zolder puilt uit en mijn kasten kunnen nauwelijks toe.
Allemaal hebbedingen en hebbedingetjes waarvoor ik hard heb gewerkt
en die ik in alle eerlijkheid heb verdiend.
Maar wat ‘heb’ ik eraan?
Bij de eerste windhoos, een brand of een overstroming
of bij een dom verkeersongeluk ben ik alles kwijt.
Wat ‘heb’ ik er dan aan?
Waar sta ik dan?
In de ogen van de ‘Ultieme Waarheid’ heb ik niet, maar ben ik.
Ik ben:
geduldige vader, vriendelijke buur, trouwe vriend,
liefhebbende partner, oplettende zoon, hardwerkende vakman, eerlijke collega..
Daar ‘ben’ ik.
‘Zijn’ wordt in de ogen van de Ultieme Waarheid het belangrijkste
en is van enige en onschatbare waarde.
‘Hebben’ wordt daar niet meegeteld.
Ida Guetens

Bezinning 2

Dwaze mens
die denkt dat hij alles
in eigen hand kan hebben
en kan blijven houden.

Dwaze mens
die schuren bouwt
om zijn eigen waarheid in op te bergen,
te ommuren
denkend dat de waarheid zal blijven,
onveranderlijk en eeuwig.

Dwaze mens,
vannacht nog zal je alles moeten opgeven:
je grote schuren, je machtige oogst,
al je waarheden.


Slotgebed 1

Heer, onze God,
niet om voorspoed en welvaart bidden wij U,
maar om uw nabijheid in goede en kwade dagen.
Niet om eer en aanzien bidden wij U,
maar om uw zegen die ons tot zegen maakt.
Niet om bescherming tegen mislukking bidden wij U,
maar om kracht en moed om telkens opnieuw te beginnen.
Niet om een ongestoord bestaan bidden wij U,
maar om een leven waarin liefde en dank de boventoon voeren.
W. van der Zee

Slotgebed 2

God,
Gij hebt ons toegezegd
dat Gij ons een nieuwe aarde, uw hemel, zult geven,
een land van recht en vrede,
een land waar wij thuishoren.
Maar soms lijkt dat land ons onbereikbaar.
Jezus wees ons echter de weg:
het land dat U ons geeft is daar,
waar mensen goed doen,
hun leven delen,
zwakheid ombuigen tot kracht.
God in ons, wij zeggen U dank daarvoor.
Welgemeend. Amen.


Slotgebed 3

Heer, onze God,
in deze tijd van grote rijkdommen
kennen nog steeds zoveel mensen armoede, ook bij ons.
Help ons om als christenen gevoelig te zijn
voor uw bezorgdheid voor mensen,
opdat ieder tot z’n recht zou komen
in een wereld van vrede en gerechtigheid.
Dat vragen wij U in Jezus’ naam
die ons leerde om te delen
vandaag, morgen en alle dagen. Amen.
naar Broechem

Zending en zegen

Geniet van het leven,
maar vergaar niet, pot niet op.
Leef zo dat, van dag tot dag,
heel jouw leven in dienst staat van Hem
die ons daartoe zegent
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Delle

 

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.