13e zondag door het jaar B 2009

ZONDAGSVIERINGEN
dertiende zondag B (28 06 2009)

Begroeting

Moge Gods zegen rusten op ons
die hier samenkomen in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.


Openingswoord

Bij onze God, Schepper van alle leven,
gaat het niet om ‘leven zonder meer’
maar om kwaliteit van leven.
Zoals blijkt uit onze evangelielezing,
is Hij zelfs bereid
initiatieven te steunen
– desnoods tegen gevestigde maatschappelijke conventies in –
die mensenlevens doen openbloeien.

Zijn wij bereid diezelfde weg te gaan,
ook als dat betekent
dat wij ons daardoor kritiek en wrevel van de goegemeente
op de hals halen?

Vaak is ons geloof niet krachtdadig genoeg
om medemensen tot hernieuwd leven te wekken.
Bidden wij de Heer
dat Hij zich over ons en over ons tekortschieten
zou ontfer­men.

Vergevingsmoment

Als wij wegen gaan die de uwe niet zijn, God,
zoekt Gij ons telkens weer op,
opdat ook wij U zouden zoeken
en elkaar terugvinden in vriendschap en vrede.

Heer, leer ons elkaar vergeven
zoals Gij ons vergeeft.

God, Gij spijkert ons niet vast op ons verleden
maar geeft ons telkens weer de kans om opnieuw te beginnen,
opdat ook wij elkaar die nieuwe kansen zouden geven.

Heer, leer ons elkaar vergeven
zoals Gij ons vergeeft.

God, bij wie liefde
het eerste en laatste woord is,
geef dat wij woorden van vergeving vinden
die anderen en onszelf toegankelijk maken
voor U en voor elkaar,
in de vrede van Jezus, uw Zoon en onze Heer.
Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn blijde boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, Gij die het kwaad niet wilt
en geweld en lijden afwijst,
steun ons in onze pogingen
om onrecht tot recht om te buigen.
Schenk ons de kracht die van U uitgaat
zodat wij elkaar tot zegen kunnen zijn.
Begeester ons
zodat wij
anderen kunnen stimuleren en inspireren
om samen te bouwen
aan een mensenwereld
zoals Gij die gedroomd hebt. Amen.


Openingsgebed 2

Eeuwige God, al wat voortkomt uit uw hand,
heel uw schepping hebt Gij bestemd tot leven.
Doordring ons van dit geheim.
Geef ons eerbied voor al wat leeft
en doe ons in onszelf overwinnen al wat ten dode is.
Dat vragen wij U, uit kracht van Hem,
die in uw naam genezing brengt en leven,
Jezus Messias, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Lezingen

God spreekt ons toe in de woorden van de Schrift.
Laten wij daar samen naar luisteren.

Eerste lezing
(Wijsheid 1,1.13-15.2,23-24)
Uit het boek Wijsheid

13 God heeft de dood niet gemaakt
en Hij vindt geen vreugde in de ondergang van hen die leven,
14          maar alles heeft Hij geschapen om te bestaan
en de schepselen in de wereld zijn heilzaam;
er is geen kruid bij dat verderf brengt
en de onderwereld heerst niet over de aarde,
15          want de gerechtigheid is onsterfelijk.
23
         God heeft de mens immers geschapen
voor een onvergankelijk leven
en Hij heeft hem tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid gemaakt,
24          maar door de afgunst van de duivel
is de dood in de wereld gekomen
en de aanhangers van de duivel
zullen hem ondergaan.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (2 Korintiërs 8,7.9,13.15)

Uit de tweede brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
7           U  munt reeds in zo veel opzichten uit,
in geloof, welsprekendheid, kennis,
in ijver op allerlei gebied,
in de liefde die wij in u hebben gewekt;
laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen!
9           Want u kent de liefde
die onze Heer Jezus Christus u heeft betoond:
omwille van u is Hij arm geworden,
terwijl Hij rijk was,
opdat u rijk zou worden door zijn armoede.
13          Het is niet de bedoeling
dat u door anderen te ondersteunen
zelf in moeilijkheden komt.
Er moet een zeker evenwicht zijn.
15          waarover geschreven staat:
Hij die veel had verzameld, had niet te veel,
en hij die weinig had verzameld,
kwam toch niet te kort.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Marcus 5,21-43)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

21          In die tijd, toen Jezus weer met de boot naar de overkant gegaan was, verzamelde zich een grote menigte bij Hem.
Dat was aan het meer.
22          Daar kwam Jaïrus aan, een van de synagogebestuurders.
Toen hij Jezus zag, wierp hij zich aan zijn voeten
23          en smeekte Hem dringend:
`Mijn dochtertje is doodziek.
Kom mee en leg haar de handen op,
zodat ze gered wordt en in leven blijft.’
24          Hij ging met hem mee.
Een grote menigte volgde Hem, en ze drongen tegen Hem op.
25          Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan vloeiingen leed.
26          Ze had veel te lijden gehad van allerlei dokters
en alles uitgegeven wat ze had, en er geen baat bij gevonden;
ze was er eerder op achteruitgegaan.
27          Omdat ze over Jezus gehoord had,
kwam ze door de menigte naar Hem toe
en raakte van achteren zijn kleren aan.
28          `Want’, dacht ze, `als ik zijn kleren maar aanraak, zal ik gered worden.’
29          Meteen droogde de bron van haar bloed op,
en ze voelde aan haar lichaam dat ze van haar kwaal was genezen.
30          Maar Jezus, die zelf meteen voelde
dat er een kracht van Hem was uitgegaan,
draaide zich in de menigte om en zei:
`Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’
31          Zijn leerlingen zeiden tegen Hem:
`U ziet hoe de menigte tegen U opdringt, en U zegt:
`Wie heeft Mij aangeraakt?” ‘
32          Maar Hij keek rond om de vrouw te zien die dat gedaan had.
33          De vrouw werd bang en begon te beven,
omdat ze wist wat er met haar gebeurd was.
Ze kwam naar voren, wierp zich voor zijn voeten
en vertelde Hem de hele waarheid.
34          Maar Hij zei haar:
`Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding;
ga in vrede, en blijf van uw kwaal verlost.’
35          Hij was nog niet uitgesproken
of daar kwamen mensen uit het huis van de synagogebestuurder
om hem te zeggen:
`Uw dochter is gestorven. Wat valt u de meester nog lastig?’
36          Maar Jezus, die opving wat er gezegd werd,
zei tegen de synagogebestuurder:
`Wees niet bang, heb maar vertrouwen.’
37          Hij liet niemand met zich meegaan,
behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
38          Ze kwamen bij het huis van de synagogebestuurder,
en Hij zag de drukte van huilende en rouwende mensen.
39          Hij ging naar binnen en zei:
`Waarom die drukte en die tranen?
Het kind is niet gestorven, het slaapt.’
40          Ze lachten Hem uit.
Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten,
nam de vader en moeder van het kind en zijn metgezellen mee,
en ze gingen het vertrek binnen waar het kind lag.
41          Hij pakte het kind bij de hand en zei haar:
`Talita koem.’ In vertaling betekent dat: Meisje, Ik zeg je, sta op.
42          Meteen stond het meisje op en liep rond.
Ze was twaalf jaar. Ze raakten buiten zichzelf van opwinding.
43          Hij beval hun met nadruk dat niemand dit te weten zou komen,
en Hij vroeg hun om haar eten te geven.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken wij ons geloof uit in onze God
die ons geluk wil, niet de dood.

Ik geloof in God
die is als een Vader
die begaan blijft met mij,
en met heel deze wereld van mensen.

Ik geloof in Jezus van Nazareth
die begaan was met mensen,
vooral met de gekwetste mens ,
en die aan mensen
nieuw vertrouwen gaf om te leven.

Ik geloof in zijn Geest
die mij aanzet om zorgend met mensen  om te gaan
en niet op  te geven
om aanwezig te zijn daar waar het leven pijn doet. Amen.


Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlij­ke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aan te bieden.

– Heer God, Gij die gezegd hebt ‘Ik zal er zijn voor u’,
wees mensen nabij die op een dood punt zijn beland,
die uit de boot zijn gevallen zonder uitzicht op toe­komst.
Dat ze een goed woord te horen krijgen,
flarden van licht zien,
zodat ze weer kunnen opstaan ten leven.
Laten wij bidden…

– Heer God, Gij die gezegd hebt ‘Ik zal er zijn voor u’,
wees kinderen nabij die geen kansen krijgen:
misbruikt, beschadigd,
zwervend door de straten van onze steden,
geminacht om hun afkomst en huidskleur.
Dat wij – die vaak niet beseffen hoe goed wij het hier hebben –
hun ruimte geven en mogelijkheden
om een mens­waardig bestaan op te bouwen.
Laten wij bidden…

– Heer God, Gij die gezegd hebt ‘Ik zal er zijn voor u’,
geef toekomst aan hen die wij,
met pijn in het hart,
over de dood heen,
aan uw barmhartigheid hebben toever­trouwd.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

Bidden wij tot God om alles wat goed is,
om geloof dat geneest.

– Bidden we voor alle enthousiasten onder ons,
voor de waakzamen en de optimisten.
Dat ze begeesterde mensen mogen blijven
die anderen, die het nodig hebben, durven aanraken.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor zwartkijkers en doemdenkers,
voor hen die slechts de schaduwkanten van het leven zien,
voor allen die – in angst gevangen –
slechts een donkere de toekomst zien.
Om vertrouwen bidden wij, om geloof dat geneest.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor wie door het leven getekend zijn,
gewond tot in het diepst van hun ziel,
voor ouders, die treuren om een gestorven kind,
voor allen die rouwen om een geliefde die van hen heenging.
Om troost bidden wij, om geloof dat geneest.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor ouders en opvoeders
en allen die het lot van kinderen ter harte nemen:
kinderen hier, opgroeiend in welvaart en weelde soms,
kinderen ver weg, misbruikt en tekortgedaan.
Om daadwerkelijke zorg bidden wij, om geloof dat geneest.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle mensen die anderen met zoveel kracht ondersteunen
dat zij zelf eraan ten onder dreigen te gaan.
Om vertrouwen bidden wij
dat Gij, God, ons nabij blijft.
Laten wij bidden…

Eeuwige God, Gij zijt uit op het geluk
en het welzijn van mensen.
Schenk ons wat wij het meest behoeven:
geloof in het leven, geloof in U,
geloof dat geneest. Amen.
naar Gerard Kock

Gebed over de gaven 1

Heer onze God,
uit dood haalt Gij leven te voorschijn,
uit ziekte brengt Gij nieuw leven aan het licht.
In vertrouwen op uw kracht
delen wij samen het brood en de wijn,
die Gij tot teken hebt gemaakt
van geloof dat geneest,
van vrede die verlost van alle kwaad. Amen.


Gebed over de gaven 2

God van leven en van liefde,
met brood en wijn in onze handen, bidden wij:
leer ons oog hebben voor de noden van deze tijd,
leer ons breken en delen wat voorhanden is
en voorrang geven aan wat klein en kwetsbaar is.
Maak ons aan deze tafel meer vertrouwd
met uw manier van leven. Amen.


Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig …

Laat ons nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laat ons nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laat ons nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laat ons nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn Vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die boodschap blij kunnen worden.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rondreiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rond reiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn.Amen.

Onze Vader

Gezonden als vormgevers van Gods menslievendheid
willen wij bidden
dat zijn droom met de mensen werkelijkheid mag worden,
dat zijn koninkrijk mede door onze handen geboren mag worden,
dat zijn wil mag geschieden op aarde zoals in de hemel:
Onze Vader…

Al zien wij soms op tegen ons werk van elke dag,
al drukken onze plichten en verantwoordelijkheden ons soms zwaar,
we willen ze ernstig nemen
maar ons geen overdreven zorgen maken.
Want wij weten, Heer, dat Gij onze ruggensteun wilt zijn,
dat Gij over ons waakt als een bezorgde vader en moeder.
Daarom mogen wij vol vertrouwen uitzien
naar de komst van Jezus, Messias, uw Zoon,
Want van u is het koninkrijk…

Vredewens

Als wij eens ontwapenden
en een bondgenootschap sloten met de geest van het evangelie…
met wat Jezus vertelde over die andere wang…
over liefhebben in plaats van oog om oog en tand om tand…
over simpelweg je hand uitsteken als teken van verzoening.
Dat is de beschaving van het evangelie
die mensen omsmeedt tot verbondenen.
Op die manier is er kans
dat vrede een lied voor vele eeuwen wordt.
Die vrede van de Heer, zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijk teken dat wij naar die vrede toe willen.

Lam Gods

Communie

Jezus brak zichzelf tot voedsel
en deelde dit uit opdat wij zouden leven.
Door dit gebaar wilde Hij ons laten zien
hoe wij ons voedsel en ons leven kunnen delen met anderen.
Gelukkig zijn wij die genodigd zijn aan zijn tafel.
Dit is het Lam Gods…
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning

God die ons nabij zijt,
Gij leeft dieper in ons
dan wij in onszelf.
Gij kent de hunker van ons hart
naar een groot geluk
dat we maar niet vinden.

Gij doorgrondt hart en nieren
en kent ons in onze diepste verborgenheid.
Gij weet wat ons het meest ontbreekt
in ons tastend zoeken
naar een leven van volkomenheid.

Maak ons hart ontvankelijk
voor de ontmoeting met U, die Liefde zijt.
Wat onmogelijk lijkt,
wordt dan mogelijk:
dan kunnen we gelukkige mensen worden
die elkaar tot zegen zijn.


Slotgebed 1

Eeuwige God, uw woord bemoedigt en geneest
en wil tot leven wekken.
Maak ons open en ontvankelijk genoeg
om ons door U te laten raken.
Bevrijd ons bestaan
van al wat ziek maakt
en ten dode voert,
en doe ons ooit
het leven vinden, voorgoed.
Dat vragen wij U
uit kracht van Hem,
die gebroken mensen weer heel maakt,
Jezus Messias, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Slotgebed 2

God van leven,
soms lopen wij tegen grenzen aan,
en zinkt ons de moed in de schoenen.
Laat ons blijvend op zoek gaan
naar nieuwe wegen die leiden
naar leven dat bestand is tegen leed en lijden.
Dan mogen wij erop vertrouwen
dat wij uw kracht zullen ervaren
wanneer wij biddend
uw kleed aanraken.
Wij vragen U dit
in dankbare herinnering
aan Jezus Christus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.


Zending en zegen

Vandaag werden wij opgeroepen tot
actie en onderlinge solidariteit
die gedragen wordt door geloof in God
en vertrouwen in zijn hulpkracht.
Met die boodschap worden wij op weg gestuurd,
vergezeld van Gods zegen:
in  naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.