11e zondag door het jaar C 2010

ZONDAGSVIERINGEN
elfde zondag C (13/06/2010)

Begroeting

Wij zijn hier samen te gast in het huis van de Heer.
Mag ik u daarom van harte welkom heten
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Vandaag vertelt het evangelie ons het verhaal van de zondares
die Jezus’ voeten wast tijdens een feestmaal.
De evangelist Lucas illustreert met dit verhaal nog maar eens
Gods voorkeur voor mensen in nood.
Jezus neemt de vrouw au sérieux:
Hij erkent haar als zondige mens met al haar tekorten,
maar met het nieuwe perspectief waarin zij gelooft:
Hij wil mij vergeven,
ik moet niet blijven vastzitten in al mijn ellende en zondigheid.
Vergeving wordt liefde en liefde wordt vergeving.
De Farizeeën begrijpen Jezus’ houding niet.
Ook wij zijn niet altijd zo tolerant en vergevingsgezind
als het om de fouten van een ander gaat.
Bekennen wij daarom deemoedig onze schuld.


Vergevingsmoment

Leven naar Gods wil
is een weg van vallen en opstaan.
Wij zijn kwetsbare mensen.
Zonder verzoening met God en met elkaar
kunnen wij niet echt tot gastvrijheid komen.
Maken wij het daarom stil en bidden wij om ontferming.

Heer, wij komen tekort in het liefhebben.
We laten ons vaak beïnvloeden
door de visies en de trends van onze maatschappij
die soms mijlenver van uw boodschap staan.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Heer, wij komen tekort in het liefhebben.
We houden soms te weinig rekening
met de draagkracht van onze medemens
en staan erop
dat onze eigen wensen zo snel mogelijk in vervulling gaan.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.

Heer, wij komen tekort in het liefhebben.
We hebben het moeilijk met mensen
die de verkeerde weg opgingen
en voelen ons niet bereid hen te aanvaarden
of een nieuwe kans te geven.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Moge God ons telkens weer genadig zijn,
onze ware bedoelingen uitzuiveren
en ons geleiden tot nieuw en eeuwig leven. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge.

Wij loven U, Vader,
scheppende kracht,
bron van liefde.
Wij loven U, Jezus Christus,
zoon van God,
Weg, Waarheid en Leven.
Wij loven U, Heilige Geest,
vuur, brandende liefdeskracht.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
voor mensen die eenvoudig zijn,
voor mensen die zachtmoedig zijn,
voor mensen die barmhartig zijn,
voor mensen die luisteren
naar het woord van God
en het onderhouden.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
en liefde onder alle mensen:
liefde die nieuw maakt en heelt,
liefde die hoopt en duldt,
liefde die blijft in tijd en eeuwigheid.
Amen.

Openingsgebed

Goede God,
uw liefde telt voor iedereen op ieder moment, op iedere plaats,
in gelijk welke omstandigheid en bij gelijk welke gelegenheid.
Uw liefde wil mensen vrij maken
van alles wat hen gevangen houdt.
Geef ons iets van uw liefde
die medemensen kan vergeven en kansen geven.
Maak ons niet haatdragend
maar open voor elke mens naast ons,
naar het voorbeeld van Jezus, uw Zoon. Amen.

Lezingen

Luisteren wij naar Gods liefdevolle ontferming
zoals die tot ons komt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (2 Samuel 12,7-10.13)

Uit het tweede boek Samuël

7        In die dagen sprak Natan tot David:
Zo spreekt de Heer, de God van Israël:
`Ik heb u gezalfd tot koning over Israël;
Ik heb u bevrijd uit de macht van Saul;
8        Ik heb u het huis van uw heer geschonken
en u de beschikking gegeven over zijn vrouwen;
Ik heb u het huis van Israël en Juda gegeven
en als dat te weinig was geweest,
dan had Ik er nog evenveel aan willen toevoegen.
9        Waarom hebt u dan het gebod van de Heer geminacht
en iets gedaan dat Hem mishaagt?
Uria de Hethiet hebt u met het zwaard geslagen,
zijn vrouw hebt u tot vrouw genomen,
en hemzelf hebt u vermoord door het zwaard van de Ammonieten.
10       Daarom zal het zwaard nooit meer wijken van uw huis,
omdat u Mij hebt geminacht,
en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen.
13       Toen zei David tegen Natan:
`Ik heb tegen de Heer gezondigd.’
Natan antwoordde:
`Dan heeft de Heer u deze zonde vergeven:
u zult niet sterven.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing (Galaten 2,16.19-21)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de Galaten

Broeders en zusters,
16       Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt
door de werken van de wet,
maar alleen door het geloof in Jezus Christus,
zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven,
om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus
en niet door de werken van de wet,
want door de werken van de wet
zal geen mens gerechtvaardigd worden.
19       Want staande onder de wet ben ik gestorven voor de wet,
om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd.
20       Ikzelf leef niet meer,
Christus leeft in mij.
Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God,
die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.
21       Ik doe de genade van God niet teniet:
als de wet ons kon rechtvaardigen,
dan zou Christus voor niets gestorven zijn.’
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 7,36-8,3)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

36       Eens vroeg een van de farizeeën Jezus om te komen eten.
Hij kwam in het huis van de farizeeër en ging aan tafel.
37       In diezelfde stad woonde een zondige vrouw.
Toen zij vernam dat Hij aanlag in het huis van de farizeeër,
ging ze erheen met een albasten fles balsem.
38 Huilend ging ze achter Hem staan, bij zijn voeten.
Met haar tranen maakte ze zijn voeten nat
en met de haren van haar hoofd droogde ze die.
Ze kuste zijn voeten en zalfde ze met balsem.
39       Toen de farizeeër die Hem had uitgenodigd, dit zag, zei hij bij zichzelf:
`Als Hij een profeet was,
zou Hij weten wat voor vrouw het is die Hem aanraakt;
Hij zou weten dat het een zondares is.’
40       Daarop zei Jezus tegen hem:
`Simon, Ik heb u iets te zeggen.’
Hij zei: `Zeg het, Meester.’
41       `Een geldschieter had twee schuldenaars.
De een was hem vijfhonderd denariën schuldig, de ander vijftig.
42       Ze konden het geen van beiden terugbetalen, en daarom schonk hij het hun.
Wie van hen zal nu het meest van hem houden?’
43       `Ik veronderstel,’ zei Simon, `degene aan wie hij het meeste geschonken heeft.’
`Dat is juist’, zei Jezus.
44         Daarop keerde Hij zich om naar de vrouw en zei tegen Simon:
`Ziet u deze vrouw?
Ik kwam uw huis binnen.
Water voor mijn voeten hebt u Me niet gegeven,
maar zij heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt
en ze met haar haren afgedroogd.
45       Een kus hebt u Me niet gegeven,
maar zij heeft sinds Ik hier binnenkwam onophoudelijk mijn voeten gekust.
46       Mijn hoofd hebt u niet met olie gezalfd,
maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem.
47         Daarom zeg Ik u dat haar vele zonden vergeven zijn,
getuige haar grote liefde.
Maar wie weinig wordt vergeven, heeft weinig liefde.’
48       Tegen haar zei Hij: `Uw zonden zijn vergeven.’
49       De andere gasten zeiden toen onder elkaar:
`Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?’
50       Tegen de vrouw zei Hij:
`Uw vertrouwen is uw redding. Ga in vrede.’
1        In de tijd die daarop volgde trok Hij door steden en dorpen
om de goede boodschap van het koninkrijk van God te verkondigen.
De twaalf vergezelden Hem,
2        en ook enkele vrouwen, die van boze geesten en ziekten genezen waren
– Maria van Magdala, uit wie zeven demonen waren weggegaan,
3        Johanna, de vrouw van Chusas, een hoge beambte van Herodes,
en Susanna – en nog vele andere vrouwen,
die hen uit eigen middelen onderhielden.
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Bemoedigd door het getuigenis van de Schrift
kunnen we ons geloof uitspreken in de God van Barmhartigheid.

Ik geloof in God, mijn Schepper,

die man en vrouw gemaakt heeft naar zijn beeld;
die mij liefheeft als een vader
en voor mij zorgt als een moeder;
die mij troost en vergeeft
en die mij altijd de mogelijkheid geeft
opnieuw te beginnen.

Ik geloof in Jezus Christus,

die, door God gezonden, mens is geworden,
om ons nabij te zijn;
die, helend en genezend,
ons de liefde heeft voorgeleefd.

Ik geloof in de Heilige Geest,

die bezielt en vreugde brengt,
die de mensen hoop geeft,
die de bron is van mijn geloof.

Ik geloof dat de mensen elkaar nodig hebben
om samen God te dienen,
om de schepping voor iedereen leefbaar te maken
door samen te delen en in eenvoud te leven,
en zo te werken aan de komst van Gods rijk. Amen.

Voorbeden 1

Laten wij bidden tot onze God
die ons nabij wil zijn met zijn liefde
en die wil dat mensen ten volle leven.

– Bidden wij voor mensen die vastgeroest zitten in hun eigen verleden
en niet meer durven hopen op een toekomst.
Dat zij mensen mogen ontmoeten
die Gods vergevende woorden over hen uitspreken
en hun zo nieuwe kansen geven.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen die anderen
gemakkelijk vastpinnen op hun gebreken
en steeds maar blijven verwijzen naar wat in het verleden misliep.
Dat zij in het voetspoor van Jezus van Nazareth
hun hart laten spreken
en op zoek gaan naar het goede in mensen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onszelf, die hier samen eucharistie vieren.
Dat het vieren van Gods aanwezigheid in ons midden
ons de kracht mag geven om, zoals Jezus,
onze medemensen altijd vanuit een positieve ingesteldheid tegemoet te treden.
Laten wij bidden…
naar Jean Paul Pinxten

Voorbeden 2

Bemoedigd door verhalen over barmhartige tegemoetkoming,
mogen wij om Gods genade bidden
voor de wereld van vandaag en morgen.

– Bidden wij voor ons allen die hier samen zijn.
Dat wij ons niet opsluiten in zelfgenoegzaamheid,
maar bereid zijn eigen tekorten te erkennen en verbeteren.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de leiders van de Kerk.
Dat zij in hun houding iets mogen uitstralen
van de goedheid van Jezus.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor alle  christenen.
Dat zij altijd barmhartig zouden zijn in hun oordeel
en zich steeds mogen laten leiden door het voorbeeld van Jezus.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de mensen die niets goeds kunnen zien bij zichzelf.
Dat zij niet in bitterheid ten gronde gaan,
maar door de liefde van anderen
opnieuw kunnen geloven in het goede in zichzelf.
Laten wij bidden
Rita Kuijpers

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:


Gebed over de gaven

God, in brood en wijn willen wij dankbaar herkennen
en gelovig uitspreken wat wij hier doen:
wij zijn hier samen dankzij uw gastvrijheid.
In lief en leed horen wij bij elkaar.
Zo geven wij elkaar wat Gij ons geeft,
vandaag en morgen en alle dagen. Amen.


Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig de Heer…

Laten wij nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.
Laten wij nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laten wij nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laten wij nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laten wij nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn Vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die boodschap blij kunnen worden.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rond reiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rond reiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde,
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.

Onze Vader

Onze verbondenheid met de mensgeworden God,
in de kracht van de Geest en in de gemeenschap met de Kerk,
ligt uitgedrukt in het Onze Vader,
woorden die Jezus zelf ons heeft toevertrouwd.

Onze Vader,
graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vredewens

Een vrouw van lichte zeden – zoals dat heet –
stort haar hart uit bij Jezus.
Een farizeeër ziet dat
en fronst zijn wenkbrauwen.
Maar Jezus wenst deze vrouw vrede toe.
Zou Hij dan ons, om onze schamelheid, afwijzen?
Nee, ook ons schenkt Hij zijn vrede.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En wensen wij Gods vrede ook mekaar van harte toe.

Lam Gods

Communie

In onze schamelheid komt God naar ons toe.
Brood en wijn, tekenen van Gods aanwezigheid in ons hart.
Mogen wij voor elkaar teken en gestalte zijn
van Gods blijvende aanwezigheid onder mensen.
Heer, ik ben niet waardig…


Bezinning 1

Zij zalfde zijn voeten
zonder woorden,
maar teder in gebaren.
Jezus zag haar bezig
en uitte geen tegenspraak.
De balsem was Hem niet te duur
en haar streling deed Hem deugd.
Dit was Gods welbehagen.

Nog altijd vindt God er zijn welbehagen in
wanneer mensen elkaar zalven,
soms met woorden,
soms alleen maar met gebaren.
Soms denken wij dat zalven overbodig is
omdat er zoveel pijnstillers bestaan.
Maar…heb je ooit je koffer gepakt
om naar het ziekenhuis te gaan?
Het afscheid was een afscheid zonder woorden,
misschien een kus,
een arm om je schouder
of een kruisje en een traan.
Tedere gebaren: zoveel sterker
dan een pijnstiller.

Bezinning 2

Liefde is blind.
Ziet de liefde dan niets?
Of kijkt de liefde met andere ogen?
Misschien doet zij de ogen dicht
voor alles wat een mens kan afkeuren.
Misschien knijpt de liefde een oogje dicht
voor alle donkere vlekken
en laat zij zich openen voor nieuwe kleuren,
nieuwe levenskansen.
Wie weet zien we elkaar dan zoals we echt zijn.

Slotgebed 1

Heer,
het gebeurt wel dat ik veel weg heb van Simon, de Farizeeër:
dat ik de vinger op de wonden van anderen leg
alleen maar om te benadrukken hoe goed ik zelf ben.
Toch vraagt Jezus mij dat ik zou kiezen voor een andere weg.
Laat mij daarom groeien in eerbied en liefde voor iedere mens.
Wil me vergeving schenken, telkens opnieuw.
En laat me delen in de warmte van uw hart. Amen.
naar Erwin Roosen

Slotgebed 2

Goede God,
Gij zijt een gastvrije Vader
met oog en hart voor de minsten.
Laat ons naar dat voorbeeld gastvrije mensen zijn.
Wij vragen U: dat uw Zoon ons mag blijven bezielen
om ons in te zetten voor anderen
zodat er meer vrede, vreugde en vriendschap komt in onze wereld.
Ga daartoe met ons mee op onze levensweg
Dat vragen wij U door Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Zending en zegen

Vandaag spoorde Jezus ons aan
om kritisch te zijn voor onszelf,
om niet zó overtuigd te zijn van onze eigen voortreffelijkheid
dat wij onvoldoende respect opbrengen
voor de menselijke waardigheid van wie anders is dan wij.
Als wij ook dat spoor van Jezus gaan
worden wij gezegend + door de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.