Witte Donderdag B 2018

29 03 2018

Inleiding

Het valt niet altijd mee om je leven door te komen.
Het valt niet altijd mee om je dagen en uren door te komen.
Het valt niet altijd mee om je avonden en nachten te vullen
met slaap of met dromen.
Maar soms is er een uur, soms is er een avond, die je nooit meer vergeet.
Een avond of een uur, waarvan je alleen een gebaar onthoudt,
een glimlach, een woord, een glas wijn op tafel,
een geschenk: een glinstering van een ring, een boek, een CD.
Een uur en een avond waarop een mens zichzelf aan je gaf,
helemaal:
zijn ogen drukten het uit, en zijn mond en zijn handen.
Een uur en een avond waarop een mens een medemens werd,
een vriend, een tafelgenoot waarmee je brood en wijn en je leven kunt delen.
En brood en wijn en woorden en gebaren
worden tekens van liefde, vrede en vreugde.
Zo’n avond en zo’n uur moet de avond en het uur geweest zijn
van de eerste Witte Donderdag van alle tijden.
Eerst is er het gebaar van Jezus in de voetwassing,
onbegrijpelijk en ook onbegrepen door Petrus en de anderen.
Er is de allusie op het verraad:
liefde van Jezus die misprezen wordt,
liefde van Judas die verziekt tot ontrouw.
En de angst, de schrik, de onzekerheid van de leerlingen:
‘Ben ik het, Heer?’
Er is het brood dat wordt gebroken, de wijn die wordt gedeeld.
Dat is normaal.
Maar dan die vreemde woorden:
‘Dit is mijn Lichaam. Dit is mijn Bloed.
Dit is met andere woorden: mijn Leven.’
Eet ervan, drink het op.
Eet mij op, drink mij op.
En laat dit anderen ook doen met jullie,  tot mijn gedachtenis.
Om die avond, om dat uur met Jezus te beleven
komen wij bijeen in elke eucharistieviering.
Dan is Hij bij ons, geeft Hij Zichzelf opnieuw
in Brood en Wijn, op het feest van Brood en Wijn.

Begroeting

Hartelijk welkom, mensen voor dit avondmaal.
Wij vieren Jezus’ levensgeheim van breken en delen.
Als wij Hem willen volgen kunnen wij niet anders
dan zelf leren breken en delen:
ons brood, ons leven met de mensen om ons heen,
met de miljoenen armen over de hele wereld.
Genade en vrede voor jullie van onze God en Vader
die in dit uur in ons midden aanwezig wil zijn,
in de naam van +de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Leerlingen samen aan tafel met hun meester.
Een verhaal van dienstbaarheid en bescheidenheid.
Ook hier, vandaag weer, wordt het verhaal leven.
Zou het kunnen dat men van ons ooit zegt:
zie hoe ze elkaar liefhebben, zie hoe ze elkaar behulpzaam zijn.

God, dit is het uur,
waarop wij het laatste avondmaal gedenken.
Toen heeft uw zoon een vriendenmaal klaargezet.
Met de dood voor ogen wist Hij wat Hij zou doen
in brood en wijn Zichzelf aan ons geven, voor altijd.
Laat ons vandaag bedachtzaam het brood breken
laat het ons ervaren hoe nodig wij U hebben.
Geef ons oog en hart om nu opnieuw mee te maken
wat uw Zoon “die laatste donderdagavond” meemaakte.


Inleiding lezingen

Wat voor Jezus het ‘Laatste Avondmaal’ zou worden,
was eigenlijk het samen vieren van het joodse paasmaal.
Met dit feest herdachten de Joden hoe zij destijds waren ontsnapt uit Egypte,
uit de klauwen van de Farao.

Eerste lezing  naar Exodus 12,1- 8,11- 14

Eindeloos leek het
dat het Joodse volk als slaven in Egypte had geleefd,
Maar toen was Mozes gekomen met een bevrijdende boodschap.
Hij bracht het Woord van God
en verkondigde dat ze bevrijd zouden worden.
Tien keer ging hij aan de Farao vragen of ze mochten vertrekken,
negen keer kwam de Farao op zijn belofte terug
en werd de verdrukking erger dan tevoren.
Toen was het genoeg geweest, nu zouden ze definitief vertrekken.
Maar dit moesten ze eerst nog doen:
ieder Joods gezin moest een lam slachten,
het bloed aan beide deurposten strijken
en over de bovenbalk van de deur.
Er was geen tijd om het brood te laten rijzen,
dus was er enkel brood zonder gist, ongedesemd brood,
en kruiden, bittere kruiden.
En zo moesten zij die avond eten:
rechtstaande, de lendenen omgord, de voeten geschoeid, de staf in de hand,
gereed voor het vertrek.
“En ge moet deze avond blijven gedenken en vieren,
elk jaar weer, ter ere van Jahweh,
die jullie heeft bevrijd uit Egypte, toen, en vandaag ook weer…”

Evangelie  (Johannes 13, 1-15)

Onder het laatste avondmaal stond Jezus van de tafel op.
Wetend dat de Vader Hem alles in handen had gegeven,
en in het bewustzijn dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde,
legde Hij zijn bovenkleren af en bond zich een linnen schort voor.
Hij goot water in het wasbekken en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen. Met de schort droogde Hij ze af.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus.
Die zei; “Heer, wilt Gij me de voeten wassen?”
“Wat Ik doe begrijp je nu nog niet,” antwoordde Jezus.
“Later zal je de betekenis ervan zien.”
“Nooit in der eeuwigheid laat ik door U mijn voeten wassen!”
“Als Ik ze niet was, als Ik je niet mag dienen,
kun je geen deel hebben aan het leven dat Ik geef.”
“Heer, dan niet alleen mijn voeten! Ook mijn handen en hoofd!”
“Ach, wie een bad heeft genomen
hoeft zich alleen het stof van de voeten te wassen.
Jullie zijn rein … Maar niet allemaal.”
Jezus wist dat iemand Hem zou overleveren.
Daarom zei Hij: “Niet allemaal.”
Toen Hij hun voeten had gewassen,
trok Hij zijn kleren weer aan en kwam bij hen aan tafel.
“Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?
Jullie spreken me aan met “Meester” en “Heer”.
Terecht: dat ben Ik.
Als Ik, Heer en Meester, jullie de voeten heb gewassen,
moeten jullie ook elkaars voeten wassen.
Ik heb jullie een voorbeeld gegeven…
Doe zoals Ik heb gedaan.
Want dit staat vast:
een dienaar is niet groter dan zijn heer,
een gezant staat niet boven degene die hem heeft gezonden.
Als je dat onthoudt én er ook naar handelt, ben je gelukkig!”

Voetwassing

Wanneer je echt wilt leven met en voor mekaar,
moet je eigenlijk voor elkaar door de knieën durven gaan.
In zo’n houding kun je niet op een ander neerkijken;
je kunt alleen nog naar de ander opzien.
Dan ben je zelf niet zo belangrijk meer,
maar staat de ander in het centrum.
Op de knieën gaan voor een ander,
is biddend opzien naar de ander,
alsof je een bloem tussen je geopende handen houdt, vol bewondering.
Pas op het moment dat je jezelf wat los kunt laten
en kunt knielen voor anderen zodat die groter worden,
kun je echt samen vieren, breken en delen.

voetwassing

Bezinning

Heer,
ik wil als het water zijn
dat in de rivieren klatert
en door het oerwoud stroomt,
dat velden vruchtbaar maakt
en overal leven brengt.

Heer,
ik wil het water zijn
dat al wat vies is wast,
dat iedere mens,
hoe hij ook heet,
die heling en bevrijding zoekt,
weer hoop op toekomst geeft.

Heer,
ik wil als het water zijn
dat alle boten draagt,
vol mensen en hun lasten,
om voor hen allemaal
hun vaart te verlichten.

Heer,
ik wil als het water zijn,
de bron van alle leven,
dat alle mensen samenbrengt
om samen overal vandaan,
lief en leed te delen.

Heer,
ik wil als het water zijn
dat in uw richting stroomt,
om in de wereld
overal uw opdracht waar te maken,
meer mens te zijn voor iedereen.

Geloofsbelijdenis

Wij geloven in God de Vader,
die zijn schepping in onze handen heeft gegeven
om er een woning van te maken
waarin het goed is om te leven.

Wij geloven in de Zoon Jezus Christus,
die bij ons kwam wonen en nu leeft
in de harten van de mensen.
Hij is ons voorbeeld van liefde tot het uiterste.

Wij geloven in Gods Geest,
die ieder van ons de kracht geeft
om aan het Rijk van God mee te bouwen.

Wij geloven in een gemeenschap
waarin elkeen zorg draagt voor de ander;
waarin eenieder aan de Blijde Boodschap
gestalte geeft door woord en daad.

Wij geloven dat een mensenleven
nooit zal eindigen
en dat we hoopvol mogen uitzien
naar het eeuwig geluk bij de Vader. Amen.


Voorbeden

Laat ons nu met de Heer in ons midden,
vol vertrouwen tot Hem bidden:

-Bidden wij voor alle kinderen in ons midden,
voor al die gelukkigen die nog kinderachtig mogen zijn,
en die nog fouten mogen maken,
en die nog overal tegenaan mogen lopen.
Dat ze,  hoe groot ze ook worden,
toch een beetje blijven zoals ze zijn.
Dat is goed voor henzelf,
maar nog beter voor de wereld.
De kinderen mogen er zijn!
Daarom schuiven we graag bij hen aan
en we vieren het feest van het leven.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor alle jonge mensen in ons midden,
voor hen die met vallen en opstaan
op zoek zijn naar de juiste weg.
Dat wij hen niet te lijf gaan, Heer God,
met afbrekende en negatieve kritiek;
dat wij vooral niet afgunstig op hen zijn
om kansen die wij zelf vroeger moesten missen. .
Dat wij hen juist durven leren om nieuw en oorspronkelijk te leven.
Het doet ons goed om dicht bij hen te zijn
en het brood met hen te mogen delen.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor alle mensen die volwassen zijn,
voor hen die tussen jeugd en oude dag
moeten zorgen en zwoegen op zijn tijd.
Danken wij God voor hun inzet,
Maar proberen wij hen ook een beetje op te beuren en te troosten.
Moge ze door God gezegend worden,
moge de beker van het lijden,
als dat mogelijk is, aan hen voorbijgaan,
en mogen ze van oude mensen leren,
dat ook de zorg een keer een einde vindt.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor al de mensen die oud zijn
en een beetje moe van het leven;
soms lopen ze een beetje gebogen; maar dat mag best.
Moge hun levenservaring anderen helpen in goede,
maar vooral in minder goede dagen.
Laten wij bidden…

Heer onze God, met nadruk hebben wij beleden,
dat wij naar Jezus’ voorbeeld
willen leven in dienstbaarheid en liefde.
Houd ons aan dat woord,
zo bidden wij U, en doordring ons ervan,
dat leven in zijn Geest, door lijden en dood heen,
naar uw Koninkrijk voert.
Dat vragen wij U door Hem die
met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed over de gaven

Vader, aanvaard in brood en beker
onze dank voor Hem,
die uw wil heeft volbracht
ten einde toe,
en doe ons,
door de kracht van uw Geest,
op Hem gelijken
in deze dagen
en heel ons verder leven.

Tafelgebed

Zo ongeveer moet het geweest zijn
die avond voor zijn lijden:
Jezus was met twaalf vrienden
in de stille bovenzaal.
Men voelde het einde naderen
van wat een groot avontuur
had kunnen worden.
Er was vertwijfeling en angst.
Wat moesten de twaalf
met zoveel mooie woorden
ná zijn dood?
Waarom gebeurde er geen groot wonder?
Toen heeft Hij hen – en ons –
de kern van zijn Boodschap getoond,
met een alledaags eenvoudig gebaar
waarin Hij gans zijn leven heeft samengevat.

Hij nam toen wat brood,
liet het in zijn handen rusten
terwijl allen verwonderd zwegen.
Hij dankte God, alsof dit de rijkdom van zijn leven was.
Toen brak Hij dat brood om het te verdelen en zei:

“Neem allen een stuk
en eet maar.
In dit teken kom Ik bij u.
Neemt en eet dit is mijn Lichaam,
dat voor u gebroken en gegeven wordt”.

Toen nam Hij een beker met wijn,
liet hem rondgaan en zei:

“Drinkt dan nu ook van deze beker.
Want deze beker wijn
is als de beker met mijn Bloed.
Teken van het vernieuwde Verbond.
Ik ga immers sterven
en mijn leven geven voor u”.

Het is dan heel stil geworden,
een woordeloos weten,
dat Hij hiermee zijn testament gaf
en Hij zei nog:

“Als gij brood breekt en met elkaar deelt,
weet dan, dat Ik het u heb voorgedaan
opdat allen zouden leven in een verbond van liefde”.

Vandaag hebben wij uw Tekens verstaan.
Kom over ons met uw Geest
en til ons over de grens
van ons kleine “ik”.
Verleg onze zorg naar wat
andere mensen treft en bedreigt.

Onze Vader

Mag ik jullie vragen recht te staan en elkaar de hand te geven
en samen met mij te bidden.

Zeg niet Vader,
als je geen kind kunt zijn.
Zeg niet onze,
als je slechts aan jezelf denkt.
Zeg niet hemel
als je slechts naar aardse zaken verlangt.
Zeg niet uw naam worde geheiligd,
als je voortdurend je eigen eer zoekt.
Zeg niet uw Rijk kome,
als je alleen maar hoopt er zelf beter van te worden.
Zeg niet uw wil geschiede,
als je geen tegenslag kunt dragen.
Bid niet voor het brood van vandaag
als je niet voor armen wilt opkomen.
Bid niet voor een leven zonder bekoring,
als je voortdurend met het kwaad omgaat.
Bid niet voor een leven zonder kwaad,
als je niet op zoek bent naar het goede.
Zeg niet amen en zo zij het,
als je dit gebed niet ter harte neemt.

Vredeswens 1 (viering met jongeren)

Geef ons uw vrede, God,
en laat ons uitgroeien tot gelukkige mensen.
Geef uw vrede aan al wie nog onrustig is,
omdat alles nog niet zo klaar en helder is
en omdat de stap naar volwassenheid
nog niet helemaal gezet is.
Geef uw vrede aan wie morgen verder studeert,
vrede voor wie zich opnieuw in de studie gooit
en het risico van al dan niet slagen
opnieuw durft aangaan.
Vrede ook voor al deze mensen
– ouders, familieleden, vrienden –
en dat zij gelukkig mogen zijn met ons.
Vrede voor al wie hopeloos is,
vrede voor wie er naar zoekt,
vrede voor iedereen.:
Moge Gods vrede in ieder van ons groeien
opdat wij die verder zouden kunnen uitdragen.

En geven we deze vredewens nu aan elkaar door
met een handdruk, een kus of een knuffel.

Vredeswens 2

Heer Jezus Christus,
het geheim van uw leven hebt Gij ons in handen gelegd:
brood, breekbaar en heel gewoon.
Brood dat de smaak heeft van nieuw leven
– nieuw leven waar geen dood meer is en alle tranen gewist zijn –
brood, dat onze vriendschap voedt,
dat delend één maakt,
dat ons tot vrede maakt voor elkaar.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij die vrede van harte door aan elkaar.

Lam Gods

Communie

Brood breken… ’n eenvoudig gebaar.
Het kost je niets.  Het is zo gedaan.
Maar… je leven breken, zoals Hij gedaan heeft,
elke dag,
voor elke mens
die bij je binnen komt,
die je ontmoet,
dat is niet zo eenvoudig.
Je door Gods Geest laten bewegen,
zacht en goed zijn en tegelijk vol vuur,
je overleveren aan het vertrouwen,
liefde zijn die het kwaad ontwapent.
Vreugde en vrede…
Het is niet zo eenvoudig.
Daarom kunnen wij alleen maar hoopvol bidden:

Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt,
maar spreek en ik zal gezond worden.

Bezinning

Dit feest wil gewoon zeggen
hoe ongewoon de liefde is.
Dat de meester zich buigt voor de knecht
die met verbaasde ogen vraagt:
gebeurt dit echt?
Zien mijn ogen werkelijk wat ze zien?
Is dit de nieuwe orde?
De wereld op zijn kop.
Liefde heeft geen troon en geen kroon.
liefde staat gebogen.
Met het hoofd naar het stof op onze voet,
met de handen in het wasbekken,
bereid om ze te leiden naar de voet van de ander.
Bereid om de eigen handen vuil te maken
aan mensen die met vuile voeten door het leven gaan.

Slotgebed

Dat wij vandaag voor elkaar het Brood gebroken hebben,
laat dat voor ons een teken zijn, God,
dat Gij dicht bij ons zijt,
dat wij mensen door U worden bemind,
door U gevoed tot vrienden voor elkaar.
Beziel ons met uw Geest,
zodat wij ons laten omvormen
tot voedsel voor elkaar,
groot in geven en dienen.
Zo kan uw lijden en sterven vruchtbaar worden.
Zo kan uw bekommernis en liefde, uw troost en nabijheid,
levende werkelijkheid worden:
een gemeenschap van liefdevolle mensen,
die elkaar vasthouden,
elkaar meenemen, omhoog trekken,
uw volk, zoals Gij het hebt gedroomd. Amen.

Slotgebed en slotlezing

Jezus vierde met zijn vrienden het laatste avondmaal.
In herinnering daaraan, hebben wij net zo gedaan.
Zo dadelijk zullen we horen hoe het verder ging – die nacht.
En morgen staan we stil bij het dramatische einde.

Het verhaal van de nacht van Witte Donderdag

Nadat zij de lofzang gezongen hadden,
ging Jezus met zijn leerlingen naar buiten.
Het was intussen al laat en donker geworden.
Zij liepen in de richting van de Olijfberg.
Toen zij bij het landgoed Getsemane aankwamen
zei Jezus:  “Blijven jullie hier zitten terwijl Ik ginds ga bidden”.
Hij nam Petrus en twee andere leerlingen met zich mee.
Nadat Hij een steenworp verder was gegaan,
viel Hij plat ter aarde en bad:
“Vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan Mij voorbijgaan.
Maar toch: niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt, geschiede.”
Toen Hij naar zijn leerlingen terugging,
vond Hij hen in slaap.
Jezus vroeg Petrus: “Kun je dan niet één uur met Mij waken?”
Hij verwijderde zich voor de tweede keer, en weer bad Hij:
“Vader, als het mogelijk is, laat dan die beker Mij voorbijgaan.
Maar uw wil geschiede!”
Terug gekomen vond Hij zijn leerlingen weer in slaap.
Hij liet hen nu verder met rust,
ging heen en bad voor de derde keer met dezelfde woorden.
Toen stond Hij op, liep naar zijn leerlingen en zei:
“Slaap dan maar door en rust uit!
Zie, nu is het uur gekomen
waarop de Mensenzoon wordt overgeleverd:
mijn verrader is nabij!”
Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Judas,
één van de twaalf, vergezeld van een grote bende.
Hij ging recht op Jezus af en zei:
“Gegroet Rabbi!”
en hij kuste Hem.
Maar Jezus zei tot hem:
“Vriend verraadt ge Mij met een kus?”
Toen kwamen ze naar voren,
grepen Jezus vast en maakten zich van Hem meester.
Alle leerlingen lieten Hem in de steek
en namen de vlucht.
De bende voerde Jezus weg,
de donkere nacht in.

Categorieen(n): Zondagsvieringen
Tags:

Comments are closed.