Wie is Hij?

Mc 8,27-35

‘Wie zeggen jullie dat Ik ben?’ Tweeduizend jaar later heeft deze indringende vraag van Jezus aan zijn leerlingen, nog niets aan actualiteit ingeboet. Dwars door eeuwen geschiedenis heen bereikt deze vraag ook ieder van ons. En ook nu worden verschillende antwoorden gegeven. Voor kinderen is Hij meestal ‘God’. Volwassen christenen weten dat Hij de Zoon van God is. Sommigen zien Hem vandaag nog als een profeet. Anderen blijven het antwoord gewoon schuldig. Spontaan omschrijft Petrus in dit evangelieverhaal Jezus als de Messias. De hoogste titel die hij kon bedenken. En Petrus is ook een kind van zijn tijd. In de geloofstraditie van Israël was er geen groter iemand dan de Messias, de Gezalfde van God. Eeuwenlang al zag men uit naar zijn komst. De Messias zou alles realiseren wat het volk hoopte en verwachtte. Er zou geen leed en ellende meer zijn. De Messias zou het land bevrijden van de Romeinse overheersing en onderdrukking.

Maar Jezus verbiedt Petrus en de andere leerlingen daarover met iemand te spreken. Eigenlijk zegt Jezus: laten we het daar nu verder maar niet over hebben, want wat jullie je daarbij voorstellen komt niet overeen met wat Mij en ook jullie te wachten staat.

En dan probeert Jezus hen duidelijk te maken op welke wijze Hij Messias, wil zijn. Het valt trouwens op dat Jezus het woord ‘Messias’ zelf niet gebruikt. Dat woord kon immers verkeerd worden begrepen, in de zin van ‘politieke leider’. Jezus omschrijft zich als de Mensenzoon. Die veel zal moeten lijden, die zal botsen met de religieuze overheid. Die zal veroordeeld en terechtgesteld worden, maar na drie dagen weer zal opstaan. Waarop Petrus fel begint te protesteren, Jezus even terzijde neemt en Hem de les spelt. Een normale reactie, vind ik. Ze zijn toch vrienden en in de ogen van Petrus kan er geen sprake van zijn dat Jezus eens ter dood wordt gebracht. Zo’n goed mens! Dat mag niet gebeuren. Waarop die scherpe, bijna choquerende terechtwijziging van Jezus volgt: ‘Weg Satan’. Tussen haakjes, ‘Satan’ is Hebreeuws voor dwarsligger. Maar goed, de spanning tussen Jezus en Petrus is duidelijk te snijden.

En dan volgt er in dit evangelieverhaal het thema van de onvermijdelijkheid van het lijden en het opnemen van het kruis dat beeldspraak is voor het aanvaarden van het lijden. Jezus poneert hier dat wie Hem wil volgen, zichzelf zal moeten verloochenen, zijn kruis opnemen en zijn leven verliezen. Wat trouwens heel wat anders is dan masochistisch het lijden om het lijden te zoeken. Het heeft ook niets met dolorisme te maken of een koesteren van tegenslagen. Het kruis staat hier voor een ommekeer van waarden. Niet de vervulling van narcistische dromen van succes en onkwetsbaarheid mag de leidraad in het leven van een volgeling van Jezus zijn. Maar wel het gelovig vertrouwen dat we ondanks eigen zwakheid en kwetsbaarheid op God mogen hopen, ook al ervaren we lang niet altijd Zijn aanwezigheid.

Vandaag is de kernvraag naar ons toe of we bereid zijn niet alleen met woorden voor Jezus te supporteren, maar zijn leer in daden van christelijk handelen en doen om te zetten. Incluis het dragen van ons eigen en van andermans kruis.
Jezus wacht op ons antwoord.

Rita Kuijpers.

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.