Deel 9: Academie en mystiek

De nadruk op het belang van de studie terwille van prediking en apostolaat en de feitelijke toeleg van de eerste dominicanen op die studie van theologie en ook filosofie hadden weldra gevolgen. Er kwam een grote toeloop van mensen uit universitaire milieus.

Verder bezetten dominicanen verschillende universiteitszetels, het eerst in Parijs (1230). Bovendien organiseerden zij in een aantal kloosters hogere theologische opleidingen terwille van hun jongere confraters.

Albertus en Thomas Albertus De Grote

albertusDe beoefening van de theologie werd een karakteristieke taak voor de orde. In de loop van de eeuwen bracht de orde dan ook een aantal godgeleerden van formaat voort, zoals in die begintijd Albertus de Grote (+ 1280) en Thomas van Aquino (+ 1274), maar ook talloze anderen die dachten, studeerden, schreven en preekten, goed of middelmatig of star en bekrompen: men vindt ze in alle maten en soorten.
Het lag voor de hand, dat de paus bij voorkeur aan deze deskundigen op het

thomasThomas van Aquinogebied van de geloofsleer de leiding in handen zou geven van de pauselijke Inquisitie, een rechtbank die moest oordelen over de rechtgelovigheid van verdachte ketters. Zij kon kerkelijke straffen opleggen, maar het ergste was, dat zij veroordeelden ook aan de wereldlijke macht kon uitleveren ter bestraffing. Daarbij is heel wat gebeurd, dat ons nu met afgrijzen vervult. De officiële start van deze pauselijke Inquisitie werd ingezet door Gregorius IX in 1231.

Haarkloverij en mystiek

Na 1300 begint het oorspronkelijk enthousiasme te tanen. De kloosterlingen voegen zich niet meer zo gemakkelijk in het kloosterlijk gareel; vooral de beleving van de armoede laat sterk te wensen over. De theologen missen oorspronkelijkheid en verstarren in haarkloverijen. Dit alles heeft ook maatschappelijke en politieke oorzaken.
Tegelijkertijd echter bloeit, met name in het Rijnland, onder dominicanen en dominicanessen de mystiek. Daar zijn grote namen bij, zoals die van Catharina van Siëna (+ 1380), Meister Eckehart (+ 1327) en Heinrich Scuse (+ 1366). Ook werden af en toe geslaagde pogingen gedaan de verslapping in het kloosterleven terug te dringen door strengere inachtneming van de oorspronkelijke of van nieuwe voorschriften. Men wordt ook weer actiever; zo wordt het rozenkransgebed, op slimme wijze gepropageerd door Alanus de Rupe (+1475), sindsdien een specialiteit van de dominicanen. Ook de theologie wordt weer intensiever beoefend, maar soms op een afschuwelijke manier zoals blijkt uit de ‘Heksenhamer’, een handboek voor de heksenvervolging, geschreven door de Dominicaanse inquisiteurs Heinrich Institoris en Jakob Sprenger (1486).

Comments are closed.