Deel 4: Begin van de orde

Het ging bij deze kruistocht lang niet alleen om het recht geloof; het ging om macht, nationalisme, rijkdom en nog een hoop andere dingen en ook om godsdienst.
Uit de flarden van gegevens mogen we afleiden, dat het Dominicus ging om het ‘heil van de zielen’, om mensen dus en hun uiteindelijk geluk dat hij zag op de eerste plaats niet als een aards, maar als een hemels geluk.
Voor ons valt dan moeilijk te begrijpen, hoe hij met de leider van de kruistocht, Simon van Montfort, een keiharde krijgsman, bevriend kon zijn. Dat raadsel is tot nu toe niet opgelost. Overigens is er geen enkele aanwijzing, dat Dominicus zich met de kruistocht zou hebben bemoeid.

Begin van de predikbroeders

Het voortdurende oorlogsgeweld bemoeilijkte alleen maar de prediking, die hij vanuit Fanjeaux en Prouille onvermoeid voortzette met behulp van enkele volgelingen. Uit dat groepje groeide de orde van de predikbroeders.
Eén van Dominicus’ volgelingen stelde in Toulouse enige huizen ter beschikking en Fulco, de bisschop aldaar, was hun zeer welgezind. Dat maakte de weg vrij voor de oprichting van een religieuze gemeenschap van predikers die bestond uit priesters – de enigen die mochten preken – en lekenbroeders, niet-gewijden, een oude tweedeling die van de bestaande kloosterorden werd overgenomen.

Een ruime regel

fulcoDominicus begeleidde bisschop Fulco in de nazomer van 1215 naar het vierde concilie van Lateranen te Rome. Daar vroeg hij paus Innocentius III (afbeelding) om de goedkeuring van zijn stichting. Om mogelijke wildgroei van nieuwe religieuze gemeenschappen te voorkomen was bepaald, dat nieuwe stichtingen een bestaande kloosterregel tot grondslag dienden te hebben.
Met die boodschap keerde Dominicus naar zijn medebroeders in Toulouse terug. Ze waren toen ongeveer met z’n zestienen. In de zomer van 1216 kozen ze de regel van Augustinus, reeds aan Dominicus bekend, omdat hij als kanunnik te Osma onder die regel had geleefd. Ze was bovendien zo ruim, dat ze de nieuwe gemeenschap de meeste kansen tot eigen initiatieven bood.

Gekozen armoede

In de late herfst van 1216 ging Dominicus terug naar Rome, waar de nieuwe paus, Honorius III, de orde goedkeurde. Dominicus heeft door deze daad zijn democratische gezindheid bewezen: terwille van de vrije keuze van een regel door zestien medebroeders liep hij heen en weer naar Rome!
De apostolische armoede werd nagestreefd, doordat de broeders geen onroerend goed bezaten. Wel waren er vaste inkomsten die de bisschop hun verzekerde door hun een drietal kerken ter beschikking te stellen. De belangrijkste daarvan was de kerk van de heilige Romanus te Toulouse. Daar richtte men een klooster in met cellen voor de broeders om er te studeren en te slapen. Men was nog zeer dicht bij het oude kloosterlijke ideaal. Dat blijkt ook uit het feit, dat men de eerste overste in Toulouse, broeder Mattheüs van Frankrijk, nog ‘abt’ noemde.

Studie en onderricht

Maar er gebeurde daar ook iets heel nieuws: er werd met zorg aan gewerkt om de nieuwe predikers van een gedegen scholing te voorzien. Paus Honorius III wenste, dat er professoren en studenten uit Parijs naar Toulouse zouden komen om de dwaalleer door gedegen studie en onderricht het hoofd te bieden. De broeders volgden de ‘collega’s’, Dominicus incluis.

Comments are closed.