Wat God verbonden heeft…

Mc. 10,2-12

“Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?”
Jezus beantwoordt deze vraag van de farizeeën niet met: “Echtscheiding is verboden”. Hij zegt: “Wat God verbonden heeft mag een mens niet scheiden”.
Op het eerste gezicht lijkt dat misschien hetzelfde. Maar dat is het niet. De farizeeën zouden graag gehoord hebben dat Jezus zei: “Nee, verstoten mag niet want een eenmaal geldig gesloten huwelijk is onontbindbaar”. Dat antwoord zou immers een afwijzing geweest zijn van de toen gangbare huwelijkswetgeving, een afwijzing dus van Mozes, aan wie de joodse huwelijks-wetgeving werd toegeschreven. Door een wig te drijven tussen Jezus en de hoog geprezen Mozes, zouden zij Jezus in diskrediet hebben kunnen brengen bij de publieke opinie.

Telkens als er in het evangelie staat: “Zij wilden Hem op de proef stellen”, weten we dat Jezus het spelletje dat de farizeeën Hem willen opdringen, niet zal meespelen. Ook hier geeft Hij dus geen rechtstreeks antwoord op de vraag of echtscheiding in bepaalde omstandigheden wel of niet acceptabel is. Jezus weigert zich te begeven op het pad van de wet.

Wetgeving is één ding; wat er omgaat in je hart is iets heel anders. Jezus was verstandig genoeg om te weten dat wetten nodig zijn. Wettelijke regelingen (ook inzake huwelijk en scheiding) zijn noodzakelijk om in de samenleving – en dat geldt zowel in de burgerlijke als in de kerkelijke samenleving – orde op zaken te stellen, om het verkeer tussen mensen ordelijk te laten verlopen, om de een te beschermen tegen de willekeur van de ander.
Wanneer iemand zich nauwgezet houdt aan de wet, maar ook wanneer iemand een wet over-treedt, dan kun je daaruit geen conclusies trekken over wat er in het hart van die persoon omgaat. Wetsbepalingen hebben betrekking op het gedrag van mensen, op de buitenkant van ons leven, niet op de binnenkant. Dat betekent niet dat ze voor de binnenkant soms geen hulp kunnen zijn. Mensen die onzeker zijn, die niet meer weten welke kant ze opmoeten, moeten hun gedrag afstemmen op de wet. Maar we mogen die externe ondersteuning niet verwarren met de groeikracht van binnen. Een gezonde, volwassen plant heeft geen steunstokken nodig. Mensen die in hun hart weten wat goed is en wat kwaad, weten wel hoe ze moeten groeien en bloeien.

De farizeeën hebben het over de juridische regelingen rond huwelijk en liefde. Jezus gaat er niet op in omdat Hij gelooft dat liefde primair een zaak is van het hart, en dat wetten de zaken van het hart niet kunnen regelen. Hij is ervan overtuigd dat vragen zoals ‘wat doet wederzijdse liefde echt deugd?’ of ‘wat doet daar afbreuk aan?’ veel juister, veel warmer, veel diepgaander beantwoord kunnen worden door een rechtgeaard liefhebbend hart, dan door het kille verbod op echtscheiding. Hij gelooft dat mensen die echt van elkaar houden, in hun hart heel goed weten hoe zij met elkaar moeten omgaan. En dat dit niet vast te leggen is in wetten en regels. Liefde is een paradijselijke ervaring, staat dicht bij het paradijs, staat dicht bij de mens in zijn oorspron-kelijke zuiverheid.

Daarom grijpt Jezus terug naar het tafereel van de scheppingsochtend.
Als Hij zegt ‘vanaf het begin’, dan heeft Hij het niet over wat begraven ligt onder het stof van het grijze verleden, ook niet over de tijd van de verliefdheid, maar over het paradijs van de ongeschonden liefde dat als een levende herinnering in ons hart en in ons geweten woont, dat als ‘beginsel’ van waarheid, van Gods waarheid, de fijngevoelige antenne is die oriëntatie geeft aan een liefhebbend hart. Jezus zou willen dat, telkens als ‘huwelijk’ ter sprake komt, de beelden van de aanvangstijden voor onze ogen zouden oprijzen. Hoe Adam in het paradijs, vol verlangen naar een liefdespartner, alle levende wezens ontmoet, hen leert kennen, hun een naam geeft… maar toch verschijnt er aan zijn zijde geen die aan hem gelijk is. Pas na een lange slaap wordt hem van Godswege een wezen aangereikt, een gezel voor het leven. Een wezen zoals hij, uit hetzelfde vlees – vlees genomen vlak bij zijn hart – en toch zo gans anders, een vrouw, ‘mannin’ zoals Adam haar noemt.

Als de farizeeën komen aandraven met echtscheidingsregels wuift Jezus dat dus weg: “Neen, zo was het niet vanaf het begin. God heeft geen scheidingswetten gemaakt. In het begin schiep God man en vrouw, als wezens die elkaar nodig hebben om zich te ervaren als ‘volledig’ en om het leven te kunnen beleven als een geschenk van genade. Zo heeft God het bedoeld.” En het is die Godsbedoeling die de levende liefde van alledag in de juiste banen moet leiden. Op basis van diezelfde Godsbedoeling moeten we ook ordening proberen te vinden voor de problemen die het huwelijksgeluk verstoren. Wetten kunnen geen oplossingen aandragen. Wegen naar oplossingen kunnen alleen ontdekt worden als ze gezocht worden door mensenharten die zich het beeld van het paradijs blijven herinneren: zo was het oorspronkelijk bedoeld, zo zou het eigenlijk moeten zijn. Het liefdesverbond dat zich daaraan spiegelt, mag de mens niet scheiden. Dat is geen wet – ook geen kerkelijke wet – maar een opdracht. Twee, die elkaar niet meer kunnen zoenen, maar zich nog wel herinneren dat Adam en zijn mannin hun levensverbond met een zoen bezegelden, weten dat vergeving en verzoening nieuwe adem geeft om elkaar zoenend terug te vinden. Dit weten, en dit weten creatief blijven koesteren, dat is huwelijkstrouw zoals het evangelie ons die voorhoudt.

Mensen die zich dat paradijsgeluk niet meer samen kunnen herinneren, weten niet meer waaraan ze trouw moeten zijn. (Ik laat me niet uit over hoe het zover is kunnen komen en zeker niet over wat of wie daarvan de schuld is). Waar de liefde onherroepelijk haar ziel verloren is, is trouw een leeg begrip geworden. Trouw-zijn omdat het moet, omdat de wet het voorschrijft, zonder te voelen waaraan men trouw is, zulke trouw kan dodelijk zijn. ‘Befehl ist Befehl’ was ook een vorm van lege trouw, die destijds miljoenen de dood heeft ingejaagd. Zich krampachtig vasthouden aan lege trouw is geen evangelische deugd. ‘Trouw’, volgens de Blijde en Bevrijdende boodschap van Jezus, is een kracht die liefde kan bezielen en mensenharten kan verwarmen.

Marc Christiaens o.p.

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.