Pinksteren C 2019 p

8-9 juni 2019

Heilige Geest
(Hand. 2,1-11 ; Joh. 14,15-16.23b-26)

Als christenen geloven we in God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest. Dat klinkt vanzelfsprekend… tot je erover goed begint na te denken. In God geloven is voor velen lang geen eenvoudige zaak, laat staan geloven in drie goddelijke personen. Geloven in de Vader – een Schepper die vaderlijk zorgt voor wat Hij schiep – dat lukt misschien nog wel. Met de Zoon hebben we wellicht nog het minste moeite: zijn Boodschap kan mensen blijvend inspireren tot inzet voor een meer menswaardige samenleving. Maar wat moet je met de heilige Geest? Het woord ‘geest’ is in onze tijd zowat een inhoudloos begrip geworden. Wie of wat is Hij?

Rondneuzend in de Bijbel naar wat er over de Geest gezegd wordt, blijkt Hij vooral aanwezig te zijn waar sprake is van een begin of van een nieuw begin. Dat is al zo vanaf de eerste regel: bij de schepping zweeft Gods Geest over de wateren om orde te creëren in de chaos (Gen.1,2). Ook bij de aanvang van Jezus’ leven staat Hij op de eerste rij. Maria kreeg te horen: “De heilige Geest zal tot u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken” (Lc.1,35). De Geest is er ook bij bij de doop van Jezus (Lc.3,22); en even verder, bij zijn eerste publieke optreden in Nazaret, leest Jezus voor uit de boekrol van Jesaja: “De Geest van de Heer rust op Mij”, en Hij voegt er aan toe: “Het schriftwoord dat u gehoord hebt, is in vervulling gegaan” (Lc.4,16-21).

Maar de grote doorbraak van de heilige Geest is te situeren na Jezus’ verrijzenis, op Pinksteren, het feest dat wij vandaag gedenken. Toen gebeurde er met de leerlingen iets heel vreemds. Ze werden overrompeld door iets dat van ‘van elders’ kwam, dat tot in hun binnenste doordrong, dat zijn kracht op hen overdroeg als werden ze aangesloten op een soort geestelijk elektriciteitsnet. De bangerikken  die de desillusie van Golgotha nog lang niet hadden verteerd, werden plots geest-driftige getuigen – door de Geest gedrevenen. Vanaf dan trokken ze de wereld rond met een Boodschap die in zich elke geloofwaardigheid mist: Jezus, die dood en begraven was, leeft!

Wie of wat verantwoordelijk was voor die persoonverandering is nauwelijks te vatten, laat staan adequaat te omschrijven. Toch doet Lucas een poging om een en ander te verhelderen. We hoorden in onze eerste lezing hoe hij, bij gebrek aan beschrijvende taal, het probeert met vergelijkingen, met beeldende taal: ‘het was iets zoals…’: “zoals geraas dat uit de hemel kwam, alsof er een hevige wind opstak en vurige tongen zich neerzetten op ieder van hen.”

Iets als wind en vuur dus… Beelden die de hele geloofsgeschiedenis door opduiken, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament:
– God die zich manifesteert als levenskrachtige wind, als storm, als zachte bries. God die de pas geschapen mens zijn levensadem inblaast. In diezelfde symbolische lijn is er ook sprake van een vogel, meestal een duif. Onder die gedaante daalde Gods Geest uit de hemel neer bij het doopsel van Jezus (Lc.3,22).
– God die zich manifesteert als vlam, als verterend vuur, als licht en warmte. Denk bv. aan het brandend braambos, of aan Johannes de Doper die zei: “Ik doop u met water. Maar na mij komt iemand die krachtiger is dan ik (…). Hij zal u dopen in de heilige Geest en vuur” (Lc.3,16).
– Waar de helpende God ter sprake komt duikt geregeld nog een derde beeld op: water: levend water, regen, dauw, bron. De profeten in het Oude Testament hebben het herhaaldelijk over God die de mens nabij komt als water over de dorstige aarde (Jes.44,3). De evangelist Johannes grijpt ook graag naar dit beeld. Zo laat hij Jezus zeggen: “Wie in Mij gelooft, mag naar Mij toe komen en drinken. Zoals de Schrift zegt: uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien”, en ter verduidelijking voegt de evangelist eraan toe: “Hiermee doelde Hij op de Geest” (Joh.7,38-39).

Wind, vuur, water. Drie verschillende beelden die heel wat gemeen hebben.
-Het zijn drie natuurelementen waar de mens geen vat op heeft. Ze geven aan dat God ongrijpbaar is voor de mens, ook voor het menselijk verstand. Hij is voor ons ook onbegrijpbaar. Gods Geest waait waar Hij wil en laat zich door de mens wet noch weg voorschrijven.
-Alledrie suggereren ze ook beweeglijkheid: Wind, water en vuur zijn voortdurend in beweging, brengen alles in beweging, houden in beweging. Soms rustig, soms verrassend krachtig. Zo zet de dynamiek van Gods Geest ook de wereld in beweging, en de kerkgemeenschap, en het hart van mensen.

De Schrift gebruikt nog andere beelden om de werking van de heilige Geest toe te lichten. Maar het kan geen toeval zijn dat de meeste ervan terug te voeren zijn tot drie van de vier oerelementen: vuur, lucht en water. Het vierde oerelement waaruit de werkelijkheid – volgens de klassieke oudheid – is opgebouwd, namelijk de aarde, past niet bij de heilige Geest. Dat zijn wijzelf, wij mensen die de aarde bewonen. De heilige Geest is ‘het andere dan de aarde’. Hij die groeikracht en leven geeft aan ons en aan deze aarde.

Het zal duidelijk zijn dat de beeldende taal waarmee de Bijbel over Gods Geest spreekt, veel rijker en geschakeerder is dan de kille dogmatische taal die het heeft over de ‘derde Persoon van de heilige Drievuldigheid’. De Geest laat zich niet zomaar definiëren of  vastleggen in formules. In het spoor van de bijbelse geschriften kunnen we slechts ervaren en aanwijzen dàt Hij aan het werk is.
Als het over de Geest gaat, gaat het om God in ons. God die ons doet leven, die ons vernieuwt, die via ons het aanschijn der aarde wil vernieuwen. Zijn aanwezigheid in ons, is méér dan louter ‘er zijn’. Het is beweging, dynamiek, scheppende kracht, creativiteit, vitaliteit. Het is ‘geest-drift’, ‘be-geest-ering’. Een kracht die iets doet. Of beter: Iemand die iets doet, die iets teweegbrengt, enthousiasmeert. Het woord ‘enthousiasme’ is hier goed op zijn plaats. Het is de vernederlandsing van het griekse ‘én theos’, letterlijk: God-in-ons. Heilige bewogenheid.

Misschien kunnen we alles als volgt samenvatten.
Onze geloofsbelijdenis spreekt drie woorden over God: Vader, Zoon en heilige Geest. Als we ‘Vader’ zeggen, betekent dit: Gods hart gaat naar ons uit. Als we ‘Zoon’ zeggen, bedoelen wij: in Jezus komt God naast ons staan en spreekt Hij ons toe. Als wij ‘heilige Geest’ zeggen, dan hebben we het over God die door zijn geestkracht zo in ons leven binnenstapt, dat wij zelf, de mensengemeenschap en heel de wereld er anders van worden. Geestdriftiger.
Marc Christiaens o.p.

 

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.