Pinksteren A 2017 p

4 juni 2017                  (Viering)

Pinksteren: de komst van de Helper, de H. Geest: een kerkelijk hoogfeest dat de Paastijd afrondt. We hebben Pasen, dan 6 Paaszondagen, Hemelvaartsdag, een 7e Paaszondag en dan uiteindelijk Pinksteren. Zij vormen één liturgisch geheel: de verrijzenis, de verschijningen van de Heer, zijn Hemelvaart en dan 10 dagen erna de komst van de H. Geest.
Ik ben niet zo een bijbelspecialist en parate kennis op dat vlak kan ik niet zomaar uit mijn mouw schudden. Dus…gaan grasduinen naar informatie en achtergronden. Tot mijn verrassing kwam ik toch wel tot een aantal merkwaardige constataties. Wisten jullie dat het Pinkstergebeuren in geen enkel van de 4 evangelies voorkomt? De Hemelvaart is chronologisch het laatste wat ze vermelden. Hoe komen wij dan aan dit verhaal? De apostelen waren toch degenen die het hadden meegemaakt?!?
Wij kennen het bekende verhaal via de ‘Handelingen van de apostelen’, – zoals we het zo net hoorden in de eerste lezing. Wie schreef dat en wie was hij? Algemeen wordt aangenomen dat hij dezelfde auteur is als die van het Lucas-evangelie. Hij was geen apostel, maar een leerling van de apostelen en voor een groot deel van zijn leven begeleider van Paulus. Men neemt ook aan dat hij geneesheer was omdat hij een hele serie vak-uitdrukkingen gebruikt en ziekten en genezingsprocessen nauwkeuriger beschrijft dan de andere 3 evangelisten. Zijn bedoeling met die ‘Handelingen van de apostelen’ was om de succesvolle verspreiding van het evangelie in de landen rond de Middellandse zee op te tekenen. En het beginpunt ervan is natuurlijk Pinksteren.
Wat er van dit verhaal wáár is, laat ik in het midden – ik was er immers niet bij en voor mij als gelovige doet dat er ‘in se’ niet toe, al wil ik niemand met mijn opvatting choqueren.
Maar een feit is wel dat de apostelen op een relatief korte termijn heel wat te verduren hadden gekregen en de pedalen even kwijt waren. Wie kan het hen kwalijk nemen? Geboeid door Jezus en zijn Boodschap laten ze alles achter om Hem te volgen door heel Israël. Ze zagen zijn succes met de dag groeien en dus is het niet moeilijk om te begrijpen dat ze onder elkaar al af en toe begonnen te ruziën wie dan later in dat Godsrijk de beste plaatsen zouden krijgen. En dan…Jeruzalem, de veroordeling, de kruisdood en de schrik dat er ook voor hen zo iets dreigde, want ze waren tenslotte gekend als zijn leerlingen.
Bang kruipen ze bij elkaar in een gesloten ruimte, ver weg van hun belagers. De bewijzen van Jezus’ opstanding via zijn verschijningen waren meer dan een flinke opsteker voor hun moraal. En dan komt Jezus’ aankondiging dat Hij nu definitief teruggaat naar zijn Vader.
Maar Hij zou hen niet alleen aan hun lot overlaten. Hij zou hen zijn Helper, de H. Geest zenden om hun taak op te nemen: nl. overal Gods Blijde Boodschap gaan verkondigen.
Verweesd bleven ze achter, maar toch een stuk anders dan vlak na Jezus’ kruisdood. Ze verzamelen zich weer op één plaats, maar nu om samen te bidden, niet meer bang en hopeloos, maar vertrouwend op Jezus’ Woorden dat Hij hun een Helper zou sturen.
En dan…dan gebeurt het: hoe of wat weten we ‘journalistiek’ niet, maar het is wel een feit: op een bepaald moment gaan ze met moed, durf en vol vuur Jezus’ Boodschap verkondigen en op relatief korte tijd is de ‘Kerk van Christus’ verspreid over alle landen van het Middellandse-zee-bekken.

En wat heeft dit nu te maken met vandaag? Heel veel, bijzonder veel, denk ik. Iedereen van jullie herinnert zich nog de hoopvolle sfeer bij de start van het tweede Vaticaans concilie onder paus Johannes de XXIIIe. Het ‘aggiornamento’(letterlijk: het bij de tijd brengen, moderniseren), de luiken van de Kerk die werden opengegooid, een Pinkstergebeuren met o.a. de bevrijdingstheologie in Zuid-Amerika. Maar al snel na de dood van deze paus (hij stierf enkele maanden na de start van het concilie), onder zijn opvolger Paulus de VIe, werden heel wat vensters weer dicht gedaan, vaak hermetisch gesloten en de grote uittocht uit de Kerk begon: niet alleen religieuzen verlieten uit desillusie de Kerk, maar ook miljoenen gelovigen keerden haar de rug toe, want ze herkenden Jezus’ Boodschap niet meer in de leer en de houding van de Kerk. Het aantal roepingen, zeker in West-Europa en Noord-Amerika liep dramatisch terug. Sedertdien zitten wij, mij dunkt, al meer dan 50 jaar, nog altijd in een gelijkaardige situatie als de apostelen destijds: afwachtend, aarzelend en allesbehalve als vurige, enthousiaste christenen. Maar geloven wij nog in die Helper? Bidden we nog om die Geest dat Hij ons zal helpen effectief de handen uit de mouwen te steken voor Jezus’ Boodschap?
Het uitvallen van pater Marc – al is het nu maar een aantal weken – drukte ons hier ter plaatse onverwachts met de neus op de feiten. Is Pinksteren voor ons écht Pinksteren geworden, zodat we de handen in elkaar slaan om van deze Witte-Kerkgemeenschap een Kerk te vormen die vol enthousiasme Jezus’ Blijde Boodschap beleeft en die naar buiten brengt? Hebben we als geloofsgemeenschap nog een toekomst? Wat doen wij ervoor?
Het is niet de taak van een paar enkelingen – en dat een runnen van een parochie niet meer kan door enkel en alleen maar ‘gewijde celibataire mannen’, dat weten we ondertussen allemaal wel, al houdt de officiële Kerk hier nog altijd aan vast – maar het is een taak en een opdracht voor elk van ons. Er staat in het begin van de eerste lezing niet ‘de apostelen’, maar de ‘leerlingen’ en dat waren er meer dan die elf.
Ook wij, als leerlingen, worden gezonden om te getuigen. Laten wij ons dan openstellen voor die Geest van God en het om de liefde Gods doén.
Het is in deze geen 5 minuten vóór 12, maar 1 seconde vóór 12.

Gerda Huys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.