Petrus en Paulus A 2014

PETRUS EN PAULUS (Mt. 16, 13-19; Hand. 9, 2-9.17-22) (Viering)

Dat Petrus en Paulus elkaar niet vaak hebben ontmoet, is niet zo verwonder­lijk, als u weet dat de afstand tussen Jeruzalem – waar Petrus meestal vertoefde – en Korinthe of Tessalonika – de belangrijkste missiesteden van Paulus – ongeveer zo groot is als die tussen Schilde en Rome.  (En in die tijd was het vliegtuigverkeer nog niet zo intens als nu). Petrus en Paulus volgden overwegend elk hun eigen weg.
Eerst vertel ik u iets over elk van deze beide grote tenoren van de Kerk; daarna iets over spanningen tussen hen beiden.

Petrus
Simon-Petrus, een visser uit Kafarnaüm, was een eenvou­di­ge, diepgelo­vige jood, die de joodse wet en voorschriften zeer se­rieus nam. Nadat hij zich bij Jezus had aange­slo­ten, bleef hij die wetsbepalin­gen trouw nale­ven. Hij zag geen tegenstrij­digheid tussen Jezus volgen en de Joodse wet volgen: voor hem was Jezus de Messias die eertijds door de oudtestamentische profeten was aange­kondigd. Die conti­nuï­teit was voor Petrus duidelijk en van­zelfsprekend.
Door zijn beroep had hij leren leven met de wisselvalligheden van het water. Dat had van hem een nuchter en praktisch man gemaakt die in onverwachte situaties snel en doortas­tend kon beslis­sen. Best mogelijk dat deze karak­tereigenschappen hebben meegespeeld toen Jezus besloot hem de leiding van de christen­gemeente toe te vertrouwen. Deze aanstelling beschrijft de evangelist Mattheüs als volgt:
Eerste lezing: Mt. 16, 13-19

Via de symbolische overhandiging van de sleutels, wordt aan Simon, die vanaf dan Petrus genoemd wordt, het leiderschap toever­trouwd. Wat houdt leiderschap hier in? Er is sprake van ‘bin­den en ontbin­den’. Ons zegt dat niet zoveel, maar het gaat hier om specifiek rabbijnse terminologie met een dubbele betekenis:
– ’toelaten en verbieden’, wat wijst op de wetgevende taak van het leider­schap;
– ‘oordelen en vrijspreken’, wat verwijst naar de macht om recht te spreken en fouten te vergeven.
De religieuze macht om recht te spreken en wetten uit te vaardigen wordt elders in de Bijbel gereserveerd voor God of voor Christus. Tegen die achtergrond wordt Petrus, gezien de aard van de taak die hem wordt toever­trouwd, hier wel degelijk met plaats­vervan­gend goddelijk gezag bekleed. Vanaf het vroege begin werd dus groot gezag toegekend aan het hoofd van de Kerk van Christus.

Paulus
Tegenover deze Petrus, de sterk joodsvoelende eerste paus, staat de figuur van Paulus. Paulus werd, onder de naam Saulus, geboren in Tarsus, het centrum van de Griekse cultuur in Klein Azië. Al vroeg stuur­den zijn orthodox-joodse ouders hem naar Jeruzalem, om er, bij de beroemd­ste rabbijnen, de joodse wet te gaan bestuderen. Saulus was een man met standing en cultuur, een intellectueel die vlot Hebreeuws en Grieks sprak en het Romeins burgerrecht bezat dat hij van zijn vader had geërfd.
Genuanceerd denken ligt hem niet. Al wat niet joods is, is in zijn ogen slecht. Ook dus die nieuwe sekte, m.n. de christenen. En met zijn fel temperament vliegt hij er dan ook hard tegen aan. Tot hij bij de poort van Damascus, plots tot inzicht komt. Naar dat verhaal gaan we nu luisteren.
Tweede lezing : Hand. 9, 2-9.17-22

Tweemaal met elkaar in conflict
Zodra Paulus voor een zaak gewonnen is, bruist hij van actie. Het begon al tijdens zijn eerste officiële missieopdracht. Hij wijkt van zijn reisschema af en doet nog een aantal steden extra aan in het binnenland van Klein Azië. Met zoveel ongebreideld enthousiasme is de kans groot dat je met anderen in conflict geraakt.

1. Jeruzalem, het centrum van de toenmalige Kerk met paus Petrus aan het hoofd, hield vast aan de idee dat de joden het uitverkoren volk waren. De joodse profeten hadden in het Oude Testament de komst van de Messias aangekon­digd, en in Jezus – zelf een Jood – werd die Belofte vervuld. De enige weg naar Jezus liep dus, volgens hem, via het Jodendom. Als een heiden christen wilde worden, moest hij eerst jood worden, inclusief de be­snijdenis.
‘Neen!’ zegt Paulus, ‘Niet akkoord! Met Jezus is een nieuwe tijd aangebroken. Jood of geen jood doet niet meer ter zake. Heidenen moeten zich wél rechtstreeks tot het chris­tendom kunnen bekeren’. Paulus was zozeer van zijn waar­heid overtuigd dat hij besloot naar Jeru­zalem te vertrek­ken – hij zat op dat ogenblik in Antiochië – om ze daar tot andere gedachten te brengen.
Dit conflict was de aanleiding tot het bijeenroepen van het eerste concilie uit de kerkgeschiedenis.

Even de twee antagonisten voor ogen houden:
Paulus, nog maar pas bekeerd, heeft Jezus nooit persoonlijk ontmoet. Als missiona­ris zat hij altijd in de periferie, ver van het hart, van het centrum van de Kerk. Die Paulus komt nu aan de eerbiedwaardige apostelen die jaren­lang met Jezus persoon­lijk hebben opge­trokken, vertel­len dat ze het theolo­gisch verkeerd voor hebben, dat ze dingen verkondigen die niet juist zijn.
Petrus, als volbloed jood, en levend in een joods-christelijke kerk die heilig over­tuigd was van de uitverkiezing van het Jodendom, kon vermoedelijk weinig begrip opbrengen voor de nieuwlichte­rij van Paulus.
Maar op die conciliebijeenkomst heeft Petrus zich door de argumentatie van Paulus laten overtuigen. Hij moest toege­ven dat die verre missionaris geen ketterijen verkocht. Conse­quent heeft paus Petrus dan ook afge­kondigd dat de heide­nen, niet meer via het Jodendom, maar recht­streeks tot het chris­tendom konden toetreden. Dat besluit zal hij wel met een bevend hart genomen hebben, want daarmee stootte hij zijn eigen joden-christenen voor het hoofd.

Op die vergadering in Jeruzalem is het er beslist niet erg academisch aan toege­gaan. Want als die kwes­tie later nog eens gaat spelen, reageert Paulus nog steeds zeer emotio­neel. Jaren nadien komt het hem namelijk ter ore dat er nog steeds joden-christenen zijn die heide­nen trachten te overtuigen om zich eerst te laten besnij­den vooraleer zich te laten dopen. De reactie van Paulus is ongezouten: “Die opruiers! Dat ze zich maar meteen laten castre­ren!” (letter­lijk citaat uit Paulus’ brief aan de Galaten [5,12]).

2. De Schrift vertelt ons nog over een tweede ontmoeting tussen Petrus en Paulus.
Het is beslist niet nieuw dat een paus op reis gaat om zich ter plaatse over de gang van zaken te laten informeren. Petrus ondernam ook dergelijke tochten, en kwam op een zeker ogenblik in Antio­chië, waar Paulus aan het werk was. Ook de eerste paus ver­broederde met de plaatselijke bevolking en zat aan aan een inlands feestmaal dat hem werd aangebo­den.
Eten op niet-joodse wijze was volgens de joodse wet niet geoor­loofd want dat maakt iemand onrein. Maar Petrus vond dat hij zich voor de gelegenheid aan de plaatselijke gebruiken moest aanpassen.
Terwijl hij daar op bezoek was, arriveerde in datzelfde Antiochië een joods handelskon­vooi. Tot dat gezelschap behoorden ook enkelen die zich tot het christendom bekeerd hadden. Toen Petrus dat ver­nam sloeg de schrik hem om het hart: het zou namelijk in Jeruzalem kunnen uitlekken dat hij in Antiochië de joodse rein­heidswetten over­treden had. En dus pakte Petrus zijn biezen en trok zich terug in de joodse kolonie.
Als Paulus dat hoort, is hij woedend. En  hij verwijt Petrus publiekelijk dat hij zich van de niet-joodse christenen iso­leert, dat hij hen discrimineert, en dat hij de principes van het concilie van Jeruzalem niet in praktijk durft te brengen.

Besluit
Twee ontmoetingen, en tweemaal een flink conflict.
De actie van Paulus, ondanks zijn soms weinig elegante manier van optreden, heeft de Kerk doen openbreken uit haar eng-joods keurslijf. Petrus had het daar moeilijk mee. Maar hij beriep zich niet op zijn wetge­ven­de en oordelen­de macht om an­ders­denkende gelo­vi­gen binnen de Kerk de mond te snoeren. Hij besefte dat Kerk-zijn, gelovig-zijn, veel meer een zaak van leven is dan van leer­stellige waarhe­den. Omdat Petrus zijn persoon­lijke overtuiging niet heeft doorge­drukt met het ge­wicht van zijn pauselijk gezag, heeft hij de Kerk kans op toekomst gegeven. Daarom is het terecht dat Petrus en Paulus in één adem, van­daag gevierd worden als prinsen van de katholieke Kerk.
Marc Christiaens o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.