Pasen C 2019 p

Verrijzenis: feit of fictie          (Viering)

Het klinkt misschien een beetje ongepast vandaag, maar… de verrijzenis, is dat een feit of fictie?
De Bijbel, onze enige informatiebron terzake, is een boek – of beter: een verzameling boeken – met verhalen die soms over feiten gaan, soms symbolische verhalen zijn. En dat onderscheid is voor ons niet altijd even duidelijk.

Neem het scheppingsverhaal bijvoorbeeld. Een paar duizend jaar lang hebben joden en christenen gedacht dat het allemaal precies zo gebeurd is zoals in het boek Genesis  beschreven. Tot de moderne wetenschap ons terugfloot, en met bewijzen in de hand aantoonde dat het allemaal begonnen is met een oerknal. Het kostte het christendom tijd, pijn en moeite om in te zien – en nog zijn de ‘creationisten’ er niet van overtuigd  – dat het scheppingsverhaal geen feitenrelaas is maar een symbolisch verhaal: een verhaal dat ons wil duidelijk maken dat God de Grote Zingever is, dat Hij het antwoord is op het ‘waarom en waartoe’ van ons bestaan, dat Hij oriëntatie aanreikt om het naakte feit-dat-wij-er-zijn uit te bouwen tot een zinvol leven.

Is de verrijzenis van Jezus ook zo’n symbolisch verhaal of is het ‘gewoon’ een feit?
Om te beginnen kan het geen symbolisch verhaal zijn, om de eenvoudige reden dat er over het verrijzen van Jezus geen verhaal bestaat. De evangelies beschrijven heel uitvoerig zijn lijdensweg, en vervolgens  – een beetje vreemd –  vertellen zij over het wat en het hoe van de verrijzenis… niets. Het enige dat ze ons te lezen geven zijn een aantal achterafse waarnemingen: de weggerolde steen, het lege graf, opgevouwen doeken… Kleine discrete aanwijzingen. Plus een engel die zegt: “Jezus is niet hier; Hij is tot leven gewekt”. Dit gezegd zijnde springt niemand van zijn volgelingen een gat in de lucht. Geen uitbundig alleluja, geen vreugdedans. Wel verbazing, verwarring, onbegrip, ontzetting.
Zeker is dat de verrijzenis geen imponerend spektakel was dat tot klaarblijkelijke zekerheid leidde. In het beste geval hebben die enkele kleine discrete aanwijzingen de leerlingen aan het denken gezet. Ze hadden tijd nodig om het te verwerken, om een en ander op een rijtje te zetten.

We zijn inderdaad aangewezen op het gedrag van de leerlingen om te kunnen achterhalen wat verrijzenis voor hen betekend heeft.
Eens de verrijzenis voorbij, vertellen de evangelies opnieuw een aantal verhalen, o.a. over Maria van Magdala en haar verdriet om het sterven van Jezus, over die twee van Emmaüs die afhaken en ontgoocheld en teleurgesteld weer naar huis gaan, over een Thomas die maar niet kan geloven dat Jezus leeft. Maar tegelijk laten de evangelisten ons voelen dat de problematiek de leerlingen niet loslaat. Ze blijven erover dubben.

Feit is dat Jezus ten einde toe het lot gedeeld heeft van de ‘verworpenen der aarde’, dat Hij thuis hoort in de rij van mensen die afgeschreven en gedumpt worden, in de rij van sukkelaars die moeten lijden, kapot gaan of letterlijk kapot gemaakt worden door de beslissingen van hen die het voor het zeggen hebben.
Als dié Jezus – lijden en dood voorbij – leeft bij de Vader in een wereld waar voor de agressie van het kwaad en de erosie van de tijd geen plaats meer is, dan is zijn verrijzenis een teken van Gods liefde.
Meer dan dat is het niet, heel bescheiden. Ruim onvoldoende voor wie harde bewijzen op tafel wil. Maar wel verstaanbaar voor wie God in zijn hart draagt en de taal van zijn liefde verstaat. Het lege graf en de opgevouwen doeken zijn tedere en liefdevolle tekens. Zeg maar: een knipoog van de Vader.

Het vergde nogal wat tijd eer dat allemaal tot de leerlingen doordrong. Dagen en weken van getob, van wikken en wegen.
Eindelijk zijn ze eruit. Hun Pasen beleven zij op Pinksteren. De Pinksterverhalen laten ons zien dat hun geloof in de Verrezene hen heeft doen verrijzen, dat Jezus’ Geest hen geestdriftig maakt.

Verrijzenis een feit? Alleszins geen bewezen feit. Wie, om te kunnen geloven, de verrijzenis bewezen wil zien, mag het vergeten. Het is net omgekeerd. Door te geloven in de Verrezene kunnen wij met Hem en in Hem mee verrijzen, kan Jezus’ Geest ook ons geestdriftig maken zodat we oog krijgen voor wat geen oog kan zien.
In een wereld waarin de sterkste altijd gelijk heeft, waarin het goede lang niet altijd beloond wordt en het kwade niet altijd gestraft, geeft God ons in de verrijzenis een teken dat Hij, buiten de omheining van dit leven en van deze wereld, aan de kant staat van de zwakste, dat bij Hem het goede wel wordt beloond en het kwade bestraft.
De verrijzenis is een teken dat Hij de kleine mens blijft liefhebben tot over de dood heen. Een teken zonder woorden, zonder bewijskracht. Een teken van Iemand die alleen maar liefheeft.
Wie zich door God bemind weet, wie ooit van zijn Liefde geproefd heeft, is er zeker van dat die Liefde niet ophoudt bij de dood, maar dat Hij ons, over de grens van de tijd, verder draagt naar een nieuw en ander bestaan.
Verrijzenis kan niet bewezen worden; verrijzenis kan enkel beleefd worden.
Marc Christiaens o.p.

 

Kategorie(n): Geen categorie

Comments are closed.