Pasen B 2018 p

31 maart – 1 april 2018    (Viering)

Weg van dat graf
(Mc. 16,1-8)

Ik weet niet of het ook u is opgevallen, maar mij trof het dat in dit Paasevangelie niet minder dan vier keer sprake is van ‘bang-zijn’, ‘schrik hebben’:
– de vrouwen zagen in het graf een jongeman zitten, en schrokken;
– die jongeman, een engel, zei: ‘schrik niet’;
– maar toch vluchtten de vrouwen weg van het graf, groen van de schrik;
– en tenslotte durfden ze uit schrik aan niemand iets vertellen.
Het lijkt een wat rare combinatie: ‘Pasen’ en ‘schrik hebben’: een liturgie, bijna euforisch van toon, licht en leven dat sterker is dan de dood; en daar middenin een evangelietekst over bange men­sen.
Wellicht kunnen we ons best wel inleven in die bange eerste getuigen van het Paasge­beuren, in hun angsten, hun twijfels, hun wegvluchten van dat graf, en hun schrik om over ‘verrijzenis’ te praten. Maar kunnen we ons ook in hen blijven herkennen wan­neer ze later op pad gaan om overal te ver­tellen wat ze gehoord en gezien hadden? Daartoe voelen wij ons wellicht minder in staat.
Wij zitten misschien nog steeds te treuren bij het lege graf,
het graf van onze tegenslagen, van ons verdriet en ontgooche­lingen;
het graf van onze ouderdom zonder perspectief, van relaties die ons hebben gekwetst;
het graf van onze persoonlijke dogma’s en illusies;
of het graf van onze verziekte samenleving die nauwelijks nog de zoen van de verzoening kent, waarin de warmte van de mense­lijke nabijheid het moet afleggen tegen najagen van geld en macht en tegen de kilte van het individualisme.
Er is in een mensenleven zoveel dat kan fungeren als graf, als grafsteen of als lijkwade.

Wie van ons zoekt niet een hand die hem of haar uitnodigt, meeneemt, weg daarvandaan, weg van het lege graf? Wie van ons wil niet weg uit zijn eigen verslaving, en ontsnappen voor het te laat is? Bekering heet dat, een ommekeer maken. Durven op stap gaan omdat je gelooft dat er nog perspectief bestaat, dat er een toekomst is.

Pasen moet op de eerste plaats dàt geweest zijn: bekering, weg van het lege graf, het verleden de rug toekeren: daar ben je niet op je plaats. ‘Hij’ is daar niet. En dus op weg gaan, tussen nacht en ochtend in, want het is nog niet te laat.

Ben je angstig? Het zij zo. Heb je twijfels? Dan is het zo. Maar… in Godsnaam, ga op weg, probeer het! En laat je meenemen door anderen, want we zijn met velen!

Als je durft op stap te gaan, dan zul je vroeg of laat ontdek­ken dat je wegen gaat die ook Jezus ging, door Galilea, Judea of waar dan ook. Dan kom je ooit langs Jericho waar je de Barmhartige Samaritaan kunt helpen bij het verzorgen van machteloze en gekwetste medemensen. En wanneer je dreigt te verstikken in de massa, klim dan in de boom naast Zacheüs en roep naar de Heer die voorbijgaat. Wellicht zul je dan ooit de Heer herkennen op de wijze van die twee mannen op weg naar Emmaüs, en ga ook jij getui­gen: “Ik heb de Heer gezien, Hij is waarlijk verrezen en aan mij verschenen”.

Volmaakt zal het nooit zijn, af en toe zul je wat doen wat niet is zoals het hoort, maar je zult weten en beseffen dat vergeving mogelijk is omdat je onverwoestbaar leven in je draagt.
Wie iets van die persoonlijke opstanding en bekering aandurft en meemaakt, weet wat bedoeld wordt met het geloof in de verrijzenis van Jezus. Die voelt hoe in Jezus inderdaad de dood overwon­nen werd, omdat er in zijn bestaan realiteiten waren die dieper reikten dan alle lijden, alle dood, omdat in Hem een leven zinderde dat niet kapot te krijgen is. Dat noemen wij de Geest van Jezus, de heilige Geest die wij mogen herkennen in het gelaat van allen die Hem volgen.

Pasen is het feest van het Licht, het Licht van de Geest die ons ogen geeft om te zien dat de wereld die de Schepper ons schonk, goed is. Ondanks alles.
Pasen is weten dat angst en onzekerheid plaats moeten ruimen voor vrede en vreugde. Tenminste, als wij dat willen, en dit blij­ven willen.
Pasen is het feest van de droom die werkelijkheid wordt, omdat mensen hem voor elkaar tot werkelijkheid maken.
Pasen is op weg gaan – of beter: de weg banen – naar het nieuwe Jeruzalem waar de kleinen groot zijn, de armen rijk, en waar de machtigen met verstomming worden geslagen.
Pasen-vieren is vandaag het feest van morgen vieren, het feest van de ruimte, van perspectief. Het feest van de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde die wij samen te boetseren hebben, een leefbare wereld waar het voor ons nageslacht goed zal zijn om te wonen, een wereld waar wij hen verwelkomend kunnen toeroepen: ZALIG PASEN.
Marc Christiaens o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.