Palmzondag C 2022

10 04 2022

Begroeting

Welkom in Gods huis
om Jezus te gedenken
in de laatste momenten van zijn leven.
Overal waar Hij kwam,
bracht Hij bevrijding, liefde en vrede,
ook al moest Hij daarvoor sterven.
Wij danken onze mensnabije God
die is + Vader, Zoon en H. Geest. Amen.
naar Wilrijk

Openingswoord 1

Vandaag begint de Goede Week.
Een week van stilte en bezinning vooral,
omdat er verschrikkelijke dingen te gebeuren staan.
Wij weten wat er zal gebeuren.
Wij weten ook
hoe het uiteindelijk toch allemaal ten goede wordt gekeerd op Pasen.
Maar toentertijd wisten de leerlingen dat niet.
Laten we in deze viering even met Jezus en zijn leerlingen meetrekken
naar het Jeruzalem van Palmzondag.
naar Broechem

Openingswoord 2

Het oude verhaal wordt deze week opnieuw verteld.
Het verhaal van de mens die trouw was ten einde toe
en die daarom het lijden niet uit de weg ging,
zijn dood aanvaardde en zo het leven vond, voorgoed.
Het bekende verhaal van Jezus van Nazareth.

Drie jaar lang heeft Hij gezworven
door de dorpen en de steden van zijn land Palestina.
Weldoende ging Hij rond,
in woord en daad verkondigend:
zo goed is God!
Met zijn goedheid, zijn menslievendheid,
weet Hij sommigen voor zich te winnen.
Een handjevol vissers mag zich zijn vrienden noemen.
Armen, zieken, mensen langs de kant,
zien in Hem een bondgenoot.
Maar sterker dan de vriendschap,
groeit het netwerk van de haat om Hem heen.
Zij die aan de macht zijn
vrezen de onrust die Hij brengt,
zien in Hem een bedreiging.
Hij voelt dat wel,
maar zet vastberaden toch de volgende stap.
Op naar Jeruzalem,
de hoofdstad en het godsdienstig centrum.

Waarom zo nodig naar Jeruzalem,
naar dat broeinest van tegenstellingen,
waar het gezag zich wil laten gelden?
En waarom uitgerekend op Pasen,
als het daar gonst
van vreemdelingen en pelgrims?
Jeruzalem? Moet dat?
Dat vroegen zijn vrienden,
dat vragen ook wij nog.

Ja, Jeruzalem moet.
Ook daar moet Hij zich laten zien,
ook daar zal Hij getuigen,
tot Hem de mond wordt gesnoerd.
Dat is Hij verplicht
aan zijn roeping en aan Degene
die Hem zond.
Trouw wil Hij blijven ten einde toe.

Vandaag gaat het nog wel.
Het begint niet zo slecht.
Er zijn mensen die juichen.
Men wil Hem tot koning.
En wat Hij nooit heeft gezocht,
dat mag vandaag: één dag koning zijn.
Maar dan niet op een paard.
Een ezel is voldoende, is vredig,
is eenvoudig genoeg.
Eén dag koning.
Maar dan een koning in dienstbaarheid.
Want trouw wil Hij zijn ten einde toe.

Openingswoord 3

Het zal je maar overkomen:
dat je het aanbod van je leven krijgt,
ook al moet je dan wel wat principes laten varen.
Het zal je maar gebeuren:
dat je moeiteloos aanzien en macht kan grijpen,
ook al kost je dat je idealen.
Ze zullen je maar met palm toezwaaien en je tot koning willen kronen.
Dat overkwam Jezus van Nazareth,
en daardoor kwam Hij voor de moeilijke keuze te staan:
blijf Ik trouw aan mijzelf, zelfs al wordt dat mijn dood
of grijp Ik de macht en red ik mijn lijf?
We zullen zijn keuze deze week op de voet volgen.
naar Theobaldusparochie, Overloon, Nl.

Gebed bij de palmwijding 1

God, Gij die leven zijt,
zegen dit groen dat de winter overleeft.
Zegen deze takken, +
hoopvol teken van leven op aarde,
kwetsbaar houvast in weer en wind.
Zegen deze palmen en zegen ons allen
die straks deze palmen meenemen naar huis.
Zegen allen die metterdaad
in dit teken van leven en vrede willen geloven.
Zegen hen waar ook ter wereld,
met uw naam: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
Lovendegem

Gebed bij de palmwijding 2

De mensen van Jeruzalem trokken Jezus met vreugde tegemoet
om Hem met palmen in de hand te huldigen als de Messias
die komt in naam van God, de Heer.
Zo willen ook wij vandaag de Heer met palmtakken tegemoet gaan
en Hem huldigen als koning.

Laten wij bidden.
God en Vader, + zegen deze palmtakken,
nu we ons verzameld hebben om Jezus’ levensweg te gaan:
een weg van vrede en verzoening,
van liefde en gerechtigheid,
nu en altijd. Amen.
Sint-Truiden

Evangelielezing  (Lc. 19, 28-40)

Als afsluiting van deze palmwijding luisteren wij naar het verhaal van Jezus’ in­tocht in Jeru­zalem.

Jezus zette zijn reis voort naar Jeruzalem.
Toen Hij dicht bij Bethage en Bethanië kwam,
bij de zogeheten Olijfberg,
stuurde Hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht:
“Ga naar het dorp daar vlak voor je.
Als je er binnenkomt zul je een veulen vinden
dat vastgebonden staat
en waarop nog geen mens heeft gezeten.
Maak het los en breng het mee.
En als iemand jullie vraagt:
‘Waarom maken jullie dat veulen los?’
zeg dan:
‘De Heer heeft het nodig.'”
Met deze opdracht gingen ze weg
en troffen het zo aan als Hij hun gezegd had.
Toen ze het veulen wilden losmaken, riepen de eigenaars:
“Waarom maken jullie het veulen los?”
Zij antwoordden: “De Heer heeft het nodig.”
En ze brachten het naar Jezus,
legden hun kleren op het veulen,
en hielpen Jezus erop.
En waar Hij reed spreidden ze hun kleren op de weg.
Hij kwam steeds dichter bij de stad.
Waar de weg de Olijfberg afgaat
begonnen al zijn leerlingen vrolijk en uit volle borst God te prijzen
om alle machtige daden die ze hadden gezien.
Ze riepen:
“Gezegend is de koning, die komt in de naam van de Heer!
In de hemel vrede,
glorie in de hoogste hemel!”.
Enkele farizeeën in de menigte zeiden tegen Hem:
“Meester, wijs uw leerlingen terecht.”
Hij antwoordde: “Ik zeg u, als zij zwijgen
zullen de stenen het uitschreeuwen.”
KBS Willibrord 1995

Gebed om ontferming 1

(Normaal  is er vandaag geen schuldbelijdenis en geen Kyrie; wie toch een vergevingsmoment wil             inlassen…)

Hoe kon de massa
die Jezus op Palmzondag zo enthousiast onthaalde in haar stad,
de vrijdag daarop schreeuwen: “Weg met Hem”?
Wat zouden wij hebben gedaan?
Hoe vlug schrijven ook wíj niet iemand af?
Staan we daar wel eens bij stil?
Vragen wij daarom om vergeving.

-Als wij wegen gaan die de uwe niet zijn, God,
zoekt Gij ons telkens weer op,
opdat ook wij U zouden zoeken
en elkaar terugvinden in vriendschap en vrede.

Heer, leer ons elkaar vergeven
zoals Gij ons vergeeft.

-God, Gij spijkert ons niet vast op ons verleden
maar geeft ons telkens weer de kans om opnieuw te beginnen,
opdat ook wij elkaar die nieuwe kansen zouden geven.

Heer, leer ons elkaar vergeven
zoals Gij ons vergeeft.

God, bij wie liefde
het eerste en laatste woord is,
geef dat wij woorden van vergeving vinden
die anderen en onszelf toegankelijk maken
voor U en voor elkaar,
in de vrede van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed om ontferming 2

Hoe kon de massa
die Jezus op Palmzondag zo enthousiast onthaalde in haar stad,
de vrijdag daarop schreeuwen: “Weg met Hem”?
Wat zouden wij hebben gedaan?
Hoe vlug schrijven ook wíj niet iemand af?
Staan we daar wel eens bij stil?
Vragen wij daarom om vergeving.

-Omdat Gij niet altijd geschreven staat in de palm van onze hand,
omdat wij U vaak alleen willen horen als het óns past,
vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Omdat wij schrik hebben om gekwetst te worden
en daarom onze handen gesloten houden,
omdat we niet durven geven zonder de garantie dat we iets terugkrijgen,
vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Omdat het lijden van anderen ons soms niet meer raakt,
omdat eelt op onze handen ons belet om nog te strelen,
omdat we soms ongevoelig zijn,
bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, Gij spijkert ons niet vast op onze fouten en tekortkomingen
maar geeft ons telkens weer de kans om opnieuw te beginnen,
opdat ook wij elkaar die nieuwe kansen zouden geven,
vandaag en de rest van ons leven. Amen.

Openingsgebed 1

Goede Vader,
hoewel er vreugde heerste bij Jezus ‘ intocht
zijn we diep bewogen
om zijn uittocht met het kruis.
Wij bidden U:
geef dat we Hem aanvaarden
als de Gezegende
die menselijk leed verstaat
en op zich neemt. Amen.
Sint-Truiden

Openingsgebed 2

God, die wij mogen noemen:
Vader en Moeder,
Geheim van alle leven,
vandaag gedenken wij Jezus van Nazareth,
uw Zoon en onze Broeder.
Op een ezel reed Hij de hoofdstad binnen,
teken van uiterste nederigheid en dienstbaarheid.
Zo heeft Hij geleefd
en ons getoond hoe een mens van God kan zijn,
kwetsbaar, maar toch onschendbaar,
met waardigheid bekleed.
Wij danken U voor deze goddelijke Mens,
onze Mensenbroeder. Amen.

Lezingen

Eerste lezing (Jes. 50, 4-7)

4           De Heer God heeft mij als een leerling leren spreken,
om uitgeputte mensen te kunnen bijstaan.
Met een woord wekt Hij mij in de ochtend,
in de ochtend wekt Hij mijn oor om als een leerling toe te horen.
5              De Heer God heeft mijn oor geopend,
en ik heb mij niet verweerd,
ik ben niet teruggedeinsd.
6           Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan,
en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten;
mijn gezicht heb ik niet onttrokken
aan beschimping en bespuwing.
7           De Heer God staat mij bij,
daarom kom ik niet bedrogen uit;
daarom maak ik mijn gezicht hard als een steen,
omdat ik weet dat ik niet beschaamd zal worden.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing  (Fil. 2, 6-11)

6           Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
7           Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
8           heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.

9           Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
10         opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
11         en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.

KBS Willibrord 1995

Inleiding op het lijdensverhaal

Omdat Jezus van Nazareth een struikelsteen was
voor de kerkelijke autoriteiten van zijn tijd,
omdat Hij een blok was aan hun been,
besloten zij Hem uit de weg te ruimen.
Zij betaalden Judas, één van de twaalf, dertig zilverlingen voor het verraad.

Evangelie  (Lc, 22,14 – 23,56)

14         Toen het uur gekomen was, ging Hij met de apostelen aan tafel.
15         Hij zei tegen hen: `Vurig heb Ik ernaar verlangd om dit paasmaal met jullie te eten vóór mijn lijden.
16         Want Ik zeg jullie dat Ik het niet meer zal eten tot de vervulling ervan in het koninkrijk van God.’
17         Hij nam een beker, sprak het dankgebed en zei: `Neem deze beker en laat hem rondgaan;
18         want Ik zeg jullie dat Ik van nu af aan niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok totdat het koninkrijk van God gekomen is.’
19         Hij nam een brood, sprak het dankgebed, brak het brood in stukken en gaf het hun, en zei: `Dit is mijn lichaam; het° wordt voor jullie gegeven. Blijf dit doen om Mij te gedenken.’
20         Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker: `Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed; hij wordt voor jullie leeggegoten.
21         Maar zie, de man die Mij overlevert, ligt hier met Mij aan tafel.
22         Want de Mensenzoon gaat wel zijn voorbestemde weg, maar wee de mens door wie Hij wordt overgeleverd.’
23         Toen begonnen ze er met elkaar over te praten, wie van hen het zou kunnen zijn die dat ging doen.
24         Ook ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen wel het belangrijkst was. 25 Hij zei hun echter: `Bij de heidenen spelen koningen de baas, bij hen laten machthebbers zich weldoener noemen.
26         Bij jullie mag dat niet zo zijn. De grootste van jullie moet de minste worden, en de leider de dienaar.
27         Want wie is het belangrijkst? Die aan tafel ligt, of die bedient? Die aan tafel ligt toch zeker! Maar Ik ben in jullie midden de dienaar.
28         Jullie zijn altijd bij Mij gebleven als Ik werd beproefd.
29         Zoals mijn Vader Mij het koningschap heeft aangeboden, zo bied Ik jullie een plaats aan
30         in mijn koninkrijk om te eten en te drinken aan mijn tafel; jullie zullen op tronen zitten om te oordelen over de twaalf stammen van Israël.
31         Simon, Simon, de satan heeft geëist jullie te mogen ziften als het koren.
32         Ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zou bezwijken; als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, sterk dan op jouw beurt je broeders.’
33         Hij zei Hem: `Heer, ik ben bereid met U zelfs de gevangenis en de dood in te gaan.’
34         Maar Hij zei: `Petrus, Ik zeg je, voordat vandaag de haan kraait, zul je drie keer geloochend hebben dat je Me kent.’
35         Hij zei hun: `Toen Ik jullie eropuit stuurde zonder beurs, reistas en schoenen, zijn jullie toen iets tekort gekomen?’ `Nee, niets’, antwoordden ze.
36         Hij zei hun: `Maar nu moet je een beurs en een reistas meenemen als je die hebt, en als je geen zwaard hebt, moet je je jas verkopen en er een aanschaffen.
37         Want Ik zeg jullie dat dit schriftwoord aan Mij in vervulling moet gaan: Bij de overtreders van de wet werd Hij gerekend. Want ook dit woord over Mij wordt nu werkelijkheid.’
38 `Heer,’ zeiden ze, `hier zijn twee zwaarden.’ Maar Hij zei hun: `Zo is het genoeg!’
39
        Hij verliet het huis en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg, en zijn leerlingen gingen met Hem mee.
40         Toen Hij daar was, zei Hij hun: `Bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken.’
41         Hij verwijderde zich van hen, ongeveer een steenworp ver; daar viel Hij op zijn knieën en bad:
42         `Vader, neem alstublieft deze beker van Mij weg; maar toch, laat niet mijn wil gebeuren, maar die van U.’
43         Toen verscheen Hem een engel uit de hemel die Hem kracht gaf.
44         Hij werd doodsbang en bad nog dringender; zijn zweet viel als bloeddruppels op de grond.
45         Na dit gebed stond Hij op en ging naar de leerlingen. Hij vond ze in slaap, zo verdrietig waren ze.
46         Hij zei hun: `Wat slapen jullie? Sta op en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken.’
47         Hij was nog niet uitgesproken of er verscheen opeens een hoop volk. Judas, een van de twaalf, liep voorop en kwam op Jezus af om Hem een kus te geven.
48         Jezus zei hem: `Judas, lever je de Mensenzoon over met een kus?’
49         Toen zijn metgezellen zagen wat er ging gebeuren, vroegen ze: `Heer, zullen we erop inslaan met het zwaard?’
50         En een van hen sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem het rechteroor af.
51         Maar Jezus antwoordde: `Hou daarmee op!’ Hij raapte het oor op en genas hem.
52         Tegen de hogepriesters, de tempelwacht en de oudsten die op Hem af waren gekomen, zei Jezus: `Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en stokken op Me afgekomen.
53         Dag in dag uit was Ik bij u in de tempel, en u hebt Me niet aangehouden; maar dit is uw tijd, nu de duisternis regeert.’
54
        Zij namen Hem gevangen en brachten Hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde op een afstand.
55         Ze legden midden op de binnenplaats een vuur aan; daar gingen ze omheen zitten en Petrus zat tussen hen in.
56         In het schijnsel van het vuur zag een slavin hem zitten; ze bekeek hem nauwlettend en zei: `Die hoorde ook bij Hem.’
57         Maar hij ontkende het en zei: `Mens, ik ken Hem niet.’
58         Even later zag iemand anders hem en zei: `Jij bent ook een van hen.’ Maar Petrus zei: `Welnee man.’
59         Ongeveer een uur later zei iemand met grote stelligheid: `Wel degelijk, hij hoorde ook bij Hem; hij is immers ook een Galileeër.’
60         Maar Petrus zei: `Man, ik weet niet waar je het over hebt!’ Hij had dat nog niet gezegd, of er kraaide een haan.
61         De Heer keerde zich om en keek Petrus aan, en Petrus herinnerde zich wat de Heer tegen hem had gezegd: `Voor de haan vandaag kraait, zul je Me driemaal verloochend hebben.’
62         Hij liep naar buiten en schreide bittere tranen.
63         De mannen die Jezus bewaakten, dreven de spot met Hem en sloegen Hem.
64         Ze blinddoekten Hem en vroegen: `Profeteer nu eens, wie was het die je heeft geslagen?’
65         En ze riepen nog allerlei andere grofheden tegen Hem.
66
        Toen het dag werd, kwam de raad° van oudsten van het volk bijeen, hogepriesters en schriftgeleerden. Men bracht Jezus voor hun Sanhedrin.
67         Zij zeiden: `Als U de Messias bent, zeg ons dat dan.’ Maar Hij zei hun: `Als Ik het u zeg, zult u Me niet geloven;
68         als Ik u wat vraag, zult u Me geen antwoord geven.
69         Van nu af aan zal de Mensenzoon zitten aan Gods machtige rechterhand.’
70         Toen zei iedereen: `U bent dus de Zoon van God?’ Hij sprak tot hen: `U zegt zelf dat Ik het ben.’
71         Toen zeiden zij: `Waarvoor hebben wij nog een getuigenis nodig? Wij hebben het zelf uit zijn mond gehoord.’

1           Het hele gezelschap stond op, en men leidde Hem voor aan Pilatus.
2           Daar brachten zij hun beschuldiging tegen Hem in: `Wij hebben vastgesteld dat deze man ons volk opruit; Hij zegt dat ze geen belasting moeten betalen aan de keizer, en Hij geeft zichzelf uit voor de Messias, de koning.’
3           Pilatus vroeg hem: `Bent u de koning van de Joden?’ Hij antwoordde hem: `U zegt het zelf.’
4           Pilatus zei tegen de hogepriesters en de volksmenigte: `Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.’
5           Zij hielden echter vol: `Hij maakt met zijn leer in heel het Joodse land het volk oproerig, eerst in Galilea, en nu hier ook al.’
6           Toen Pilatus dat hoorde, vroeg hij of de man een Galileeër was;
7           en toen hij begreep dat Hij onder Herodes ressorteerde, stuurde hij Hem door naar Herodes, die op dat moment eveneens in Jeruzalem verbleef.
8           Herodes was erg blij dat hij Jezus te zien kreeg, want hij had Hem allang willen ontmoeten, na wat hij over Hem gehoord had. Hij hoopte Hem een wonder te zien doen.
9           Hij ondervroeg Hem uitvoerig, maar Jezus gaf Hem nergens antwoord op.
10         De hogepriesters en de schriftgeleerden stonden Hem heftig te beschuldigen.
11         Ook Herodes en zijn manschappen beledigden Hem en maakten Hem belachelijk door Hem een pronkgewaad aan te doen. Daarna stuurde hij Hem terug naar Pilatus.
12         Herodes en Pilatus werden op die dag vrienden van elkaar; tevoren waren ze namelijk vijanden.
13         Daarop riep Pilatus de hogepriesters, de leiders en het volk bij elkaar
14         en zei tegen hen: `U hebt deze man bij mij gebracht omdat Hij het volk zou ophitsen. Wel, ik heb de man verhoord in uw bijzijn, en voor uw beschuldigingen tegen Hem heb ik geen enkele grond gevonden;
15         en Herodes evenmin, want hij heeft Hem naar ons teruggestuurd. Kortom, Hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat.
16         Ik zal Hem daarom laten geselen en dan vrijlaten.’
18         Maar ze schreeuwden in koor: `Weg met Hem, laat Barabbas vrij.’
19         Die was in de gevangenis gezet wegens een oproer in de stad en wegens doodslag.
20         Maar omdat Pilatus Jezus wilde vrijlaten, sprak hij hen opnieuw toe.
21         Maar zij schreeuwden ertegenin: `Aan het kruis met Hem, aan het kruis!’
22         Voor de derde keer zei hij tegen hen: `Wat heeft deze man dan voor kwaad gedaan? Ik heb niets kunnen vinden waarop de doodstraf staat; ik zal Hem dus na geseling vrijlaten.’
23         Maar luidkeels schreeuwend bleven zij eisen dat Hij gekruisigd zou worden. Hun geschreeuw gaf de doorslag.
24        Pilatus besloot hun eis in te willigen.
25         De man die wegens oproer en doodslag in de gevangenis was gezet, om wie ze hadden gevraagd, liet hij vrij en Jezus leverde hij over aan hun willekeur.

26         Toen ze Hem wegvoerden hielden ze een zekere Simon uit Cyrene aan, die van zijn akker kwam; hem lieten ze het kruis achter Jezus aan dragen.
27         Een grote massa mensen volgde Hem; er waren vrouwen bij, die om Hem rouwden en treurden.
28         Jezus draaide zich om en zei tegen hen: `Vrouwen van Jeruzalem, huil niet om Mij, huil liever om uzelf en uw kinderen.
29         Want er komen dagen dat men zal zeggen:  `Gelukkig de onvruchtbare vrouwen, de schoot die niet heeft gebaard en de borsten die niet hebben gezoogd.”
30         Dan zal men zeggen tegen de bergen: ` `Val op ons”, en tegen de heuvels: ` `Bedek ons.”
31         Want als ze dit doen met het groene hout, wat moet er dan gebeuren met het dorre?’

32         Er werden ook nog twee misdadigers weggevoerd om samen met Hem ter dood te worden gebracht.
33         Toen ze op het zogeheten Schedelveld kwamen, sloegen ze Hem daar aan het kruis, en ook die twee misdadigers, de een rechts en de ander links van Hem.
34         Jezus sprak: `Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Ze verdobbelden zijn kleren.
35         Het volk stond toe te kijken. De leiders lachten Hem uit en zeiden: `Anderen heeft Hij gered; laat Hij nu zichzelf redden als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!’
36         Ook de soldaten dreven de spot met Hem; ze kwamen Hem wijn brengen
37         en zeiden: `Ben jij de koning van de Joden? Red dan jezelf!’
38         Boven zijn hoofd hing het opschrift: Dit is de koning van de Joden.
39         Eén van de misdadigers die daar hingen zei smalend tegen Hem: `Ben jij de Messias? Red dan jezelf en ons erbij!’
40         Maar de ander wees hem terecht: `Heb zelfs jij geen ontzag voor God, nu jij ook deze straf ondergaat?
41         In ons geval is dat terecht, want wij krijgen ons verdiende loon. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’
42         Daarop zei hij: `Jezus, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt.’
43         Hij zei tegen hem: `Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.’

44         Al rond het zesde uur werd het donker in heel het land, tot het negende uur.
45         Er was een zonsverduistering. Het voorhangsel in de tempel scheurde middendoor.
46         Toen riep Jezus luidkeels: `Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’ Na deze woorden stierf Hij.
47         De centurio, die zag wat er gebeurde, verheerlijkte God en zei: `Waarachtig, die man was een rechtvaardige.’
48         Alle mensen die voor dit schouwspel waren samengestroomd, gingen naar huis; ze sloegen zich van rouw op de borst om wat ze hadden gezien.
49         Al zijn vrienden bleven uit de verte staan toekijken, ook de vrouwen die Hem vanuit Galilea waren gevolgd en dit gadesloegen.

50         Nu was daar een zekere Jozef, een lid van de raad, een goed en rechtvaardig man,
51         die niet had ingestemd met hun plannen en praktijken. Hij was afkomstig uit de Joodse stad Arimatea en leefde in de verwachting van het koninkrijk van God.
52         Hij vervoegde zich bij Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
53         Hij haalde het van het kruis, wikkelde het in linnen en legde Hem in een graf dat in de rotsen was uitgehouwen, en waarin nog niemand lag.
54         Het was voorbereidingsdag en de sabbat zou zo aanbreken.
55         De vrouwen die met Hem uit Galilea waren meegekomen, waren Jozef gevolgd en zagen het graf en hoe zijn lichaam erin werd neergelegd.
56         Toen gingen ze naar huis en maakten kruiden en balsem klaar.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, onze Vader,

die ons zijn Zoon Jezus gezonden heeft
om zo de waarheid over de hemel en de aarde
aan ons bekend te maken.

Ik geloof in Jezus Christus van Nazareth,

die rondging om te dienen
en niet om gediend te worden,
en die zo wilde werken aan een wereld
die er koninklijk en prachtig zou gaan uitzien.

Ik geloof in de heilige Geest,

die deze viering op Palmzondag
zo kan vullen met zijn Geest-kracht,
dat wij allen bemoedigd worden
om voor elkaar ook koninklijk trouw te zijn
aan onze zending en aan het Verbond. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij onze gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn
aan Hem aan te bieden.

-Bidden wij voor mensen overal ter wereld
die moeten lijden voor de goede zaak.
Voor hen die de vrede dienen,
maar daarvoor geweld ondervinden.
Dat zij Jezus blijven volgen
ook als hen op een dag de doornenkroon wordt opgezet,
als ze met leugens worden gegeseld
en met spot en haat worden gekruisigd.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor alle mensen die liefde willen zijn,
maar die geminacht worden om hun zachtmoedigheid.
Voor mensen die rondom zich in huis, buurt en parochie
de stille dienaars zijn,
zonder veel lawaai en woorden.
Mensen die zich niet bij de groten rekenen
maar onschatbaar en onmisbaar zijn.
Dat zij niet terugdeinzen als het moeilijk wordt.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen die in Jezus willen geloven.
Dat zij niet bang zijn anders te gaan leven
op hun werk, bij hen thuis, bij hun familie en vrienden,
kortom in heel hun doen en laten.
Dat zij telkens opnieuw naar nieuwe mogelijkheden zoeken
om met veel enthousiasme handen en voeten te geven
aan Gods Blijde Boodschap.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

-Om de gave van wijsheid, bidden wij.
Dat wij de waanzin onderkennen van het recht van de sterkste.
Dat we groeien in het opkomen voor het recht van de zwakste.
Dat wij oog en oor mogen hebben voor mensen
die niet gezien en niet gehoord worden.
Dan kunnen ook wij Hem vandaag terecht toejuichen.
God, bron van wijsheid, verhoor ons gebed.

-Om de gave van geloof, bidden wij.
Dat wij het profetisch visioen over een betere wereld
niet inruilen voor de bekrompen zorg voor eigenbelang.
Dat wij, in al onze beperktheid,
overeind blijven in deze wereld met weinig visioenen.
Dan kunnen ook wij Hem vandaag terecht toejuichen.
God, bron van wijsheid, verhoor ons gebed.

-Om de gave van enthousiasme, bidden wij.
Dat het geloof in bevrijding aan ons te merken is.
Dat het verlangen naar gerechtigheid uit onze keuzes valt af te lezen.
Dat het aan ons, gewone stervelingen, te zien mag zijn
dat wij mensen van Gods toekomst zijn.
Dan kunnen ook wij Hem vandaag terecht toejuichen.
God, bron van wijsheid, verhoor ons gebed.

-Om de geest van trouw van Jezus van Nazareth, bidden wij.
Dat we durven vasthouden aan onze overtuigingen
en ons niet laten leiden door menselijk opzicht.
Dat wij ons niet laten ontmoedigen door het kwaad dat we zien,
maar steeds doorgaan met goed te zijn en goed te doen.
Dan kunnen ook wij Hem vandaag terecht toejuichen.
God, bron van wijsheid, verhoor ons gebed.

-Om de geest van liefde van Jezus van Nazareth, bidden wij.
Dat wij ons niet laten leiden door egoïsme en gemakzucht,
maar ons ondergeschikt durven maken aan het geluk van anderen.
Dat we altijd mild in ons oordeel mogen zijn en geduldig in onze omgang.
Dan kunnen ook wij Hem vandaag terecht toejuichen.
God, bron van wijsheid, verhoor ons gebed.
naar Theobaldusparochie, Overloon, Nl.

Voorbeden 3

-Laten wij bidden voor de mensen
die de weg van Jezus bijna uit het oog hebben verloren.
Dat ze in deze Goede Week een stimulans vinden
om terug te gaan naar die Mens Jezus.
Laten wij bidden…

-Laten wij bidden voor alle Joden en Palestijnen
die wonen in het land waarin Jezus leefde en preekte.
Dat zij wegen vinden om de spiraal van geweld te doorbreken
en te komen tot duurzame vrede.
Laten wij bidden…

-Laten wij bidden voor de mensen
die bedroefd zijn om het verlies van een dierbare.
Dat ze blijven geloven in een nieuw leven.
Laten wij bidden…

-Laten wij bidden voor de mensen
die honger lijden.
Laten wij geen brood of ander voedsel achteloos weggooien of vernietigen.
Laten wij bidden…

-Laten wij bidden voor de mensen die elke dag wel feest kunnen vieren.
Dat ze niet achteloos voorbij gaan aan de ellende van hun medemensen.
Laten wij bidden…

-Laten wij bidden om huizen en plaatsen
waar jongeren hun vrije tijd kunnen doorbrengen
met activiteiten die hen aanspreken
en waar ze spelenderwijs leren hoe ze met elkaar respectvol kunnen omgaan.
Laten wij bidden…
naar Theobaldusparochie, Overloon, Nl.


Gebed over de gaven 1

God van louter liefde,
met brood en wijn vieren wij de gedachtenis van Jezus,
uw Dienstknecht,
neergeslagen, maar weer omhoog geheven tot voorbeeld voor ons allen.
Sterk ons wanneer wij hier met U aan tafel gaan.
Wek ook ons op
en neem ons ter harte
zoals Gij gedaan hebt met Jezus
die voor ons geworden is:
Brood dat sterkt, Wijn die verheugt. Amen.

Gebed over de gaven 2

Heer, onze God,
zoals de graankorrel die in de aarde valt,
en zoals de druif, geperst tot wijn,
zo heeft uw Zoon zichzelf voor ons gegeven.
Aanvaard dit brood en deze wijn
waarmee wij de gedachtenis willen vieren van Christus, onze Heer. Amen.
Schurhoven

Tafelgebed

God wij danken U dat wij U mogen ontmoeten
over grenzen van talen en culturen heen.

Wij zeggen U dank, God,
voor de vriendschap en de kracht die van mensen kan uitgaan
en om het wonder dat liefde heet.

Wij danken U, God, voor deze gemeenschap.
Dat er mensen zijn, hier ter plekke,
die elkaars hand vasthouden en elkaar bemoedigen.
Maar bovenal danken wij U voor Jezus, uw Zoon,
die al weldoende rondging
en zo uw zorg voor ons zichtbaar maakte.
Hij is ons voorbeeld.
Om U te eren, God, spreken wij deze lofzang uit:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Een mens bij uitstek was Hij, Jezus van Nazareth,
ingehaald als een koning,
toegezwaaid met palmen, toegezongen met ‘hosanna’;
daarna verguisd
omdat zijn koningschap niet van deze wereld was.

Koninklijk in de Waarheid,
prachtig in de Liefde,
een en al zorg voor misdeelden en onderdrukten,
voor weerlozen en zieken,
voor iedereen.
Zo was en is Hij, Jezus, onze Heer.

Hoor, God, onze woorden van dank om koning Jezus,
die het als zijn roeping zag
om, overal waar Hij kwam, te dienen,
die de eenvoud van een ezel verkoos
boven macht over mensen.

Hij baande voor ons de weg.
Wij bidden dat wij die weg kunnen gaan:
een weg van eenvoud,
een weg van dienen,
een Koninklijke weg van zorg voor elkaar.

Om ons te helpen die weg te gaan,
wou Hij voor altijd bij ons blijven.
Daarom gaf Hij, vlak voor Hij heenging,
een teken van zijn blijvende aanwezigheid in ons midden.
Hij nam wat brood, sprak een dankgebed uit,
brak het en deelde het rond en zei:
“Neem het en eet ervan,
want dit is mijn Lichaam, mijn Leven,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Zo deed Hij ook met de wijn,
liet hem rondgaan en zei:
“Drink uit deze beker.
Het is de beker van een nieuw Verbond:
van verbondenheid tussen mensen
als sacrament van Gods verbondenheid met alle mensen.
Dit mijn Bloed,
vergoten tot verzoening, tot vrede op aarde.

Doe dit in de toekomst telkens opnieuw:
breek met elkaar Brood en deel Wijn rond
terwijl jullie Mij gedenken.
Dan zal Ik leven in jullie midden.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Als wij dan eten van dit Brood en drinken uit deze Beker,
verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Beziel ons met uw Geest, Heer.
Dan zullen wij, geïnspireerd door uw voorbeeld,
elkaar bewaren
en met elkaar bouwen aan meer menswaardigheid,
niet zwichten voor macht en eigenbaat
maar waakzaam zijn om tekenen van hoop te zien.
Moge wijzelf zo’n teken worden.

God, wij danken U om dit teken van uw nabijheid.
Moge wij het verhaal van Jezus, uw Zoon,
onder ons levend houden
en daaruit de moed putten
om steeds opnieuw de weg te gaan
van Palmzondag naar Pasen,
ook al kunnen wij niet om Goede Vrijdag heen.

Om die moed en die hoop willen wij samen bidden
met de woorden die Jezus zelf ons heeft aangereikt:

Onze Vader,…

Laat uw aangezicht over ons lichten, God,
en keer U tot ons.
Breng het goede dat in ons sluimert tot leven,
wek Jezus op in ons hart,
wek in ons zijn liefde en wijsheid,
zijn vergevingsgezindheid en geduld.
Dan zullen we weer hoopvol kunnen wachten op Jezus Massias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens 1

Vrede in Gods naam is ons toegezegd.
Geen gemakkelijk vrede van versluieren,
van rookgordijnen en de mantel der liefde.
Neen, geen ‘lieve vrede ‘,
maar vrede die evenwicht brengt,
die onthult en helder maakt
en ruimte laat voor vertwijfeling, onmacht en gemis.
Moge die openhartige vrede van Jezus van Nazareth
ook ons ten deel vallen.
Dat wensen wij elkaar nu van harte toe:
vrede en alle goeds voor jou.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En wensen wij elkaar die Jezusvrede van harte toe.

Vredeswens 2

God, bevrijd ons van alle wapens
waarmee wij uw beeld in ons verminken.
Help ons bouwen en smeden aan de vrede
die uit uw Boodschap spreekt
en die Gij ons hebt aangeboden in Jezus, de Christus.
Laat zijn vrede in ons hart komen
en laten wij die vrede verder geven aan elke mens.

Lam Gods

Communie

Jezus bad:
“Vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan Mij voorbijgaan.
Maar niet mijn wil maar uw wil geschiede”.
Dit is het Lam Gods
dat door zijn dood de zonden van de wereld heeft weggeno­men.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Het is de krachtigste week van het jaar.

Het is een stille week.
Zoveel onrecht.
Zoveel lijden.
Zoveel verlies.

Het is een goede week.
Zoveel trouw.
Zoveel overgave.
Zoveel moed.

Het is een heilige week.
Zoveel herkenning.
Zoveel verbondenheid.
Zoveel hoop.

Het is de krachtigste week van het jaar.
Stenen worden weggerold.
Duisternis wordt verlicht.
Graankorrel wordt kiemkracht.
Jean-Paul Vermassen

Bezinning 2

Zondagsdrukte op de wegen,
mensen in bonte kleuren
om te sporten, om te niksen…
Zalig, zo’n zondagmorgen in de lente.

En toch gaan mensen op zo’n zondag
met een palmtakje in de hand.
Met dat stukje groen
dragen zij gedachten mee,
gedachten uit een ver verleden
om nu nog van te leven:
dat de Zoon van God
terechtgekomen is in mensenhanden,
een speelbal werd tussen ‘Hosanna’ en ‘Kruisig Hem’.

Die mensen op een zondagmorgen
met een palmtak in de hand,
zijn dat niet vergeten.
Zij weten zich een minuscule schakel
op de lange weg van de mensheid,
om doorheen alle pijn en alle tragedie,
door te groeien
naar die paaszondagmorgen,
naar dat lege graf in een tuin,
een eind voorbij Golgotha.

Bezinning 3

Beste Palmtak,
jij kost helemaal niets,
we krijgen jou elk jaar opnieuw op deze zondag cadeau.
Ofschoon alles duurder wordt, doe jij daaraan niet mee.
Je bent een ding van niets en dat blijf je ook.
Maar toch, waardeloos ben je niet, bijlange niet.

Deze zondag is naar jou genoemd: Palmzondag.
Eigenlijk doe jij een heleboel:
jij roept in ons verhalen op
van Jezus die naar Jeruzalem ging,
zes dagen voor zijn lijden.

Jij roept het verhaal op van de duif van Noach
die over de eindeloze watervlakte vloog
en ’s avonds terugkwam met een takje in haar bek,
teken dat het water zakte en de redding nabij was.

Jij leert ons vooruitkijken
naar de vreugde van Witte Donderdag,
naar de droefheid en de vertwijfeling van Goede Vrijdag,
naar de rouw van Stille Zaterdag.

Als ik jou vasthoud
heb ik als het ware ‘hoop’ in mijn handen.
Hoop kost niets,
hoop wordt je gegeven.
Het is iets heel kleins,
maar het helpt je om door Goede Vrijdag heen te komen.

Jij bent iets van Pasen,
ons nu al gegeven.

Gezegend ben je.
Jij zegt goede dingen
en er gaat zegen van jou uit!
T. Kennis

Slotgebed 1

“Hosanna! Gezegend is Hij die komt
in de naam van de Heer!”
Graag zou ik op dezelfde manier willen juichen, God,
wanneer ik Jezus mag ontmoeten
in de vriendschap en de zorg van medemensen.
Maar meestal is mijn geloof daarvoor veel te klein.
Geef me daarom een nieuw hart
dat al zijn hoop op U durft te stellen
en dat erop vertrouwt
dat Gij mij ten diepste gelukkig kunt maken.
Want alleen dan kan ik ook mijn leven geven voor anderen
en hen in uw naam liefdevol nabij zijn.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

Jezus,
eigenlijk leven wij in een wereld met twee gezichten.
Aan de ene kant is er veel leed en pijn:
een ongeluk op straat,
altijd wel ergens oorlog,
ziekte, lijden en verdriet.
Aan de andere kant is er ook blijheid en geluk:
vreugde om de geboorte van een kind,
vlinders in de buik van verliefden,
mensen die elkaar bloemen geven.
Dat alles, Jezus, hebt Gij zelf ook meegemaakt:
vandaag wordt Gij ingehaald met palmtakken en gejuich
en straks wordt Gij gevangen genomen.
Wij bidden U,
dat wij op goede momenten elkaar zoveel mogelijk zouden vasthouden
en mekaar in moeilijke tijden nooit zouden laten vallen.
Dit vragen wij U,
voor vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.
vrij naar Lovendegem

Zending en zegen

Telkens weer zal het lijden van de wereld,
het kruis dat mensen dragen,
een oproep zijn om ons te laten raken door het leven van een ander.
Het palmtakje dat we nu mee naar huis nemen
krijgt een ereplaats aan het kruisbeeld.
Zo huldigen wij Jezus en vragen Hem
dat zijn vrede in ons huis mag wonen.
En zegene ons + de barmhartige Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Broechem

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.