Palmzondag C 2013

(24 03 2013)
Begroeting

Op onze tocht naar Pasen
zijn we vandaag bij een belangrijke “halteplaats “ aangekomen.
Vijf weken zijn we al onderweg, nu nog de laatste week.
Vandaag gedenken wij de intocht in Jeruzalem,
maar lang blijven we daarbij niet stilstaan.
Want wij luisteren ook naar het lijdensverhaal.
Kom, laten wij meetrekken met Jezus, Jeruzalem in en tot het einde toe, zelfs tot over de dood heen!
Op deze tocht heet ik u allen welkom in deze kerk
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.


Openingswoord

We vieren vandaag Palmzondag, het begin van de Goede Week.
Zoals Jezus’ vrienden van toen gaan wij met Hem op weg,
omdat we ons aangesproken voelen door zijn Boodschap
van liefdevolle zorg en aandacht voor de medemensen.
Met Jezus en zijn vrienden van toen gaan we vandaag naar Jeruzalem,
vanouds de stad van God, het centrum van de joodse godsdienst,
maar ook stad van mensen,
mensen met hun zwakheden,
mensen met hun ambities en kortzichtigheden.
Jezus trekt Jeruzalem binnen, toegejuicht door velen,
maar over enkele dagen zal Hij uitgejouwd worden door even zovelen.
De man die het goede wilde voor iedereen, voor vriend en vijand,
wordt tot speelbal van de menselijke wispelturigheid.
We willen vandaag en de komende dagen stilstaan
bij die bewogen week in het Jeruzalem van eenentwintig eeuwen geleden.
naar Theobaldusparochie, Overloon, NL.

Gebed bij de palmwijding

Palmtakken,
takken die altijd groen blijven,
herinneren ons aan een koning die het leven koos en niet de dood,
die velen leven gaf toen dood hun toekomst was.
Palmtakken,
zij herinneren ons aan de levenswijze van Jezus van Nazareth,
een levenswijze waarin het leven belangrijker was
dan de letters van wet en traditie.
Palmtakken,
zij herinneren ons aan een bijzonder mens
die een dag koning mocht zijn:
vandaag is het nog ‘hosanna’, morgen ‘weg met Hem’.

God, Gij die leven zijt,
zegen dit groen dat de winter overleeft.
Zegen deze takken,
hoopvolle tekenen van leven op aarde,
kwetsbaar houvast in weer en wind.
Zegen deze palmen
en zegen ons die straks deze palmen meenemen naar huis.
Zegen allen die metterdaad
in dit teken van leven en vrede willen geloven.
Zegen hen, waar ook ter wereld,
+ Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.

               (Pr. leest nu intocht-evangelie met palmtak in de hand.) 

Evangelielezing  (Lc. 19, 28-40)

Als afsluiting van deze palmwijding luisteren wij naar het verhaal van Jezus’ in­tocht in Jeru­zalem.

Jezus zette zijn reis voort naar Jeruzalem.
Toen Hij dicht bij Betfage en Betanië kwam,
bij de zogeheten Olijfberg,
stuurde Hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht:
“Ga naar het dorp daar vlak voor je.
Als je er binnenkomt zul je een veulen vinden
dat vastgebonden staat
en waarop nog geen mens heeft gezeten.
Maak het los en breng het mee.
En als iemand jullie vraagt:
‘Waarom maken jullie dat veulen los?’
zeg dan:
‘De Heer heeft het nodig.'”
Met deze opdracht gingen ze weg
en troffen het zo aan als Hij hun gezegd had.
Toen ze het veulen wilden losmaken, riepen de eigenaars:
“Waarom maken jullie het veulen los?”
Zij antwoordden: “De Heer heeft het nodig.”
En ze brachten het naar Jezus,
legden hun kleren op het veulen,
en hielpen Jezus erop.
En waar Hij reed spreidden ze hun kleren op de weg.
Hij kwam steeds dichter bij de stad.
Waar de weg de Olijfberg afgaat
begonnen al zijn leerlingen vrolijk en uit volle borst God te prijzen
om alle machtige daden die ze hadden gezien.
Ze riepen:
“Gezegend is de koning, die komt in de naam van de Heer!
In de hemel vrede,
glorie in de hoogste hemel!”.
Enkele farizeeën in de menigte zeiden tegen Hem:
“Meester, wijs uw leerlingen terecht.”
Hij antwoordde: “Ik zeg u, als zij zwijgen
zullen de stenen het uitschreeuwen.”
KBS Willibrord 1995

Vergevingsmoment

(Normaal  is er vandaag geen schuldbelijdenis en geen Kyrie; wie toch een vergevingsmoment wil   inlassen…)

Hoe kon de massa
die Jezus op Palmzondag zo enthousiast onthaalde in haar stad,
de vrijdag daarop schreeuwen: “Weg met Hem”?
Wat zouden wij hebben gedaan?
Hoe vlug schrijven ook wíj niet iemand af?
Staan we daar wel eens bij stil?
Vragen wij daarom om vergeving.

-Omdat Gij niet altijd geschreven staat in de palm van onze hand,
omdat wij U vaak alleen willen horen als het óns past,
vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Omdat wij schrik hebben om gekwetst te worden
en daarom onze handen gesloten houden,
omdat we niet durven geven zonder de garantie dat we iets terugkrijgen,
vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Omdat het lijden van anderen ons soms niet meer raakt,
omdat eelt op onze handen ons belet om nog te strelen,
omdat we soms ongevoelig zijn,
bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, Gij spijkert ons niet vast op onze fouten en tekortkomingen
maar geeft ons telkens weer de kans om opnieuw te beginnen,
opdat ook wij elkaar die nieuwe kansen zouden geven,
vandaag en de rest van ons leven. Amen.

Openingsgebed 1

God, Vader van alle mensen,
vandaag herdenken we
hoe Jezus door zijn tijdgenoten
als een koning werd toegejuicht met palmtakken.
Maak ons hart waakzaam en moedig
opdat we niet vergeten dat zijn koningschap
niet gebouwd was op macht,
maar op dienstbaarheid
en op trouw aan uw liefde tot het einde toe.
Dit vragen we voor vandaag en alle dagen,
tot het einde van de tijd. Amen.                             
Federatie Kana


Openingsgebed 2

Barmhartige God,
zozeer heeft uw Zoon Jezus ons menselijk bestaan gedeeld,
dat Hij voor ons zijn leven heeft gegeven op het kruis.
Geef dat wij zijn voorbeeld volgen,
om niet te leven voor onszelf,
maar voor elkaar.
Moge wij dan zo die weg van liefde ten einde gaan
om eenmaal met Christus te delen in de verrijzenis.
Dit vragen wij U door Jezus, uw Zoon,
die met U leeft in de eenheid van de H. Geest
door de eeuwen der eeuwen. Amen.
Waltwilder


Lezingen

Eerste lezing (Jes. 50, 4-7)

4    De Heer God heeft mij als een leerling leren spreken,
om uitgeputte mensen te kunnen bijstaan.
Met een woord wekt Hij mij in de ochtend,
in de ochtend wekt Hij mijn oor om als een leerling toe te horen.
5     De Heer God heeft mijn oor geopend,
en ik heb mij niet verweerd,
ik ben niet teruggedeinsd.
6    Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan,
en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten;
mijn gezicht heb ik niet onttrokken
aan beschimping en bespuwing.
7    De Heer God staat mij bij,
daarom kom ik niet bedrogen uit;
daarom maak ik mijn gezicht hard als een steen,
omdat ik weet dat ik niet beschaamd zal worden.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing  (Fil. 2, 6-11)

6    Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
7    Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
8    heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.

9    Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
10  opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
11  en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.

KBS Willibrord 1995

Evangelie  (Lc, 22,14 – 23,56)

14 Toen het uur gekomen was, ging Hij met de apostelen aan tafel.
15  Hij zei tegen hen: `Vurig heb Ik ernaar verlangd om dit paasmaal met jullie te eten vóór mijn lijden.
16  Want Ik zeg jullie dat Ik het niet meer zal eten tot de vervulling ervan in het koninkrijk van God.’
17  Hij nam een beker, sprak het dankgebed en zei: `Neem deze beker en laat hem rondgaan;
18  want Ik zeg jullie dat Ik van nu af aan niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok totdat het koninkrijk van God gekomen is.’
19  Hij nam een brood, sprak het dankgebed, brak het brood in stukken en gaf het hun, en zei: `Dit is mijn lichaam; het° wordt voor jullie gegeven. Blijf dit doen om Mij te gedenken.’
20  Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker: `Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed; hij wordt voor jullie leeggegoten.
21  Maar zie, de man die Mij overlevert, ligt hier met Mij aan tafel.
22  Want de Mensenzoon gaat wel zijn voorbestemde weg, maar wee de mens door wie Hij wordt overgeleverd.’
23  Toen begonnen ze er met elkaar over te praten, wie van hen het zou kunnen zijn die dat ging doen.
24  Ook ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen wel het belangrijkst was. 25 Hij zei hun echter: `Bij de heidenen spelen koningen de baas, bij hen laten machthebbers zich weldoener noemen.
26  Bij jullie mag dat niet zo zijn. De grootste van jullie moet de minste worden, en de leider de dienaar.
27  Want wie is het belangrijkst? Die aan tafel ligt, of die bedient? Die aan tafel ligt toch zeker! Maar Ik ben in jullie midden de dienaar.
28  Jullie zijn altijd bij Mij gebleven als Ik werd beproefd.
29  Zoals mijn Vader Mij het koningschap heeft aangeboden, zo bied Ik jullie een plaats aan
30  in mijn koninkrijk om te eten en te drinken aan mijn tafel; jullie zullen op tronen zitten om te oordelen over de twaalf stammen van Israël.
31  Simon, Simon, de satan heeft geëist jullie te mogen ziften als het koren.
32  Ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zou bezwijken; als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, sterk dan op jouw beurt je broeders.’
33  Hij zei Hem: `Heer, ik ben bereid met U zelfs de gevangenis en de dood in te gaan.’
34  Maar Hij zei: `Petrus, Ik zeg je, voordat vandaag de haan kraait, zul je drie keer geloochend hebben dat je Me kent.’
35  Hij zei hun: `Toen Ik jullie eropuit stuurde zonder beurs, reistas en schoenen, zijn jullie toen iets tekort gekomen?’ `Nee, niets’, antwoordden ze.
36  Hij zei hun: `Maar nu moet je een beurs en een reistas meenemen als je die hebt, en als je geen zwaard hebt, moet je je jas verkopen en er een aanschaffen.
37  Want Ik zeg jullie dat dit schriftwoord aan Mij in vervulling moet gaan: Bij de overtreders van de wet werd Hij gerekend. Want ook dit woord over Mij wordt nu werkelijkheid.’
38 `Heer,’ zeiden ze, `hier zijn twee zwaarden.’ Maar Hij zei hun: `Zo is het genoeg!’
39
Hij verliet het huis en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg, en zijn leerlingen gingen met Hem mee.
40  Toen Hij daar was, zei Hij hun: `Bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken.’
41  Hij verwijderde zich van hen, ongeveer een steenworp ver; daar viel Hij op zijn knieën en bad:
42  `Vader, neem alstublieft deze beker van Mij weg; maar toch, laat niet mijn wil gebeuren, maar die van U.’
43  Toen verscheen Hem een engel uit de hemel die Hem kracht gaf.
44  Hij werd doodsbang en bad nog dringender; zijn zweet viel als bloeddruppels op de grond.
45  Na dit gebed stond Hij op en ging naar de leerlingen. Hij vond ze in slaap, zo verdrietig waren ze.
46  Hij zei hun: `Wat slapen jullie? Sta op en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken.’
47  Hij was nog niet uitgesproken of er verscheen opeens een hoop volk. Judas, een van de twaalf, liep voorop en kwam op Jezus af om Hem een kus te geven.
48  Jezus zei hem: `Judas, lever je de Mensenzoon over met een kus?’
49  Toen zijn metgezellen zagen wat er ging gebeuren, vroegen ze: `Heer, zullen we erop inslaan met het zwaard?’
50  En een van hen sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem het rechteroor af.
51  Maar Jezus antwoordde: `Hou daarmee op!’ Hij raapte het oor op en genas hem.
52  Tegen de hogepriesters, de tempelwacht en de oudsten die op Hem af waren gekomen, zei Jezus: `Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en stokken op Me afgekomen.
53  Dag in dag uit was Ik bij u in de tempel, en u hebt Me niet aangehouden; maar dit is uw tijd, nu de duisternis regeert.’
54
Zij namen Hem gevangen en brachten Hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde op een afstand.
55  Ze legden midden op de binnenplaats een vuur aan; daar gingen ze omheen zitten en Petrus zat tussen hen in.
56  In het schijnsel van het vuur zag een slavin hem zitten; ze bekeek hem nauwlettend en zei: `Die hoorde ook bij Hem.’
57  Maar hij ontkende het en zei: `Mens, ik ken Hem niet.’
58  Even later zag iemand anders hem en zei: `Jij bent ook een van hen.’ Maar Petrus zei: `Welnee man.’
59  Ongeveer een uur later zei iemand met grote stelligheid: `Wel degelijk, hij hoorde ook bij Hem; hij is immers ook een Galileeër.’
60  Maar Petrus zei: `Man, ik weet niet waar je het over hebt!’ Hij had dat nog niet gezegd, of er kraaide een haan.
61  De Heer keerde zich om en keek Petrus aan, en Petrus herinnerde zich wat de Heer tegen hem had gezegd: `Voor de haan vandaag kraait, zul je Me driemaal verloochend hebben.’
62  Hij liep naar buiten en schreide bittere tranen.
63  De mannen die Jezus bewaakten, dreven de spot met Hem en sloegen Hem.
64  Ze blinddoekten Hem en vroegen: `Profeteer nu eens, wie was het die je heeft geslagen?’
65  En ze riepen nog allerlei andere grofheden tegen Hem.
66
Toen het dag werd, kwam de raad° van oudsten van het volk bijeen, hogepriesters en schriftgeleerden. Men bracht Jezus voor hun Sanhedrin.
67  Zij zeiden: `Als U de Messias bent, zeg ons dat dan.’ Maar Hij zei hun: `Als Ik het u zeg, zult u Me niet geloven;
68  als Ik u wat vraag, zult u Me geen antwoord geven.
69  Van nu af aan zal de Mensenzoon zitten aan Gods machtige rechterhand.’
70  Toen zei iedereen: `U bent dus de Zoon van God?’ Hij sprak tot hen: `U zegt zelf dat Ik het ben.’
71  Toen zeiden zij: `Waarvoor hebben wij nog een getuigenis nodig? Wij hebben het zelf uit zijn mond gehoord.’

1    Het hele gezelschap stond op, en men leidde Hem voor aan Pilatus.
2    Daar brachten zij hun beschuldiging tegen Hem in: `Wij hebben vastgesteld dat deze man ons volk opruit; Hij zegt dat ze geen belasting moeten betalen aan de keizer, en Hij geeft zichzelf uit voor de Messias, de koning.’
3    Pilatus vroeg hem: `Bent u de koning van de Joden?’ Hij antwoordde hem: `U zegt het zelf.’
4    Pilatus zei tegen de hogepriesters en de volksmenigte: `Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.’
5    Zij hielden echter vol: `Hij maakt met zijn leer in heel het Joodse land het volk oproerig, eerst in Galilea, en nu hier ook al.’
6    Toen Pilatus dat hoorde, vroeg hij of de man een Galileeër was;
7    en toen hij begreep dat Hij onder Herodes ressorteerde, stuurde hij Hem door naar Herodes, die op dat moment eveneens in Jeruzalem verbleef.
8    Herodes was erg blij dat hij Jezus te zien kreeg, want hij had Hem allang willen ontmoeten, na wat hij over Hem gehoord had. Hij hoopte Hem een wonder te zien doen.
9    Hij ondervroeg Hem uitvoerig, maar Jezus gaf Hem nergens antwoord op.
10  De hogepriesters en de schriftgeleerden stonden Hem heftig te beschuldigen.
11  Ook Herodes en zijn manschappen beledigden Hem en maakten Hem belachelijk door Hem een pronkgewaad aan te doen. Daarna stuurde hij Hem terug naar Pilatus.
12  Herodes en Pilatus werden op die dag vrienden van elkaar; tevoren waren ze namelijk vijanden.
13  Daarop riep Pilatus de hogepriesters, de leiders en het volk bij elkaar
14  en zei tegen hen: `U hebt deze man bij mij gebracht omdat Hij het volk zou ophitsen. Wel, ik heb de man verhoord in uw bijzijn, en voor uw beschuldigingen tegen Hem heb ik geen enkele grond gevonden;
15  en Herodes evenmin, want hij heeft Hem naar ons teruggestuurd. Kortom, Hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat.
16  Ik zal Hem daarom laten geselen en dan vrijlaten.’
18  Maar ze schreeuwden in koor: `Weg met Hem, laat Barabbas vrij.’
19  Die was in de gevangenis gezet wegens een oproer in de stad en wegens doodslag.
20  Maar omdat Pilatus Jezus wilde vrijlaten, sprak hij hen opnieuw toe.
21  Maar zij schreeuwden ertegenin: `Aan het kruis met Hem, aan het kruis!’
22  Voor de derde keer zei hij tegen hen: `Wat heeft deze man dan voor kwaad gedaan? Ik heb niets kunnen vinden waarop de doodstraf staat; ik zal Hem dus na geseling vrijlaten.’
23  Maar luidkeels schreeuwend bleven zij eisen dat Hij gekruisigd zou worden. Hun geschreeuw gaf de doorslag.
24      Pilatus besloot hun eis in te willigen.
25  De man die wegens oproer en doodslag in de gevangenis was gezet, om wie ze hadden gevraagd, liet hij vrij en Jezus leverde hij over aan hun willekeur.

26  Toen ze Hem wegvoerden hielden ze een zekere Simon uit Cyrene aan, die van zijn akker kwam; hem lieten ze het kruis achter Jezus aan dragen.
27  Een grote massa mensen volgde Hem; er waren vrouwen bij, die om Hem rouwden en treurden.
28  Jezus draaide zich om en zei tegen hen: `Vrouwen van Jeruzalem, huil niet om Mij, huil liever om uzelf en uw kinderen.
29  Want er komen dagen dat men zal zeggen:  `Gelukkig de onvruchtbare vrouwen, de schoot die niet heeft gebaard en de borsten die niet hebben gezoogd.”
30  Dan zal men zeggen tegen de bergen: ` `Val op ons”, en tegen de heuvels: ` `Bedek ons.”
31  Want als ze dit doen met het groene hout, wat moet er dan gebeuren met het dorre?’

32  Er werden ook nog twee misdadigers weggevoerd om samen met Hem ter dood te worden gebracht.
33  Toen ze op het zogeheten Schedelveld kwamen, sloegen ze Hem daar aan het kruis, en ook die twee misdadigers, de een rechts en de ander links van Hem.
34  Jezus sprak: `Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Ze verdobbelden zijn kleren.
35  Het volk stond toe te kijken. De leiders lachten Hem uit en zeiden: `Anderen heeft Hij gered; laat Hij nu zichzelf redden als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!’
36  Ook de soldaten dreven de spot met Hem; ze kwamen Hem wijn brengen
37  en zeiden: `Ben jij de koning van de Joden? Red dan jezelf!’
38  Boven zijn hoofd hing het opschrift: Dit is de koning van de Joden.
39  Eén van de misdadigers die daar hingen zei smalend tegen Hem: `Ben jij de Messias? Red dan jezelf en ons erbij!’
40  Maar de ander wees hem terecht: `Heb zelfs jij geen ontzag voor God, nu jij ook deze straf ondergaat?
41  In ons geval is dat terecht, want wij krijgen ons verdiende loon. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’
42  Daarop zei hij: `Jezus, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt.’
43  Hij zei tegen hem: `Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.’

44  Al rond het zesde uur werd het donker in heel het land, tot het negende uur.
45  Er was een zonsverduistering. Het voorhangsel in de tempel scheurde middendoor.
46  Toen riep Jezus luidkeels: `Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’ Na deze woorden stierf Hij.
47  De centurio, die zag wat er gebeurde, verheerlijkte God en zei: `Waarachtig, die man was een rechtvaardige.’
48  Alle mensen die voor dit schouwspel waren samengestroomd, gingen naar huis; ze sloegen zich van rouw op de borst om wat ze hadden gezien.
49  Al zijn vrienden bleven uit de verte staan toekijken, ook de vrouwen die Hem vanuit Galilea waren gevolgd en dit gadesloegen.

50  Nu was daar een zekere Jozef, een lid van de raad, een goed en rechtvaardig man,
51  die niet had ingestemd met hun plannen en praktijken. Hij was afkomstig uit de Joodse stad Arimatea en leefde in de verwachting van het koninkrijk van God.
52  Hij vervoegde zich bij Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
53  Hij haalde het van het kruis, wikkelde het in linnen en legde Hem in een graf dat in de rotsen was uitgehouwen, en waarin nog niemand lag.
54  Het was voorbereidingsdag en de sabbat zou zo aanbreken.
55  De vrouwen die met Hem uit Galilea waren meegekomen, waren Jozef gevolgd en zagen het graf en hoe zijn lichaam erin werd neergelegd.
56  Toen gingen ze naar huis en maakten kruiden en balsem klaar.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in één God
die gemaakt heeft
wat zichtbaar en onzichtbaar is,
de wereld en al wat er leeft.

Ik geloof in Jezus, Gezalfde en Kind van God.
God, Licht en Waarheid,
mens geworden zoals wij.
Geboren uit Maria,
geboren vol van de Geest.
Voluit geleefd tot aan het einde,
vermoord en toen begraven.

De derde dag, zoals geschreven staat,
de dood getart en opgestaan
om te leven voor altijd.

Ik geloof dat zijn Geest leven geeft
en het juiste woord spreekt
in talloze profeten.
Hij roept mensen op Gods weg te blijven gaan,
weg van zonde, weg van dood,
naar leven in zijn Rijk.

Ik geloof dat dat Rijk nooit ten onder zal gaan
en dat we mogen leven voor altijd. Amen.
naar P. Berkien

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn
aan Hem aan te bieden.

-Bidden wij voor mensen overal ter wereld
die moeten lijden voor de goede zaak.
Voor hen die de vrede dienen,
maar daarvoor geweld ondervinden.
Dat zij Jezus blijven volgen
ook als hen op een dag de doornenkroon wordt opgezet,
als ze met leugens worden gegeseld
en met spot en haat worden gekruisigd.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor alle mensen die liefde willen zijn,
maar die geminacht worden om hun zachtmoedigheid.
Voor mensen die rondom zich in huis, buurt en parochie
de stille dienaars zijn,
zonder veel lawaai en woorden.
Mensen die zich niet bij de groten rekenen
maar onschatbaar en onmisbaar zijn.
Dat zij niet terugdeinzen als het moeilijk wordt.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen die in Jezus willen geloven.
Dat zij niet bang zijn anders te gaan leven
op hun werk, bij hen thuis, bij hun familie en vrienden,
kortom in heel hun doen en laten.
Dat zij telkens opnieuw naar nieuwe mogelijkheden zoeken
om met veel enthousiasme handen en voeten te geven
aan Gods Blijde Boodschap.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

-Voor onze hedendaagse wereld bidden wij.
Dat er mensen opstaan
die het opnemen voor onderdrukte minderheden,
die begaan zijn met sociale achterblijvers,
die zich het lot van rechtelozen aantrekken.
Laten wij bidden…

-Voor baanbrekers en wegbereiders naar een rechtvaardige samenleving
bidden wij.
Dat zij medestanders vinden,
opdat vrede en vrijheid realiteit zouden worden
voor al Gods mensen.
Laten wij bidden…

-Voor alle geloofsgemeenschappen die de naam van Jezus belijden bidden wij.
Dat zij die belijdenis waarmaken
door zijn levensstijl en zijn inzet voor kwetsbare mensen
tot de hunne te maken.
Laten wij bidden…
Gebed over de gaven

Vader, wees ons nabij, zoals uw Zoon ons nabij was en nog steeds is.
Aanvaard in deze gaven van brood en wijn
het werk van onze handen, onze inzet, onze trouw,
ons geloof, onze twijfel, onze vreugde, onze pijn.
Wil ze zuiveren met uw barmhartigheid,
zodat ze ons en anderen
kunnen voeden en kracht geven
om de weg van uw Zoon te gaan. Amen.

Tafelgebed + Onze Vader

God wij danken U dat wij U mogen ontmoeten
over grenzen van talen en culturen heen.

Wij zeggen U dank, God,
voor de vriendschap en de kracht die van mensen kan uitgaan
en om het wonder dat liefde heet.

Wij danken U, God, voor deze gemeenschap.
Dat er mensen zijn, hier ter plekke,
die elkaars hand vasthouden en elkaar bemoedigen.
Maar bovenal danken wij U voor Jezus, uw Zoon,
die al weldoende rondging
en zo uw zorg voor ons zichtbaar maakte.
Hij is ons voorbeeld.
Om U te eren, God, spreken wij deze lofzang uit:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Een mens bij uitstek was Hij, Jezus van Nazareth,
ingehaald als een koning,
toegezwaaid met palmen, toegezongen met ‘hosanna’;
daarna verguisd
omdat zijn koningschap niet van deze wereld was.

Koninklijk in de waarheid,
prachtig in de liefde,
een en al zorg voor misdeelden en onderdrukten,
voor weerlozen en zieken,
voor iedereen.
Zo was en is Hij, Jezus, onze Heer.

Hoor, God, onze woorden van dank om koning Jezus,
die het als zijn roeping zag
om, overal waar Hij kwam, te dienen,
die de eenvoud van een ezel verkoos
boven macht over mensen.

Hij baande voor ons de weg.
Wij bidden dat wij die weg kunnen gaan:
een weg van eenvoud,
een weg van dienen,
een Koninklijke weg van zorg voor elkaar.

Om ons te helpen die weg te gaan,
wou Hij voor altijd bij ons blijven.
Daarom gaf Hij, vlak voor Hij heenging,
een teken van zijn blijvende aanwezigheid in ons midden.
Hij nam wat brood, sprak een dankgebed uit,
brak het en deelde het rond en zei:
“Neem het en eet ervan,
want dit is mijn Lichaam, mijn Leven,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Zo deed Hij ook met de wijn,
liet hem rondgaan en zei:
“Drink uit deze beker.
Het is de beker van een nieuw verbond:
van verbondenheid tussen mensen
als sacrament van Gods verbondenheid met alle mensen.
Dit mijn bloed,
vergoten tot verzoening, tot vrede op aarde.

Doe dit in de toekomst telkens opnieuw:
breek met elkaar brood en deel wijn rond
terwijl jullie Mij gedenken.
Dan zal Ik leven in jullie midden.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Beziel ons met uw Geest, Heer.
Dan zullen wij, geïnspireerd door uw voorbeeld,
elkaar bewaren
en met elkaar bouwen aan meer menswaardigheid,
niet zwichten voor macht en eigenbaat
maar waakzaam zijn om tekenen van hoop te zien.
Moge wijzelf zo’n teken worden.

God, wij danken U om dit teken van uw nabijheid.
Moge wij het verhaal van Jezus, uw Zoon,
onder ons levend houden
en daaruit de moed putten
om steeds opnieuw de weg te gaan
van Palmzondag naar Pasen,
ook al kunnen wij niet om Goede Vrijdag heen.

Om die moed en die hoop willen wij samen bidden
met de woorden die Jezus zelf ons heeft aangereikt:

Onze Vader,…

Laat uw aangezicht over ons lichten, God,
en keer U tot ons.
Breng het goede dat in ons sluimert tot leven,
wek Jezus op in ons hart,
wek in ons zijn liefde en wijsheid,
zijn vergevingsgezindheid en geduld.
Dan zullen we weer hoopvol kunnen wachten op Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

God, bevrijd ons van alle wapens
waarmee wij uw beeld in ons verminken.
Help ons bouwen en smeden aan de vrede
die uit uw Boodschap spreekt
en die Gij ons hebt aangeboden in Jezus, de Christus.
Laat zijn vrede in ons hart komen
en laten wij die vrede verder geven aan elke mens.


Lam Gods

Communie

In een gebaar van uiterste liefde
vatte Jezus, tijdens het Laatste Avondmaal,
zijn leven samen en ook zijn levenshouding van zelfgave:
Hij brak brood en reikte het aan:
‘Neem het, dit is mijn Lichaam voor u’
Heer, ik ben niet waardig…


Bezinning 1

Hosanna

Een uitgelaten menigte,
dol enthousiast.
Een koninklijke ontvangst
met een lange erehaag
van mantels en wuivende takken.
Een feestelijke sfeer,
geen wolkje aan de lucht.
Een toekomst zonder weerga.
Leve Jezus als koning.

Een medaille met ook een keerzijde.
Achter de dikke muren
van de tempel en de paleizen
broeit er wat.
Boos en angstig wordt er gefezeld:
“Die man gaat om met kleinen en armen.
Naar zijn Boodschap wordt geluisterd.
Onze positie staat op wankelen.
Kijk maar hoe de mensen achter Hem aan lopen.
Laten we hem uit de weg ruimen.”

Goede Vrijdag is nabij.                    

Bezinning 2

Op weg naar Jeruzalem

Met Jezus zijn we op weg naar Jeruzalem,
op weg naar Pasen, het feest van leven en voortleven.
Een tocht van dagen, van jaren, van heel ons leven,
een levensreis met hoogte- en dieptepunten.
Leven willen we vanzelfsprekend allemaal,
een goed leven wensen we ook allemaal,
maar een leven is alleen goed als we trouw zijn,
trouw aan onszelf, trouw aan elkaar.
En die opgave is soms moeilijker dan we denken.
We willen ons zo graag een beetje koning voelen,
hoog te paard, stevig op een troon, met macht bekleed,
verheven boven anderen, beter dan anderen.
Ook Jezus kende die bekoring, maar Hij gaf niet toe.
Hij bleef trouw aan zichzelf, trouw aan zijn idealen,
trouw aan het Rijk van God dat Hij preekte.
Hij kende de consequenties van zijn keuze,
in de komende week zullen we daar bij stil staan.
Want zijn trouw tot in de dood leidde Hem naar Pasen,
naar leven en verder leven, verder leven in ons
als ook wij trouw zijn aan onszelf, aan zijn idealen.
Dan zullen ook wij Pasen kunnen vieren.
Theobaldusparochie, Overloon, Nl.

Slotgebed 1

God, wij beginnen vandaag aan de Goede Week,
die in het geheugen van uw volk gegrift staat
als het ultieme moment waarop duidelijk werd
dat alleen een gegeven leven
leidt tot opstanding en tot hoop voor deze wereld.
Hou in ons de verwachting naar de vreugde van het Paasfeest levend,
nu wij samen met uw Zoon Jezus zullen ondervinden
hoe mensen elkaar de dood kunnen aandoen.
Laat ons op het einde van deze vastentijd ervaren
hoe onze kleine stappen naar de mensen van de Derde Wereld toe
zich samenvoegen met hun eigen stappen
tot een brede weg naar een nieuwe toekomst,
naar een echt Pasen. Amen.

Slotgebed 2

Eeuwige God,
in Woord en Brood
schenkt Gij ons het vertrouwen
dat leven vrucht draagt tegen alle schijnbare noodlot in.
Sterk ons deze week
om, door lijden en sterven heen,
vertrouwen te blijven schenken aan de mensen om ons heen,
en aan U, God van levenden,
vandaag en altijd, tot in eeuwigheid. Amen.
naar Wilrijk

Zending en zegen  (met palmtak in de hand)

Gij,
die uit dorre winter en harde grond,
het groen van de lente laat opschieten,
zegen hen die deze palm een plaats geven
in hun huis, op hun land,
op de weg die ze gaan,
en niet in het minst in hun  eigen leven.
Zegen allen die geloven
in dit teken van vrede,
uitnodiging en uitdaging
om de weg met Jezus te gaan.
Zegen hen deze dagen van de Goede Week
en alle dagen van hun leven
met uw naam,
+ Vader, Zoon en Heilige Geest.

Ga in vrede, neem een palmtakje mee naar huis en geef het, als teken van hoop, een plaatsje bij het kruis.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.