Palmzondag B 2021

28 03 2021

Begroeting

Welkom, beste mensen op deze bijzondere zondag,
Palmzondag.
Deze dag herinnert ons aan wat ongeveer 2000 jaar geleden gebeurde:
een feestelijke dag, een dag van gejuich en triomf.
Maar omdat we weten wat er erna gebeurde,
klinkt dat gejuich ons wat wrang in de oren.
Het hele gebeuren leidde Jezus immers uiteindelijk naar zijn kruis.
Het kruis dat voor christenen over heel de wereld een symbool is geworden
van zijn leven geven uit totale liefde voor de mensen.
Aan het kruisteken herkennen we elkaar als volgelingen,
als leerlingen van die Jezus.
Laten we ook deze viering beginnen met een kruisteken
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Jezus’ naam en faam hadden zich op korte tijd zozeer verspreid
dat velen Hem aan de poorten van Jeruzalem stonden op te wachten
om Hem koninklijk te ontvangen.
Van alle kanten klonk het:
‘Hosanna. Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.’
Al eeuwen wachtten ze op een Messias.
Die langgekoesterde droom leek eindelijk in vervulling te gaan.

Net als zij brengen ook wij, met groene palmtakken,
hulde aan Jezus die altijd en voor iedereen klaarstond.
Groene takken van hoop en vertrouwen
voor Hem die zich totaal voor ons wil geven.

Openingswoord 2

Palmzondag is een heel bijzonder feest
waar vreugde en verdriet,
‘Hosanna’ en ‘aan het kruis met Hem’,
in elkaar overvloeien.
Wij staan nu weer aan het begin van de herdenking
van die wonderlijk laatste week uit het leven van Jezus.
Daarover vertelt de bijbel
dat de leerlingen van Jezus een ezel bij Hem brachten.
Zij legden er hun mantels op
en heel veel mensen legden hun jassen op de grond waar Jezus voorbij kwam.
Zij juichten en zwaaiden met palmtakken,
want voor hen was Jezus de voorspelde ‘Messias’.
Dan klinkt het toch eigenaardig dat Jezus rijdt op een ezel,
het lastdier van de armen.
De H. Ambrosius zei daarover:
“Leer van de ezel hoe je Jezus moet dragen,
Leer onder Jezus te zijn opdat je boven de wereld kunt staan.
Niet om er hoogmoedig op neer te kijken,
maar om Hem, de Verlosser van de wereld, in onze wereld te dragen.
Een grootse manier om op die manier ‘een ezel te zijn”
en koppig vol te houden.
naar Ten Bos

Gebed bij de palmwijding 1

Groene takken horen erbij vandaag.
Ze vertellen op hun eigen wijze het verhaal van deze dag.
Zij zijn voor ons een teken, herinnering aan Jezus van Nazareth.
Zo’n takje in de hand nemen, is kiezen voor zijn manier van leven,
is zeggen dat zijn Weg ook onze weg dient te zijn.

Eeuwige God,
wij danken U om Jezus uw Zoon
om zijn intocht van vrede,
om zijn andere taal en andere tekenen,
om zijn fantasie en creativiteit.
Wij danken U om alle mensen die Hem met palmen toewuiven, jong en oud.
Zegen deze takken +
en geef dat ze mensen opwekken
tot Jezus’ manier van omgaan met elkaar,
tot vrede en verzoening en liefde wereldwijd.
Moge deze palmtakken een steun zijn
om het geloof en de hoop in opstanding niet kwijt te raken.
Dat vragen wij U door diezelfde Jezus,
die voor ons geworden is: vrede, liefde en leven
voor tijd en eeuwigheid. Amen.
Broederlijk Delen

Gebed bij de palmwijding 2

In de oude christelijke kunst
houden de martelaars een palmtak in de hand.
Daarmee doen zij de oproep:
loop niet weg, leg je niet neer bij de feiten,
zoek wegen van leven, geloof in opstanding, hoop op verrijzenis.
Op deze oproep willen wij vandaag ingaan
met het oude gebruik van de palmwijding.
We wijden deze takken met het water waarmee mensen gedoopt worden,
het water waarmee de lichamen van onze overledenen besprenkeld worden.
Nieuw leven, dood, en toch weer leven.
Eeuwige God, + moge deze groene takken een uitnodiging tot Pasen zijn,
een oproep om verder te zien, om meer te beminnen, om sterker te hopen.
Moge ze een oproep zijn om de ogen niet te sluiten voor lijden en pijn,
maar om elkaar te sterken in het vertrouwen
dat er leven is over elk dood punt heen.
naar federatie Kana

Slottekst

Eén takje is ons genoeg.
Een palmtak geschoven achter het kruis
is voor ons een jaar lang teken
dat uit de dood leven verrijst.

Hoop in zicht,
een Mens om tegenaan te leunen,
een geloof om op te bouwen,
kruishout voor de deuken van het leven.

Eén takje is ons genoeg:
de tijd is gekomen
om uit onze angst te stappen
en onze toekomst in de handpalm
van zijn hand te schrijven.

Evangelie (Mc 11, 1-10)

Toen Jezus en zijn leerlingen dicht bij Jeruzalem waren, bij Betfage en Betanië, tegen de Olijfberg aan, stuurde Jezus twee van zijn leerlingen eropuit
2    met de opdracht: `Ga naar het dorp daar vlak voor je. Meteen als je er binnenkomt, zul je een veulen vinden dat vastgebonden staat en waarop nog geen mens gezeten heeft. Maak het los en neem het mee.
3    Als iemand tegen jullie zegt: ` `Wat doen jullie daar?” zeg dan: ` `De Heer heeft het nodig; Hij stuurt het meteen weer terug.” ‘
4    Ze gingen weg en vonden een veulen, vastgebonden bij een deur, buiten aan de straat, en ze maakten het los.
5    Sommige omstanders zeiden tegen hen: `Wat doen jullie daar, waarom maken jullie dat veulen los?’
6    Ze antwoordden hun zoals Jezus gezegd had. En ze lieten hen hun gang gaan.
7    Ze namen het veulen mee naar Jezus, wierpen er hun kleren overheen, en Hij ging erop zitten.
8    Velen spreidden hun kleren uit op de weg, anderen deden hetzelfde met twijgen die ze op het veld gesneden hadden.
9    Zowel de mensen die voorop gingen als die volgden, schreeuwden: `Hosanna!
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.
10 Gezegend het koninkrijk dat komen gaat, van onze vader David.
Hosanna in de hoogste hemel!

of:

Evangelie (Joh, 12, 12-16)

Als afsluiting van deze palmwijding luisteren wij naar het verhaal van Jezus’ in­tocht in Jeru­zalem.

12 De volgende dag hoorde de menigte feestgangers dat Jezus toch naar Jeruzalem kwam, en in groten getale
13 trokken ze Hem met palmtakken tegemoet. Ze riepen almaar:  `Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer: de koning van Israël!’
14 Jezus wist een ezeltje te vinden en ging erop zitten, zoals geschreven staat:
15  Vrees niet, dochter Sion! Zie, uw koning komt, gezeten op een ezelsveulen.
16 Dit begrepen zijn leerlingen aanvankelijk niet; maar toen Jezus verheerlijkt was, toen werd het hun duidelijk dat het geschreven stond met het oog op Hem en dat dit met Hem ook gebeurd was.

Gebed om ontferming

-Op die eerste Palmzondag, Heer,
waren er naast die feestvierders ook mensen die morden.
Het zou een misplaatste vorm van naïviteit zijn om te denken
dat iedereen op Gods Boodschap zat te wachten.
Zo vergaat het ook ons soms:
op bepaalde momenten zitten we niet bepaald te wachten
op wat Gij ons te zeggen hebt.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
de radicaliteit van uw Boodschap valt ons soms zwaar op de maag.
Dan is er bij ons weinig te merken van een Hosannastemming.
Ons christen zijn staat dan vaak op een laag pitje.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
wij laten ons zo graag meevoeren op de golven van succes
naar de normen van onze – vaak materialistische – maatschappij.
Om populair te zijn huilen we soms moeiteloos mee met de wolven in het bos:
je leeft maar één keer en zorg dat je zo veel mogelijk geniet.
Maar hoe we het ook draaien of keren, vaak is dit ten koste van anderen.
Op zo ’n momenten hebben we geen oog of oor voor de mensen in nood,
voor de zwakken.
We staan te weinig erbij stil dat ons gedrag, ons tekort aan naastenliefde,
anderen de dood injaagt, soms letterlijk,
denken we maar aan de vele vluchtelingen
die de laatste jaren verdronken.
Om ons tekort aan echte moed om oplossingen te zoeken
die een menswaardige wereld garanderen voor iedereen,
vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Heer, vergeef ons onze lauwheid en onze gemakzucht
en leer ons opkomen voor uw Rijk.

Openingsgebed 1

God en Vader,
in Jezus van Nazareth hebt Gij voorgoed een gezicht gekregen.
Vandaag huldigen wij Hem als onze Koning.
Wij willen Hem dienen door ook ons te laten aanvuren door zijn Geest.
Zo kunnen wij op onze beurt anderen begeesteren.
Wil ons daartoe de kracht geven, God,
vandaag, in de Goede Week die vóór ons ligt
en alle dagen van ons leven. Amen.
naar Bas Rentmeester en Huub Schumacher

Openingsgebed 2

God, onze Vader
vandaag herdenken we
hoe Jezus door zijn tijdgenoten
werd toegejuicht als een Koning,
die kwam in uw naam.
Maak ons hart waakzaam en moedig
dat we niet vergeten dat zijn koningschap
niet gebouwd was op macht,
maar op dienstbaarheid en trouw aan uw liefde,
tot het einde toe,
zelfs als mensen Hem wilden doden.
Dit vragen we voor vandaag en alle dagen,
tot in eeuwigheid. Amen.
Kana

Lezingen

– In de eerste lezing legt Paulus ons de betekenis uit van wat wij in deze Goede Week herdenken. (Fil. 2,6-11)
– Daarna luisteren wij naar het lijdensverhaal zoals Marcus het heeft opgetekend.

Eerste lezing (Jes. 50, 4-7)

4 De Heer God heeft mij als een leerling leren spreken,
om uitgeputte mensen te kunnen bijstaan.
Met een woord wekt Hij mij in de ochtend,
in de ochtend wekt Hij mijn oor om als een leerling toe te horen.
5 De Heer God heeft mijn oor geopend,
en ik heb mij niet verweerd,
ik ben niet teruggedeinsd.
6 Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan,
en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten;
mijn gezicht heb ik niet onttrokken
aan beschimping en bespuwing.
7 De Heer God staat mij bij,
daarom kom ik niet bedrogen uit;
daarom maak ik mijn gezicht hard als een steen,
omdat ik weet dat ik niet beschaamd zal worden.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Fil. 2, 6-11)

6 Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
7 Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
8 heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.
9 Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
10 opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
11 en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.
KBS Willibrord 1995

Inleiding op het lijdensverhaal

Wat vandaag een reden is om blij te zijn
en Jezus jubelend tegemoet te treden
wordt in de loop van deze week
reden tot droefheid.
Omdat Hij de kant van de minsten koos
en voor velen goed was,
omdat Hij een ander beeld van God aanreikte
en het geloof voor Hem een levenshouding was
eerder dan een slaafs opvolgen van wetten en regels,
werd Hij niet begrepen
en beschouwd als een gevaarlijk iemand die het gezag ondermijnde.
Daarom moest Hij verdwijnen.

Voor Jezus’ lijdensweg waren mensen verantwoordelijk…
Mensen die hem in de steek lieten en bespotten…
Mensen die Hem verloochenden…
Mensen die Hem verraadden…
Mensen zoals jij en ik…?!

Evangelie (Mc. 14, 1-15, 47)


14 1   Twee dagen later zou het Pasen zijn, het feest van de ongedesemde broden. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten een gelegenheid om Hem met een list in handen te krijgen en ter dood te brengen.
2    Want ze zeiden: `Niet op het feest, er moet geen opschudding onder het volk ontstaan.’
3    Toen Hij in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, en daar aanlag, kwam een vrouw met een albasten flesje echte, kostbare nardusbalsem. Ze brak het flesje en goot het leeg over zijn hoofd.
4    Sommigen zeiden verontwaardigd tegen elkaar: `Waar was de verspilling van die balsem nu goed voor?
5    Want die had voor meer dan driehonderd denariën verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.’ Ze voeren tegen haar uit.
6    Maar Jezus zei: `Laat haar. Wat maken jullie het haar toch lastig? Ze heeft een goed werk gedaan aan Mij.
7    Want de armen heb je altijd bij je, en zo vaak je wilt kun je hun goed doen, maar Mij heb je niet altijd bij je.
8    Ze heeft gedaan wat zij kon. Bij voorbaat heeft ze mijn lichaam gezalfd met het oog op mijn begrafenis.
9    Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld de goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’
10  Judas Iskariot, een van de twaalf, ging naar de hogepriesters om Hem over te leveren
11  Toen ze dat hoorden, waren ze daarmee ingenomen en ze beloofden hem geld te geven. Hij zocht naar een goede gelegenheid om Hem over te leveren.

Voorbereiding van het paasmaal

12
Op de eerste dag van het feest van de ongedesemde broden, wanneer men het paaslam slachtte, zeiden zijn leerlingen tegen Hem: `Waar wilt U dat wij voorbereidingen gaan treffen voor het paasmaal?’
13  Daarop stuurde Hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: `Ga naar de stad. Daar zal jullie iemand tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem,
14  en zeg waar hij binnengaat tegen de heer des huizes: ` `De meester laat vragen: Waar is de kamer waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? ”
15  Hij zal jullie een ruime bovenzaal wijzen, die ingericht is en op orde gebracht. Maak het daar voor ons klaar.’
16  De leerlingen gingen weg en kwamen in de stad. Ze troffen het aan zoals Hij hun gezegd had, en ze maakten het paasmaal klaar.

Laatste avondmaal

17  Toen de avond gevallen was, kwam Hij met de twaalf.
18  Toen ze aan tafel waren gegaan, zei Jezus onder het eten: `Ik verzeker jullie, een van jullie, die nu met Mij eet, zal Mij overleveren.’
19  Zij werden bedroefd en de een na de ander zei tegen Hem: `Ik toch niet?’
20  Maar Hij zei hun: `Een van de twaalf, die met Mij zijn hand in de schaal doopt.
21  De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens, door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter voor die mens zijn, als hij niet geboren was.’
22  Tijdens de maaltijd nam Hij een brood, sprak de zegenbede uit, brak het brood, gaf het hun en zei: `Neem het, dit is mijn lichaam.’
23  Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die beker; ze dronken er allen uit.
24  En Hij zei hun: `Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten.
25  Ik verzeker jullie, Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot de dag waarop Ik de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van God.’
26  Na het zingen van de psalmen gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg.

Ze zullen allemaal ten val komen

27
Toen zei Jezus tegen hen: `Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen zullen verstrooid worden.
28  Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’
29  Maar Petrus zei tegen Hem: `Ook al komen ze allemaal ten val, ik zeker niet.’
30  Jezus zei tegen hem: `Ik verzeker je: vandaag, in deze nacht, nog voordat de haan twee keer kraait, zul jij Me drie keer verloochenen.’
31  Maar hij verklaarde met nog meer nadruk: `Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ Dat zeiden ze allemaal.

In Getsemane

32 Ze kwamen bij een plek die Getsemane heet, en Hij zei tegen zijn leerlingen: `Ga hier zitten, terwijl Ik ga bidden.’
33  En Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon angstig en onrustig te worden,
34  en zei tegen hen: `Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker.’
35  Hij ging een eindje verder en wierp zich op de grond. Hij bad dat dit uur, als het mogelijk was, aan Hem voorbij zou gaan.
36  `Abba, Vader,’ bad Hij, `U kunt alles. Neem deze beker van Mij weg. Maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt.’
37  Hij ging terug en vond hen in slaap, en Hij zei tegen Petrus: `Simon, slaap je? Kon je niet één uur wakker blijven?
38  Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken. De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.’
39  Hij ging weer bidden met dezelfde woorden.
40  Toen Hij weer terugkwam, vond Hij hen wederom in slaap, want hun ogen waren zwaar, en ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden.
41  Hij kwam voor de derde keer en zei tegen hen: `Slaap nu maar rustig verder. Het is voorbij. Het uur is gekomen; nu wordt de Mensenzoon overgeleverd in de handen van de zondaars.
42  Sta op, laten we gaan. Kijk, hij die Mij overlevert, komt eraan.’

Arrestatie van Jezus

43 Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Judas aan, een van de twaalf, en hij had een hele bende bij zich met zwaarden en knuppels, gestuurd door de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten.
44  Hij die Hem overleverde, had een teken met hen afgesproken: `Die ik zal kussen, die is het. Grijp Hem en zet Hem veilig vast.’
45  Toen hij eraan kwam, ging hij recht op Hem af en zei: `Rabbi’, en kuste Hem.
46  Ze grepen Hem en overmeesterden Hem.
47  Een van de omstanders trok zijn zwaard, sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem een oor af.
48  Daarop zei Jezus: `Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en knuppels op Mij afgekomen om Mij in handen te krijgen.
49  Dag in dag uit gaf Ik bij u in de tempel onderricht, en u hebt Me niet opgepakt. Maar de Schriften moeten in vervulling gaan.’
50  Ze lieten Hem allemaal in de steek en vluchtten weg.
51  Een jongeman volgde Hem met slechts een linnen doek om het naakte lijf; ze grepen hem vast.
52  Maar hij liet de doek achter en vluchtte naakt weg.

Verhoor door de hogepriester.

53 Ze brachten Jezus naar de hogepriester, en alle hogepriesters en oudsten en schriftgeleerden kwamen bij elkaar.
54  Petrus was Hem op een afstand gevolgd tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester, en hij zat zich daar tussen de knechten bij het vuur te warmen.
55  De hogepriesters en heel het Sanhedrin zochten getuigenissen tegen Jezus om Hem ter dood te kunnen brengen, maar ze vonden niets.
56  Want velen legden wel een valse verklaring tegen Hem af, maar hun getuigenissen waren niet afdoende.
57  Ook stonden er enkelen tegen Hem op met de valse verklaring:
58  `We hebben Hem horen zeggen: ` `Ik zal deze door mensenhanden gemaakte tempel afbreken en in drie dagen een andere opbouwen, die niet door mensenhanden gemaakt is.” ‘
59  Maar zelfs dit getuigenis was niet afdoende.
60  De hogepriester trad naar voren en stelde Jezus de vraag: `U antwoordt niets? Wat brengen ze wel niet tegen U in!’
61  Maar Hij bleef zwijgen en antwoordde niets. Weer stelde de hogepriester Hem een vraag en zei tegen Hem: `Bent u de Messias, de Zoon van de Gezegende?’
62  Jezus zei: `Ja, dat ben Ik, en u zult de Mensenzoon zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel.’
63  De hogepriester scheurde zijn kleren en zei: `Waarvoor hebben we nog getuigen nodig?
64  U hebt de godslastering gehoord. Wat vindt u?’ Allen oordeelden dat Hij de doodstraf verdiend had.
65  Sommigen begonnen Hem te bespuwen, deden Hem een blinddoek voor, sloegen Hem dan en zeiden: `Profeteer nu eens!’ De knechten gaven Hem een afranseling.

Verloochening door Petrus

66 Terwijl Petrus beneden op de binnenplaats was, kwam daar een slavin van de hogepriester aan.
67  Toen ze Petrus zag, die zich zat te warmen, keek ze hem aan en zei: `Jij was ook bij die Jezus van Nazaret.’
68  Maar hij ontkende dat: `Ik weet niet, ik begrijp niet waar je het over hebt.’ En hij ging naar buiten naar de voorhof. En er kraaide een haan.
69  Toen de slavin hem daar zag, begon ze opnieuw en zei tegen de omstanders: `Dat is een van hen.’
70  Hij ontkende opnieuw. Na een tijdje zeiden de omstanders op hun beurt tegen Petrus: `Jij hoort inderdaad bij Hem, want je bent ook een Galileeër.’
71  Hij begon te vloeken en te zweren: `Ik ken die man niet over wie jullie het hebben.’
72  Meteen kraaide voor de tweede keer de haan. En Petrus herinnerde zich wat Jezus hem gezegd had: `Voordat de haan twee keer kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ Hij barstte in tranen uit.

Voor Pilatus

15 1 Toen de hogepriesters met de oudsten, de schriftgeleerden en heel het Sanhedrin meteen ’s morgens vroeg een besluit genomen hadden, boeiden ze Jezus, voerden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus.
2    Pilatus stelde Hem de vraag: `Bent U de koning van de Joden?’ Hij gaf hem ten antwoord: `U zegt het zelf.’
3    De hogepriesters brachten vele beschuldigingen tegen Hem in.
4    Pilatus stelde Hem nogmaals een vraag: `Antwoordt U niets? Kijk waar ze U allemaal van beschuldigen.’
5    Jezus antwoordde niets meer, tot verbazing van Pilatus.
6    Bij een feest liet hij gewoonlijk één gevangene vrij, degene om wie ze vroegen.
7    Een zekere Barabbas zat toen gevangen, samen met de oproerlingen die bij het oproer een moord hadden gepleegd.
8    De menigte kwam de trappen op en begon te vragen dat hij voor hen zou doen wat hij altijd deed.
9    Pilatus antwoordde hun: `Wilt u dat ik u de koning van de Joden vrijlaat?’
10  Want hij merkte dat de hogepriesters Hem uit afgunst overgeleverd hadden.
11  Maar de hogepriesters hitsten de menigte op, dat hij liever Barabbas moest vrijlaten.
12  Waarop Pilatus hun weer zei: `Wat wilt u dan dat ik doe met Hem die u de koning van de Joden noemt?’
13  Zij schreeuwden terug: `Kruisig Hem!’
14  Pilatus zei tegen hen: `Wat voor kwaad heeft Hij dan eigenlijk gedaan?’ Maar zij schreeuwden nog harder: `Kruisig Hem!’
15  Omdat Pilatus het volk tevreden wilde stellen, liet hij Barabbas vrij, en Jezus liet hij geselen en leverde hij over om gekruisigd te worden.

Bespotting en kruisiging

16 De soldaten namen Hem mee in het paleis, dat wil zeggen: het pretorium, en ze riepen heel de cohort bij elkaar.
17  Ze deden Hem een purperen mantel om, vlochten een krans van doorns en zetten Hem die op.
18  Ze begonnen Hem de groet te brengen: `Gegroet, koning van de Joden!’
19  Ze sloegen Hem met een rietstok op het hoofd, spuwden Hem in het gezicht, en knielden voor Hem neer om Hem te huldigen.
20  Toen ze zo de spot met Hem gedreven hadden, namen ze Hem de purperen mantel af en deden Hem zijn eigen kleren weer aan. Toen brachten ze Hem naar buiten om Hem te kruisigen.
21  Ze dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene, die van zijn akker kwam, de vader van Alexander en Rufus, om zijn kruis te dragen.
22  Ze brachten Hem naar de plaats Golgota, wat vertaald wordt met Schedelveld.
23  Ze gaven Hem wijn met mirre, maar Hij nam die niet aan.
24  Ze kruisigden Hem en ze dobbelden om zijn kleren om te zien wie wat zou krijgen.
25  Het was het derde uur, toen ze Hem kruisigden.
26  Het opschrift met de reden van zijn veroordeling luidde: De koning van de Joden.
27  Samen met Hem kruisigden ze twee bandieten, één rechts en één links van Hem.
29  De voorbijgangers lasterden Hem en zeiden hoofdschuddend: `Ha, jij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,
30  red jezelf en kom van het kruis af.’
31  In dezelfde trant dreven ook de hogepriesters samen met de schriftgeleerden onder elkaar de spot met Hem: `Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden.
32  De Messias, de koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen, zodat we zien en geloven.’ Ook degenen die samen met Hem gekruisigd waren, maakten beledigende opmerkingen tegen Hem.

Jezus’ dood

33 Toen het zesde uur aangebroken was, viel er duisternis over het hele land, tot aan het negende uur.
34  Op het negende uur riep Jezus met luide stem: `Eloi, Eloi, lema sabachtani?’ Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?
35  Sommige omstanders die het gehoord hadden, zeiden: `Hoor, Hij roept Elia!’
36  Een van hen rende weg, doopte een spons in wijn, stak die op een rietstok en wilde Hem te drinken geven. `Laten we eens kijken of Elia Hem eraf komt halen’, zei hij.
37  Maar Jezus had, na het slaken van een luide kreet, de Geest gegeven.
38  Het voorhangsel in de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën.
39  Toen de centurio die tegenover Hem stond, zag dat Hij op deze manier de geest gaf, zei hij: `Inderdaad, die man was de Zoon van God.’

Begrafenis van Jezus

40 Op een afstand stonden er ook vrouwen toe te kijken, onder wie Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus de jongere en Joses, en Salome,
41  die Hem waren gevolgd toen Hij in Galilea was en Hem onderhouden hadden, en nog veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem waren opgetrokken.
42  En toen het avond geworden was – het was voorbereidingsdag, dat wil zeggen de dag vóór de sabbat –
43  durfde Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de raad, die zelf ook leefde in de verwachting van het koninkrijk van God, het aan om naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen.
44  Pilatus was verbaasd dat Hij al dood zou zijn, en hij riep de centurio bij zich en vroeg hem of Hij al gestorven was.
45  Toen hij dat van de centurio vernomen had, gaf hij het lijk aan Jozef.
46  Deze kocht een linnen doek, nam Hem van het kruis af, en wikkelde Hem in het linnen; hij legde Hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen, en hij rolde een steen voor de ingang van het graf.
47  Maria van Magdala en Maria van Joses keken toe waar Hij werd neergelegd.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken wij nu ons geloof uit in God
die in ons midden is als Vader, Zoon en H. Geest.

Ik geloof in Hem die wij noemen: Ik zal er zijn voor u.

Hij is de Kern, de Bron van al wat bestaat.
Op Hem wil ik mij richten
en zijn voorbeeld maken
tot de leidraad van mijn leven.

Ik geloof in Jezus.

In Hem heeft onze God een menselijk gelaat gekregen.
In Hem is de belofte van de Vader werkelijkheid geworden.
Ik geloof dat Hij niet vergeefs heeft geleefd
en niet vergeefs is gestorven,
maar dat Hij elke dag opnieuw verrijst
in mensen die zijn liefde belichamen.

Ik geloof in zijn Geest,

die ook vandaag mensen bezielt,
die hen aanzet om zijn manier van leven
tot de hunne te maken,
om de weg te gaan van breken en delen,
van goedheid en verbondenheid,
van recht en vrede,
altijd weer ten bate van iedereen. Amen.

Voorbeden 1

God, terwijl wij opzien naar het kruis,
bidden wij: neem ons bij de hand
wanneer wij proberen de weg van Jezus te gaan.

-Bidden we voor onze wereld
waar vaak slechts de winnaars tellen.
Bidden we voor kinderen, die niet meetellen,
voor vrouwen en mannen, misbruikt en gekleineerd;
voor ouderen, afgeschreven,
en zieken, aan hun lot overgelaten.
Moge zij allen behandeld worden als individuen
die echt hebben op een menswaardig leven
en wiens stem telt.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onze maatschappijen,
waar het woordgeweld van de een de ander tot zwijgen dwingt.
Bidden we voor de slachtoffers van die grote monden;
voor mensen die – waar ook ter wereld –
met opzet arm en klein worden gehouden;
voor politieke gevangenen en vluchtelingen;
voor alle vermisten, met geweld afgevoerd
en niemand weet waarheen.
Heer, leer het woord ‘naastenliefde’ het woord voeren.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onze wereld,
waar groots en meeslepend de hoogste ogen gooit.
Bidden we voor de zachte krachten, de stille werkers,
die doen wat hun hart hen ingeeft;
voor hen die – in het klein en in eigen omgeving –
zich het lot aantrekken van de kansarmen
en opkomen voor de weerlozen;
voor allen die van de zorg voor anderen
hun beroep hebben gemaakt.
Heer, moge uw voorbeeld van dienende liefde de boventoon voeren.

-Bidden we voor onszelf, hier aanwezig.
Dat wij elkaar respecteren en zorg dragen voor elkaars welzijn;
dat wij liever dienen dan gediend te worden.
Dan kan uw Rijk, bij het einde van deze veertigdagentijd,
onder ons groeien.
Laten wij bidden…
Kerk in Herent

Voorbeden 2

In verbondenheid met Jezus
die tot op het kruis op God bleef vertrouwen,
willen wij bidden.

-Bidden we om troost en bemoediging
aan alle mensen die een zwaar kruis hebben te dragen.
Help ons het leed van onze naasten te verlichten
en maak ons bereid mee te werken
aan het wegnemen van de oorzaken van lijden dat niet nodig is.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor de mensen
die ook nu nog worden gemarteld en gevangen genomen vanwege hun geloof
of hun inzet voor mensen.
Geef hen de kracht om vol te houden
en maak ons moedig om voor hen op te komen.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor leiders van Kerk en samenleving.
Dat ze hun macht gebruiken in dienst van mensen,
vooral in dienst van mensen die het moeilijk hebben,
door welke omstandigheden ook.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor mensen die beroepsmatig moeten oordelen over anderen.
Dat ze in eer en geweten zouden handelen
en aan allen die erbij betrokken zijn,
een eerlijk kans zouden geven op een leefbare toekomst.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor de zo vele steden en gebieden
waar oorlog, verdachtmakingen  en geweld het dagelijkse leven bepalen van
kinderen, vouwen en mannen.
In het bijzonder bidden we voor de stad Jeruzalem.
Joden, moslims en Palestijnen noemen haar hun heilige stad,
maar in plaats van haar samen te delen als hun hoofdstad van geloof,
gunnen ze elkaar geen centimeter
en kloppen ze elkaar doornenkronen op het hoofd.
Laat hen in deze voorbereidingstijd naar Pasen inzien
dat Jeruzalem dé stad bij uitstek van vrede kan worden en zijn
als mensen ertoe bereid zijn naar elkaar te luisteren in liefde en begrip,
en zonder machtsmisbruik.
Laten wij bidden…

God,
net als Jezus willen wij ons leven in uw handen leggen.
Wil ons helpen om ons eigen kruis te dragen
en om dat van anderen te helpen dragen.
Dit vragen we U,
in naam van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 1

God,
in brood en wijn klinkt opnieuw de Boodschap van Jezus, uw Zoon.
Hij werd vernederd en gebroken,
maar wij weten en geloven
dat zijn dood niet het einde was.
Voed ons daarom met zijn Woorden, met zijn gaven.
Maak ons tot mensen naar uw hart.
Laat ons een beker wijn zijn voor elkaar.
Zegen daartoe ook deze gaven
en geef ons een open oog en een warm hart
om uw wereld in te richten tot een huis voor alle mensen,
een tafel waaraan iedereen welkom is. Amen.
naar Ten Bos

Gebed over de gaven 2

God en Vader,
in brood en wijn gedenken wij Jezus,
uw Dienstknecht, uw Uitverkorene,
vernederd tot in de dood,
verheven tot nieuw leven met U.
Voed ons met deze gaven,
richt ons op
en maak ons tot mensen naar uw hart. Amen.

Tafelgebed

Hoe moeten wij U danken, Vader,
voor het geluk dat ons geopenbaard werd
in Jezus, uw Zoon.
Met Hem willen wij U danken
dat Gij uw Boodschap verkondigd hebt
aan de kleinen en de eenvoudigen.
Met Hem willen wij U danken
dat Gij voor ons toekomst opent
en ons leven, hoop en uitzicht geeft.
Daarom loven en prijzen wij U
en noemen U:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.
 
Een Mens bij uitstek was Hij, Jezus van Nazareth,
ingehaald als een koning,
toegezwaaid met palmen, toegezongen met ‘Hosanna’;
daarna verguisd
omdat zijn Koningschap niet van deze wereld was.

Koninklijk in de waarheid,
prachtig in de liefde,
een en al zorg voor misdeelden en onderdrukten,
voor weerlozen en zieken,
voor iedereen.
Zo was en is Hij, Jezus, onze Heer.

Hoor, God, onze woorden van dank om Koning Jezus,
die het als zijn roeping zag
om, overal waar Hij kwam, te dienen,
die de eenvoud van een ezel verkoos
boven macht over mensen.

Hij baande voor ons de weg.
Wij bidden dat wij die weg kunnen gaan:
een weg van eenvoud,
een weg van dienen,
een koninklijke weg van zorg voor elkaar.

Om ons te helpen die weg te gaan,
wou Hij voor altijd bij ons blijven.
Daarom gaf Hij, vlak voor Hij heenging,
een teken van zijn blijvende aanwezigheid in ons midden.
Hij nam wat brood, sprak een dankgebed uit,
brak het en deelde het rond en zei:
“Neem het en eet ervan,
want dit is mijn Lichaam, mijn Leven,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Zo deed Hij ook met de wijn,
liet hem rondgaan en zei:
“Drink uit deze beker.
Het is de beker van een nieuw Verbond:
van verbondenheid tussen mensen
als sacrament van Gods verbondenheid met alle mensen.
Dit mijn Bloed,
vergoten tot verzoening, tot vrede op aarde.

Doe dit in de toekomst telkens opnieuw:
breek met elkaar brood en deel wijn rond
terwijl jullie Mij gedenken.
Dan zal Ik leven in jullie midden.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Als wij dan eten van dit Brood…

Beziel ons met uw Geest, Heer.
Dan zullen wij, geïnspireerd door uw voorbeeld,
elkaar bewaren
en met elkaar bouwen aan meer menswaardigheid,
niet zwichten voor macht en eigenbaat
maar waakzaam zijn om tekenen van hoop te zien.
Moge wijzelf zo’n teken worden.

God, wij danken U om dit teken van uw nabijheid.
Mogen wij het verhaal van Jezus, uw Zoon,
onder ons levend houden
en daaruit de moed putten
steeds opnieuw de weg te gaan
van Palmzondag naar Pasen,
ook al kunnen wij niet om Goede Vrijdag heen.

Om die moed en die hoop willen wij samen bidden
met de woorden die Jezus zelf ons heeft aangereikt:

Onze Vader,…

Laat uw aangezicht over ons lichten, God,
en keer U tot ons.
Breng het goede dat in ons sluimert tot leven,
wek Jezus op in ons hart,
wek in ons zijn liefde en wijsheid,
zijn vergevingsgezindheid en geduld.
Dan zullen we weer hoopvol kunnen wachten op Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het Koninkrijk…

Vredeswens 1

In een wereld waar de macht regeert,
de winnaar telt,
ging Jezus het smalle pad van eenvoud en dienstbaarheid,
en vond daarin zijn vrede.
Die vrede zij altijd met U
En wensen wij elkaar die Jezusvrede van harte toe.

Vredeswens 2

Elkaars kruis helpen dragen,
niet voor het oog van een ander maar om te dienen,
zo helpen wij in onze wereld
goedheid en gerechtigheid groeien.
Voor elkaar een hart hebben,
verzacht lijden en verdriet.
Zo deed Jezus ons voor.
Zo wordt zijn droom van vrede en rechtvaardigheid
nu al werkelijkheid.
Die vrede zij altijd met U
En wensen wij elkaar die Jezusvrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

In een gebaar van uiterste liefde
vatte Jezus tijdens het Laatste Avondmaal
zijn leven samen en ook zijn levenshouding van zelfgave:
Hij brak brood en reikte het aan:
‘Neem het, dit is mijn Lichaam voor u’
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Zou het vandaag gebeuren,
dan liet Hij Zich niet vervoeren in een glanzend zwarte Mercedes,
noch in een witte pausmobiel.
Hij zou komen op een roestige landbouwtrekker,
of op een laadbak van zo ’n vrachtwagen
waarmee Zuid-Amerikaanse landarbeiders naar hun werk worden gebracht,
zo iets.
Zoals gezegd door de profeet:
‘Zie uw Koning komt tot u,
zachtmoedig en gezeten op een ezel, op een veulen,
het jong van een lastdier.’
Zijn Koningschap is zachtmoedigheid.
Het zal spoedig blijken.
Kees Pannekoek

Bezinning 2

Zondagsdrukte op de wegen,
mensen in bonte pakken
om te sporten, om te niksen…
Zalig, zo’n zondagmorgen in de lente.

En toch gaan mensen op zo’n zondag
met een palmtakje in de hand.
Met dat stukje groen
dragen zij gedachten mee,
gedachten uit een ver verleden
om nu nog van te leven:
dat een lieve Zoon van God
is terechtgekomen in mensenhanden,
een speelbal werd tussen ‘Hosanna’ en ‘Kruisig Hem’.

Die mensen op een zondagmorgen
met een palmtak in de hand,
zijn dat niet vergeten.
Zij weten zich een minuscule schakel
op de lange weg van de mensheid,
om doorheen alle pijn en alle tragedie,
almaardoor te groeien
naar die paaszondagmorgen,
naar dat lege graf in een tuin,
een eind voorbij Golgota.

Bezinning 3

uit het ” Testament van Jezus “

Het testament van Jezus
aan allen die van goede wil zijn.

Mijn leven is voorbij.
Er is veel gebeurd
En dan komt het einde,
altijd onverwacht en te vroeg.

Ik heb gesproken en geleerd.
Ik heb naar u geluisterd
en u de weg gewezen.
Ik heb u genezen en geholpen en liefgehad.
Kortom, Ik was bij u.

Ik heb u verteld van mijn Vader,
van liefde en vergeving.
Ik heb u gezegd:
geen kwaad met kwaad te vergelden
maar oneindig vaak te vergeven.
Ik heb u verteld van de liefde
en ze u voorgeleefd.

Alles wat Ik u gezegd heb en wat Ik heb gedaan
is nu uw taak geworden.

Mijn kruis is ook het uwe,
mijn glorie zal ook de uwe zijn.

Dit is mijn Boodschap
aan ieder die van goede wil is.
Mullem

Slotgebed 1

“Hosanna! Gezegend is Hij die komt
in de naam van de Heer!”
Graag zou ik op dezelfde manier willen juichen, God,
wanneer ik Jezus mag ontmoeten
in de vriendschap en de zorg van medemensen.
Maar meestal is mijn geloof daar veel te klein voor.
Geef me daarom een nieuw hart
dat al zijn hoop op U durft stellen
en dat erop vertrouwt
dat Gij mij ten diepste gelukkig kunt maken.
Want alleen dan kan ook ik mijn leven geven voor anderen
en hen in uw naam liefdevol nabij zijn. Amen.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

Heer Jezus,
Gij hebt U niet vertoond in macht en majesteit.
Als een vredevorst zijt Gij gekomen
gezeten op een ezel.
Wij bidden U,
maak ons nederig en zuiver van hart,
zodat wij niet schreeuwen en beschuldigen,
en anderen niet langer de dood aandoen.
Laat ons de eenzame weg gaan
van oorlog naar vrede, van dood naar leven.
En als uw voorbeeld ons onrustig maakt
omdat het zoveel van ons vraagt,
weest Gij dan de kracht die ons bevrijdt uit onszelf
en ons tot meer in staat stelt dan wij durven vermoeden. Amen.

Slotgebed 3

Jezus,
eigenlijk leven wij in een wereld met twee gezichten.
Aan de ene kant veel leed en pijn:
een ongeluk op straat,
altijd wel ergens oorlog,
mensen die onschuldig in de gevangenis zitten.
Aan de andere kant blijheid en geluk:
mensen die elkaar een complimentje geven of bloemen.
Dat alles, Jezus, hebt Gijzelf ook meegemaakt:
vandaag wordt Ge ingehaald
met palmtakken en gejuich
en straks wordt Ge gevangen genomen.
Wij bidden U,
dat wij de goede momenten zoveel mogelijk met elkaar zouden vasthouden,
maar in moeilijke tijden elkaar ook niet zouden laten vallen. Amen.

Zending en zegen

Een palmtak is symbool van ons geloof.
Herinnering aan Jezus die dienstbaar werd tot in de dood.
Herinnering aan de onberekenbare mens
die takken sneed om Hem toe te juichen
en ’s anderendaags: “Kruisig Hem” riep.

Christelijk geloven is, zoals een palmtak,
gewijd, gezegend en naar huis gebracht…
Want christen zijn
is dienstbaar worden als de Heer,
in grote en kleine dingen,
en daarom gezegend worden door
+ de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Ga in vrede, neem een palmtakje mee naar huis
en geef het, als teken van hoop, een plaatsje bij het kruis.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.