Palmzondag B 2015

29 03 2015

Begroeting

Welkom in deze viering
waarin we ons tekenen met dat eeuwenoude symbool
dat mensen met elkaar en met God verbindt:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

We staan voor een bijzondere week.
Een week waarin wij de laatste levensdagen van Jezus,
dag na dag, mee van dichtbij willen beleven.
In die gave van zichzelf
toont Hij ons zijn Liefde tot het uiterste.
Toch krijgt zijn dood niet het laatste woord.
Zijn dood zal een doorgang zijn naar het eeuwige, het echte Leven.

Vandaag staan we stil bij Jezus’ intocht in Jeruzalem.
We stemmen in met wie roepen:
“Gezegend de Komende in de naam van de Heer”.
We luisteren ook naar het verhaal van zijn lijdensweg,
want alleen wie onder het kruis heeft gestaan,
weet wat verrijzen is.

Openingswoord 2

Palmzondag, de eerste dag van de Goede Week.
Een week die onze geschiedenis diepgaand heeft getekend.
Een week waarin we
krachtige mensen ontmoeten.
Een week ook
met schrijnende gebeurtenissen van verloochening en loslaten.
Een week die ons confronteert
met de dubbelzinnigheid van ons mens-zijn en ons christen-zijn,
dat schrille contrast:
vandaag ‘Hosanna’ en morgen ‘Weg met Hem’.
Omdat we vaak nalaten consequent te zijn
bidden we om vergeving.
hierna eerst vergevingsmoment

Gebed bij de palmwijding 1

Wij engageren ons vandaag nog meer dan anders
om Jezus te volgen op zijn levensweg,
niet alleen op de mooie, kostbare momenten,
maar ook wanneer onze keuze ons pijn doet en offers vraagt.
Want we geloven
dat, over alle moeite heen,
Iemand ons met tedere ogen aankijkt.

God,
zegen + deze groene palmen,
als teken van de nieuwe lente die Jezus heeft gebracht,
als teken van de doorbraak van uw Rijk.
Laat deze palmtakken een oproep zijn
om elke dag opnieuw uw Rijk van vrede en gerechtigheid uit te dragen,
thuis, in onze werkkring, in onze relaties, in de wereld.
Dat we uw visioen in ere houden
en meer nog: het werkelijkheid laten worden.
Dat we U door onze manier van samenleven begroeten in ons leven. Amen.

Gebed bij de palmwijding 2

Een eeuwenoude traditie:
op Palmzondag palmtakjes zegenen
en ze dan meenemen naar huis om ze een plaatsje te geven
achter  het kruisbeeld.
Deze palmtakjes verwijzen naar de vreugde
omdat we in Jezus de Messias hebben gevonden,
Hij die ons leven zin en toekomst geeft.
Maar tegelijk herinneren deze takjes ons
aan de tragiek en het onbegrip,
de pijn en het lijden die Jezus heeft moeten doorstaan,
en die mensen nog steeds moeten doorstaan
omwille van hun geloof en hun inzet
voor een meer rechtvaardige en liefdevolle wereld.

God, zegen + deze groene takken die de winter overleven,
zegen ze als hoopvolle tekens van leven op aarde.
Zegen deze palmen
en de huizen en kamers waarin ze straks een plaatsje krijgen.
Zegen de mensen die er wonen en die ons dierbaar zijn.
Zegen ook allen, God,
die in hun leven de weg van Jezus gaan
en op die weg met lijden worden geconfronteerd.
Zegen hen, zegen ons allen met uw liefde en vrede
in Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Slottekst

Eén takje is ons genoeg.
Een palmtak geschoven achter het kruis
is voor ons een jaar lang teken
dat uit de dood leven verrijst.

Hoop in zicht,
een Mens om tegenaan te leunen,
een geloof om op te bouwen,
kruishout voor de deuken van het leven.

Eén takje is ons genoeg:
de tijd is gekomen
om uit onze angst te stappen
en onze toekomst in de handpalm
van zijn hand te schrijven.

Evangelie (Mc 11, 1-10)

Toen Jezus en zijn leerlingen dicht bij Jeruzalem waren, bij Betfage en Betanië, tegen de Olijfberg aan, stuurde Jezus twee van zijn leerlingen eropuit
2           met de opdracht: `Ga naar het dorp daar vlak voor je. Meteen als je er binnenkomt, zul je een veulen vinden dat vastgebonden staat en waarop nog geen mens gezeten heeft. Maak het los en neem het mee.
3           Als iemand tegen jullie zegt: ` `Wat doen jullie daar?” zeg dan: ` `De Heer heeft het nodig; Hij stuurt het meteen weer terug.” ‘
4           Ze gingen weg en vonden een veulen, vastgebonden bij een deur, buiten aan de straat, en ze maakten het los.
5           Sommige omstanders zeiden tegen hen: `Wat doen jullie daar, waarom maken jullie dat veulen los?’
6           Ze antwoordden hun zoals Jezus gezegd had. En ze lieten hen hun gang gaan.
7           Ze namen het veulen mee naar Jezus, wierpen er hun kleren overheen, en Hij ging erop zitten.
8           Velen spreidden hun kleren uit op de weg, anderen deden hetzelfde met twijgen die ze op het veld gesneden hadden.
9           Zowel de mensen die voorop gingen als die volgden, schreeuwden: `Hosanna!
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.
10         Gezegend het koninkrijk dat komen gaat, van onze vader David.
Hosanna in de hoogste hemel!

Vergevingsmoment 1

-Heer,
niets is menselijker dan fouten maken.
Niets getuigt van meer liefde dan mekaar vergeving schenken.
Toch is dit soms zo moeilijk.
Als we vaak te koppig met mekaar omgaan,
vergeef ons dan, Heer.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
we vinden het zo evident dat alles goed gaat.
We staan er weinig of nooit bij stil
aan wie die gelukkige momenten te danken hebben.
Woorden als ‘dank je wel’ en ‘dat heb je goed gedaan’
nemen we vaak te weinig in de mond.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
we leven vaak heel egoïstisch.
Als wij het maar goed vinden, dan is het ook goed.
Wij vragen ons dan te weinig af of het ook voor anderen wel goed is.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Heer, vergeef ons ons tekortkomen
en laat ons steeds meer lijken op U. Amen.
naar Jocelyne Claeys
ergevingsmoment 2

-Omdat we Jezus liever op een afstand houden als we Hem zien aankomen,
omdat we Hem wel binnenlaten in de stad maar niet in ons hart,
omdat Hij voor ons dikwijls een Verre-Andere blijft,
vragen we:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Delen in de euforie van de mooie dagen,
zoals de inwoners van Jeruzalem, is gemakkelijk.
Maar zo zelden kunnen we het opbrengen
om ook trouw te blijven in kwade dagen,
om een gegeven woord, een belofte of een engagement, volledig na te komen.
Daarom vragen we:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Met Jezus Jeruzalem binnengaan… durven we dat?
We zijn bang voor het lijden, de spot, de kritiek als we Jezus volgen.
Omdat we al op de vlucht slaan nog vóór we in de stad aankomen,
vragen we:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed 1

Vader in de hemel,
als een koning is Jezus zijn lijden en dood tegemoet getreden,
uit liefde voor ons.
Aanvaard de hulde die wij Hem vandaag brengen.
Wij bidden dat ook wij
Jezus binnenhalen in ons leven,
maar dan als Diegene
die ons bevrijdt van alles wat de liefde in de weg staat.
Dit vragen wij U vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.

Openingsgebed 2

God zegt tot ons:
“Jullie maken het wel moeilijk
voor die Zoon van Mij.
Vandaag juichen jullie Hem toe
als de nieuwe koning
en bieden jullie Hem een prachtige intrede aan
met jullie mantels als rode loper
en met palmtakken in de hand.
Maar volgende week zal van dat alles
nog weinig overblijven.
Jullie zullen ook dan nog wel langs de kant staan,
maar dan niet meer om Jezus toe te juichen,
maar om Hem na te staren
wanneer Hij opnieuw door de straten loopt
met een kruis op zijn schouders.
Willen jullie Hem ook dan nog achterna gaan?
En geloven jullie dat ook die ontmoeting ‘nieuw leven’ geeft?”
naar Erwin Roosen

Lezingen

– In de eerste lezing legt Paulus ons de betekenis uit van wat wij in deze Goede Week herdenken. (Fil. 2,6-11)
– Daarna luisteren wij naar het lijdensverhaal zoals Marcus het heeft opgetekend.

Eerste lezing (Jes. 50, 4-7)

4 De Heer God heeft mij als een leerling leren spreken,
om uitgeputte mensen te kunnen bijstaan.
Met een woord wekt Hij mij in de ochtend,
in de ochtend wekt Hij mijn oor om als een leerling toe te horen.
5 De Heer God heeft mijn oor geopend,
en ik heb mij niet verweerd,
ik ben niet teruggedeinsd.
6 Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan,
en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten;
mijn gezicht heb ik niet onttrokken
aan beschimping en bespuwing.
7 De Heer God staat mij bij,
daarom kom ik niet bedrogen uit;
daarom maak ik mijn gezicht hard als een steen,
omdat ik weet dat ik niet beschaamd zal worden.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Fil. 2, 6-11)

6 Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
7 Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
8 heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.
9 Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
10 opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
11 en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.
KBS Willibrord 1995

Inleiding op het lijdensverhaal 1

Omdat Jezus van Nazareth een struikelsteen was
voor de kerkelijke autoriteiten van zijn tijd,
omdat Hij een blok was aan hun been,
besloten zij Hem uit de weg te ruimen.
Zij betaalden Judas, één van de twaalf, dertig zilverlingen voor het verraad.

Inleiding op het lijdensverhaal 2

Wat vandaag een reden is om blij te zijn
en Jezus jubelend tegemoet te treden
wordt in de loop van deze week
reden tot droefheid.
Omdat Hij de kant van de minsten koos
en voor velen goed was,
omdat Hij een ander beeld van God aanreikte
en het geloof voor Hem een levenshouding was
eerder dan een slaafs opvolgen van wetten en regels,
werd Hij niet begrepen
en beschouwd als een gevaarlijk iemand die het gezag ondermijnde.
Daarom moest Hij verdwijnen.

Voor Jezus’ lijdensweg waren mensen verantwoordelijk…
Mensen die hem in de steek lieten en bespotten…
Mensen die Hem verloochenden…
Mensen die Hem verraadden…
Mensen zoals jij en ik…?!

Evangelie (Mc. 14, 1-15, 47)

14 1      Twee dagen later zou het Pasen zijn, het feest van de ongedesemde broden. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten een gelegenheid om Hem met een list in handen te krijgen en ter dood te brengen.
2           Want ze zeiden: `Niet op het feest, er moet geen opschudding onder het volk ontstaan.’
3           Toen Hij in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, en daar aanlag, kwam een vrouw met een albasten flesje echte, kostbare nardusbalsem. Ze brak het flesje en goot het leeg over zijn hoofd.
4           Sommigen zeiden verontwaardigd tegen elkaar: `Waar was de verspilling van die balsem nu goed voor?
5           Want die had voor meer dan driehonderd denariën verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.’ Ze voeren tegen haar uit.
6           Maar Jezus zei: `Laat haar. Wat maken jullie het haar toch lastig? Ze heeft een goed werk gedaan aan Mij.
7           Want de armen heb je altijd bij je, en zo vaak je wilt kun je hun goed doen, maar Mij heb je niet altijd bij je.
8           Ze heeft gedaan wat zij kon. Bij voorbaat heeft ze mijn lichaam gezalfd met het oog op mijn begrafenis.
9           Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld de goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’
10         Judas Iskariot, een van de twaalf, ging naar de hogepriesters om Hem over te leveren
11         Toen ze dat hoorden, waren ze daarmee ingenomen en ze beloofden hem geld te geven. Hij zocht naar een goede gelegenheid om Hem over te leveren.

Voorbereiding van het paasmaal

12
        Op de eerste dag van het feest van de ongedesemde broden, wanneer men het paaslam slachtte, zeiden zijn leerlingen tegen Hem: `Waar wilt U dat wij voorbereidingen gaan treffen voor het paasmaal?’
13         Daarop stuurde Hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: `Ga naar de stad. Daar zal jullie iemand tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem,
14         en zeg waar hij binnengaat tegen de heer des huizes: ` `De meester laat vragen: Waar is de kamer waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? ”
15         Hij zal jullie een ruime bovenzaal wijzen, die ingericht is en op orde gebracht. Maak het daar voor ons klaar.’
16         De leerlingen gingen weg en kwamen in de stad. Ze troffen het aan zoals Hij hun gezegd had, en ze maakten het paasmaal klaar.

Laatste avondmaal

17         Toen de avond gevallen was, kwam Hij met de twaalf.
18         Toen ze aan tafel waren gegaan, zei Jezus onder het eten: `Ik verzeker jullie, een van jullie, die nu met Mij eet, zal Mij overleveren.’
19         Zij werden bedroefd en de een na de ander zei tegen Hem: `Ik toch niet?’
20         Maar Hij zei hun: `Een van de twaalf, die met Mij zijn hand in de schaal doopt.
21         De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens, door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter voor die mens zijn, als hij niet geboren was.’
22         Tijdens de maaltijd nam Hij een brood, sprak de zegenbede uit, brak het brood, gaf het hun en zei: `Neem het, dit is mijn lichaam.’
23         Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die beker; ze dronken er allen uit.
24         En Hij zei hun: `Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten.
25         Ik verzeker jullie, Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot de dag waarop Ik de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van God.’
26         Na het zingen van de psalmen gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg.

Ze zullen allemaal ten val komen

27
        Toen zei Jezus tegen hen: `Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen zullen verstrooid worden.
28         Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’
29         Maar Petrus zei tegen Hem: `Ook al komen ze allemaal ten val, ik zeker niet.’
30         Jezus zei tegen hem: `Ik verzeker je: vandaag, in deze nacht, nog voordat de haan twee keer kraait, zul jij Me drie keer verloochenen.’
31         Maar hij verklaarde met nog meer nadruk: `Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ Dat zeiden ze allemaal.

In Getsemane

32         Ze kwamen bij een plek die Getsemane heet, en Hij zei tegen zijn leerlingen: `Ga hier zitten, terwijl Ik ga bidden.’
33         En Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon angstig en onrustig te worden,
34         en zei tegen hen: `Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker.’
35         Hij ging een eindje verder en wierp zich op de grond. Hij bad dat dit uur, als het mogelijk was, aan Hem voorbij zou gaan.
36         `Abba, Vader,’ bad Hij, `U kunt alles. Neem deze beker van Mij weg. Maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt.’
37         Hij ging terug en vond hen in slaap, en Hij zei tegen Petrus: `Simon, slaap je? Kon je niet één uur wakker blijven?
38         Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken. De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.’
39         Hij ging weer bidden met dezelfde woorden.
40         Toen Hij weer terugkwam, vond Hij hen wederom in slaap, want hun ogen waren zwaar, en ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden.
41         Hij kwam voor de derde keer en zei tegen hen: `Slaap nu maar rustig verder. Het is voorbij. Het uur is gekomen; nu wordt de Mensenzoon overgeleverd in de handen van de zondaars.
42         Sta op, laten we gaan. Kijk, hij die Mij overlevert, komt eraan.’

Arrestatie van Jezus

43         Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Judas aan, een van de twaalf, en hij had een hele bende bij zich met zwaarden en knuppels, gestuurd door de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten.
44         Hij die Hem overleverde, had een teken met hen afgesproken: `Die ik zal kussen, die is het. Grijp Hem en zet Hem veilig vast.’
45         Toen hij eraan kwam, ging hij recht op Hem af en zei: `Rabbi’, en kuste Hem.
46         Ze grepen Hem en overmeesterden Hem.
47         Een van de omstanders trok zijn zwaard, sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem een oor af.
48         Daarop zei Jezus: `Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en knuppels op Mij afgekomen om Mij in handen te krijgen.
49         Dag in dag uit gaf Ik bij u in de tempel onderricht, en u hebt Me niet opgepakt. Maar de Schriften moeten in vervulling gaan.’
50         Ze lieten Hem allemaal in de steek en vluchtten weg.
51         Een jongeman volgde Hem met slechts een linnen doek om het naakte lijf; ze grepen hem vast.
52         Maar hij liet de doek achter en vluchtte naakt weg.

Verhoor door de hogepriester.

53         Ze brachten Jezus naar de hogepriester, en alle hogepriesters en oudsten en schriftgeleerden kwamen bij elkaar.
54         Petrus was Hem op een afstand gevolgd tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester, en hij zat zich daar tussen de knechten bij het vuur te warmen.
55         De hogepriesters en heel het Sanhedrin zochten getuigenissen tegen Jezus om Hem ter dood te kunnen brengen, maar ze vonden niets.
56         Want velen legden wel een valse verklaring tegen Hem af, maar hun getuigenissen waren niet afdoende.
57         Ook stonden er enkelen tegen Hem op met de valse verklaring:
58         `We hebben Hem horen zeggen: ` `Ik zal deze door mensenhanden gemaakte tempel afbreken en in drie dagen een andere opbouwen, die niet door mensenhanden gemaakt is.” ‘
59         Maar zelfs dit getuigenis was niet afdoende.
60         De hogepriester trad naar voren en stelde Jezus de vraag: `U antwoordt niets? Wat brengen ze wel niet tegen U in!’
61         Maar Hij bleef zwijgen en antwoordde niets. Weer stelde de hogepriester Hem een vraag en zei tegen Hem: `Bent u de Messias, de Zoon van de Gezegende?’
62         Jezus zei: `Ja, dat ben Ik, en u zult de Mensenzoon zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel.’
63         De hogepriester scheurde zijn kleren en zei: `Waarvoor hebben we nog getuigen nodig?
64         U hebt de godslastering gehoord. Wat vindt u?’ Allen oordeelden dat Hij de doodstraf verdiend had.
65         Sommigen begonnen Hem te bespuwen, deden Hem een blinddoek voor, sloegen Hem dan en zeiden: `Profeteer nu eens!’ De knechten gaven Hem een afranseling.

Verloochening door Petrus

66         Terwijl Petrus beneden op de binnenplaats was, kwam daar een slavin van de hogepriester aan.
67         Toen ze Petrus zag, die zich zat te warmen, keek ze hem aan en zei: `Jij was ook bij die Jezus van Nazaret.’
68         Maar hij ontkende dat: `Ik weet niet, ik begrijp niet waar je het over hebt.’ En hij ging naar buiten naar de voorhof. En er kraaide een haan.
69         Toen de slavin hem daar zag, begon ze opnieuw en zei tegen de omstanders: `Dat is een van hen.’
70         Hij ontkende opnieuw. Na een tijdje zeiden de omstanders op hun beurt tegen Petrus: `Jij hoort inderdaad bij Hem, want je bent ook een Galileeër.’
71         Hij begon te vloeken en te zweren: `Ik ken die man niet over wie jullie het hebben.’
72         Meteen kraaide voor de tweede keer de haan. En Petrus herinnerde zich wat Jezus hem gezegd had: `Voordat de haan twee keer kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ Hij barstte in tranen uit.

Voor Pilatus

15 1 Toen de hogepriesters met de oudsten, de schriftgeleerden en heel het Sanhedrin meteen ’s morgens vroeg een besluit genomen hadden, boeiden ze Jezus, voerden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus.
2           Pilatus stelde Hem de vraag: `Bent U de koning van de Joden?’ Hij gaf hem ten antwoord: `U zegt het zelf.’
3           De hogepriesters brachten vele beschuldigingen tegen Hem in.
4           Pilatus stelde Hem nogmaals een vraag: `Antwoordt U niets? Kijk waar ze U allemaal van beschuldigen.’
5           Jezus antwoordde niets meer, tot verbazing van Pilatus.
6           Bij een feest liet hij gewoonlijk één gevangene vrij, degene om wie ze vroegen.
7           Een zekere Barabbas zat toen gevangen, samen met de oproerlingen die bij het oproer een moord hadden gepleegd.
8           De menigte kwam de trappen op en begon te vragen dat hij voor hen zou doen wat hij altijd deed.
9           Pilatus antwoordde hun: `Wilt u dat ik u de koning van de Joden vrijlaat?’
10         Want hij merkte dat de hogepriesters Hem uit afgunst overgeleverd hadden.
11         Maar de hogepriesters hitsten de menigte op, dat hij liever Barabbas moest vrijlaten.
12         Waarop Pilatus hun weer zei: `Wat wilt u dan dat ik doe met Hem die u de koning van de Joden noemt?’
13         Zij schreeuwden terug: `Kruisig Hem!’
14         Pilatus zei tegen hen: `Wat voor kwaad heeft Hij dan eigenlijk gedaan?’ Maar zij schreeuwden nog harder: `Kruisig Hem!’
15         Omdat Pilatus het volk tevreden wilde stellen, liet hij Barabbas vrij, en Jezus liet hij geselen en leverde hij over om gekruisigd te worden.

Bespotting en kruisiging

16         De soldaten namen Hem mee in het paleis, dat wil zeggen: het pretorium, en ze riepen heel de cohort bij elkaar.
17         Ze deden Hem een purperen mantel om, vlochten een krans van doorns en zetten Hem die op.
18         Ze begonnen Hem de groet te brengen: `Gegroet, koning van de Joden!’
19         Ze sloegen Hem met een rietstok op het hoofd, spuwden Hem in het gezicht, en knielden voor Hem neer om Hem te huldigen.
20         Toen ze zo de spot met Hem gedreven hadden, namen ze Hem de purperen mantel af en deden Hem zijn eigen kleren weer aan. Toen brachten ze Hem naar buiten om Hem te kruisigen.
21         Ze dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene, die van zijn akker kwam, de vader van Alexander en Rufus, om zijn kruis te dragen.
22         Ze brachten Hem naar de plaats Golgota, wat vertaald wordt met Schedelveld.
23         Ze gaven Hem wijn met mirre, maar Hij nam die niet aan.
24         Ze kruisigden Hem en ze dobbelden om zijn kleren om te zien wie wat zou krijgen.
25         Het was het derde uur, toen ze Hem kruisigden.
26         Het opschrift met de reden van zijn veroordeling luidde: De koning van de Joden.
27         Samen met Hem kruisigden ze twee bandieten, één rechts en één links van Hem.
29         De voorbijgangers lasterden Hem en zeiden hoofdschuddend: `Ha, jij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,
30         red jezelf en kom van het kruis af.’
31         In dezelfde trant dreven ook de hogepriesters samen met de schriftgeleerden onder elkaar de spot met Hem: `Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden.
32         De Messias, de koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen, zodat we zien en geloven.’ Ook degenen die samen met Hem gekruisigd waren, maakten beledigende opmerkingen tegen Hem.

Jezus’ dood

33         Toen het zesde uur aangebroken was, viel er duisternis over het hele land, tot aan het negende uur.
34         Op het negende uur riep Jezus met luide stem: `Eloi, Eloi, lema sabachtani?’ Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?
35         Sommige omstanders die het gehoord hadden, zeiden: `Hoor, Hij roept Elia!’
36         Een van hen rende weg, doopte een spons in wijn, stak die op een rietstok en wilde Hem te drinken geven. `Laten we eens kijken of Elia Hem eraf komt halen’, zei hij.
37         Maar Jezus had, na het slaken van een luide kreet, de Geest gegeven.
38         Het voorhangsel in de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën.
39         Toen de centurio die tegenover Hem stond, zag dat Hij op deze manier de geest gaf, zei hij: `Inderdaad, die man was de Zoon van God.’

Begrafenis van Jezus

40         Op een afstand stonden er ook vrouwen toe te kijken, onder wie Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus de jongere en Joses, en Salome,
41         die Hem waren gevolgd toen Hij in Galilea was en Hem onderhouden hadden, en nog veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem waren opgetrokken.
42         En toen het avond geworden was – het was voorbereidingsdag, dat wil zeggen de dag vóór de sabbat –
43         durfde Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de raad, die zelf ook leefde in de verwachting van het koninkrijk van God, het aan om naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen.
44         Pilatus was verbaasd dat Hij al dood zou zijn, en hij riep de centurio bij zich en vroeg hem of Hij al gestorven was.
45         Toen hij dat van de centurio vernomen had, gaf hij het lijk aan Jozef.
46         Deze kocht een linnen doek, nam Hem van het kruis af, en wikkelde Hem in het linnen; hij legde Hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen, en hij rolde een steen voor de ingang van het graf.
47         Maria van Magdala en Maria van Joses keken toe waar Hij werd neergelegd.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Geloven in die Jezus van Nazareth is niet zo vanzelfsprekend…
Zijn leven eindigde in een mislukking, een veroordeling,
verraad en eenzaamheid.
En toch, juist die consequente keuze,
het niet willen wijken voor de macht en de massa,
is van een goddelijke grootheid.
Daarom willen we vandaag ons geloof uitspreken,
rechtstaande en met volle overtuiging:

Ik geloof in God, onze Vader,
die ons zijn Zoon Jezus gezonden heeft
om zo de Waarheid van hemel en aarde
aan ons bekend te maken.

Ik geloof in Jezus
die rondging om te dienen
en niet om gediend te worden.
Ik geloof in Jezus
die zo wilde werken aan deze wereld
opdat er rechtvaardigheid en liefde zou zijn.
Ik geloof in Jezus
die geloofde dat de liefde
sterker is dan lijden en dood.

Ik geloof in de heilige Geest
de Geest van Jezus,
die ons kan vullen met zijn kracht en liefde
opdat wij zo goed als Jezus zouden zijn. Amen.
Ten Bos

Voorbeden 1

In verbondenheid met Jezus,
die tot op het kruis zijn vertrouwen bleef stellen in God, zijn Vader,
willen wij bidden.

– Voor hen die zich, waar ook ter wereld, inzetten voor gerechtigheid,
die opkomen voor de kansarmen
die oprecht naar vrede streven,
maar slechts onwil en tweedracht op hun weg vinden.
Dat de zachte waarden het mogen winnen.
Laten we bidden…

-Voor hen die, in het groot en in het klein, uit zijn op verzoening,
maar op halsstarrigheid stuiten.
Voor hen die eenvoudig zijn,
maar om hun zachtmoedigheid worden geminacht.
Dat de zachte krachten het mogen winnen.
Laten we bidden…

-Voor hen die de mensenrechten verdedigen,
maar geen gehoor vinden.
Voor hen die proberen de moed erin te houden,
maar door het doemdenken van anderen worden belaagd.
Dat de zachte krachten het mogen winnen.
Laten we bidden…

Heer, onze God,
kruis en lijden hebben bij U niet het laatste woord.
Gij redt mensen die op U vertrouwen.
Luister naar ons gebed en vervul ons met uw kracht,
in Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Voorbeden 2

-Bidden we voor allen die, net als Jezus,
goed doen en toch geslagen en bespot worden.
Voor hen die de moed opbrengen
te zwijgen als hun onrecht wordt aangedaan.
Laten we bidden…

-Bidden we voor allen die, net als Jezus,
hun lijden alleen moeten dragen,
in de steek gelaten door vrienden en verwanten.
Dat zij mogen opkijken naar Jezus
en in Hem een bondgenoot vinden.
Laten we bidden…

-Bidden we voor allen die, net als Jezus,
in de liefde tot het uiterste gaan.
Voor hen die bereid zijn meer liefde te geven dan te krijgen.
Laten we bidden…

Gebed over de gaven 1

In deze simpele gaven van brood en wijn, Heer,
bieden we U de grote en kleine offers van onze veertigdagentijd aan.
Wij hebben U hulde gebracht bij onze palmwijding.
Wilt Gij ons de kracht geven om in U te blijven geloven
en U niet te verloochenen als het leven moeilijk wordt. Amen.

Gebed over de gaven 2

God van leven,
op deze tafel plaatsen wij
onze bijdrage voor Broederlijk Delen,
teken van onze solidariteit met mensen in het Zuiden,
brood en wijn, vruchten van de aarde,
werk van mensen.
Wij bieden U deze gaven aan
en strekken zo onze handen uit naar een toekomst
die niet eeuwig kan uitblijven:
uw Rijk van vrede, gerechtigheid en liefde. Amen.

Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de Hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Laat ons nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laat ons nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laat ons nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laat ons nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw Liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die Boodschap blij kunnen worden.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rondreiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn Lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe Verbond in mijn Bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit Brood eet
en uit deze Beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rondreiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan Hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.

Onze Vader

Bij angst, verdriet en moeilijkheden
mogen wij steeds aankloppen bij God.
Ook Jezus deed dit in de Hof van Olijven.
Hij bad daar tot Diegene die Hij ‘zijn en onze Vader’ noemde.
Daarom mogen ook wij bidden:
Onze Vader…

Laat uw aangezicht over ons lichten, God,
en keer U tot ons.
Breng het goede dat in ons sluimert tot leven,
wek Jezus op in ons hart,
wek in ons zijn liefde en wijsheid,
zijn vergevingsgezindheid en geduld.
Dan zullen we weer hoopvol kunnen wachten op Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens 1

Jezus Christus, Messias,
Gij bracht Gods Rijk van vrede tastbaar onder ons.
Geef ons uw vrede,
zodat wij medebouwers worden aan uw Koninkrijk.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van vrede en vriendschap.

Vredeswens 2

Heer Jezus Christus, Gij wenst ons uw vrede toe,
Gij wilt dat iedere plaats een stad van vrede wordt.
Schenk ons de moed om ons met elkaar te verzoenen
en vrede te stichten.
Dan zij Gods vrede altijd met u.
En wensen we elkaar ook die vrede toe.
Konterdam

Lam Gods

Communie

Op de avond voor zijn dood
openbaarde Jezus zich
als gebroken brood, als vergoten wijn.
Zo geeft Hij zich ook aan ons.
Laten wij voor elkaar en voor alle mensen zo goed zijn als de Heer:
brood voor wie honger heeft en wijn voor wie dorst heeft.
Zie het Lam van God,…

Bezinning 1

Hij was een onvergetelijke man.
Met woorden en met daden.
Hij had het vaak met de wet aan de stok.
Behalve met de wet van de liefde.
Die kende hij goed.
Bemin elkander,
woorden die Hij dagelijks gebruikte.
Hoe komt het toch dat wij dat niet meer kennen?
Hij heeft er zoveel voor gedaan.
Hij is ervoor gestorven.
Hij was een vonk. Een grote vonk.
Het vuur ging moeilijk aan.
En het brandt nog steeds niet goed.
Help zijn werk voort te zetten.
Wees vonken voor elkaar,
maar leer eerst zijn Woorden.
Vergeef eerst elkaar,
verzoen je met elkaar.
Vergeet je eigenbelang.
Denk aan anderen.
Leef niet zomaar.
Probeer goed te leven, probeer te leven zoals Hij:
voor de anderen.
Neem Hem als voorbeeld.
naar Zandvoorde

Bezinning 2

Soms heb je er geen woorden voor
om je geloof in Jezus uit te drukken
als Bron van leven in vreugde en verdriet.
Met deze kleine groene palmtak
laat je aan mensen even zien dat Jezus bij jou thuis mag zijn,
Hij die eens alle pijn en onmacht op zijn schouders heeft genomen
en als Verrezene ons de hand reikt.
Het is een teken van onze hoop dat Hij ons altijd nabij blijft,
een teken van ons verlangen Hem na te volgen
in liefde en in inzet voor medemensen.
Stene

Bezinning 3

Kroon en kruis

Met palmen wordt Jezus ingehaald als koning,
als Messias.
Hij wordt bejubeld als Redder,
als de langverwachte Bevrijder.
Maar het ‘Hosanna’ is nog niet verstomd
of het ‘Kruisig hem’ klinkt
door dezelfde straten,
misschien wel uit dezelfde kelen.
Hij lijkt meer koning
als Hij het kruis op zich neemt.
Hij is de Koning van de liefde,
van Zichzelf vergeten
voor het geluk van anderen.
Hij laat zijn grootheid zien,
als Hij onverschrokken
zijn levensideaal blijft volgen.
Niet macht en geweld,
maar volgehouden liefde
is zijn levensdevies.
Zo gaat Hij als een koninklijke held
zijn dood tegemoet.
Zijn Rijk houdt echter stand
als een ideaal voor ieder van ons.
Zijn weg door Jeruzalem,
gekroond met zijn kruis,
mogen wij gaan in onze wereld
terwille van vrede en liefde.
Wim Holterman osfs

Slotgebed 1

God, wij beginnen vandaag aan de Goede Week,
die in het geheugen van uw volk gegrift staat
als het ultieme moment waarop duidelijk werd
dat alleen een gegeven leven
leidt tot opstanding en tot hoop voor deze wereld.
Hou in ons de verwachting naar de vreugde van het Paasfeest,
levend,
nu wij samen met uw Zoon Jezus zullen ondervinden
hoe mensen elkaar de dood kunnen aandoen.
Laat ons op het einde van deze vastentijd ervaren
hoe onze kleine stappen naar de mensen van de derde wereld toe,
zich samenvoegen met hun eigen stappen
tot een brede weg naar een nieuwe toekomst,
naar een echt Pasen. Amen.

Slotgebed 2

God, onze Vader,
wij danken U voor deze viering,
voor uw aanwezigheid onder ons.
Laat onze huizen, onze gezinnen, onze scholen, onze werkplekken,
plaatsen zijn waar mensen bij elkaar mogen thuiskomen.
Plaatsen waar hun voeten vaste grond vinden,
midden een wereld waar het water mensen soms aan de lippen staat.
Moge het groen van onze palmtakjes
symbool zijn van uw belofte van een betere toekomst,
van een leefwereld waarin Gij onze toekomst wilt zijn.
Wees voor ons een oase, een groene thuis,
een plek waar wij U in stilte en gebed kunnen ontmoeten.
Wij vragen het U in Jezus’ naam. Amen.

Slotgebed 3

Heer Jezus, Gij hebt U door het volk laten vieren met palmen.
Gij hebt hen ‘Hosanna’ laten roepen,
ook al wist Gij dat velen ondoordacht meededen
en niet begrepen wat voor soort koning Gij zijt.
Raak ons hart.
Laat niet toe dat wij U verlaten
als het ons moeite kost om uw wegen te gaan.
Help ons om U te blijven volgen doorheen het kruis van Goede Vrijdag
tot in de vreugde van Pasen.
Dan wordt het echt een ‘Goede Week’. Amen.

Zending en zegen 1

Telkens weer zal het lijden van de wereld,
het kruis dat de mensen dragen,
een oproep zijn om ons te laten raken door het leven van een ander.
Geef het palmtakje dat je nu naar huis meeneemt
een plaatsje aan het kruisbeeld.
Zo brengen wij hulde aan Jezus en vragen Hem
dat zijn vrede in ons huis mag wonen.
En zegene ons de barmhartige God,
+ Vader, Zoon en H. Geest. Amen.

Zending en zegen 2

Ga dan heen en neem een palmtakje mee,
als herinnering aan Gods trouw,
als oproep tot navolging van Jezus,
als getuige in je huis van de hoop
dat er bij God leven is over de dood heen.
En moge God ons zegenen om de weg van Jezus te gaan,
Hij die is + Vader, Zoon en H.Geest. Amen.
Konterdam

Categorieen(n): Zondagsvieringen
Tags:

Comments are closed.