Palmzondag A 2017

09 04 2017

Begroeting

Welkom beste mensen op dit feest van Palmzondag
dat elk jaar weer zo vreugdevol begint met zwaaiende palmen
en opgewekte liederen.
Maar zoals elk jaar zullen we ook nu weer verder kijken.
Want achter de wuivende palmen verschuilen zich al de kiemen van het verraad,
zien we al de afgunst in de ogen van de vooraanstaanden van Jeruzalem,
en voelen we de spanning groeien.
Laten wij daarom, op dit bitterzoete feest van Palmzondag,
maar eerst het teken van het kruis maken,
om zo dit samenzijn te beginnen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
naar Erembodegem

Openingswoord 1

We staan aan het begin van een bijzondere week.
De week waarin wij de laatste levensdagen van Jezus,
dag na dag, van dichtbij willen mee beleven.
In die gave van Zichzelf
toont Hij ons zijn liefde tot het uiterste.
Toch krijgt zijn dood niet het laatste woord.
Zijn dood zal een doorgang naar het eeuwige, het echte leven blijken te zijn.

Vandaag staan we stil bij zijn intocht in Jeruzalem.
We stemmen in met hen die riepen:
“Gezegend de Komende in de naam van de Heer”.
We luisteren ook naar het verhaal van zijn lijdensweg,
want alleen wie onder het kruis heeft gestaan,
weet wat verrijzen is.

Openingswoord 2

Vandaag is het de eerste dag van een week
die onze geschiedenis diepgaand heeft beïnvloed.
Met applaus en gejuich halen wij vandaag een Man in
van wie wordt gezegd dat Hij een Koning is,
maar Hij rijdt op een ezel.
Er wordt gezegd dat Hij de Redder van de wereld is,
maar zijn volgelingen zijn vissers
die niets anders bezitten dan een enorme geestdrift
en een begrensde liefde.
Er wordt gezegd dat Hij de eeuwen zal trotseren,
maar de officiële leiders hebben het net al gespannen.
De kruisbalk ligt gereed en het graf wacht.

Verleden week hebben we kennisgemaakt met Jezus
die gezalfd werd door Maria, de zus van Lazarus.
Voor haar was Hij de Koning,
de Man die haar broer heeft gered uit de dood.
En vandaag wordt Hij dan door velen bejubeld
als de Koning, de Messias.

Met Palmzondag loopt onze weg doorheen het groen,
maar Witte Donderdag en Goede Vrijdag komen al in zicht
– dagen die een cruciale rol spelen op onze weg naar Pasen.
Laten we daarom nu luisteren naar het lijdensverhaal
en mee opstappen naar Jeruzalem.
vrij naar Erembodegem

Gebed bij de palmwijding 1

Het is een oude traditie
om op Palmzondag palmtakjes te zegenen
en ze dan mee naar huis te nemen om ze een plaatsje te geven
achter het kruisbeeld in huiselijke kring.
Deze palmtakjes verwijzen naar de vreugde
omdat we in Jezus de Messias hebben gevonden,
Hij die ons leven zin en toekomst geeft.
Maar tegelijk herinneren deze takjes ons
aan de tragiek en het onbegrip,
de pijn en het lijden die Jezus moest doorstaan,
en die mensen nog steeds moeten doorstaan
omwille van hun geloof en hun inzet
voor een rechtvaardiger en liefdevolle wereld.

God, zegen + deze groene takken die de winter overleven,
zegen ze als hoopvolle tekens van leven op aarde,
zegen deze palmen
en de huizen en kamers waarin ze straks een plaatsje krijgen.
Zegen de mensen die er wonen en die ons dierbaar zijn.
Zegen ook allen, God,
die in hun leven de weg van Jezus gaan
en op die weg met lijden worden geconfronteerd.
Zegen hen, zegen ons allen met uw liefde en vrede
in Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Gebed bij de palmwijding 9

Deze palmtakken, deze groene takken,
vertellen over Jezus’ blijde inkomst in Jeruzalem.
Deze zondag is naar hen genoemd
en het groen van hun takken is een herinnering en een belofte.
Zij leren ons vooruitkijken
naar de vreugde van Witte Donderdag ,
naar de droefheid van Goede Vrijdag,
naar rouw van stille zaterdag.
Maar als we hen vasthouden,
dragen we ook de hoop mee,
om doorheen Goede Vrijdag,
uit te kijken naar Pasen.

Jullie tonen ons het groen, als het nog winter is,
jullie fluisteren over leven, als alles dood lijkt.
God, + zegen daarom alle mensen die deze palm een plaats geven in hun huis,
zegen + allen die metterdaad geloven in dit teken van leven en vrede
en zegen + allen die, waar ook ter wereld, geloven in uw naam van
+ Vader, Zoon en de Geest, Amen.

Het blijft een harde waarheid
die we elk jaar op Palmzondag verkondigen,
nl. dat het geheim van ons geloof is
dat het kruis en het lijden
de ruggengraat van de verrijzenis en het leven vormen.

We zóeken niet het kruis of het lijden in ons leven,
maar we willen het ook niet ontkennen.
We hóuden niet van pijn of verdriet,
maar we willen er ook niet blind voor zijn,
we willen het niet doodzwijgen.

Maar we geloven in Jezus’ Woorden
dat Hij voor ons een plaats bereidt in zijn huis van eeuwig leven.
naar Ten Bos

Evangelielezing (Mt. 21, 1-11)

Als afsluiting van deze palmwijding luisteren wij naar het verhaal van Jezus’
in­tocht in Jeru­zalem.

De groep naderde Jeruzalem
en kwam in Betfage op de Olijfberg.
Daar stuurde Jezus twee leerlingen eropuit met de opdracht:
“Ga naar het dorp daar vlak voor je.
Jullie zullen er meteen een ezelin vinden
die vastgebonden staat
en een veulen bij zich heeft.
Maak ze los en breng ze bij Me.
En als iemand jullie iets zegt, zeg dan:
‘De Heer heeft ze nodig,
maar Hij stuurt ze meteen terug.'”
Dit is gebeurd opdat vervuld zou worden
wat bij monde van de profeet gezegd is:
Zeg tegen de dochter Sion:
zie, uw koning komt naar u toe,
zachtmoedig en zittend op een ezel,
op een veulen, het jong van een lastdier.
De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had.
Ze brachten de ezelin en het veulen,
legden er kleren overheen,
en Hij ging erop zitten.
Zeer veel mensen spreidden hun kleren op de weg,
anderen sneden takken van de bomen
en legden die op de weg.
Zowel de menigte die voor Hem uitging
als die welke Hem volgde, schreeuwde:
“Hosanna, de Zoon van David.
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.
Hosanna in de hoogste hemel.”
Toen Hij Jeruzalem binnengetrokken was,
kwam de hele stad in beweging
en ze vroegen: “Wie is dat?”
De mensen zeiden:
“Dat is de profeet,
Jezus uit Nazareth in Galilea.”

Vergevingsmoment 1

-Heer,
niets is menselijker dan fouten maken.
Niets getuigt van meer liefde dan mekaar vergeving schenken.
Toch is dit soms zo moeilijk.
Als we vaak zo koppig met mekaar omgaan,
vergeef ons dan, Heer.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
we vinden het zo evident dat alles goed gaat.
We staan er weinig of nooit bij stil
wie ons die gelukkige momenten brengt.
Woorden als ‘ dank je wel’ en ‘dat heb je goed gedaan’
nemen we te weinig in de mond.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
we leven vaak heel egoïstisch.
Als wij het maar goed vinden, dan is het ook goed.
Wij vragen ons dan te weinig af of het ook voor anderen wel goed is.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
naar Jocelyne Claeys

Vergevingsmoment 2

-Heer, op deze Palmzondag trekken we samen met U naar Jeruzalem,
ook met palmtakken,
die we straks thuis achter het kruis willen steken,
maar de rest van het jaar denken we daar meestal niet meer aan.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, als ze ons vragen of we leerling van U zijn,
gebeurt het wel eens
dat een echt overtuigend, positief antwoord achterwege blijft,
want we willen niet blootstaan aan het risico
om als naïef bestempeld te worden.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
uw Zoon heeft letterlijk zijn leven voor ons gegeven.
Hij heeft in woord en daad ons voorgedaan
wat het betekent elkaar lief te hebben,
elke mens lief te hebben,
zonder onderscheid van rang of afkomst.
Het valt ons soms zo moeilijk om U daarin consequent,
elke dag van ons leven,
na te volgen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-God, bij wie liefde
het eerste en laatste woord is,
geef dat we steeds meer uw voorbeeld volgen,
vandaag en elke dag van ons leven. Amen.

Openingsgebed 1

God zegt tot ons:
“Jullie maken het wel moeilijk
voor die Zoon van Mij.
Vandaag juichen jullie Hem toe
als de nieuwe Koning
en bieden jullie Hem een prachtige intrede aan
met jullie mantels als rode loper
en met palmtakken in de hand.
Maar volgende week zal van dat alles
nog weinig overblijven.
Jullie zullen ook dan nog wel langs de kant staan,
maar dan niet meer om Jezus toe te juichen
maar om Hem na te staren,
wanneer Hij opnieuw door de straten loopt
met een kruis op zijn schouders.
Willen jullie Hem ook dan nog achterna gaan?
En geloven jullie dat ook die ontmoeting ‘nieuw leven’ geeft?”
naar Erwin Roosen

Openingsgebed 2

God, onze Vader,
wij zijn hier bijeen om Palmzondag te vieren.
Wij danken U voor uw Zoon, die op aarde is gekomen
om te leven met en onder de mensen.
Hij leerde ons wat goed is.
Hij opende onze ogen en oren.
Hij leerde ons spreken met respect.
Hij deed ons inzien dat elke mens op aarde telt,
wie hij ook is en waar hij ook woont.
Wij danken U om de liefde die ons is aangereikt door uw Zoon Jezus
die van elke mens heeft gehouden.
Moge uw Zoon ons Voorbeeld en onze Kracht zijn. Amen.
Jocelyne Claeys

Lezingen

– In de eerste lezing legt Paulus ons de betekenis uit van wat wij in deze Goede Week herdenken. (Fil. 2,6-11)
– Daarna luisteren wij naar het lijdensverhaal zoals Mattheus het heeft opgetekend.

Eerste lezing (Jes. 50, 4-7)

4 De Heer God heeft mij als een leerling leren spreken,
om uitgeputte mensen te kunnen bijstaan.
Met een woord wekt Hij mij in de ochtend,
in de ochtend wekt Hij mijn oor om als een leerling toe te horen.
5 De Heer God heeft mijn oor geopend,
en ik heb mij niet verweerd,
ik ben niet teruggedeinsd.
6 Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan,
en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten;
mijn gezicht heb ik niet onttrokken
aan beschimping en bespuwing.
7 De Heer God staat mij bij,
daarom kom ik niet bedrogen uit;
daarom maak ik mijn gezicht hard als een steen,
omdat ik weet dat ik niet beschaamd zal worden.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Fil. 2, 6-11)

6 Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
7 Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
8 heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.
9 Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
10 opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
11 en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.
KBS Willibrord 1995

Inleiding op het lijdensverhaal

Wat vandaag een reden is om blij te zijn
en Jezus jubelend tegemoet te treden,
wordt in de loop van deze week
een reden tot droefheid.
Omdat Hij de kant van de minsten koos
en voor velen goed was,
omdat Hij een ander beeld van God aanreikte
en het geloof voor Hem een levenshouding was
eerder dan een slaafs opvolgen van wetten en regels,
werd Hij niet begrepen
en beschouwd als een gevaarlijk iemand die het gezag ondermijnde.
Daarom moest Hij verdwijnen.

Voor Jezus’ lijdensweg waren mensen verantwoordelijk…
Mensen die Hem in de steek lieten en bespotten…
Mensen die Hem verloochenden…
Mensen die Hem verraadden…
Mensen zoals jij en ik…?!

Evangelie (Mt. 26, 14-75; 27, 1-66)

14 Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette, naar de hogepriesters
15 en zei: `Wat wilt u me geven, als ik Hem aan u overlever?’ Ze telden dertig zilverstukken voor hem uit.
16 Vanaf toen zocht hij een gunstig moment om Hem over te leveren.
Voorbereiding van het paasmaal
17 Op de eerste dag van het feest van de ongedesemde broden kwamen de leerlingen Jezus vragen: `Waar wilt U dat wij het paasmaal voor U voorbereiden?’
18 Hij zei: `Ga naar de stad, naar die en die, en zeg hem: ` `De meester laat weten: Mijn tijd is nabij. Bij u wil Ik met mijn leerlingen het paasmaal houden.” ‘
19 De leerlingen deden wat Jezus hun opgedragen had, en ze maakten het paasmaal klaar.

Laatste avondmaal

20 Toen de avond gevallen was, was Hij met de twaalf aan tafel.
21 Tijdens de maaltijd zei Hij: `Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij overleveren.’
22 Buitengewoon bedroefd als ze waren, begonnen ze Hem één voor één te vragen: `Ik ben het toch niet, Heer?’
23 Hij gaf hun ten antwoord: `Wie met Mij zijn hand in de schaal doopt, die zal Mij overleveren.
24 De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter zijn voor die mens, als hij niet geboren was.’
25 Judas, die Hem wilde overleveren, reageerde: `Ik ben het toch niet, rabbi?’ Hij zei tegen hem: `Jij hebt het gezegd.’
26 Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood, sprak de zegenbede uit, brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei: `Neem en eet, dit is mijn lichaam.’
27 Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die met de woorden: `Drink er allen uit,
28 want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.
29 Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, tot de dag waarop Ik met jullie de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’
30 Na het zingen van de psalmen gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg.

Ze zullen allemaal ten val komen

31 Toen zei Jezus tegen hen: `Deze nacht nog zullen jullie allemaal ten val komen vanwege Mij, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden.
32 Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’
33 Petrus reageerde daarop en zei: `Al komen ze allemaal ten val vanwege U, ik zal nooit ten val komen.’
34 Jezus zei Hem: `Ik verzeker je, in deze nacht, nog voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’
35 Petrus zei Hem: `Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ In deze trant spraken alle leerlingen.

In Getsemane

36 Toen ging Jezus met hen naar een plek die Getsemane genoemd wordt, en Hij zei tegen zijn leerlingen: `Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.’
37 Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee en begon bedrukt en onrustig te worden.
38 Toen zei Hij tegen hen: `Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker met Mij.’
39 Hij ging een eindje verder, wierp zich voorover en bad: `Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.’
40 Hij ging terug naar de leerlingen en vond hen in slaap, en Hij zei tegen Petrus: `Konden jullie dan niet één uur wakker blijven met Mij?
41 Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken. De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.’
42 En weer, voor de tweede maal, ging Hij bidden: `Mijn Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker voorbijgaat zonder dat Ik hem drink, laat uw wil dan geschieden.’
43 Toen Hij terugkwam, vond Hij hen wederom in slaap, want hun ogen waren zwaar.
44 Hij liet hen achter en ging opnieuw bidden, voor de derde keer, met weer dezelfde woorden.
45 Toen kwam Hij naar de leerlingen en zei tegen hen: `Slaap nu maar rustig verder. Nu is het uur nabij dat de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van zondaars.
46 Sta op, laten we gaan. Kijk, hij die Mij overlevert, komt eraan.’
Arrestatie van Jezus

47 Hij was nog niet uitgesproken of Judas kwam eraan, een van de twaalf, en hij had een grote bende bij zich met zwaarden en knuppels, gestuurd door de hogepriesters en oudsten van het volk.
48 Hij die Hem overleverde, had een teken met hen afgesproken: `Degene die ik zal kussen, die is het. Grijp Hem.’
49 Hij ging recht op Jezus af en zei: `Gegroet, rabbi!’, en kuste Hem.
50 Jezus zei tegen hem: `Vriend, ben je daarvoor hier!’ Toen kwamen ze dichterbij, grepen Jezus en overmeesterden Hem.
51 En kijk, een van de volgelingen van Jezus greep naar zijn zwaard, trok het, sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem zijn oor af.
52 Toen zei Jezus tegen hem: `Steek je zwaard weer op zijn plaats. Want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.
53 Of denk je dat Ik mijn Vader niet te hulp kan roepen? Dan zal Hij Me dadelijk bijstaan met meer dan twaalf legioenen engelen.
54 Hoe zullen dan de Schriften vervuld worden, die zeggen dat het zo moet gebeuren?’
55 Op dat ogenblik zei Jezus tegen de bende: `Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en stokken op Mij afgekomen om Mij in handen te krijgen. Dag in dag uit zat Ik in de tempel onderricht te geven en u hebt Mij niet opgepakt.
56 Maar dit alles is gebeurd, opdat de geschriften van de profeten vervuld zouden worden.’ Toen lieten de leerlingen Hem allemaal in de steek en vluchtten weg.

Verhoor door de hogepriester

57
Maar zij die Jezus gegrepen hadden, brachten Hem naar de hogepriester Kajafas, waar de schriftgeleerden en de oudsten bij elkaar gekomen waren.
58 Petrus volgde Hem op een afstand tot de binnenplaats van het paleis van de hogepriester, en eenmaal binnen ging hij bij de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen.
59 De hogepriesters en heel het Sanhedrin zochten valse getuigenissen tegen Jezus om Hem ter dood te kunnen brengen.
60 Maar ze vonden niets, hoewel er veel valse getuigen naar voren traden. Ten slotte kwamen er twee naar voren
61 die verklaarden: `Die man heeft gezegd: ` `Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen opbouwen.” ‘
62 De hogepriester ging staan en zei tegen Hem: `U antwoordt niets? Wat brengen ze wel niet tegen U in?’
63 Maar Jezus bleef zwijgen. De hogepriester zei tegen Hem: `Ik bezweer U bij de levende God dat U ons zegt of U de Messias bent, de Zoon van God.’
64 Jezus zei tegen Hem: `U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel.’
65 Toen scheurde de hogepriester zijn kleren en zei: `Hij heeft God gelasterd. Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? U hebt nu toch de godslastering gehoord.
66 Wat vindt u?’ Ze gaven ten antwoord: `Hij verdient de doodstraf.’
67 Toen spuwden ze Hem in het gezicht en sloegen Hem.
68 Anderen sloegen Hem met een stok en zeiden: `Profeteer nu eens voor ons, Messias. Wie was het die je heeft geslagen?’

Verloochening door Petrus

69 Petrus zat buiten op de binnenplaats. Er kwam een slavin naar hem toe, die zei: `Jij was ook bij die Jezus van Galilea.’
70 Maar hij ontkende het waar iedereen bij was: `Ik weet niet waar je het over hebt.’
71 Hij ging naar het portaal en een andere slavin zag hem daar en ze zei tegen wie daar stonden: `Die man daar was bij Jezus de Nazoreeër.’
72 Opnieuw ontkende hij onder ede: `Ik ken die man niet.’
73 Na een tijdje kwamen de omstanders dichterbij en zeiden tegen Petrus: `Inderdaad, jij hoort ook bij hen; trouwens, jouw spraak verraadt je.’
74 Toen begon hij te vloeken en te zweren: `Ik ken die man niet.’ En meteen kraaide er een haan.
75 Petrus herinnerde zich wat Jezus gezegd had: `Voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.

Het lot van Judas

27 1 ’s Morgens vroeg namen alle hogepriesters en oudsten van het volk het besluit om Jezus te doden.
2 Ze boeiden Hem, voerden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus, de gouverneur.
3 Toen Judas, die Hem overleverde, zag dat Hij veroordeeld was, kreeg hij spijt en bracht hij de dertig zilverstukken terug naar de hogepriesters en oudsten,
4 met de woorden: `Ik heb een misdaad begaan door onschuldig bloed over te leveren.’ Maar ze zeiden: `Wat gaat ons dat aan? Dat moet u zelf maar zien.’
5 En hij gooide de zilverstukken in de tempel en ging zich ophangen.
6 De hogepriesters namen de zilverstukken en zeiden: `We mogen ze niet bij de offergave doen, omdat het bloedgeld is.’
7 Ze besloten er het land van de pottenbakker van te kopen, om er de vreemdelingen te begraven.
8 Daarom wordt dat land Bloedakker genoemd, tot op de dag van vandaag.
9 Toen werd het woord vervuld dat bij monde van de profeet Jeremia gesproken is: En ze namen de dertig zilverstukken, de fraaie prijs waarop de zonen van Israël Hem geschat hadden,
10 en ze gaven die voor het land van de pottenbakker, zoals de Heer mij had opgedragen.

Voor Pilatus

11
 Jezus werd voor de gouverneur geleid. De gouverneur stelde Hem de vraag: `Bent U de koning van de Joden?’ Jezus zei: `U zegt het zelf.’
12 Op de beschuldigingen die door de hogepriesters en oudsten tegen Hem ingebracht werden, antwoordde Hij niets.
13 Toen zei Pilatus tegen Hem: `Hoort U niet waar ze U allemaal van beschuldigen?’
14 Hij gaf hem nergens antwoord op, zodat de gouverneur zeer verbaasd stond.
15 Het was de gewoonte van de gouverneur om bij een feest één gevangene vrij te laten, en wel degene die het volk wilde.
16 Ze hadden toen een beruchte gevangene, die Jezus Barabbas heette.
17 Omdat ze nu toch bij elkaar waren, zei Pilatus hun: `Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die Messias genoemd wordt?’
18 Want hij wist dat ze Hem uit afgunst overgeleverd hadden.
19 Terwijl hij rechtszitting hield, stuurde zijn vrouw hem het bericht: `Laat je niet in met die rechtvaardige man, want ik heb vandaag in een droom veel om Hem moeten verduren.’
20 De hogepriesters en oudsten haalden de menigte over om Barabbas te vragen en Jezus te laten doden.
21 De gouverneur vroeg hun opnieuw: `Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ `Barabbas’, zeiden ze.
22 Pilatus zei tegen hen: `Wat moet ik dan met Jezus doen, die Messias genoemd wordt?’ Ze riepen allemaal: `Kruisig Hem.’
23 Maar hij zei: `Wat voor kwaad heeft Hij dan eigenlijk gedaan?’ Ze schreeuwden nog harder: `Kruisig Hem.’
24 Toen Pilatus zag dat het niets hielp, maar dat de onrust steeds groter werd, nam hij water en waste zijn handen voor de ogen van het volk. Hij zei: `Ik ben onschuldig aan dit bloed. U moet zelf maar zien.’
25 Heel het volk riep als antwoord: `Zijn bloed op ons en onze kinderen!’
26 Toen liet hij Barabbas vrij, maar Jezus liet hij geselen en leverde hij over om gekruisigd te worden.

Bespotting en kruisiging

27 Toen namen de soldaten van de gouverneur Jezus mee naar het pretorium en haalden er heel de cohort bij.
28 Ze trokken Hem zijn kleren uit en hingen Hem een rode mantel om;
29 ze vlochten een krans van doorns, zetten die op zijn hoofd, gaven Hem een rietstok in de rechterhand, vielen voor Hem op de knieën en dreven de spot met Hem door te zeggen: `Gegroet, koning van de Joden!’
30 En ze spuwden Hem in het gezicht, pakten de rietstok en sloegen Hem op zijn hoofd.
31 Toen ze zo de spot met Hem gedreven hadden, namen ze Hem de mantel af en deden Hem zijn eigen kleren weer aan. Ze leidden Hem weg om Hem te kruisigen.
32 Toen ze de stad uitgingen, kwamen ze een man uit Cyrene tegen die Simon heette. Hem dwongen ze zijn kruis te dragen.
33 Ze kwamen bij een plaats die Golgota heet, wat Schedelveld betekent,
34 en daar gaven ze Hem een mengsel te drinken van wijn en gal. Toen Hij geproefd had, wilde Hij niet drinken.
35 Ze kruisigden Hem en verdobbelden zijn kleren.
36 Daar hielden ze zittend de wacht bij Hem.
37 Boven zijn hoofd hadden ze geschreven waaraan Hij schuldig bevonden was: `Dit is de koning van de Joden.’
38 Tegelijk met Hem werden er twee bandieten gekruisigd, een rechts en een links van Hem.
39 De voorbijgangers lasterden Hem en zeiden hoofdschuddend:
40 `Jij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red jezelf als je de Zoon van God bent, en kom van het kruis af.’
41 In diezelfde trant dreven ook de hogepriesters samen met de schriftgeleerden en oudsten de spot met Hem:
42 `Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden. Hij is koning van Israël, laat Hij dan nu van het kruis afkomen en wij zullen in Hem geloven.
43 Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld, laat die Hem redden, als Hij Hem mag. Hij heeft toch gezegd: Ik ben de Zoon van God.’
44 Op dezelfde manier maakten ook de bandieten die samen met Hem gekruisigd waren beledigende opmerkingen tegen Hem.

Jezus’ dood

45 Vanaf het zesde uur viel er duisternis over het hele land, tot aan het negende uur.
46 Rond het negende uur riep Jezus met luide stem uit:  `Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?
47 Sommigen die daar stonden, hoorden dat en zeiden: `Hij roept Elia.’
48 Meteen rende een van hen weg om een spons te halen, doopte die in wijn, stak hem op een rietstok en wilde Hem te drinken geven.
49 Maar de anderen zeiden: `Niet doen! Laten we eens kijken of Elia Hem komt redden.’
50 Maar Jezus schreeuwde opnieuw luidkeels en gaf de geest.
51 Op dat ogenblik scheurde het voorhangsel in de tempel van boven tot beneden in tweeën. De aarde beefde, de rotsen spleten uit elkaar,
52 de graven gingen open en de lichamen van veel heiligen die ontslapen waren, werden tot leven gewekt.
53 Toen Jezus zelf tot leven was gewekt, kwamen ze uit de graven en gingen ze naar de heilige stad, waar ze aan velen verschenen.
54 Toen de centurio en zijn mannen, die bij Jezus de wacht hielden, de aardbeving zagen en wat er allemaal gebeurde, werden ze vreselijk bang. Ze zeiden: `Werkelijk, Hij was de Zoon van God.’

Begrafenis van Jezus

55 Op een afstand stonden daar ook veel vrouwen te kijken. Ze waren Jezus gevolgd uit Galilea en hadden Hem onderhouden.
56 Daar waren ook Maria van Magdala bij, Maria de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.
57 Toen het avond geworden was, kwam een rijk man uit Arimatea, die Jozef heette; ook hij was leerling van Jezus geworden.
58 Hij vervoegde zich bij Pilatus om het lichaam van Jezus te vragen. Pilatus gaf toen het bevel om het aan hem af te staan.
59 Jozef nam het lichaam, wikkelde het in zuiver linnen,
60 en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots had laten uithouwen. Hij rolde een grote steen voor de ingang van het graf en ging weg.
61 Maria van Magdala en de andere Maria waren daar tegenover het graf gaan zitten.

Wachters bij het graf

62 De volgende dag, dat wil zeggen na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus
63 en zeiden: `Heer, wij moesten eraan denken dat die misleider tijdens zijn leven gezegd heeft: ` `Na drie dagen zal Ik tot leven gewekt worden.”
64 Geef dus het bevel om het graf te beveiligen tot de derde dag. Want anders komen zijn leerlingen Hem stelen en zeggen ze tegen het volk: ` `Hij is opgewekt uit de doden.” Die laatste misleiding zou erger zijn dan de eerste.’
65 Pilatus zei tegen hen: `U krijgt een wacht. Ga veiligheidsmaatregelen treffen zoals u nodig acht.’
66 Ze gingen weg en na de steen verzegeld te hebben, beveiligden ze het graf met de wacht.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Geloven in die Jezus van Nazareth is niet zo vanzelfsprekend…
Zoals we zo juist hoorden en ook weten
eindigde zijn leven voor mensenogen in een mislukking, een veroordeling,
verraad en eenzaamheid.
En toch, juist zijn consequente keuze,
– het niet willen wijken voor de macht en de massa –
maar een leven leiden in totale, gevende liefde,
heeft een goddelijke grootheid.
Dat geloof spreekt ons aan,
dat willen we, rechtstaand, beamen.

Ik geloof in God, onze Vader,

die ons zijn Zoon Jezus heeft gezonden
om zo de waarheid van hemel en aarde
aan ons bekend te maken.

Ik geloof in Jezus
die rondging niet om gediend te worden,
maar om te dienen.

Zijn levenswijze was voor ons het voorbeeld
hoe wij onze wereld rechtvaardiger en liefdevoller kunnen maken.
Hij leerde ons tevens dat liefde sterker is dan de dood.

Ik geloof in de heilige Geest
de Geest van Jezus,

die ons sterkt met zijn kracht en zijn liefde,
zodat wij in gemeenschap,
kunnen bouwen aan Gods eeuwige Rijk. Amen.
vrij naar Ten Bos

Voorbeden 1

God, terwijl wij opzien naar het kruis,
bidden wij:
neem ons bij de hand
wanneer wij proberen de weg van Jezus te gaan.

-Bidden we voor onszelf en onze gemeenschap.
Dat ons geloof meer mag zijn dan het “hosanna” van de intocht.
Dat we in onszelf vastberadenheid vinden
om consequent te leven naar ons geloof.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor alle gezagsdragers:
voor koningen, presidenten, regeringsleiders,
voor paus en bisschoppen…
Dat zij het voorbeeld van Jezus volgen.
Jezus was dienstbaar aan allen, aan groot en aan klein.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen die gebukt gaan onder hun kruis.
Dat zij iemand als Simon van Cyrene mogen vinden
die zo hun lasten verlicht.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

In verbondenheid met Jezus,
die tot op het kruis op God bleef vertrouwen,
willen wij bidden.

-Bidden wij
voor hen die lijden onder de macht van overheersing,
voor de daklozen en de vluchtelingen,
voor de slachtoffers van natuurrampen en zinloze oorlogen
Laten wij bidden…

-Bidden we voor hen wiens idealen worden onderuitgehaald
door de harde realiteit van deze wereld.
Moge zij hun dromen niet opgeven,
en moge zij de kracht ontvangen
hun ontgoochelingen om te zetten in positieve kracht.
Laten wij bidden…

-Bidden we dat we in het goede zouden blijven geloven,
ook al kunnen we deze wereld
niet onmiddellijk veranderen.
Heer, geef ons het vertrouwen
dat Jezus had:
dat het leven sterker is dan de dood.
En moge wij blijven geloven in de kracht van geloof, hoop en liefde.
Laten wij bidden…

Heer,
help ons om, bij alles wat ons overkomt,
te blijven geloven in U. Amen.
vrij naar federatie Kana

Gebed over de gaven 1

Voor we de Goede Week ingaan,
willen we brood en wijn met elkaar delen, God.
Laat ons daaruit de kracht putten
om ook in de komende dagen
met Jezus op weg te gaan:
Hij die onze Heer is en onze Vriend in tijd en eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven 2

In deze simpele gaven van brood en wijn, Heer,
bieden we U de grote en kleine offers van onze veertigdagentijd aan.
Wij hebben U hulde gebracht bij onze palmwijding.
Wilt Gij ons dan de kracht geven om in U te blijven geloven
en U niet te verloochenen als het leven moeilijk wordt. Amen.

Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de Hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Laat ons nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze Verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– Mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laat ons nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods Gelijke genoemd mocht worden.

Laat ons nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laat ons nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe,
omdat Hij leerde dat Gij zijn Vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die Boodschap blij kunnen worden.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rondreiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn Lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe Verbond in mijn Bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit Brood eet
en uit deze Beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rondreiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.

Onze Vader

Als de zon ondergaat en het duister wordt,
als we ontgoocheld geraken en geen hoop meer koesteren,
ook dan blijft God ons nabij.
Daarom mogen wij bidden:
Onze Vader,…

Laat uw aangezicht over ons lichten, God,
en keer U tot ons.
Breng het goede dat in ons sluimert
tot leven.
Wek Jezus op in ons hart,
wek in ons zijn liefde en wijsheid,
zijn vergevensgezindheid en geduld.
Dan zullen we weer hoopvol kunnen uitzien naar Jezus Messias, uw Zoon,
            Want van U is het Koninkrijk …

Vredeswens 1

In een wereld waar de macht regeert,
de winnaar telt,
ging Jezus het smalle pad van eenvoud en dienstbaarheid
en vond daarin zijn vrede.
Die vrede zij altijd met U.
En wensen wij elkaar die Jezusvrede van harte toe.

Vredeswens 2

God, bevrijd ons van alle wapens
waarmee wij uw beeld in ons verminken.
Help ons te bouwen en te smeden aan de vrede
die uit uw Boodschap spreekt
en die Gij ons hebt aangeboden in Jezus, de Christus.
Laat zijn vrede komen in ons hart
en laten wij die vrede verder doorgeven aan elke mens.

Lam Gods

Communie

In een gebaar van uiterste liefde vatte Jezus, tijdens deze maaltijd,
zijn leven samen en ook zijn levenshouding van zelfgave:
Hij breekt brood en reikt het aan:
‘Neem het, dit is mijn Lichaam voor u’
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Eén takje is ons genoeg,
een groene tak van hoop
ons gelovig aangereikt,
niet als een magische kracht,
maar als een krachtig symbool
van nieuwe hoop.

Eén takje is ons genoeg,
een groene twijg van vrede
die vertelt van een goddelijke mens,
Jezus van Nazareth,
en ons uitdaagt
om zijn weg te gaan
van dienende goedheid
en teder nabij-zijn

Eén takje is ons genoeg…

Bezinning 2

Hosanna

Een uitgelaten menigte,
dol enthousiast.
Een koninklijke ontvangst
met een lange erehaag
van mantels en wuivende takken.
Een feestelijke sfeer,
geen wolkje aan de lucht.
Een toekomst zonder weerga.
Leve Jezus als Koning.

Een medaille met ook een keerzijde.
Achter de dikke muren
van de tempel en de paleizen
broeit er wat.
Boos en angstig wordt er gefezeld:
“Die man gaat om met kleinen en armen.
Naar zijn boodschap wordt geluisterd.
Onze positie staat op wankelen.
Kijk maar hoe de mensen achter Hem aan lopen.
Laten we Hem uit de weg ruimen.”

Goede Vrijdag is nabij.
                                                                       naar Ward Vanoverbeke

Slotgebed 1

God,
Gij belooft ons zegen en leven als wij ons wagen aan het woord van uw Zoon.
Hij heeft Zich gewaagd onder de mensen en hun nood.
Het kostte Hem zijn leven.
Maar Gij hebt Hem opgewekt uit de dood
en zijn leven draagt vrucht onder ons tot op vandaag.
Laat ons niet doof zijn voor de luide roep van zijn voorbeeld.
Maak ons sterk om met Hem de weg te gaan naar de mensen om ons heen,
opdat ook ons leven rijke vrucht mag dragen.
Erembodegem

Slotgebed 2

God, Vader van alle mensen,
zegen allen hier aanwezig.
Laat het kruis en de groene palmtakken ons oproepen
Jezus’ levensweg te gaan:
een weg van vrede en verzoening,
een weg van eenvoud en dienstbaarheid,
een weg van liefde en gerechtigheid.
Wij bidden U dat wij met elkaar
de goede momenten zoveel mogelijk vasthouden
en elkaar in moeilijke tijden nooit laten vallen.
Dit vragen wij U in de hoop
dat het voor alle mensen Pasen wordt. Amen.
Federatie Kana

Zending en zegen

Neem een palmtakje mee naar huis
en hang het in de huiskamer, leg het in je auto of op je werktafel.
Het zal altijd weer herinneren aan de overwinning van Jezus op de dood.
Maar eerst moeten we deze week nog de weg van lijden, breken en delen gaan.
En daartoe zegene ons: + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Izegem

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.