Op eigen vleugels

Op eigen vleugels [Joh. 14,23-29]

Onze lezing begon ook vandaag weer met dat neutrale: “Jezus zei eens tot zijn leerlingen…”. Maar toch is deze tekst geen ‘zomaar een terloopse uitspraak’. Jezus reageert op een opwerping van een van zijn apostelen, Judas Taddeüs. Die had Jezus tijdens diens afscheidsrede op Laatste Avondmaal onderbroken en gezegd: “Heer, hoe komt het dat Gij U wel aan ons, maar niet aan de wereld gaat openbaren?” (v. 22).
Deze apostel vroeg zich af – en wellicht een aantal collegae met hem – of het niet goed zou zijn, nu het nog tijd was – Jezus heeft het voortdurend over ‘heengaan’ gehad – dat Hij een overtuigend zichtbaar teken zou stellen, iets spectaculairs misschien, waarmee Hij aan heel Jeruzalem en ver daarbuiten zou duidelijk maken dat Hij de langverwachte Messias is. Taddeüs was bang dat, als Jezus uit circulatie verdween, de groep zou kunnen uiteenvallen – zo gaat dat vaak met religieuze bewegingen als hun charismatische leider wegvalt – en dat het brede publiek dan nooit zou weten dat Jezus van Godswege gezonden was geweest tot heil van alle mensen.

Jezus’ reactie is, zoals wel vaker, verrassend, en weer eens geen rechtstreeks antwoord op de vraag: “Als jullie Mij liefhadden, zou het jullie met vreugde vervullen dat Ik heenga naar de Vader”.
Om te proberen dat duistere antwoord wat te verhelderen, begin ik met een flinke zijsprong.

Hoog tegen de rots hangt het nest van de arend, onbereikbaar voor dreiging van buitenaf. Voor jongen die pas uit het ei zijn gekomen, is dat nest een veilige wereld, warm en beschuttend. De arend vliegt af en aan om voedsel aan te dragen. Luid gekwetter en opengesperde snaveltjes.
Na een paar weken zijn de jongen zo groot geworden dat er ruimte te kort is in het nest. Dicht en ongemakkelijk opeengepakt, speuren ze over de rand. Daar gaapt een onheilspellende diepte. Alleen op vleugels kun je deze plek verlaten. En dus moet er geoefend worden. Er wordt gefladderd, eerst in het nest, wat later waggelend op de rand. De grote sprong wagen is niet zonder risico: soms haal je de dichtstbij zijnde rotspunt niet, of glijdt je eraf. Vader of moeder arend duikt dan onder het neerstortend jong en gooit het omhoog zodat het weer kan fladderen. De ouders blijven dat doen tot het jong veilig op eigen vleugels kan vliegen. Maar dat is dan tegelijkertijd het moment van afscheid: het jong gaat zijn eigen weg.
Enerzijds is het ontroerend als je ziet hoe de ouder een jong helpt zelfstandig te worden, en tegelijk kijk je ervan op dat er zo nuchter afscheid wordt genomen. Niks vertedering voor bijvoorbeeld een jong dat nog wat langer in het nest wil blijven. Als er kàn gevlogen worden, dan móét er ook uitgevlogen worden. Desnoods zal een ouder het jong letterlijk het nest uitduwen. Het uur van zelfstandigheid is onverbiddelijk.

‘Neen, m’n beste Taddeüs, stunts om de wereld te overtuigen van mijn zending, moet je van Mij niet verwachten. Mijn levenstaak zit erop. Ik ga heen. Voor jullie is de tijd van volwassen gelovige-zijn aangebroken. Jullie moeten op eigen vleugels gaan vliegen. Van nu af is het jullie taak en jullie verantwoordelijkheid om Mij aan de wereld te openbaren.’

Wat Jezus zegt klinkt hard, maar het moet. Maar net als de arend geeft ook Jezus zijn vrienden een steuntje in de rug op weg naar volwassen geloof. Twee steuntjes eigenlijk:
1. Hij vat nog eens in twee woorden samen hoe zij Hem moeten openbaren;
2. en Hij belooft zijn vrienden hulp: “mijn Vader zal jullie in mijn naam een helper zenden, zijn heilige Geest.”

Ad 1. De twee woorden waarmee Jezus samenvat hoe zij zijn boodschap kunnen uitdragen, luiden: Mij liefhebben en mijn woord ter harte nemen.
Dat zijn geen twee verschillende opdrachten maar de twee kanten van eenzelfde medaille: Jezus liefhebben kan niet zonder wat Hij verkondigd heeft, ter harte te nemen. Hem liefhebben is veel meer dan een affectief, warm gevoel. Het gaat om verknocht-zijn aan, zich verbonden weten met elkaar. Het gaat om liefde die gestalte krijgt in het doen van wat de één van de ander verwacht. En wie op die manier Jezus liefheeft, “hem zal ook mijn Vader liefhebben en Wij zullen bij hem ons verblijf houden”, voegt Hij eraan toe. Letterlijk vertaald staat er: “Wij zullen in hem onze tent opslaan”. God zal dus in hem inwonen. Door God innerlijk vervuld, zal leven op die manier vanzelf uitstralen naar de wereld. Zo dus moeten zijn volgelingen Jezus en zijn boodschap uitdragen.

Ad 2. Om op die manier Jezus lief te hebben is wat extra hulp best welkom. “De heilige Geest zal jullie in alles onderrichten en jullie laten begrijpen wat Ik jullie gezegd heb.”
Uit de evangelieverhalen weten we dat de leerlingen, toen Jezus nog bij hen was, geregeld niet veel begrepen van wat Hij hun leerde.
In die heilige Geest komt God zelf ter hulp. Maar Hij dringt zich niet op. Het Griekse woord dat Johannes gebruikt om de heilige Geest aan te duiden is ‘Parakleitos’, letterlijk: ‘degene die erbij geroepen wordt’. Zijn inbreng is weliswaar pure gave, maar werkt niet automatisch. Voor alles wat God voor ons en met ons wil doen, vraagt Hij onze toestemming en medewerking. God respecteert ten volle de vrijheid en de verantwoordelijkheid van de mens. Willen we dat de Geest komt en werkzaam is, dan zullen wij ons ervoor moeten openstellen. De God van de Bijbel is immers geen opdringerige-almachtige God die baas is over de gebeurtenissen en de geschiedenis naar zijn hand zet. Neen, Hij is een meegaande God, gezelschap op onze levensweg. Hij ging destijds mee met zijn volk door de woestijn; Hij dook met hen onder in de ballingschap. Jezus’ leven was één groot getuigenis van die meegaande God, meegaand tot in de dood, zelfs door de dood heen naar nieuw leven.

“Als Ik er lijfelijk niet meer zal zijn, blijf Ik toch met jullie meegaan.” zegt Jezus, “Daartoe zend Ik jullie Iemand die ‘bij-je-blijft’, de heilige Geest, die werkt in je hart. Dat is mijn Pinkstergave aan jullie. En dus, m’n beste Taddeüs, en jullie allemaal, apostelen van toen en apostelen van nu, er is geen enkele reden om ongerust of bang te zijn. Integendeel, wees blij, want op eigen vleugels vlieg je veilig  met Gods Geest in de cockpit van je hart.”
Marc Christiaens o.p.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.