Ons Heer Hemelvaart B 2015 p

14 mei 2015     (Viering)

Hemelvaart…  een afscheid?

Hemelvaart ! Dit Bijbelverhaal werd door vele schilders heel aanschouwelijk en naïef voorgesteld. Je ziet de leerlingen in een kring verbijsterd omhoog kijkend naar een wolk die hun Heer omhult.
Dit plaatje dat de schriftlezingen ons voorhouden, klopt niet meer met onze kijk op de historische figuur, Jezus van Nazareth. Het staat in schril contrast met ons wereld- en godsbeeld. Via gesofisticeerde apparatuur krijgen wij op ons tv- of computerscherm steeds meer beelden van op de maan, van Mars, vanuit de ruimte. Wat doen wij dan met uitspraken als ‘Hij is opgevaren ten hemel en zit aan de rechterhand van God’? Wij geloven niet langer in een antiek wereldbeeld van drie verdiepingen: de hemel met God hoog boven ons, de hel met satan diep onder ons en wij op de aardschijf daar tussenin. Wij weten sinds de wetenschappelijke revolutie wel beter. Eveneens leerden we dat de bijbel geen historisch verslag is maar een boodschap om geloofservaringen over te dragen. Om die geloofservaringen gaat het. Laten we ook vandaag weer trachten te begrijpen wat de bijbel ons wil zeggen.

In onze parochie ben ik mee voorganger bij uitvaarten en kom dus vaak in aanraking met mensen die pas ‘afscheid’ hebben moeten nemen van personen met wie zij zoveel lief en leed gedeeld hebben. Opeens zijn deze geliefden er niet meer: een vader, een moeder, een man, een vrouw, een kind…  Plots is daar dan in je bestaan een eindeloze leegte en een oorverdovende stilte.
Zo stel ik het mij ook voor dat het geweest moet zijn in die hechte club rond Jezus van Nazareth. Jezus, die voor hen een geweldige, fantastische, hartverwarmende aanwezigheid was. Jezus was licht, vuur, liefde. Maar opeens was Hij -een man in de kracht van z’n leven-, gekruisigd, gestorven, begraven, weg. Eindeloze leegte en oorverdovende stilte, ook toen!
Nochtans… de leegte en de stilte die zo’n dode achterlaat, daarin gebeurt van alles. De leegte, de stilte die zo’n dode achterlaat spréékt.
Herinneringen zijn nog vers. Je komt allerlei voorwerpen tegen en stuit op omstandigheden waarin en waardoor je met hem of haar geconfronteerd wordt, soms heel onverwacht en op de gekste plaatsen. Er komen nog brieven met zijn of haar naam op. Je kunt je nog heel gemakkelijk voorstellen dat hij of zij zo binnenstapt. Vaak getuigen ook mensen dat de overledene er lichamelijk niet meer is maar dat ze toch een band ervaren, die als echt en troostvol wordt beleefd.

Vandaag hoorden wij in de eerste lezing: ‘Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God.’ Moeten we dat letterlijk nemen? Is dat echt zo gebeurd? Wel zijn Jezus’ leerlingen na Zijn dood op uiterst indringende wijze opnieuw met Hem geconfronteerd geworden, was Hij nog zéér aanwezig, zágen zij Hem en gaf Hij hen aanwijzingen. Wat precies de aard van die aanwezigheden en dat zien geweest zijn, weten we niet. We waren er niet bij. En ik moet u zeggen: eigenlijk interesseert mij dat ook niet. Mijns inziens kunnen we dat gerust in het midden laten.
Ik denk dat het verhaal van Hemelvaart goed de situatie weergeeft waarin de leerlingen verkeerden kort nadat ze Jezus verloren hadden. Vanzelfsprekend hebben ze zich eenzaam en verlaten gevoeld: verlangens en verwachtingen die ze tot dan toe gekoesterd hadden, werden de bodem ingeslagen. Maar precies in die stilte kan zich -tegen alle verdriet in-, een warm en veilig gevoel openbaren. Een gevoel dat ontstond wanneer de leerlingen terugdachten aan Jezus’ leven, aan de woorden die hij sprak, de dingen die hij deed.

Een periode van rouw en stilte, maakt het juist mogelijk om dan te luisteren naar alles wat op je afkomt. Door eenzaam te zijn, word je teruggebracht tot jezelf en degene die jou verlaten heeft. Daardoor zie je ten volle hoe rijk je geworden bent door je relatie met die ander.

Het getuigt van grote wijsheid en invoelingsvermogen dat de liturgie een onderscheid maakt tussen Hemelvaart en Pinksteren. De leegte na het afscheid wordt niet onmiddellijk opgevuld met de Geest; die komt later.
Dietrich Bonhoeffer – een protestants predikant en theoloog –  zei ooit en ik citeer: ‘Zolang de leegte blijft, blijf je daardoor met elkaar verbonden. Het is fout te zeggen: God vult die leegte. Hij vult haar helemaal niet. Integendeel. Hij houdt die leegte leeg en helpt ons zo de vroegere gemeenschap met elkaar bewaren, zij het ook in pijn.
De mooie dingen van vroeger zijn geen doorn in het vlees, maar een kostbaar geschenk dat je meedraagt. Je moet zorgen dat je niet in je herinnering blijft graven en je daarin verliest. Een kostbaar geschenk bekijk je niet elke dag maar alleen op bijzondere ogenblikken. Buiten die ogenblikken is het een verborgen schat, een veilig bezit, en dan wordt het verleden een blijvende bron van vreugde en kracht.’

Het is precies daaraan dat ik moest denken na de lezingen van vandaag. Wat heeft Jezus zijn leerlingen -en ons- niet gegeven? Te veel om op te noemen. Maar in de afstand die er tussen Jezus en zijn leerlingen is ontstaan na zijn dood, kwamen zij erachter wat Jezus werkelijk voor hen betekende. In de leegte gingen ze zijn testament langzaam maar zeker begrijpen. In de stilte en de verlatenheid hoorden ze zijn stem: ‘Wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, tot het uiteinde van de aarde.’

De afwezige aanwezigheid van de pasoverledene verdwijnt naar de achtergrond, verdwijnt naar de hemel, uit het oog, maar niet uit het hart. Ja, die levende dode, Jézus, -of hij of zij- die ons werkelijk lief was, die ons écht iets gezegd heeft; Hij (hij) of zij zit diep in ons. We dragen Hem steeds met ons mee. En overal waar wij komen, daar komt, daar ís Hij.

En juist zoals de leerlingen toen worden wij op deze Hemelvaartsdag ook met onze neus op de aardse werkelijkheid geduwd. ‘Wat staan jullie daar toch naar de hemel te kijken?’
Als we Jezus’ opdracht tot dienstbaarheid aan elkaar, tot zorg en aandacht voor de mens aan de zijlijn, als we die boodschap invullen, ieder naar zijn eigen mogelijkheden, dan leeft Jezus voort, ook in ons. Laten we verder op weg gaan, in Jezus’ voetspoor! Amen.

Monique Van Caenegem-Suys

 

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.