O.L.Vrouw Hemelvaart A 2020 p

Preek 15 augustus 2020           (Viering)
Luc., 39-56

Vooreerst een zalige hoogdag aan iedereen en aan alle moeders, grootmoeders en overgrootmoeders een fijne feestdag.A
De liturgie in de katholieke Kerk is ingedeeld in een A, B en C-jaar, met voor elke zondag zijn specifieke lezingen. Er zijn ook een aantal zon- en feestdagen die qua lezingen steeds weer dezelfde zijn en 15 augustus is er daar één van. Dus elk jaar dezelfde lezingen.

In 1950 werd het dogma van de ten-hemel-opneming van Maria uitgevaardigd en toen ‘boomde’ als het ware de Mariaverering. In 1951-1952 bij de bouw van de eerste kerk, de kerk met het strooien dak, werd gekozen voor deze patroonheilige.
Het beeld uit het boek van de Openbaring waarin de vrouw wordt voorgesteld, bekleed met de zon, de maan aan haar voeten en een sterrenkroon, was toen hét summum van lof en eerbetoon. Nu voelt dit voor ons wereldvreemd aan.
En het evangelie dan? Een loflied op de almacht van God die o.a. de machtigen van hun troon stoot? Dit beeld is door heel wat leiders – religieuze en wereldlijke – vaak gebruikt/misbruikt om een bepaalde visie over God door te drukken: de super-almachtige God, die over alles heerst en die tegelijkertijd ook oog heeft voor de zwakken.
Maar ik denk dat dit Magnificat vooral een uitbundig loflied is van 2 zwangere vrouwen, bij wie juist die zwangerschap en dat moederschap een enorme impact hebben gehad om hun leven. En bij welke vrouw is het dit niet? Zou uw leven er hetzelfde uitgezien hebben zonder kinderen?
Wanneer de jonge Maria verneemt dat haar oudere nicht Elisabeth nu toch eindelijk zwanger is, haast ze zich naar haar toe om een handje te helpen. Uitbundig begroetten de 2 vrouwen elkaar, blij en nog overdonderd door het wonder dat aan hen is geschied. Elisabeth had jarenlang uitgekeken naar de komst van een kind en waarschijnlijk had zij zich vol droefheid neergelegd bij het feit dat ze kinderloos zou blijven. Maatschappelijk gezien werd in de Joodse gemeenschap – en nog in heel wat culturen – kinderloosheid ervaren als een straf van God. Is het dan zo verwonderlijk dat ze dolblij is met toch nog de komst van een zoon en dat ze God daar jubelend voor dankt?
En Maria? Een doodgewoon jong, Joods meisje die moeder wordt van de lang verwachtte Messias. Zou niet elke vrouw dit als iets “heel speciaals” ervaren? Voelt tenslotte niet elke vrouw die leven voelt en draagt, dit als een wonder?
Dat Maria’s loflied er één is op God is toch niet zo bizar. Al eeuwen keken de Joden uit naar de komst van de Messias. Maar dat Hij zou geboren worden zoals elk ander kind en dan nog uit een jong meisje, zonder aanzien of rijkdom, zo stelden de Joden het zich niet voor, en Maria ook niet. Daarbij wordt haar zelfs nog gevraagd of ze wel de moeder van de Messias wil worden. Geef toe dat dit niet zo een alledaags fait divers is.
Maria en Elisabeth, twee vrouwen, die zich wel heel begenadigd voelen door God. Later in de evangelies horen we van beide vrouwen niet veel meer. Van Elisabeth al helemaal niet meer, van Maria maar een paar keren. Toch zullen ze beiden in het leven van hun zonen een belangrijke rol gespeeld hebben. Zoals elke moeder trouwens.

Hierbij heb ik me wel eens afgevraagd of in de loop van de geschiedenis, in verhalen of schilderijen bijvoorbeeld, Maria’s moederschap soms niet wat te idyllisch is voorgesteld?
Haar leven was toch niet allemaal zo vol rozengeur en maneschijn. Ze was op dat moment in feite een ongehuwde moeder. Pas nadat ze van Elisabeth terugkwam in Nazareth, nam haar verloofde Jozef haar bij zich in huis. In de omgeving van Jeruzalem op het punt staan van te bevallen en overal geweigerd worden, zodat je uiteindelijk moet bevallen in een stal: geef toe dat dit weinig ideale omstandigheden zijn. Naar Egypte vluchten met een pasgeboren baby zal bepaald ook niet een lachertje geweest zijn. Als Jezus twaalf jaar was, hebben zijn ouders drie dagen lang naar hem moeten zoeken. Dagen, die jaren moeten hebben geleken op dat moment. En later als ze haar Zoon veroordeeld ziet, zijn lichaam kapot gegeseld en doodbloedend op het kruis. Gods Zoon jawel, maar ook haar kind. Zoveel pijn, zoveel verdriet.

En toch is Maria er op zo een moment telkens weer. Haar leven is met dat van haar Zoon verbonden vanaf het allereerste begin tot het laatste moment: bij zijn eerste lachje, bij zijn eerste stapjes, later bij het feestvieren op de bruiloft van Kana, maar ook onder het kruis. In goede en kwade dagen, in vreugde en verdriet, en dat alles zonder veel tamtam.

In feite geldt dit voor elke moeder. Daarin herkennen wij ons. Moederschap is een levenslang engagement aangaan van zorgen voor, van loslaten en er toch telkens weer zijn. Zo was het ook voor Maria.
Kiezen voor moederschap is ja zeggen tegen het leven en dit is altijd een sprong in het onbekende, met licht- en schaduwkanten. En de schaduwzijde van de liefde is nu eenmaal verdriet. Het ene kan niet zonder het andere. Moederschap brengt naast vreugde ook pijn en verdriet met zich mee. Maar dat betekent niet dat het niet de moeite waard is.
Gerda Huys

Luc., 39-56
Vooreerst een zalige hoogdag aan iedereen en aan alle moeders, grootmoeders en overgrootmoeders een fijne feestdag.A
De liturgie in de katholieke Kerk is ingedeeld in een A, B en C-jaar, met voor elke zondag zijn specifieke lezingen. Er zijn ook een aantal zon- en feestdagen die qua lezingen steeds weer dezelfde zijn en 15 augustus is er daar één van. Dus elk jaar dezelfde lezingen.

In 1950 werd het dogma van de ten-hemel-opneming van Maria uitgevaardigd en toen ‘boomde’ als het ware de Mariaverering. In 1951-1952 bij de bouw van de eerste kerk, de kerk met het strooien dak, werd gekozen voor deze patroonheilige.
Het beeld uit het boek van de Openbaring waarin de vrouw wordt voorgesteld, bekleed met de zon, de maan aan haar voeten en een sterrenkroon, was toen hét summum van lof en eerbetoon. Nu voelt dit voor ons wereldvreemd aan.
En het evangelie dan? Een loflied op de almacht van God die o.a. de machtigen van hun troon stoot? Dit beeld is door heel wat leiders – religieuze en wereldlijke – vaak gebruikt/misbruikt om een bepaalde visie over God door te drukken: de super-almachtige God, die over alles heerst en die tegelijkertijd ook oog heeft voor de zwakken.
Maar ik denk dat dit Magnificat vooral een uitbundig loflied is van 2 zwangere vrouwen, bij wie juist die zwangerschap en dat moederschap een enorme impact hebben gehad om hun leven. En bij welke vrouw is het dit niet? Zou uw leven er hetzelfde uitgezien hebben zonder kinderen?
Wanneer de jonge Maria verneemt dat haar oudere nicht Elisabeth nu toch eindelijk zwanger is, haast ze zich naar haar toe om een handje te helpen. Uitbundig begroetten de 2 vrouwen elkaar, blij en nog overdonderd door het wonder dat aan hen is geschied. Elisabeth had jarenlang uitgekeken naar de komst van een kind en waarschijnlijk had zij zich vol droefheid neergelegd bij het feit dat ze kinderloos zou blijven. Maatschappelijk gezien werd in de Joodse gemeenschap – en nog in heel wat culturen – kinderloosheid ervaren als een straf van God. Is het dan zo verwonderlijk dat ze dolblij is met toch nog de komst van een zoon en dat ze God daar jubelend voor dankt?
En Maria? Een doodgewoon jong, Joods meisje die moeder wordt van de lang verwachtte Messias. Zou niet elke vrouw dit als iets “heel speciaals” ervaren? Voelt tenslotte niet elke vrouw die leven voelt en draagt, dit als een wonder?
Dat Maria’s loflied er één is op God is toch niet zo bizar. Al eeuwen keken de Joden uit naar de komst van de Messias. Maar dat Hij zou geboren worden zoals elk ander kind en dan nog uit een jong meisje, zonder aanzien of rijkdom, zo stelden de Joden het zich niet voor, en Maria ook niet. Daarbij wordt haar zelfs nog gevraagd of ze wel de moeder van de Messias wil worden. Geef toe dat dit niet zo een alledaags fait divers is.
Maria en Elisabeth, twee vrouwen, die zich wel heel begenadigd voelen door God. Later in de evangelies horen we van beide vrouwen niet veel meer. Van Elisabeth al helemaal niet meer, van Maria maar een paar keren. Toch zullen ze beiden in het leven van hun zonen een belangrijke rol gespeeld hebben. Zoals elke moeder trouwens.

Hierbij heb ik me wel eens afgevraagd of in de loop van de geschiedenis, in verhalen of schilderijen bijvoorbeeld, Maria’s moederschap soms niet wat te idyllisch is voorgesteld?
Haar leven was toch niet allemaal zo vol rozengeur en maneschijn. Ze was op dat moment in feite een ongehuwde moeder. Pas nadat ze van Elisabeth terugkwam in Nazareth, nam haar verloofde Jozef haar bij zich in huis. In de omgeving van Jeruzalem op het punt staan van te bevallen en overal geweigerd worden, zodat je uiteindelijk moet bevallen in een stal: geef toe dat dit weinig ideale omstandigheden zijn. Naar Egypte vluchten met een pasgeboren baby zal bepaald ook niet een lachertje geweest zijn. Als Jezus twaalf jaar was, hebben zijn ouders drie dagen lang naar hem moeten zoeken. Dagen, die jaren moeten hebben geleken op dat moment. En later als ze haar Zoon veroordeeld ziet, zijn lichaam kapot gegeseld en doodbloedend op het kruis. Gods Zoon jawel, maar ook haar kind. Zoveel pijn, zoveel verdriet.

En toch is Maria er op zo een moment telkens weer. Haar leven is met dat van haar Zoon verbonden vanaf het allereerste begin tot het laatste moment: bij zijn eerste lachje, bij zijn eerste stapjes, later bij het feestvieren op de bruiloft van Kana, maar ook onder het kruis. In goede en kwade dagen, in vreugde en verdriet, en dat alles zonder veel tamtam.

In feite geldt dit voor elke moeder. Daarin herkennen wij ons. Moederschap is een levenslang engagement aangaan van zorgen voor, van loslaten en er toch telkens weer zijn. Zo was het ook voor Maria.
Kiezen voor moederschap is ja zeggen tegen het leven en dit is altijd een sprong in het onbekende, met licht- en schaduwkanten. En de schaduwzijde van de liefde is nu eenmaal verdriet. Het ene kan niet zonder het andere. Moederschap brengt naast vreugde ook pijn en verdriet met zich mee. Maar dat betekent niet dat het niet de moeite waard is.
Gerda Huys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.