Kruisweg – Goede Vrijdag

Kruisweg: willen christenen opstaan
naar Geniets

Inleiding

V1.
Er is een Jezus van Nazareth geweest
die zei dat Hij door zijn Vader gezonden was
om aan de mensen de weg te wijzen
naar echte menswording en verlossing.
Hij zei dat Hij over de dood en de verrijzenis heen
bij ons
en in ons
en met ons zou blijven
als wij in zijn Naam willen samen zijn.

In elke christen wordt Jezus opnieuw geboren,
in elke christen gaat Hij weldoende rond,
in elke gemeenschap is Hij mysterievol aanwezig.
Jezus zal maar voorgoed dood en begraven zijn
en het zal nooit meer Pasen en Pinksteren zijn,
de dag dat de laatste christen afhaakt,
de dag dat de laatste gemeenschap van gelovigen niet meer bidt,
niet meer weldoende rondgaat,
de anderen niet meer dient.

In de vier evangelies is één vierde gewijd
aan Jezus’ lijden, dood en verrijzenis.
Sedert die eerste keer, in de straten van Jeruzalem,
staat Hij er echter niet alleen voor.
Twintig eeuwen hebben christenen Zijn kruis opgenomen
en zijn Hem gevolgd.

V2.
Wij staan langs de straten van Jeruzalem,
Hij komt voorbij.
Horen wij Hem nog altijd vragen:
“Willen de christenen opstaan?”
Willen wij mee Jezus’ kruis opnemen en Hem volgen?
Wij willen stilstaan bij Zijn staties
en nadenken wat die Jezusmomenten
kunnen betekenen in ons concrete leven van vandaag.

Eerste statie: Jezus wordt ter dood veroordeeld.

V1.
Annas en Kajafas, Herodes en Pontius Pilatus…
Het behoorde tot hun verantwoordelijkheid
om over mensen te oordelen,
om mensen te veroordelen.
Over mensen oordelen…

Het lobbywerk van wie zich door Jezus bedreigd voelden
en het lawaai van de “Kruisig Hem” – roepers
resulteerden uiteindelijk in een terdoodveroordeling,
een goed van pas komende tactische beslissing
van de machthebbers.
Kreeg Jezus een eerlijk proces?
Was dit een staaltje van ‘snelrecht’?
’s Nachts gevangen, ’s middags dood.
Zo doen mensen het wel eens.

V2.
God veroordeelt niemand tot lijden.
God heeft verdriet als mensen elkaar doen lijden.

Er wordt zoveel geleden
onder oorlog, honger, geweld, geroddel,
pijn, verdriet en egoïsme.
Een handvol mensen oordeelt vaak over het lot van een heel volk,
zelf
oordelen wij graag in onze eigen kring.

God,
geef veel wijsheid, rechtvaardigheid,
mildheid en integriteit
aan hen die in kerk en wereld over anderen oordelen.
Vergeef ons als wij zelf zo graag oordelen,
anderen verdacht maken, beschuldigen.
Geef ons als christenen Jezus’ mildheid en goedheid
om in elke mens op zoek te gaan naar het goede,
om barmhartig
altijd opnieuw, kansen te geven.
Laat ons oordeel steeds
in dienst staan van de waarheid.

Tweede statie: Jezus neemt zijn kruis op.

V1.
In de nacht is het begonnen:
zij grepen Hem vast,
leidden Hem naar Kajafas,
zochten getuigenis tegen Hem,
sloegen en bespuwden Hem,
ze namen het besluit Hem ter dood te brengen
en leidden Hem weg om gekruisigd te worden.
Jezus heeft zijn kruis niet opgenomen,
het werd Hem opgelégd.
Hij werd meegesleurd door de gebeurtenissen.

V2.
Elk lijden en verdriet,
elke pijn en elk kwaad
hebben iets onbarmhartigs.
Als kwaad, ziekte of dood ons treffen,
zijn wij vaak als verlamd:
als het kruis zich aanbiedt
kan je niet anders dan het opnemen:
je hebt bijna nooit een andere keuze.
Jezus heeft het lijden niet gezocht,
maar Hij heeft het ook niet ontlopen.
Daarin wou Hij onze gelijke zijn,
want zo is het ook met de mensen.

God,
overal ter wereld worden kruisen op mensen gelegd:
kruisen van zichtbare en onzichtbare pijn,
kruisen van honger en dood,
kruisen van ziekte en eenzaamheid,
kruisen van onmenselijk leven.
Net zoals Jezus hebben zij er niet om gevraagd,
maar is het hun opgelegd.
Ook wij dragen ons kruis.
Sterk onze schouders
en help ons op weg te gaan
om, mét ons kruis
mens en christen te zijn.
Wij bidden U om sterkte
voor mensen die voor een groot kruis in hun leven staan
en voor de velen van wie het kruis
onzichtbaar en ongekend is,
maar te zwaar om dragen.

Derde statie: Jezus valt onder het kruis.

V1.
Geen enkele van de evangelisten verhaalt
dat Jezus gevallen is onder het kruis.
De tocht van Jezus door Jeruzalem heeft natuurlijk
twintig eeuwen enorm tot de verbeelding gesproken
van de christenen.
Na de arrestatie, de bespotting en de mishandelingen,
is het bijna zeker
dat de kruisveroordeelde onderweg struikelde en viel.
De christelijke vroomheid kleurde de lijdensprocessie met details:
langs de straat staan de toeschouwers:
de “sterken” die nooit vallen,
de ramptoeristen,
de leerlingen die op veilige afstand blijven,
of noem hen de eerste bange kerkleiders
die niet goed weten wat te doen.

V2.
Jezus valt.
Niet alleen een mens die valt,
maar Gods Zoon valt.
De mensen die deze statie hebben bedacht,
waren echte mensen.
Ze hebben Jézus laten vallen.
Een bevrijdende gedachte voor ons.
Als je valt, ben je nog niet mislukt.
Zelfs Jezus is gevallen.
Dan mag ik, dan mag jij ook
eens vallen.

Heer,
leer ons inzien dat vallen zo menselijk is
en dat zwak zijn geen schande is.
Help ons sterk te zijn als we vallen,
zodat wij ons niet overgeven aan bitterheid en moedeloosheid,
maar opstaan om onze weg verder te gaan.
En geef ons de kracht om medemensen
die vallen en niet meer kunnen opstaan
recht te helpen.


Vierde statie: Jezus ontmoet zijn moeder.

V1.
Natuurlijk is zij daar, in de straten van Jeruzalem.
Zoals elke moeder van een ter dood veroordeelde,
zoals elke moeder van elke mens in levensnood.
Daarom is zij moeder.
En zij herinnert zich
wat de oude Simeon haar zegde:
‘Een zwaard zal door uw hart gaan.’

V2.
Zij lijdt om wat haar Zoon wordt aangedaan,
maar zij zal blijven meegaan tot aan het kruis.
Maria is één van de weinigen
die met Jezus de hele weg is gegaan.
Zij is moeder geweest in Bethlehem, in Nazareth,
in Kafarnaüm, in Kana
en nu in de straten van Jeruzalem.
Is het niet zó met alle moeders?

Heer,
wij bidden U om kracht, sterkte en volharding
voor alle moeders die lijden om hun kinderen.
Voor moeders die hun kinderen hun eigen weg zien gaan.
Voor moeders van wie de kinderen verdwijnen
in linkse en rechtse terreurregimes.
Voor moeders die niet weten wat hun kinderen wacht.
En wij richten ons tot Maria,
uw en onze moeder,
dat zij alle moeders helpt
hun smart te dragen
en te geloven in het Leven.
En dat zij de mensheid helpt
om zwaarden en wapens om te smeden
in dienst van de wereldvrede.

Vijfde statie: Jezus wordt geholpen door Simon van Cyrene.

V1.
Het evangelie laat doorschemeren dat de soldaten zagen
dat Jezus fysisch niet meer in staat was
het kruis op te nemen
en dat ze daarom de passerende Simon van Cyrene vorderden
om het kruis te helpen dragen.
Het is niet duidelijk wie Simon is:
een pelgrim uit Cyrene in Noord-Afrika
die voor het paasfeest in Jeruzalem is,
of een Joods migrant uit Palestina…?
Een vreemdeling?
De eerste mens die in de geschiedenis
Jezus’ kruis heeft gedragen
is geen leerling geweest,
hij heeft er niet voor gekozen,
maar is ertoe gedwongen.
Dat zijn dingen die tot nadenken stemmen.
Waar zijn de echte leerlingen?

V2.
Jezus was niet gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen.
Hij heeft heel zijn leven mensen geholpen,
bemoedigd, gesterkt, geheeld en gediend.
Nu heeft Hij zelf hulp nodig.
Zich laten helpen,
toegeven dat je hulp nodig hebt
is ook een vorm van grootheid.
In Simon van Cyrene herkennen wij
alle mannen en vrouwen
die medemensen dienen en helpen hun kruis te dragen.

Heer,
wij danken U voor de onvergetelijke dienstbaarheid
van zovele mensen
als zij anderen helpen hun kruis te dragen.
Wij bidden U voor onze Kerken,
dat zij dienende geloofsgemeenschappen mogen zijn
en dat zij in dienstbaarheid van geloof, hoop en liefde
hun ware grootheid vinden;
dat Kerken nooit het leven van mensen moeilijker maken,
maar mensen helpen wegen te vinden
om van het leven te genieten
en erin te blijven geloven.
Laat mij voor anderen een Simon van Cyrene zijn,
en geef mij,
als ik het nodig heb,
een Simon van Cyrene.

Zesde statie: Veronica wist Jezus’ gelaat af.

V1.
Veronica is een volslagen onbekende.
We weten niet of ze Jezus ooit eerder ontmoet had.
Het is ook goed dat ze onbekend is.
Want in het reële leven
zijn het soms onbekenden
die anderen helpen
en dan weer verdwijnen in het onbekende.
Met een wit doek heeft ze het gelaat
van de bloedende en zwetende Jezus liefdevol afgeveegd.
En het doek toonde daarna zijn aangezicht.

V2.
Iets wat uit liefde gebeurt, is altijd groot.
Ik denk aan Veronica
als ik verplegend personeel in het ziekenhuis
zieke en stervende mensen zie bijstaan,
wassen, het zwetend gezicht betten,
met eerbied verzorgen.
Ik denk aan Veronica
als ik dochters hun oude moeder of vader
thuis zie verzorgen
en hun lijden verlichten.
De zesde statie is de statie van ziekenzorg
en van iedere dienende liefde in de wereld.

Heer,
wij danken U voor de ontelbare Veronica’s
die het lijden verlichten van zieken en stervenden.
Dank U voor de Veronica’s
die een doek spreiden
over het lijden van anderen.

Zevende statie: Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis.

V1.
We zegden al dat mensen
die het vallen van Jezus “bedacht” hebben
als statie in de kruisweg,
echte mensen zijn.
Anders laat je Jezus
die God is, niet vallen.
Al was het uit eerbied.
Er is maar één statie die hernomen wordt.
Geen twee ontmoetingen met Simon of Maria.
Wel drie keer vallen.
Her-vallen dus. Zo menselijk.

V2.
Voor Jezus was het ook zo onmenselijk:
door die smalle straatjes strompelen,
tussen die “Kruisig Hem” – roepers en
de “Hosanna” – roepers van verleden week.
Waarschijnlijk stonden hier en daar mensen
die Hij genezen had,
die Hij geholpen had te overleven en op te staan.
Hij is de lijdende dienaar
die voorbijgaat,
getekend door haat en misprijzen van velen.

Heer onze God,
dit vallen is het ultieme bewijs
van uw echte menselijkheid.
Voor ons is het te laat.
Wij kunnen niet meer helpen.
Wij waren niet daar, langs de straat.
Maar wat doen wij met mensen rondom ons
die niet recht kunnen blijven
en genadeloos ten gronde gaan?

Achtste statie: Jezus ontmoet de wenende vrouwen van Jeruzalem.

V1.
De evangelisten verhalen dat een grote menigte
de stoet met soldaten, met Jezus en de andere veroordeelden, volgde.
Ook vele vrouwen die zich op de borst sloegen
en Hem beweeklaagden.
Vrouwen met een moederhart
die protesteren tegen onmenselijk lijden,
die openlijk hun medelijden tonen.
Jezus hoort hen
en toch kan Hij zeggen:
“Ween niet over Mij, maar over uw kinderen.”

V2.
We kennen ze van de nieuwsbeelden:
de vrouwen in Zuid-Amerikaanse hoofdsteden
die betogen en protesteren
tegen de vuile politiek en mensenverdwijningen,
maar nog meer de vrouwen in het Nabije-Oosten
– in Israël, in de Palestijnse gebieden –
die klagen over hun vermoorde
of zelfmoordende zonen.
Ontroostbaar klinken hun angstschreeuwen,
even ontroostbaar hun verdriet, hun woede en hun protest.

Blijkbaar zijn nergens in Jezus’ evangelie
vrouwen zó aanwezig als in het lijdensverhaal.
Vrouwen voelen lijden misschien altijd intenser aan dan mannen.

Heer,
op uw weg met het kruis hebt gij de wenende vrouwen ontmoet.
Gij hebt hen getroost.
Wij maken soms hetzelfde mee:
een doodzieke, stervende vader of moeder,
broer, zus of vriend
of zelfs een met de dood getekend kind
dat op het ziekbed hun dierbaren troost
en dankt voor het leven,
gelovend in het komende leven.

Negende statie: Jezus valt voor de derde maal onder het kruis.

V1.
Het duurt te lang.
Het draaide allemaal voor zijn ogen,
de zon brandde
en binnen in Hem brandde de koorts.
Je weet niet meer of Jezus het kruis droeg
of het kruis Jézus meesleepte.
En dan gebeurt het natuurlijk.
Plat tegen de grond gesmakt.
Misschien lachen ze wel langs de weg:
de farizeeën, de kooplieden van de tempelreiniging,
de jaloersen van zijn palmzondagsucces…

V2.
Dit is de statie van de zware nederlaag,
de menselijke mislukking.
En voor de leerlingen de statie van zich wanhopig afvragen:
hoe gaat dit eindigen?
Hoe kan hier een Rijk Gods uit ontstaan?

Soms lijden mensen aan de samenleving,
aan de geschiedenis van hun gemeenschap
en soms lijden ze ook aan de Kerk.
Zoveel pijn en onzekerheid,
zoveel zwakheid in Kerken, kerkmensen en kerkleiders.

Heer,
zo vaak blijven wij méér staan
bij het vallen en onze zwakheid
dan bij het opstaan
en de trouwe volharding in de hoop.
Vallen en opstaan zijn inherent
aan elk mensenleven.
Wij willen geloven dat de laatste val
nooit de laatste fase is,
dat er altijd nadien nog opstanding volgt,
in eigen kracht of in de kracht van uw Zoon, Jezus, de Christus.

Tiende statie: Jezus’ klederen worden verdeeld.

V1.
Het behoort tot de meest fundamentele mensenrechten
dat elke mens recht heeft op kleding.
In onze cultuur is het zo gewoon
dat jonge ouders in verwachting
maanden op voorhand kinderkleertjes kopen voor hun kindje,
moeders gaan met hun kinderen kleren kopen,
soms geven we iets van ons teveel aan kleren
aan de armen.
Iemand kleden is iemand eerbiedigen als mens,
hem als gelijke erkennen
of in waardigheid herstellen.

V2.
Iemand ontkleden kan je uit liefde doen,
bv. een moeder die haar kind wast,
maar iemand ontkleden betekent meestal:
ont-eren, ontmenselijken,
de andere in zijn of haar waardigheid aantasten,
vernederen.
Elk foltersysteem of elke menselijke vernietiging
begint met uitkleden.

Een mens de kleren van het lijf rukken
is hem tot “iets”, tot een object maken,
hem in zijn menselijke persoon treffen.
Dit is de statie waarin Jezus zich herkent
in alle mensen waar ook ter wereld
die slachtoffer zijn van misbruik, van mensenhandel, van genocide.

Heer,
wij willen de menselijke waardigheid
in álle mensen zonder uitzondering
herkennen en eerbiedigen.
Geef ons de goedheid van moeders
die hun kinderen kleden
en de solidariteit van rijken
die delen met minder begoeden.
Zó maken wij al het goede van uw schepping
dienstbaar aan álle mensen.

Elfde statie: Jezus wordt aan het kruis genageld.

V1.
“En zij kruisigden Hem”.
Zijn leerlingen stonden verbouwereerd te kijken.
Zou er nu niets gebeuren uit de hemel?
Een legioen engelen misschien?
Een sensationele ontknoping?
Maar elke hamerslag maakt de situatie uitzichtlozer.
En de soldaten,
die doen alleen maar hun plicht.

De spijkers gaan door merg en been,
niet alleen van Jezus,
maar ook van zijn moeder en van de leerlingen.
Tegen dit geweld is niemand opgewassen.
Alleen
verbondenheid in liefde.

Heer,
zo vaak spijkeren wij, mensen, elkaar vast
op voorbije zwakheid en tekortkoming:
wij brandmerken en catalogeren mekaar
op grond van geruchten, roddels en emoties.
Wij schrijven zo vaak mensen af
om feiten en woorden die moesten vergeten zijn.
Wij nagelen zelfs onszelf vast in onze eigendunk
en schijngrootheid.

Twaalfde statie: Jezus sterft aan het kruis.

V1.
Wij staan stil bij de dood van Jezus.
“Statie” betekent in feite ‘stilstaan’.
Bij de dood sta je altijd stil.
De dood is vaak brutaal
en dan valt de wereld even stil.
Zeker in een wereld waar mensen van elkaar houden.
Soms kan de dood lang op zich laten wachten:
uren, dagen, weken, maanden…
Bij Jezus was de kruisdood
een kwestie van een paar uren.
Maar dat wachten was voor de toekijkende vrienden en familie
een weg van onmenselijke pijn.

V2.
“Niemand heeft groter liefde
dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden.”
En Jezus’ vrienden zijn de hele mensheid
en de hele schepping.
Nu begrijpen we:
“Dit is Mijn lichaam dat voor u gegeven wordt,
dit is Mijn bloed dat voor u vergoten wordt.”
In elke eucharistie
gedenken wij de dood van Jezus
én Zijn verrijzenis.

Vooraleer te sterven zei Jezus tot zijn moeder:
“Vrouw, zie daar uw Zoon.”
En tot de leerling Johannes:
“Zie daar uw moeder.”
Bij het kruis van Jezus worden mensen aan elkaar toevertrouwd.
Christenen worden bij het kruis geroepen en gezonden
om voor elkaar en voor alle mensenkinderen te zorgen.

Het is een eeuwenoude traditie geweest,
bij deze statie in stilte,
met persoonlijke woorden,
te bidden

en God te danken voor het mysterie van de verlossing.

Dertiende statie: Jezus wordt van het kruis afgenomen.

V1.
De mens is op zijn zwakst en op zijn armst
als hij gestorven is.
Dan is onze weerloosheid op haar hoogtepunt.
Een mens kan zichzelf niet begraven.
De leerlingen en een aantal met name genoemde vrouwen
zorgen voor Hem.
Tot in het graf heeft Jezus ons menselijk lot gedeeld.

Heer,
wij danken u voor de goedheid,
de liefde en de zorg,
waarmee mensen zorgen voor hun doden.
Wassen, kleden, opbaren.
Wat een mooi woord: op-baren.
Het lijkt alsof wij nieuw leven krijgen,
opnieuw gebaard worden.
Wij danken U voor zovele mensen die anderen begeleiden
in hun rouwproces om een dierbare overledene.

Veertiende statie: Jezus wordt in het graf gelegd.

V1.
Toen Jezus geboren werd,
had Hij geen eigen wieg om in te liggen.
Toen Hij leefde,
had Hij geen steen om zijn hoofd op te leggen.
Toen Hij gestorven was,
heeft men Hem in andermans graf moeten leggen.
Jozef van Arimatea stelde zijn rotsgraf
ter beschikking
voor Jezus’ paasgraf.

V2.
Dood vraagt om stilte, eerbied en rust.
De doden begraven maakt ook ons rustig,
het troost de achterblijvenden.
Maar de bewonderenswaardige manier
waarop doden normaal de laatste eerbetuiging krijgen,
mag ons toch niet doen vergeten
dat er in onze wereld ook massagraven zijn.
De slachtoffers van genocide,
abortus, misdaad en vluchtelingenstromen,
zij worden meestal niet menswaardig begraven.

Heer,
wij betuigen de doden
eerbied en liefde.
Wij vertrouwen onze moeders, vaders of dode kinderen toe aan Uw aarde
in het geloof dat zij door Uw kracht zullen verrijzen.
Midden op onze kerkhoven staat Jezus’ kruis.
Moge dat kruis
nooit een teken zijn van de dood
maar van het Leven en de verrijzenis.

Vijftiende statie: de verrijzenis van Jezus.

V1.
Morgenavond, op paaszaterdag
zullen de christenen samenkomen in het donker
rond de gekruisigde Jezus.
Ze zullen de paaskaars ontsteken,
en met zijn anderhalf miljard gaan ze Pasen vieren,
zingend van licht, warmte, leven en verrijzenis.

De verrijzenis van Jezus is ons niet overgeleverd
door een beschrijvend feitenrelaas,
maar door een aantal getuigenissen.
Misschien wordt de verrijzenis
nog het meest van al getoond
in meer dan twintig eeuwen
leven, bidden en weldoende rondgaan van christenen.

Wij geloven niet alleen dat Jezus toén verrezen is,
maar ook dat Hij verrijst, hier en nu,
in u en in mij.

 

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen. Bookmark de permalink.