Kerstmis B 2017 p

(Viering)


 “Ach ja, Ik ben jarig vandaag.” flitste het door Jezus’ hoofd. “De tijd vliegt snel… Het is al zolang geleden toen ‘het’ gebeurde… het was nacht toen ik als mens geboren werd.”
Terugblikkend op die eerste kerstnacht, mijmerde Jezus als volgt:

Kerstmijmering van Jezus

Toen ik als mens geboren werd in de wereld,
was dat niet om op te vallen, of om indruk te maken…
Ik ben mens geworden
omdat mijn Vader in de hemel dat zo wilde.

Die wou dat Ik, net zoals kleine mensen,
arm en weerloos zou worden,
midden de gevaren van ziekte en gebrek aan hygiëne,
van armoede en ondervoeding,
midden in een bezet gebied met al de onrust die dat meebrengt.
Ja, zo wou mijn Vader het;
“De wereld heeft dat nodig” zei Hij,
“Er wordt aan teveel gewone mensen voorbijgegaan.
Ik wil hun laten weten, eens en voorgoed,
dat Ik aan hun kant sta.”

En dus liet mijn Vader Mij geboren worden
op het tapijt van de aarde,
in het paleis van de nacht
onder de glinstering van de sterren
verwarmd door het logge lijf van dieren,
omringd door de trouwe liefde van twee doodgewone mensen.
Zo heeft Hij het geregeld, prima geregeld;
want Hij liet Mij de rijkdom aanvoelen
van mensen met een warm hart;
Hij liet me proeven van hun tederheid
en van hun zorg voor elkaar.

En zo leerde Ik, via de praktijk,
wat mijn Vader voor ogen stond
toen Hij Mij als mens naar de wereld zond.
Met dezelfde zorg en met dezelfde tederheid
waarmee Ik als kind omringd werd,
moest Ik naar de mensen toegaan.
Mijn Vader zou zich tot de mensen richten via mijn stem.
Hij zou in mijn vingers kruipen met zijn helende kracht.
Hij zou vergeving schenken
en leven geven:
leven – zo eenvoudig en rijk
als toen in die stal in Bethlehem.
Hij zou bij Mij blijven
in de eenzame uren van nachtelijk gebed
in de teleurstelling om kwade trouw van mensen.
Tot in de laatste verschrikking op het kruis
zou Hij bij Mij blijven.

Veel eeuwen later…
in streken waar de mensen de geur van de aarde niet meer opsnuiven
en vervreemd zijn van de nacht en van de sterren,
waar zij zich niet meer warmen aan de uitwaseming van de dieren…
daar waar alles draait om macht en geld
en men de schouders ophaalt voor trouwe liefde van mensen…
juist daar, in die streken wordt  mijn geboorte heel uitbundig gevierd,
op alle manieren
behalve in tederheid en zorg voor elkaar.
Tederheid en zorg voor elkaar…
daar was het Mij net om te doen;
daar was het mijn Vader om te doen
toen Hij Mij als mens geboren liet worden.                                      vrij naar Manu Verhulst

* * *
Misschien dat Kerstmis, niet alleen Jezus, maar ook ons even aan ‘t mijmeren zet……

God, ik had het niet verwacht
dat Gij als een gewone mens
zoudt geboren worden
in een stal, zonder privacy
waar iedereen kan binnenvallen,
met een vader en een moeder
die niet getrouwd waren
en al dagen op weg
om in orde te zijn met de autoriteiten.

God, ik had het niet verwacht
dat Gij als een kind onder ons
zoudt komen,
weerloos en klein.
Gij waart van geen tel
en moest nog alles krijgen
en alles leren.
En uw leven was al bedreigd
vanaf de eerste dag.

God, ik had het niet verwacht
dat Gij zoudt geboren worden
in een voederbak
in het milieu van herders,
een volkje waar de burgerij op neerkeek.
Dat Gij zonder hygiëne
uw intocht zoudt doen…
Ik had het niet verwacht.
God, ik had het niet verwacht
dat tovenaars uit het oosten
U op het spoor zouden komen
en niet de priesters van de tempel.
Dat Gij, toen reeds,
ontdekt werd
door onbekende heidenen
en miskend door het volk
van Uw eigen voorkeur.

God, ik had het niet verwacht…
omdat ik U niet heb verwacht.
En dus is het vaak gebeurd
dat ik niet naar U omkeek.
Maar een enkele keer zowaar
geraak ik op het Kind-in-de-stal
niet uitgekeken,
en wordt het stil in mij van binnen.
En weet ik weer:
toen Gij als mens geboren werd
was het U te doen
om – via mij –
de wereld te verwarmen
met tederheid en zorg.                                                          vrij naar Manu Verhulst

 

Download PDF
Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.