H. Drieëenheid C 2019 p

Drie-eenheid (Jo. 16,12-15 ; Spr. 8,22-31)      (Viering)

Feest van de heilige Drie-eenheid. Normaal mag je dan verwachten dat de lezingen in deze viering ons iets zouden vertellen over wat met dat wat vreemde woord ‘Drie-eenheid’ bedoeld wordt. Niet dus. Kan ook niet, want de Bijbel spreekt er nergens over. De Schrift kent het woord niet eens. Drie-eenheid of Drievuldigheid is oorspronkelijk een theologisch begrip, vaktaal van godgeleerden onder elkaar.
Uit mijn schooltijd herinner ik mij een godsdienstleraar die ons probeerde diets te maken wat ‘Drie-eenheid’ betekent – drie personen die toch één God zijn. Hij stak drie lucifers tegelijk aan en zei: “Voila, drie lucifers en toch maar één vlam”. Een wat flauwe poging om uit te leggen wat niet uit te leggen is. Maar dat soort dingen behoorde tot de tijdsgeest: toen dacht men dat ‘geloven’ in de eerste plaats ‘weten’ en ‘inzien’ was. Maar als geloven een zaak van leven en beleven is, dan heb je aan dat soort trucjes niet veel.

Heel andere taal hoorden wij in onze eerste lezing. Daarin ging het niet over ‘drie-‘ maar over een… ‘twee-eenheid’. Over God en zijn Wijsheid. Die twee, zo vertelt het Boek der Spreuken, hebben samen hemel en aarde en de oceaan gemaakt: “Als uitvoerster stond Ik God terzijde” vertelt de Wijsheid, “en onze onderlinge relatie was er een van vreugde, van genieten van elkaar. En Ik genoot er ook van om onder de mensen te vertoeven” (v. 30-31). Dat is geen taal van geleerden maar bijbeltaal: spreken over God en zijn Wijsheid is hier spreken over ‘zorgen voor’, over liefde en over genieten, genieten van elkaar en genieten van de mensen. Dingen waar dogmapraat weinig kaas van heeft gegeten.

Ook de evangelies hebben het voortdurend over warme Godsliefde en over God die mensen graag nabij is. Massa’s verhalen over Jezus die, als Zoon van God, mensen genegen was, die opkwam voor de zwaksten onder hen, Jezus die gerechtigheid predikte, en zijn vrienden uitdaagde om goed als God te zijn. Hij verkondigde geen almachtige, alwetende, allesziende God die mensen in hun ellende laat sudderen, en vanuit den hoge als een politieman neerkijkt of ze, ondanks alle beproevingen, gelovig overeind blijven. De God van Jezus is een heel andere God: Hij is een nabije God, Iemand die om mensen geeft, Iemand die ons in moeilijke tijden als gids terzijde wil staan; die meegeniet van onze vreugden, maar ook onze metgezel wil zijn als wij in de miserie zitten; een God ook die er onder lijdt als Hij geconfronteerd wordt met twijfel en onbegrip onzerzijds. Lees maar eens hoeveel moeite Jezus zich getroost om zijn vrienden duidelijk te maken wie God voor hen wil zijn… Uiteindelijk heeft Hij daar geen ander woord voor dan: God wil ook voor ons ‘Vader’ zijn.
En als Jezus het in de evangelielezing van vandaag heeft over ‘de Geest der Waarheid’, dan blijkt dat niet Iemand te zijn die de apostelen een reeks theologisch waarheden in het hoofd moet prenten, maar een soort ‘Jezus-bis’: “Die Geest zal niet eigenmachtig spreken (…) want wat Hij jullie zal meedelen, komt van Mij” zegt Jezus. Die Geest is iemand die ons wil inspireren om goed en wijs als God te zijn. Hij verwarmt ons hart, verlicht ons denken, geeft richting aan ons handelen en geeft ons kracht.

Heb ik daarmee uitgelegd wat ‘Drie-eenheid’ is? Een beetje wel, hoop ik. Maar het laatste woord over de drieëne God krijgt u vandaag niet te horen. En ook later niet.

Bij wijze van afsluiting wil ik nog iets zeggen over die Drie-eenheid, maar dan  gezien vanuit een heel andere invalshoek.
Als het waar is dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, moet het beeld van de Drie-eenheid ook consequenties hebben voor de manier waarop een mens te zijn en te leven heeft.
Als hij het beeld is van God de Vader, dan is de mens ook schepper. Schepper van vrijheid: zelf vrij mens zijn en anderen vrij maken, hen bevrijden van wat hen aan handen en voeten bindt. En het vaderschap van een mens mag nooit ontaarden in paternalisme want dan onthoudt hij anderen hun zelfstandigheid, beknot hij hun ontplooiingskansen en verhindert hij dat anderen hun verantwoordelijkheid ten volle zouden kunnen opnemen.
Als de mens beeld is van God de Zoon, dan is hij iemand die zich gezonden weet, zich door de Vader gedragen weet. En tegelijk iemand die verbondenheid met anderen cultiveert en mededogen heeft, vooral met hen in wie de goegemeente het minst geïnteresseerd is.
Als de mens beeld is van de heilige Geest, dan is hij niet iemand die overheerst, en ook niet iemand die overheerst wordt. Dan is de mens in staat belangloos lief te hebben, en zal hij in zijn relaties de ander ten volle in zijn anders-zijn respecteren.
Marc Christiaens o.p.

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.