Godzoekers en geloofsterren

Mt. 2,1-12

Dit verhaal roept prettige herinneringen op aan de tijd toen wij nog gingen driekoningenzingen met een oud tafellaken om de schouders en een gezicht zwartgemaakt met een verbrande flessenkurk. De folklore heeft van Driekoningen flink werk gemaakt.

Maar wat Mattheüs hier vertelt, is niet zo onschuldig als op het eerste gezicht lijkt.

Hij plaatst twee typen mensen tegenover elkaar.
Aan de ene kant staan de Wijzen uit het Oosten. ‘Wijzen’ zijn mensen die weten dat ze de wijsheid niet in pacht hebben, die wijs geworden zijn door op zoek te gaan naar antwoorden op vragen die de fundamenten van ons bestaan raken: de zin van leven en dood, de juiste levensweg naar de nog onbekende toekomst, wat zijn de basisprincipes van een goedgeordende samenleving, de waarheid over God – dat soort vragen.
De wijzen van Mattheüs komen uit den vreemde – zonder nadere omschrijving. Zij kunnen behoren tot alle volken, afkomstig uit welk continent dan ook. Ze zijn op zoek naar de nieuwe koning der Joden. Maar met de heilige boeken of de tempel van de joden hebben ze niets te maken. Zij staan symbool voor ieder mens die op zoek gaat naar het gelaat van God.

Aan de andere kant staat Herodes. Ook hij wil God vinden, maar dan om Hem te elimineren. Uit angst. Hij symboliseert al wie bang is voor wat nieuw en anders is, en bedreigend overkomt. Over die Herodes gaan we het niet hebben. Net zoals de wijzen op het einde van onze evangelielezing laten ook wij hem vandaag links liggen.

De wijzen dus. Zij zijn op zoek naar God. God die zich laat vinden. God die zich niet opdringt, die zich niet bloot geeft aan wetenschappelijke nieuwsgierigheid, die geen reclame maakt voor zijn winkel. Integendeel, Hij omhult zich met de stilte van de sterren. De zoektocht naar Hem begint in het hart van de mens. Die moet pelgrim worden.

Wonderlijke tekens aan de sterrenhemel hebben onze wijzen op weg gezet. Van de uiteinden van de toen bekende wereld gingen ze op zoek naar het mysterie dat achter de sterren schuilgaat. Godzoekers dus. Mensen die in hun hart een onweerstaanbaar vermoeden ontdekten dat er méér is tussen hemel en aarde dan de ordinaire werkelijkheid van alledag.

Laten we maar meteen concluderen dat geloven niet alleen maar passief aannemen van waarheden of voorschriften is. Nee, geloven is ‘mobilisatie’, zet mensen in beweging, doet mensen op weg gaan naar de toekomst, naar een nieuwe manier van leven. Mobiliteit is inherent aan het geloof.
Geloof dat op een laag pitje komt te staan, verstart. Je dreigt dan een ‘gevestigde’ gelovige te worden, een gelovige uit traditie, vastgeklonken aan het verleden, spiritueel niet meer vooruit te branden. Niet meer in staat tot zoekende toenadering in de richting van God en de naasten. Godsdienstige gebruiken en rituelen functioneren misschien nog wel, maar de dynamiek waartoe de evangelische boodschap oproept is comateus.

De ster in het oosten die door de wijzen werd gezien, nodigt ons uit om op te staan en van ons geloof weer een zoektocht te maken die uitmondt in een ontmoeting.
Een zoektocht. Want ook voor de wijzen verdween de ster af en toe uit beeld. In Jeruzalem was ze zelfs helemaal niet meer te zien. Daar waren ze aangewezen op andere richtingaanwijzers, op wat er stond in de voor hen onbekende boeken van de joden.
Zo is ook ons geloof wel eens ‘wandelen in het duister’. En erop vertrouwen dat de Heer toch bij ons is en ons leidt, ook al ervaren wij Hem niet. Soms kunnen ook wij ons alleen maar vastklampen aan wat de evangelies ons zeggen over God en over zijn trouw aan mensen.

Er zijn sterren bij de vleet op vandaag: filmsterren, popsterren, voetbalsterren… Voor velen fungeren ook zij als richtingwijzers, als modellen waar anderen zich aan optrekken. Zouden er ook zoiets als geloofsterren bestaan? Mensen die door hun wijsheid en hun kwaliteit van leven anderen die de geloofsschwung kwijt zijn, weer warm kunnen maken voor God?
Hoe kun je – sorry voor de vergelijking, maar ik heb ze gepikt bij een Franse religieuze auteur – hoe kun je een ezel die geen dorst hefet, doen drinken? “Zet naast die ezel een andere ezel die wel dorst heeft, en laat die lustig en luidruchtig water slurpen tot hij zijn dorst gelest heeft. Dan krijgt ook de ezel die geen dorst had, gegarandeerd goesting om van dat water te drinken.”
Zo mogen en kunnen ook wij, christenen, door onze houding en ons gedrag, door onze levenslust en ons volhouden in donkere momenten, een beetje richtinggevende geloofsterren zijn voor hen die op zoek zijn naar de zin van hun leven.
Marc Christiaens o.p.

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.