gedaanteverandering van de Heer A 2017 p

 6 augustus 2017        (Viering)

Een blik op het Licht van morgen
 (2 Petr. 1, 16-19 ; Mt. 17, 1-9)

Op 6 augustus viert de Kerk het feest van de Gedaanteverandering, verwijzend naar de verheerlijking van Jezus op de berg Tabor, het evangelieverhaal dat we daarnet hoorden. Een belangrijk feest. Zo belangrijk dat – wanneer 6 augustus op een zondag valt – de klassieke zondagsliturgie moet wijken voor een thematische feestliturgie.
Diezelfde 6de augustus is nog om een andere reden een belangrijke datum in de geschiedenis van de mensheid. Nooit was een gebeuren zo massaal vernietigend als op 6 augustus 1945, toen op Hiroshima de eerste atoombom werd gegooid.
Zowel op de berg Tabor als in Hiroshima was er sprake van straling, maar dan wel met dit grote verschil: van die atoombom ging een straling uit die 140.000 mensenlevens kostte. De ‘straling’ van de Gedaanteverandering van Jezus daarentegen, draagt in zich de belofte van leven, van eeuwig leven in de heerlijkheid van Gods nabijheid.
Op de Taborberg kregen Petrus, Johannes en Jacobus, in een visioen, Jezus te zien als de door God Gezondene. Zijn gedaante straalde. Zijn gelaat schitterde als de zon. Zijn kleed was glanzend wit. Een Paaskleed! En uit een lichtende wolk – in de bijbel symbool van Gods aanwezigheid – klonk een stem: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.”

Dat Jezus die lang verwachte door God gezonden Messias was, wordt voor Joodse geloofsogen extra bevestigd door de verschijning van Mozes en Elia.
Ook Mozes had God ontmoet op een hoge berg. Zijn gelaat straalde toen ondraaglijk licht uit. Ook toen klonk een stem uit een wolk: een liefdesverklaring van God die met zijn mensen een verbond sloot. Mozes ontving er de tien geboden die mensen moesten helpen om te leven in de geest van dit liefdesverbond.
Elia van zijn kant, had op de berg Horeb ook Gods nabijheid ervaren. Het verhaal deed de ronde dat hij in een vurige wagen ten hemel was gevaren.
Mozes, de man van de Wet en de Geboden, en Elia, de koploper onder de profeten, hadden voor Israël het geloof in de komst van de Messias le­vendig gehou­den. Nu, op de berg Tabor, wordt bevestigd dat in Jezus die belofte mens is gewor­den.

Niet onbelangrijk is ook dat Gods woord “Dit is mijn geliefde Zoon in wie Ik vreugde vind” reeds eerder had geklonken, met name bij de doop van Jezus.
Bij zijn doop ontving Jezus zijn zendingsopdracht. Maar aan­vankelijk was het voor Hem helemaal niet duide­lijk wat het in­hield ‘de geliefde Zoon van God’ te zijn. Het verhaal van de beko­ringen in de woestijn dat bij zijn doop aansluit, zou je kunnen lezen als het relaas van de innerlijke strijd die Jezus moest voeren om klaarheid te verkrijgen in de op­dracht die God Hem bij de doop op de schouders had gelegd. Als Hij geaar­zeld en ge­twij­feld heeft, geworsteld heeft met zichzelf, dan beves­tigt dat alleen maar hoezeer Gods Zoon ook mens was, doodge­woon mens zoals u en ik.
De herha­ling van ‘Gij zijt mijn geliefde Zoon’ bij de gedaanteverandering, klinkt dan als het definitieve einde van die innerlijke strijd. Nu realiseert Jezus zich ten volle dat Hij diegene is die des­tijds door Mozes en Elia als de verlosser van Israël was aangekon­digd.

Het verhaal van de gedaanteverandering is ook een verhaal over mensen die een glimp van Gods aangezicht hebben gezien.
Dat mensen zo’n indrukwekkende ervaring willen vasthouden en koesteren, is begrijpelijk. Petrus en zijn gezellen waanden zich in de hoogste hemel. Daar wilden ze blijven. Daarom stelden zij voor ter plaatse drie hutten te bouwen.
Maar er kwam een einde aan het visioen. Even was hun een blik gegund op het einddoel van Jezus’ levensweg. Een vervroegde Paaservaring als het ware. Maar Pasen is echter ook het einde van een kruisweg. Die hadden ze nog te gaan. Jezus zelf moest hen aanraken, hen als het ware wakker schudden, bij de hand nemen om de berg af te dalen. Terug naar het dal van het gewone leven. Het dal van de duisternis, waar de herinnering aan de stralende Messias “de lamp is die licht verpreidt in een donkere ruimte, de morgenster die na een donkere nacht, opgaat in je hart” – zoals Petrus het later formuleerde, en wij hoorden in onze eerste lezing. Want daar in het dal,  moet Jezus nage­volgd worden, door een leven-in-dienst-van, door een leven dat zichzelf prijsgeeft, des­noods ten dode toe. Slechts via het kruis kan Pasen werkelijkheid worden.
Marc Christiaens o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.