Feest van de Openbaring

FEEST VAN DE OPENBARING.
Overweging bij de evangelielezing Mt. 2,1-12. U vindt de tekst verderop in dit parochieblad.

Zoekend onderweg kwamen de drie koningen elkaar tegen in een of andere herberg. Daar legden ze hun zoeken bij elkaar, hun vreugde en verdriet. De eerste koning droomde van een ander rijk, hij had ongelooflijke talenten die maakten dat zijn land gelukkig was. Hij was, vonden zijn landgenoten, als goud. Maar hij wou verder, hij wou zijn talenten laten werken voor meer mensen en ging op weg. Een andere zorgde voor zijn volk, hij zag echter niet enkel naar rijkdom en welvaart maar zorgde ervoor dat zijn volk gelukkig was met elkaar. God had een belangrijke plaats in zijn leven, hij had een hemelse spiritualiteit, zoals wierook dat naar boven gaat. Een derde koning ging het niet zo goed, hij zag het niet meer zo zitten en in zijn land ging het niet goed. Hij vertrok vol bitterheid op zoek naar een andere toekomst. Bitter was hij, als mirre. Drie verschillende wijzen, drie verschillende culturen, drie verschillende achtergronden, ieder op zijn eigen weg.

Maar de koningen komen niet ieder afzonderlijk aan bij de stal. In het begin van het evangelieverhaal zijn ze al samen. We mogen dergelijke verhalen uiteraard niet letterlijk nemen, maar ik wil er even verder op in gaan om het zijn betekenis te doen krijgen. Ik stel mij het moment voor dat de drie koningen elkaar, ergens onderweg in hun zoektocht, zijn tegengekomen in een of ander herberg. ’s Avonds in het café vonden ze elkaar en ze legden wat hen bezighield samen. Tot een stuk in de nacht vertellen ze over hun bezorgdheden en hun dromen en ze vinden elkaar als ze ontdekken dat ze eigenlijk naar datzelfde op zoek zijn. Ze leggen hun talenten bij elkaar en trekken op zoek naar hun droom, hun ster. De ontmoeting tussen de koningen laat sporen na zoals elke ontmoeting tussen mensen sporen nalaat.

Vanaf dan zijn ze samen en samen zoekend ontdekken ze dat hun droom niet ligt in grootse dingen. Niet in rijkdom en macht, niet in pracht en praal. Herodes geeft geen antwoord op hun zoeken, integendeel, hij wil belemmeren dat er iets zou veranderen. Hij staat voor vasthouden aan wat er is, voor alleen maar naar zichzelf kijken. Samen komen de wijzen er op uit dat hun ware droom te vinden is in het kleine, in een kind in een stal en een onooglijk dorpje, in niets eigenlijk. Ik denk dat ze hun droom al wat waar hadden gemaakt toen ze elkaar vonden. Toen zagen ze de ster die ze moesten volgen, pas echt. En dat inzicht bracht hen vanzelf tot de stal. Het inzicht van hun volledig mens-zijn met het geluk en het verdriet.

Zoekend naar onze droom, naar een wereld van mensen bij elkaar, moeten we niet te ver zoeken. Niet in rijkdom en macht, maar gewoon bij elkaar. In het goud van onze talenten, in de wierook van ons gebed, in de mirre van ons verdriet. Als we dat samen kunnen leggen, vinden we God, iedere keer weer, waar we ook zijn.

De drie koningen in hun café en wij in ons café, daar waar mensen elkaar vinden, hun dromen en verlangens, hun zorgen en hun vrees bij elkaar kunnen leggen. Pas als we elkaar kunnen vinden, kunnen we ook God vinden, in een kleine stal, in het gewone van elke dag, in elke mens. Ik wens jullie veel geluk bij elkaar in het nieuwe jaar en ik ontmoet jullie graag in het café van het leven, een café dat zelfs het coronavirus niet kan sluiten!
                                    Louis van den Nieuwenhuyzen
pastoor op rust

Kategorie(n): Geen categorie

Comments are closed.