Driekoningen A 2020

Vreemde Godzoekers  (Mt. 2. 1-12)                  (Viering)

Goede Vrienden,

Dit super-populaire kerstverhaal kennen wij al vanaf onze prille jeugd – hebben jullie, zoals ik, ook de herinnering aan die zeer speciale sfeer die rond de kerststal hing?
Zie je ons nog door de straten lopen, met kroon en laken, achter een kartonnen ster op een bezemsteel?  En dan maar zingen over die drie koningen!
***
Wie voor iemand een bijzonder hoge waardering heeft, wil graag tegen derden over die persoon vertellen. Enthousiast vertellen over wat hij gedaan heeft, waarom hij zoveel respect oproept, en vaak ook over hoe hij geworden is wie hij is, een levensverhaal in ‘geuren en kleuren’.
Zo moet het ook Matheüs vergaan zijn. In woord en geschrift wou hij aan zijn joods-christelijke gemeenschap zijn hele verhaal kwijt over zijn grote idool, zijn Messias!
Zo’n verhaal begint doorgaans bij plaats en datum van de geboorte. Maar dat was voor onze evangelist een probleem. Nergens vond hij informatie over de kindsheid van Jezus, ook niet bij zijn collega Marcus die zijn evangelieverhaal eerder al had neerschreven. En dus ging hij op zoek in de oude Joodse geschriften en kwam terecht bij de profeet Jesaja die heel wat aandacht had besteed aan de komst van Messias.  In die geschriften vond hij een tekst waarin de glorie van Bethlehem werd bezongen, en viel het hem op dat Jesaja het herhaaldelijk had over ‘de Zoon van David’. Daardoor geïnspireerd puzzelde Matheus, aan het begin van zijn evangelieboodschap, een verhaal ineen over de intrede van de Messias in de mensenwereld: de geboorte van Jezus Christus in de stal van Bethlehem. Het bezoek van de magiërs uit het Oosten is daarin een mooie symbolische anekdote om aan zijn christengemeenschap – waarvan de meerderheid ongeletterde mensen waren – duidelijk te maken dat de Messias – als Jood geboren zijnde in Israël – gekomen was voor alle mensen van de wereld. Daarop inhakend is de Kerk deze herinneringsdag dan ook ‘het feest van de Openbaring des Heren’ gaan noemen.

De geschiedenis laat ons zien dat die creatieve verhaaltaal van onze evangelist een geniale vondst was. Het thema werkte ook inspirerend voor kunstenaars, schilders en beeldhouwers. Reeds in de Romeinse catacomben zijn fresco’s te vinden die het bezoek van de magiërs verbeelden. Overal ter wereld grepen beroemde kunstenaars dit thema aan om altaren te versieren.
In de loop van de geschiedenis gaat men het Matheusverhaal nog wat opsmukken. De magiërs werden gepromoveerd tot koningen – goud, wierook en mirre zijn immers koninklijke geschenken; drie soorten geschenken… dus waren met drie; alle drie waren ze afkomstig uit een ander continent (de continenten Amerika en Oceanië werden pas veel later ontdekt). In de vijfde eeuw kregen ze elk ook een naam. In de twaalfde eeuw liet de Duitse keizer Frederik Barbarossa hun relieken overbrengen van Milaan naar de dom van Keulen waar ze tot op vandaag nog altijd worden vereerd.
Als, in de dertiende eeuw, Franciscus van Assisi zijn eerste kerststal bouwt, zal hij bij de Jezuskribbe een os en een ezel toevoegen. Bij de profeet Jesaja had hij gelezen: “De os en de ezel kennen de hand van hun meester, maar gij mijn volk, kent uw meester niet!”
+++

Maar zijn al deze toevoegingen niet ontstaan uit dezelfde drijfveer die de evangelisten reeds aan de dag legden: de uitdrukking van een diep volksgeloof?
Onlangs deed onze paus een oproep om de kerststal terug van de zolder te halen.
Is het niet zo, dat we – geconfronteerd met het Kerstekind – terug aan de onschuld van onze eigen jeugd denken, waarbij we overstemd worden door goede gevoelens?
Toen ik, als twaalfjarige knaap, op het orgel begeleid door Armand Preudhomme, het “Suza Nina” zong, was ik zielsgelukkig. Met mijn knapenstem verdween echter ook mijn onschuld. Die onschuld verdween omdat mijn kerstbeleving, zoals bij velen onder ons, steeds meer een gevoel van medeverantwoordelijkheid opriep inzake zorg voor de derde en vierde wereld.
Als we, samen met de drie wijzen, de ster van Bethlehem willen volgen, dan kunnen wij daaraan iets doen.  Samen dan, want vele kleintjes maken iets groots!
Paul Caroen

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.