De Hemel waarmaken op de begane grond

De hemel waarmaken op de begane grond
Overweging bij de lezingen van de tweede zondag in de veertigdagentijd. De tekst van deze lezingen (Gen. 22, 1-2,9a,10-13,15-18; Mc. 9,2-10) vindt u verderop in dit parochieblad.

Controle… daar lijkt het om te gaan in het leven. De baas die liefst alles zelf wil doen, die niets van verantwoordelijkheid aan zijn medewerkers kan overlaten. De moeder die haar kinderen tegen elk pijntje wil beschermen. Ze brengt hen ’t liefst altijd zelf naar school en niet buiten spelen, want dan kan ze hen niet zien. Scholieren, die controle willen hebben over zichzelf en daarom de groep hun wil opleggen. Zulke types zoeken een slachtoffer buiten de groep en die wordt buitengesloten en gepest. Dat gebeurt enkel om zelf de controle te houden en de eigen onzekerheid af te wimpelen op een ander. De Kerk, die haar macht soms lijkt te centraliseren. Het lijkt er op dat ze meer dan 1 miljard gelovigen haar wil wil opleggen. Mensen met een wat andere opvatting of achtergrond worden argwanend bekeken.

Loslaten
Abraham heeft een zoon, Isaak, gekregen. Eigenlijk had hij er niet kunnen zijn. Sara was al veel te oud en Abraham ook, maar Jahwe beloofde hen een kind en het kwam er. Abraham was natuurlijk trots op die enige zoon. En dan wordt hem gevraagd zijn zoon op te offeren, weer los te laten. U kunt zich voorstellen hoe moeilijk dat moet geweest zijn voor Abraham die eindelijk de belofte van God voor zich kon zien: “Ik zal je stamvader maken van een groot en talrijk volk”. Maar ook nu lijkt de controle hem uit handen te worden genomen. Met Isaak gaat hij naar het land Moria en gaat met allerlei vragen en twijfels in zijn hoofd de berg op. Wij kunnen ons zijn vragen voorstellen: “God wat vraag je toch van mij? Hoe kun je me dit aan doen? Ben je wel een menselijke God?” Abraham moet leren loslaten, moet door dit moeilijke proces heen om te zien dat er meer is in het leven dan dat hij zelf bepalen kan en mag. Uiteindelijk vraagt God van hem niet dat hij zijn zoon offert, maar dat hij zijn eigen leven in vertrouwen in handen legt van God zelf. Maar dat is moeilijk en daarom staat dit verhaal ook in de Bijbel niet alleen voor mensen van lang geleden, maar zeker ook voor de mensen van deze tijd, die in alles controle willen hebben. Het offer dat Abraham moet brengen is het offer van loslaten, zelfs zijn eigen zoon moet hij leren loslaten om te leren zien dat leven mogelijk is zelfs als de nood het hoogst is. Zo mogen wij allemaal ons leven in de handen van God leggen. Niet om er lui van te worden of gemakzuchtig, maar om er gelukkiger van te worden, wetend dat je vertrouwvol mag leven en  niet alles zelf hoeft te doen, te kunnen, te weten en te beslissen. Maar kunnen wij ons eigen leven loslaten? Kunnen wij ons leven in de handen van God leggen?

De berg af
Zo wil Petrus drie tenten bouwen, hij wil vasthouden dat overweldigende, dat mooie. Er gebeuren soms dingen in je leven, waarvan je zou willen dat ze nooit voorbij gingen. Maar dan wordt Petrus op de vingers getikt, uit de droom gerukt. De tentenbouw gaat niet door, het visioen is voorbij, ze zijn terug in de werkelijkheid. Je ziet en je wilt het vasthouden, maar dat kan niet, we kennen die ervaring allemaal. Toch het feit dat je het zag, het voelde, dat geeft kracht. Niet op de berg, maar in de vlakte, bij al die gekwelde mensen, daar zullen Petrus, Jacobus en Johannes de ware Jezus ontdekken. Daar doet Hij de wil van zijn Vader, daar is Hij de welbeminde Zoon. Daarom moeten zij, moeten wij van de berg af om die hemel tot werkelijkheid te maken, hier op
de begane grond.
Louis van den Nieuwenhuyzen
Pastoor op rust

Kategorie(n): Geen categorie

Comments are closed.