Beloken pasen A 2008


(30 03 2008 )

Begroeting

Welkom op deze eerste samenkomst
sinds de herdenking van de verrijzenis van onze Heer.
Moge Hij dit samenzijn zegenen:
in de naam van + de Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Thomas, de scepticus onder de apostelen,
had na Golgotha en de perikelen rond het lege graf
zijn oude job weer opgenomen.
Zo kwam het
dat hij er niet bij was toen Jezus de eerste keer aan zijn leerlingen verscheen.
Toen zijn vrienden hem bij zijn thuiskomst
het grote nieuws vertelden,
werd de psycholoog in hem wakker:
‘Wat is er hier gebeurd? Hallucinaties? Massahysterie?’
Zulke grote woorden zal hij wel niet gebruikt hebben,
maar toch kwam het daar ongeveer op neer.
Hij legde de vinger op de wonde
toen hij tot zijn vrienden zei: “Eerst zien en dan geloven.”

Een week later beleefde Thomas de dag van zijn leven.
Blozende kaken, van vreugde en van verlegenheid.
Het was dan toch waar!
Hij kreeg van Jezus wel te horen:
“Beste Thomas,
gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen”.
Maar die veeg uit de pan nam hij er op de koop toe bij.

Misschien kan Jezus tot ons hetzelfde zeggen.
Misschien ook niet.
Daarom willen we bidden om zijn ontfermende aanwezigheid onder ons.

Vergevingsmoment

Geloof blijft niet overeind uit zichzelf.
We dienen er aandacht en zorg aan te besteden.
Daarin schieten we wel eens tekort.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Geloof valt niet zomaar uit de hemel.
Mensen moeten het aan elkaar doorgeven door woord en daad.
Daarin schieten we wel eens tekort.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

We mogen ons geloven niet afhankelijk maken van voorwaarden en zekerheden.
Het vraagt om onvoorwaardelijk vertrouwen.
Daarin schieten we wel eens tekort.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Moge onze God zijn mantel van liefde spreiden
over ons tekortschietend geloven.
Hij wil ons steunen en bemoedigen,
ons sterken
opdat we meer en meer zichtbaarheid zouden geven
aan wie Jezus was en is en wil zijn in deze wereld. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
Schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.
Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed

God en Vader,
wij herkennen ons in Thomas:
ook wij hebben U nooit gezien,
maar wel over U gehoord.
Help ons om in U te geloven.
Blijf bij ons als we luisteren naar de woorden van Jezus
die uw Zoon is en ons Voorbeeld. Amen.


Lezingen
Luisteren wij dan nu naar de Heer, die ons toespreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Handelingen 2,42-47)
Uit de Handelingen van de Apostelen


42       De eerste christenen wijdden zich trouw aan het onderwijs
dat de apostelen gaven,
en aan de onderlinge gemeenschap,
het breken van het brood en het gebed.
43       Vrees beving iedereen en er gebeurden vele wonderen
en tekenen door toedoen van de apostelen.
44       Allen die het geloof hadden aangenomen,
bleven bijeen en bezaten alles gemeenschappelijk.
45       Ze verkochten have en goed
en verdeelden dat onder allen naar ieders behoeften.
46       Dagelijks gingen ze trouw en eensgezind naar de tempel,
braken bij iemand aan huis het brood,
gebruikten samen hun maaltijden in blijdschap
en eenvoud van hart,
47       loofden God en stonden in de gunst bij heel het volk.
De Heer breidde hun kring dagelijks uit;
steeds meer mensen werden gered.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing
(1 Petrus 1,3-9)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,
3
       Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus,
die ons in zijn grote barmhartigheid herboren liet worden
tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood,
4        tot een onvergankelijke, onbederfelijke en onaantastbare erfenis,
die voor u is weggelegd in de hemel.
5              In Gods kracht geborgen door het geloof,
wacht u op de redding
die al gereed ligt
om op het einde van de tijd geopenbaard te worden.
6        Daarom bent u vol vreugde,
ook al hebt u nu, als het zo moet zijn,
voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen.
7        Die dienen om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen,
dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud,
dat toch ook door het vuur gelouterd wordt.
Dan zullen, wanneer Jezus Christus zich openbaart,
lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn.
8        Hem hebt u lief zonder Hem ooit gezien te hebben.
U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet,
en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde,
9        wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Johannes 20,19-31)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

19
      Op de avond van die eerste dag van de week
waren de leerlingen bij elkaar.
Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei:
`Vrede!’
20       Na deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de Heer zagen.
21       `Vrede’, zei Jezus nogmaals.
`Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.’
22       Na deze woorden ademde Hij over hen.
`Ontvang de heilige Geest’, zei Hij.
23       `Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn ze ook vergeven;
als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.’
24       Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd,
was er niet bij toen Jezus kwam.
25       De andere leerlingen vertelden hem: `We hebben de Heer gezien.’
Maar hij zei:
`Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin;
ik wil ze met mijn vingers voelen.
Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde voelen.
Anders geloof ik niet.’
26       Acht dagen later waren de leerlingen weer bijeen,
en nu was Tomas erbij.
Hoewel de deur op slot was, kwam Jezus.
Ineens stond Hij in hun midden en zei: `Vrede!’
27       Vervolgens richtte Hij zich tot Tomas:
`Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger.
En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen.
Wees niet langer ongelovig, maar gelovig.’
28       Hierop zei Tomas: `Mijn Heer! Mijn God!’
29       Jezus zei: `Omdat je Me gezien hebt geloof je?
Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.’
30       Nog veel andere tekenen heeft Jezus voor de ogen van zijn leerlingen verricht,
die niet in dit boek zijn neergeschreven.
31       Die welke u hier vindt, zijn neergeschreven
opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God,
en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Thomas erkende in Jezus zijn Heer en zijn God.
Laten wij samen datzelfde geloof uitspreken.

Ik geloof dat het leven mij geschonken werd
door God, onze Vader, bron van liefde.
Ik geloof dat ik geroepen ben
om mee te werken aan een toekomst
die voor elke mens menswaardig is.

Ik geloof in die uitzonderlijke mens
die niet geleefd heeft voor zichzelf.
Ik geloof in die mens
die wij kennen als zoon van mensen
en Zoon van God,
die een ereplaats gaf aan mensen
die over het hoofd werden gezien.

Ik geloof dat zijn Geest onder ons werkt
als wij in zijn naam samen zijn
en wij elkaar levenskansen geven.
Ik geloof dat zijn Geest
ons telkens weer aanspoort
om naar elkaar om te zien
en zo mensen te worden met en voor elkaar.

Ik geloof dat ons leven
niet zal eindigen in het zinloze niets,
maar dat wij eens zullen leven
bij de bron van liefde die ons dit leven schonk. Amen.

Voorbeden

God, zo onbereikbaar, zo nabij,
wij vertrouwen ons toe aan U,
die ons aanvaardt zoals wij zijn.
Daarom durven wij met onze gebeden en vragen bij U komen.

– Heer, geef een teken dat Gij leeft
aan mensen die – in zichzelf gevangen –
zweren bij wat oud en vertrouwd is;
ook aan hen die hun deuren angstig gesloten houden
voor wat vreemd is en nieuw.
Laten wij bidden…

– Heer, geef een teken dat Gij leeft
aan mensen die – door twijfel aangetast –
niet meer durven openstaan voor het goede nieuws;
ook aan hen die hun geloof verloren hebben.
Laten wij bidden…

– Heer, geef ons een teken
dat Gij leeft in mensen die rotsvast geloven,
die zich, in heel hun doen en laten,
in al wat hen overkomt,
door God gedragen weten
en daarin hun diepste levensgeluk vinden.
Laten wij bidden…

– Heer, voor onszelf bidden wij:
dat wij het goede evenwicht vinden
tussen kritisch denken en gelovig vertrouwen.
Mogen ook wij op deze wijze
tot zegen zijn voor onze omgeving.
Laten wij bidden…

Levende God,
wij danken U voor de tekenen
waarmee Gij ons geloof  te hulp komt.
Wij bidden U
dat wijzelf zulke tekenen mogen zijn
waarin Gij U openbaart
tot opbouw van de mensengemeenschap
en tot opstanding van velen.
Door Christus, onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven

Heer onze God,
doe ons beseffen,
dat de levende Heer – Jezus, uw Zoon –
alleen aanwezig kan zijn onder mensen
als die van harte samen brood breken en delen.
Maak ons tot een hechte gemeenschap,
zet ons op het spoor van uw liefde,
geef dat wij elkaar behoeden voor
onverschilligheid tegenover het leed van anderen.
Dan zullen wij leven,
vandaag en alle dagen tot in uw eeuwigheid. Amen.


Tafelgebed

Wij danken U, barmhartige God,
omdat Gij een God van mensen zijt,
dat Gij onze God genoemd wil worden,
dat Gij ons kent bij onze namen,
en dat Gij de wereld in uw handen houdt.

Want daarom hebt Gij ons geschapen
en geroepen in dit leven:
dat wij met U verbonden zouden zijn,
wij, uw mensenvolk op aarde.

Gezegend zijt Gij,
schepper van al wat bestaat;
gezegend zijt Gij,
die ons ruimte geeft en tijd van leven;
gezegend zijt Gij om het licht in onze ogen
en om de lucht die wij ademen.

Wij danken U voor heel de schepping,
voor alle werken van uw handen,
voor alles wat Gij gedaan hebt in ons midden
door Jezus Christus, onze Heer.

Daarom huldigen wij uw naam,
Heer onze God,
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig…

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar wij mogen U wel ontmoeten
waar mensen van elkaar houden,
genade zijn voor elkaar
en uw schepping eerbiedigen.

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar Gij geeft Uzelf aan ons,
in een medemens, in een geliefde,
in een reisgezel, in een zieke,
in Jezus, de dienaar van de wereld.

De avond voor zijn lijden en dood
zat Hij met zijn vrienden aan tafel.
Toen nam Hij brood als teken van zijn leven
brak het, deelde het rond en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen
want dit is mijn lichaam, mijn leven,
voor u gegeven, voor u gebroken.”

Toen nam Hij de beker met wijn,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hier allen uit,
want dit is de beker van het nieuwe en eeuwige verbond.
Dit is mijn bloed dat voor u vergoten wordt
opdat het kwaad uit de wereld zou verdwijnen,
opdat er vreugde en toekomst zou zijn voor alle mensen.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood,
en belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Om dit te herdenken
blijven wij het brood breken voor elkaar,
zoals zo velen reeds voor ons deden.
Wij bidden voor de mensen
die een bijzondere plaats innemen in ons hart,
ook voor hen die van ons zijn heengegaan.
Laat uw mensen nooit verloren gaan,
bewaar hen in uw liefde,
schrijf hun namen in de palm van uw hand.

Zend uw Geest uit over uw kerk.
Geef ons hoop, God.
Geef ons vrede omwille van Jezus Christus.
Met Hem en in Hem
zijn wij uw mensen,
zijt Gij onze Vader,
nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Prefatie (alternatief)

Wij danken U, God,
voor een mens zoals Thomas
die, ondanks zijn traag geloof,
ook inzag dat de dood geen eindpunt is
maar een nieuw begin.
Thomas, die ondanks alle ontgoochelingen en littekens,
toch weer de moed vond om te getuigen.

Dank U, God,
voor die man Thomas,
die aarzelend en onbegrijpend
zijn weg zocht …
en vond.

Heb dank God,
om de verrijzenis van Jezus, uw Zoon,
Hij leeft verder hier in ons midden,
in ieder van ons.

Jezus was en blijft
voor ons een mens van geloof, hoop
en eindeloos vertrouwen,
een mens van totale inzet,
die zich met hart en ziel
gegeven heeft voor God en mens.

Tot het uiterste is Hij gegaan:
liefde,
alleen maar liefde
tot de dood erop volgde.
Hij bracht hoop
waar mensen het niet meer zagen zitten.
Zo blijft Hij ook ons de weg naar morgen wijzen.
Dankbaar roemen wij zijn grote daden
en heffen ons loflied aan:

Heilig,…

Onze Vader

‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u’ zei Jezus.
Als gezondenen willen wij, in Jezus’ spoor,
bidden tot Zijn en ons aller Vader:
Onze Vader …

Eeuwige God,
Gij kent ons geloof en onze twijfels,
onze goede wil en ons menselijk falen.
Richt ons op, voorgoed, en keer ons tot leven:
dan zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk …

Vredewens

Het leven gaat verder.
Goede Vrijdag was niet het einde.
Zelfs Pasen was niet het einde.
‘Ga op weg, met vrede voor mensen wereldwijd,’
sprak Jezus tot zijn vrienden.
Zijn woorden van toen
worden vandaag aan ons toevertrouwd.
In de vrede die Hij ons toewenst,
mogen wij hier en nu vreugdevol delen
en ze op onze beurt verder uitdragen
naar velen om ons heen.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En wensen wij elkaar die vrede van harte toe.


Communie

Zalig en gelukkig zijn wij
die welkom zijn aan de gastvrije tafel van de Heer.
Zie het Lam van God,
het gebroken brood van het heil,
de Heer zelf levend in ons midden.
Heer, ik ben niet waardig..

Bezinning 1

Als je naar een foto kijkt,
zie je nooit de fotograaf.
En toch moet hij er zijn.
Ook al weet je meestal niet
wie hij is en wat hij wil,
zijn foto’s kunnen veel vertellen.

Als je naar de wereld kijkt,
zie je nooit de Schepper.
Meestal denk je niet meteen aan Hem
die het allemaal heeft gemaakt.
En toch moet Hij er zijn.
Want zoveel goede mensen en dingen
zijn beeld van Hem
en kunnen veel vertellen
over wie Hij is en wat Hij wil.

Als je echt goed kijkt,
zie je Hem dan toch?

Bezinning 2

Niet: gespleten
maar: één van hart en ziel.
Niet: eigendommelijk
maar: gemeenschappelijk.
Niet: ieder-voor-zich
maar: wij-met-z’n-allen.
Niet: uit pure weelde,
maar: naar behoefte.
Niet: vrijheid-blijheid,
maar: ver-antwoord-elijkheid.
Niet: de eeuwige twijfel,
maar: zekerheid in liefde.
Niet: de mooie woorden,
maar: de lieve daden.
Niet: de dode feiten,
maar: de wondere tekenen.
Niet: dood is dood,
maar: Mijn Heer! Mijn God!


Slotgebed

Mijn Heer en mijn God,
soms voel ik in mijn hart
dat er in mezelf heel wat ongeloof leeft
en dat ik vruchteloos op zoek ben
naar bewijzen van uw bestaan.
Wil me dan helpen
opnieuw met heel mijn hart in U te geloven
en aan U mijn vertrouwen te geven.
Open mijn ogen om te zien
hoe en waar U in mijn leven aanwezig komt.
En geef me dan de durf
om van dat geloof ook te getuigen
en een mens van vreugde te worden.
Erwin Roosen

Zending en zegen

Om buiten de beschutting van deze muren
teken van vrede te kunnen zijn,
ondanks alle angst en verdriet,
ondanks scherven en littekens,
wil God, die het leven liefheeft, ons zegenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

 

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.